Januari 2001, nr 218

Nieuwe gezichten: Angelique de Bruijne

Troost

In een reeks interviews met nieuwe Nederlandse filmgezichten deze maand Angelique de Bruijne, te zien in Wilde mossels en De Zwarte Meteoor. "Ik ben niet bang om in mijn ondergoed te staan."

Angelique de Bruijne (foto: André Bakker).

In Wilde mossels trok ze zonder schroom haar rok op voor Fedja van Hûet, in De zwarte meteoor speelt ze een vrouw die het doet met half mannelijk Almelo. Maar Angelique de Bruijne (1973) kan meer dan alleen 'geile wijven' spelen. Vlak na haar afstuderen aan de toneelschool in Maastricht werd ze bij Het Nationale Toneel gehaald, waar ze al snel grote rollen neerzette als Lavinia in Shakespeares 'Titus Andronicus' en de titelrol in Frank Wedekinds 'Lulu'. Op dit moment is ze te zien in de voorstelling 'Maat voor maat', ook van Shakespeare: "Een heel kuise rol."
"Ik heb me erbij neergelegd dat ik nu eenmaal vaak gevraagd word voor het spelen van sexy vrouwen. Dat was al zo toen ik nog op de toneelschool zat; in het begin vond ik het vervelend, maar inmiddels beschouw ik het maar als een compliment - je kunt voor slechtere dingen worden gevraagd. Kennelijk heb ik een erotische uitstraling. Ik krijg vaak te horen dat ik van die slaapkamerogen heb. Daar is niks aan te doen, ik kan mijn ogen niet wegschminken. Ach, het houdt ook vast een keer weer op. Zie dat maar eens vol te houden tot je veertigste, denk ik vaak bij mezelf.
"In De Zwarte Meteoor ben ik de geile buurvrouw. Het is een leuke, herkenbare rol. In ieder dorp is er wel zo'n vrouw van wie alle mannen weten dat ze bij haar terechtkunnen. Ik heb geprobeerd haar met wat humor te spelen, zodat het niet vulgair wordt. Van tevoren heb ik aan regisseur Guido Pieters gevraagd of het een beetje netjes in beeld zou worden gebracht. Maar De Zwarte Meteoor is een familiefilm en het verhaal speelt zich af in de jaren vijftig, dus er komt niet zoveel bloot aan te pas. Het is echte jongetjes-erotiek; de vijftienjarige hoofdpersoon en zijn vrienden gluren naar de buurvrouw, dat vinden ze spannend, het draait om hun ontluikende seksualiteit. Natuurlijk moet je wel af en toe een halve borst of een halve bil laten zien, dat is de lol van de rol. Ik kan dat ook wel, ik ben niet bang om in mijn ondergoed te staan."

Zijden draadje
Angelique de Bruijne hoefde niet te auditeren voor De Zwarte Meteoor. Guido Pieters had haar gezien in het televisiedrama Dichter op de Zeedijk (een rol die De Bruijne een Gouden Kalf-nominatie opleverde) en wilde haar meteen als de buurvrouw. "Het is fijn als een regisseur zoveel vertrouwen in je heeft, ook al hadden we nooit eerder samengewerkt. Ik vond het ook erg prettig dat Guido op de set de acteurs vrijlaat. Hij gaf wel aanwijzingen, maar ik kon zelf ook veel inbrengen. Het was sowieso een erg vrije rol, want ik heb bijna geen tekst. Ik hoefde me dus geen zorgen te maken over het leren van dialogen en kon lekker mijn eigen gang gaan. Het was voor mij eigenlijk meer vakantie dan werk.
"Ik zou graag meer film- en televisiewerk willen doen. Omdat ik na mijn opleiding meteen in het diepe ben gegooid en in korte tijd veel toneelervaring heb opgedaan, heb ik daarin al heel veel kunnen leren. Natuurlijk ben ik daar nog lang niet klaar mee, maar camera-acteren is weer een heel ander vak dat ik ook graag wil ontdekken. Op de toneelschool werd daar niet veel aandacht aan besteed, terwijl het erg belangrijk is. Zeker nu er steeds meer films en televisiedrama's gemaakt worden. Ik heb nu nog te weinig ervaring om er echt iets over te kunnen zeggen, maar ik kan me voorstellen dat je ook binnen het filmacteren veel verschillende stijlen kunt hanteren.
"Het grootste verschil in stijl is natuurlijk dat tussen komedie en drama. Op school was ik heel bang dat ik geen komedie kon spelen. Het is moeilijker, ongrijpbaarder. Ze zeggen wel eens: de beste komedianten zijn de grootste tragediespelers. Een grap hangt altijd aan een zijden draadje, ook al omdat humor specifieker is dan drama. Voor drama bestaat een soort algemene taal die iedereen begrijpt, maar humor is persoons- en streekgebonden. Ik kom uit Zeeland, en als ik daar een goede grap hoor, kan ik hem in Amsterdam niet navertellen. In de eerste plaats omdat ik hem eigenlijk in het Zeeuws zou moeten vertellen, maar ook omdat ik weet dat zo'n grap hier niet aanslaat.
"Mijn eerste filmrolletje was in De zeemeerman ja, dat was erg leuk! Rob Houwer had me daarvoor van school geplukt en het schijnt dat hij toen gezegd heeft: dat meisje gaat echt een carrière tegemoet als comédienne. Daar was ik erg verbaasd over. Inmiddels heb ik wel vaker gehoord dat mensen om me moeten lachen, en ik word veel gevraagd voor komische rollen, maar ik heb nog steeds het idee dat drama me makkelijker afgaat. Omdat ik precies weet wat ik daarvoor moet aanspreken. Een grap kun je eigenlijk niet spelen; als je bewust een grap wilt maken, is-ie weg. Misschien bestaan er wel acteertrucs voor, maar als het niet zuiver lijkt, als de truc niet tot echtheid wordt verheven, slaat het dood. Want het publiek heeft dat onmiddellijk door. En het publiek heeft altijd gelijk."

Offers
"Misschien ga ik uiteindelijk toch meer de komedie-kant op. Wie weet. Ik zou heel graag ooit nog eens een onewomanshow willen schrijven: cabaret, met liedjes. Zelf iets creëren. En muziektheater lijkt me erg leuk, omdat ik ook van zingen houd. Maar ik wil ook absoluut toneel willen blijven spelen. Daarmee is mijn liefde voor acteren begonnen, en ik vind het nog steeds een prachtige kunstvorm, omdat het ruimte biedt voor experimenten. Film is toch vaak in de eerste plaats een weergave van de werkelijkheid, terwijl toneel gebruikmaakt van symbolen en tekens die de werkelijkheid vervormen of abstraheren, waarmee je allerlei associaties kunt oproepen.
"In film is het moeilijker te ontsnappen aan het realisme; het wordt dan al snel op een foute manier kunst-achtig, of je moet het heel erg goed doen. De beste regisseur die er op dit moment rondloopt vind ik Lars von Trier. Hij balanceert steeds op het randje, maar je vreet het gewoon: al die bewegende camera's, het feit dat Björk in Dancer in the dark ineens een liedje gaat zingen. Von Trier weet in een simpel verhaaltje heel veel lagen te verwerken. Hij is gefascineerd door religie, door offers, door grenzeloze, zelfopofferende liefde - dat zijn thema's die mij erg aanspreken. Een verhaal dat bij een andere regisseur gemakkelijk een draak van een film zou opleveren, weet hij van sentimentaliteit te ontdoen. Ik heb gehoord dat er op de set moeilijkheden waren tussen Von Trier en Björk, maar niettemin zet zij daar toch een grandioze prestatie neer."

Direct effect
"Ik wilde altijd al acteren. Geen idee waarom; waarschijnlijk omdat het moet. Na mijn middelbare school heb ik eerst een jaar psychologie gestudeerd - ik wilde naar de toneelschool, maar als je uit Zeeland komt lijkt dat erg ver weg. Mijn schooldecaan heeft me omgepraat: 'je bent gek, met acteren kun je niks verdienen, ga jij nou maar lekker naar de universiteit'. Ik heb daar wel een paar dingen opgestoken, maar verder was het niks. Nog tijdens dat eerste jaar van mijn studie heb ik auditie gedaan in Maastricht.
"Toch zou ik het acteren best op kunnen geven. Als ik beter was geweest in exacte vakken, had ik wel geneeskunde willen studeren. Verpleegkundige lijkt me ook een geweldig vak, of een ander beroep in de zorgsector. Het mooie daarvan is dat je werk direct effect heeft. Ja, ik heb me vaak afgevraagd wat het maatschappelijk nut is van acteren. Ik heb er een tijd ook veel moeite mee gehad. 'Ik doe echt nutteloos werk', dacht ik dan. Maar dat zie ik nu gelukkig anders. Kunst is op allerlei manieren belangrijk voor mensen, al was het maar om ze even uit hun dagelijkse sores te halen, om ze aan het denken te zetten of te troosten. Kunst kan ook best helend werken."

Pauline Kleijer

Naar boven