December 2000, nr 217
Nieuwe gezichten: Jacob Derwig
Dubbele agenda
In een reeks interviews met nieuwe Nederlandse filmgezichten deze maand Jacob Derwig, te zien in Lek en Bij ons in de Jordaan. "Ik hou niet van dat 'in de huid kruipen van'. Ik wil oprechter zijn, dichterbij komen."
Jacob Derwig (foto: André Bakker).
"Acteren is in de eerste plaats denken. Je leeft je niet in, je denkt je in. En die gedachte over wat een personage voelt, wie hij is, wat hij doet en wil, die zit ergens onder de tekst verborgen en die moet je vorm geven. Film is genadeloos op dit gebied. Iedere gedachte die je niet hebt, is te zien. De camera focust zo direct en exclusief op je gezicht, je uitdrukking, dat je een moment van gedachteloosheid meteen ziet als een gat."
Voor Jacob Derwig (Den Haag, 1969) is acteren zeker geen intuïtieve zaak. Onder iedere regel tekst die hij uitspreekt, iedere frons of handbeweging die hij maakt, moet volgens hem een bewuste gedachte liggen. De acteur, die onder meer te zien was in Lek, Temmink, De jurk en binnenkort de hoofdrol speelt in Alex van Warmerdams nieuweling Grimm, vindt dat hij "het publiek iets moet geven om over na te denken". En dat kan alleen als eerst hijzelf nadenkt.
"Maar je moet natuurlijk niet voor het publiek gaan denken", waarschuwt hij. "De kijkers moeten wel echt iets meebeleven met het personage. Je moet ze net genoeg geven om nieuwsgierig te worden, niet teveel en niet te weinig. Er moet een geheim blijven, dat is essentieel. Rollen met maar een enkele laag zijn daarom ook niet interessant, die hebben die dubbele agenda niet."
Derwig geeft toe dat niet ieder personage zich even gemakkelijk leent voor geheimen. "Een stoere rol zoals in Lek is leuk juist omdat je zo'n crimineel heel makkelijk onberekenbaar kan maken. Jean van de Velde gaf me maar één aanwijzing: 'iedereen die jij aankijkt is de moeite niet waard om aan te kijken'. Zo krijg je een superarrogant mannetje, een maniak waarvan je nooit weet wat hij gaat doen. Arie, het personage dat ik speel in de VPRO-serie 'Bij ons in de Jordaan' is wat dat betreft heel anders. Bij hem moet je aan zijn ogen zien wat hij denkt, hij ligt helemaal open. En toch moet je een klein stukje van zijn karakter verhullen om de spanning erin te houden. Dat is eigenlijk moeilijker, want je kunt niet bluffen. Een geheim kun je spelen door net te doen of je er zelf één hebt. Openheid is zuiverder op de graat. En als je dan de kijker kan meeslepen, dan heb je het mooiste bereikt wat er bestaat op acteergebied. Ik heb ook liever dat mensen na een aflevering zeggen 'erg hè, voor die Johnny Jordaan' dan dat ze opmerken 'wat heb je dat goed gedaan zeg'. Maar ja, dat laatste gebeurt nu eenmaal vaker."
Goedaardige dictatuur
Ligt hij voor de zeventigste keer op het podium van de Trust dood te gaan als Hamlet, denkt hij 'goh, dit was een goeie'. De acteur die nu veel plezier beleeft aan een gelukte sterfscène was er vijftien jaar geleden nog vast van overtuigd dat "een jongen uit Dordrecht geen acteur kan worden". Een eerste bezoek aan een toneelschool bevestigde dit beeld: de artistieke types die daar de podia bevolkten hoorden daar thuis, niet Jacob Derwig. Toch was zijn liefde en bewondering voor theater en film oprecht - "toen Abel net uit was zag ik hem wel drie keer achter elkaar" - en wilde hij daar iets mee doen. Hij ging theaterwetenschap studeren in Utrecht en speelde ondertussen in het universiteitstheater.
"Eigenlijk was het een soort vooropleiding", evalueert Derwig zijn studie nu. "Ik ontwikkelde mijn smaak. Ik leerde wat ik ouderwets, saai of kul vond. Ik kwam erachter wat ik zelf wilde maken. En het toneelspelen vond plaats in een prettige luwte; alleen ouders en kennissen kwamen kijken. In Utrecht ontwikkelde ik het zelfvertrouwen om me aan te melden voor de toneelschool."
Eenmaal in Arnhem werd dat zelfvertrouwen in drie maanden tijd weer de grond ingeboord. Een strenge en veeleisende studieleider dwong hem tot de bodem te gaan. "Als autodidact wist ik wel hoe ik een scène een beetje geestig kon eindigen, hoe ik een scène kon winnen. Ik wist alleen niet hoe ik een scène kon verliezen. In die jaren in Arnhem heb ik geleerd om voorbij de arrogantie van het technische kunnen te komen. Op het toneel staan is juist durven voelen, je kwetsbaar durven opstellen."
Nog tijdens zijn opleiding, in 1990, helpt Derwig de toneelgroep 't Barre Land oprichten. Het is een gezelschap zonder regisseur, waarin alle acteurs zich met de dramaturgie bemoeien en waar de rollen op democratische wijze worden verdeeld. Niet lang daarna wordt hij door regisseur Theu Boermans gevraagd de titelrol in Shakespeares Hamlet te spelen. Derwig leeft en speelt in twee totaal verschillende werelden: het pure collectief van 't Barre Land en de goedaardige dictatuur van Boermans. Terugkijkend denkt Derwig dat zijn ervaringen bij de Trust hem hebben klaargestoomd voor de filmwereld.
"Theu is een meester, een alleenheerser die heel erg precieze opdrachten geeft", stelt hij niet zonder respect. "Dat is ook hoe een filmregisseur volgens mij moet zijn: iemand aan wie je je overlevert als acteur. Soms heb je regisseurs die vooral heel erg enthousiast zijn, maar daar kan ik niets mee. Ik ben niet een acteur die organisch kan inspelen op een paar summiere aanwijzingen. Een regisseur die niet kan verwoorden wat hij van me wil, vind ik verschrikkelijk. 'Het helpt niet, wees to the point', denk ik dan. Een regisseur moet weten waar hij uit wil komen en moet aan zijn acteurs duidelijk kunnen maken wat daarvoor nodig is. Hij moet voor ogen hebben dat een personage bijvoorbeeld trots begint en gebroken eindigt. En eigenlijk moet het zo zijn dat alleen hij zover vooruit kijkt. Natuurlijk moet ik het als acteur wel weten, maar op een bepaald moment moet ik alleen spelen wat er op dat moment toe doet zonder te denken waar het naartoe gaat. Anders ga ik de laatste scène erbij spelen."
Het is juist de overlevering aan een regisseur die Derwig aantrekt in film. "Film is een dienstbare onderneming", vindt hij. "Een hele crew staat de regisseur toe te maken wat hij wil. En het zijn allemaal specialisten die zich in principe niet met elkaars vakgebied bemoeien. Iedereen heeft zijn eigen vrachtauto en zijn eigen dagtarief. Maar als het een goede crew is en een goede set, dan voel je met z'n allen de juiste sfeer aan. En als acteur is het ook nodig dat je je lekker voelt op de set. Want na zes uur stil zitten en drie minuten opwarmen, moet je plotseling weer op hoog concentratieniveau spelen."
Zwabberende loopjes
Derwig roept vanaf het begin van zijn acteercarrière al dat hij een allround acteur wil zijn. Met rollen in het theater, film en op televisie is hij hard op weg dat ideaal te vervullen. Maar voor de hyper-zelfbewuste en perfectionistische acteur die hij is, ligt de lat toch iedere dag weer een stukje hoger dan gisteren.
"Ik zag laatst Wonderland van Michael Winterbottom en toen dacht ik 'waarom speel ik niet als zij?'. Die acteurs spelen felrealistisch, maar met een goed doordachte vormgeving, heel geloofwaardig. Je ziet dat ook in Festen. Ik ben gefascineerd door die stijl van filmen. De personages hebben enorm veel handelingen - sigaretten roken, aan haren friemelen, koffie drinken, ijsberen þ en morsen met woordjes, de dialoog zit vol uh's en hè's. Het is helemaal niet schoon, zoals ik gewend ben. De films waarin ik heb gespeeld kenden een bepaalde stilering. Als je naar Festen kijkt dan zie je geen acteurs maar echte mensen. Ze spelen met alle gêne eraf, alle kunde zetten ze overboord. In zo'n rauwe film lijkt de transformatie van acteur tot personage verder te gaan."
Die laatste opmerking moet volgens Derwig niet worden opgevat als een pleidooi voor 'method acting'. De acteur geeft in dat kader zelfs blijk van een grote afkeer van Dustin Hoffman, internationaal icoon van deze manier van totaal-acteren. "Hoffman staat voor het soort acteren dat ik verkeerd vind. Ik hou niet van dat 'in de huid kruipen van'. Ik wil oprechter zijn, dichterbij komen. Ik vind dat je je persoonlijkheid moet investeren in een personage, niet verdwijnen in een rol. Daarom vind ik De Niro veel interessanter. Bij hem blijf je de persoon De Niro door het personage heen zien."
Derwig twijfelt dan ook of hij wel zou kunnen acteren als in Festen. Zijn stijl van acteren is er meer een van distantie, waarbij de acteur niet de rol is maar er commentaar op levert. Hij illustreert dit met een analyse van Kevin Spacey's rol in American beauty. "Op een gegeven moment staat Spacey's personage in een bar. Hij zet zijn lijf scheef tegen de toog waarmee hij aangeeft dat hij dronken is. Na die schets van dronkenschap concentreert hij zich op waar de rest van die scène over gaat zonder dat er vertroebelende hikjes of zwabberende loopjes aan te pas hoeven te komen om duidelijk te maken dat hij dronken is. Hij hoeft daar geen energie meer aan te besteden."
En zo'n acteur is Jacob Derwig ook. Een beetje Brechtiaans, een beetje vervreemdend, met altijd een kier tussen Derwig de acteur en Derwig het personage. Een kier die net breed genoeg is om er een gedachte doorheen te duwen.
Edo Dijksterhuis