Januari 2001, nr 218

Retrospectief Aleksander Sokoerov

Russische zwartekousenkerk

De timing lijkt slecht. Kerstmis als feest van nieuw leven staat in schril contrast met het werk van Aleksander Sokoerov. In zijn films wordt het aardse leven gezien als een ondraaglijke last, waarvan de dood ons bevrijdt. Allerzielen zou geschikter zijn geweest als startpunt van een Sokoerov-retrospectief.

Aleksander Sokoerov (foto: Pieter Vandermeer).

Laat de naam Sokoerov vallen in een filmgezelschap en er valt een ongemakkelijke stilte. Sokoerov weet hoe hij een feestje moet verstoren. Hij heeft er zijn levenswerk van gemaakt. Hij lijkt op de geheelonthouder die, als op een feestje de drank rijkelijk vloeit, de schadelijke effecten van alcohol begint uit te meten. Bij voorkeur met foto's van opgezwollen levers. Het liefst zou je hem de deur wijzen, maar op Sokoerov kun je niet kwaad worden. Hij is geen sardonicus die er lol in heeft om feestjes te verstoren, maar voelt het als zijn opdracht om ons een spiegel voor te houden. In die spiegel staan we te kijk als armzalige schepsels, die maar wat aanmodderen in het leven. Ronddolende zielen zijn we, op de vlucht voor de onverbiddelijke waarheid over het leven. Wat die waarheid is? Sokoerovs visie laat zich samenvatten in een dichtregel van de zestiende-eeuwse dichter Joseph Hall: "De dood grenst aan onze geboorte en onze wieg staat in het graf." Onverbiddelijk en compromisloos herinnert Sokoerov ons eraan dat we ooit zullen sterven. Hij ziet het als zijn taak om 'de mensen, ook mijzelf, vertrouwd te maken en te verzoenen met de sterfelijkheid en de dood'. Waarom hij die taak op zich neemt? We weten het niet. Misschien is het hem ingefluisterd, misschien geeft het zijn leven zin.

Tarkovski
Sokoerov is geen filmmaker, maar een filmpredikant, die ons inpepert dat het leven geen lolletje is, maar een opeenstapeling van verdriet en eenzaamheid, waaruit de dood ons verlost. Daarmee staat de maker in de christelijke traditie, waarin het leven wordt voorgesteld als een straf. Sokoerovs ideale mens - spiritueel, gezuiverd van aardse geneugten - bevolkt de kerken in Urk en Staphorst.
Aleksander Nikolajevitsj Sokoerov werd geboren in 1951 in Podorvikha, een klein dorpje in Siberië . Over zijn privéleven weten we opmerkelijk weinig. Interviews met hem gaan altijd over verheven zaken ("Ik hoop dat mijn films iets oproepen in de ziel van de toeschouwers"), maar nooit over zijn dagelijkse leven. Is hij getrouwd? Heeft hij kinderen? Zijn vader was een beroepsmilitair en veteraan uit de Tweede Wereldoorlog. Wat zijn moeder deed weten we niet. Evenmin of Sokoerov broers en zussen heeft. Hij studeerde na zijn middelbareschooltijd geschiedenis aan de universiteit van Gorky (nu Nizhi Novgorod). Tijdens zijn studie vond de zeventienjarige een baantje als productie-assistent bij de lokale televisie. Twee jaar later was hij opgeklommen tot producent. Op 23-jarige leeftijd studeerde hij af als historicus, maar televisie en film hadden hem inmiddels zo in de greep, dat hij zich aanmeldde op de legendarische filmacademie VGIK in Moskou. Hij kreeg er les van Tarkovski, die in Sokoerov een gelijkgestemde ziel herkende. Een conflict over zijn films ('formalisme' en 'een anti-Sovjet houding') leidde ertoe dat Sokoerov in 1979, kort voor het examenjaar, de academie verliet.
Dankzij Tarkovski stond dit een benoeming tot staflid van de Lenfilm Studio in 1980 niet in de weg. In een van zijn laatste interviews kort voor zijn dood in 1986 nam Tarkovski het nog eens op voor Sokoerov: "In Leningrad woont een jonge filmmaker, een filmgenie. Zijn naam is Aleksander Sokoerov." In het Westen, maar ook in Rusland, had toen nog niemand een film van Soekorov gezien, want zijn werk lag achter slot en grendel. In 1987 ging de deur open en kwam een stuwmeer aan verborgen titels te voorschijn, waaronder de documentaire serie Elegieën en de speelfilms De eenzame stem van de mens (Odinokij golos cheloveka), Dagen van duisternis (Dni zatmeniya) en Pijnlijke onverschilligheid (Skorbnoye beschuvstviye).

Modder
In Nederland was in 1989 met Dagen van duisternis voor het eerst een film van Sokoerov te zien. Ik was verpletterd: hier was een filmmaker aan het werk waarbij vorm en inhoud perfect op elkaar aansloten. Sokoerov creëerde een nieuwe filmtaal, niet als een nieuwe zak voor oude wijn, want ook de wijn was nieuw.
Bioscoopbezoek is wel vaker vergeleken met kerkbezoek, maar de vergelijking lijkt te zijn uitgevonden voor Sokoerov. Meer nog dan Tarkovski's werk creëren de films van Sokoerov een meditatieve sfeer. Met lang aangehouden camerastandpunten, vervormende lenzen en grauwgetinte beelden geven ze een grimmig beeld van het menselijk bestaan. In Sokoerovs films dolen de personages zonder psychisch of moreel houvast door het leven. Ze zijn geketend, maar missen het inzicht om te weten waaraan, zodat er ook geen verlossing kan zijn. Het maakt deze films somberder en neerslachtiger dan die van Tarkovski, want daarin streven de personages naar spirituele verlossing. In Sokoerovs films kijken we naar apathische personages, die uitgedoofd het leven ondergaan.
Het is Sokoerovs diagnose van de moderne mens: de band met het spirituele is doorgesneden, zodat we voor eeuwig zijn gedoemd om als insecten in de modder rond te kruipen. Dat het in zijn films vrijwel altijd over de dood gaat, komt omdat in de moderne omgang met de dood de afwezigheid van het spirituele zich het pijnlijkst manifesteert. Is voor gelovigen de dood slechts de grens tussen het aardse en het hemelse leven, niet-gelovigen kunnen de dood slechts ervaren als een onbegrijpelijke gebeurtenis. Omdat wij, ongelovigen, de dood van zijn spirituele dimensie hebben beroofd, is impliciet ook ons leven zinloos geworden.
Moeder en zoon (Mat i syn, 1997), waarin een zoon zijn moeder bijstaat tijdens haar laatste levensdag, bevat een scène waarin de zoon zijn moeder ervan probeert te overtuigen dat ze verder moet leven. "Waarvoor?" vraagt ze hem. "Waarvoor?" repliceert hij, "ik weet het niet, voor zover ik kan overzien leven de meeste mensen zonder speciale reden." Het is de kern van Sokoerovs visie: ons leven is waardeloos geworden omdat we God zijn vergeten.

Jeltsin
Sokoerov bestaat uit twee filmmakers: er is de documentairemaker en de speelfilmmaker. Beiden zijn ongelooflijk actief, wat in twintig jaar elf speelfilms en bijna dertig documentaires en semi-documentaires heeft opgeleverd. De streng-christelijke, grimmige Sokoerov houdt zich vooral met speelfilms bezig, in de documentaires - die mij liever zijn - treffen we Sokoerov aan als een Russische filmmaker, die geïnteresseerd is in de rampzalige loop van de Russische geschiedenis. De kern van zijn documentaire werk bestaat uit vijf elegieën, treurdichten, waarin hij met een mengeling van historische feiten en commentaar zijn visie op de desastreuze Russische geschiedenis geeft. De eerste elegie (Elegy, 1984) zette de toon voor de volgende vier. De film schetst een portret van de naar het Westen geëmigreerde zanger Fjodor Sjaljapin. Sokoerov voert hem op als slachtoffer van het communistische regime, dat hem het land uitdreef. De film werd verboden. Twee jaar later, toen glasnost en perestrojka hun eigen dynamiek kregen, werd het verbod opgeheven.
Ook bij Moscow elegy, een hommage aan Tarkovski, ondervond Sokoerov veel tegenstand. De productie werd in 1986 stilgelegd, waarna de film in 1987 werd afgemaakt. Interessant is dat Sokoerov in 1989 Boris Jeltsin als onderwerp koos voor Soviet elegy, zijn derde treurdicht. Dat Sokoerov Jeltsin vond passen bij Sjaljapin en Tarkovski illustreert de hooggespannen verwachtingen die de maker had van de Russische leider. De film toont hem als een tragische held, een 'goede tsaar', die Rusland van de ondergang wil redden. Een jaar later portretteerde hij in Simple elegy Vitautis Landsbergis, de eerste president van het onafhankelijke Litouwen. Dat Litouwen een president had die geen carrièrepoliticus was maar een leven als historicus achter de rug had, sprak Sokoerov uiteraard zeer aan. "Misschien zou in elke staat zo'n cultureel gevormd persoon aan het hoofd moeten staan", merkte hij op in een toelichting op de film, om er weinig overtuigend aan toe te voegen dat hij met de film 'geen politieke intenties had, maar alleen artistieke'. Kennelijk was Sokoerovs bewondering voor Jeltsin in 1990 al omgeslagen in teleurstelling. Twee jaar later maakte hij in zijn laatste elegie, Elegy from Russia, duidelijk dat zijn hoop op een betere Russische toekomst definitief was vervlogen. De aangrijpende film schetst een beeld van het hedendaagse Rusland, dat met in de goot slapende zwervers en in eenzaamheid stervende oude mensen meer aan Gorki's romans uit het begin van deze eeuw doet denken dan aan een modern land.

Confession: Sokoerovs moedertje Rusland is uitgeput.

Kapitein
Elegy from Russia is een sleutelfilm in Sokoerovs oeuvre, omdat de maker zich na deze film nooit meer rechtstreeks heeft ingelaten met de Russische politiek. De kans dat hij ooit een portret zal maken over Poetin is nihil, omdat hij zwaar teleurgesteld is geraakt in de politiek. Sokoerov verwacht niets meer van de Russische politici en richt zich de laatste jaren vooral op Ruslands culturele verleden. Zo maakte hij een korte documentaire over de onthulling van een monument ter ere van Dostojevski en bracht hij een hommage aan de in de jaren dertig bij Stalin in ongenade geraakte filmmaker Grigori Kozintsjev. Ook week hij uit naar Japan om daar drie documentaires te maken.
De klemtoon op het Russische culturele erfgoed die Sokoerov in zijn films legt, heeft een politieke kant. Het lijkt erop dat hij steeds meer opschuift in slavofiele richting. Rusland moet zich niet richten naar het Westen, maar de slavische traditie hoog houden. Niet voor niets bracht hij vorig jaar met The knot een hommage aan Solzjenitsin, de auteur die niet moe wordt te beklemtonen dat Rusland zich moet afkeren van het Westen en terugkeren naar zijn spirituele wortels.
Hoe Sokoerov tegen Rusland ageert, wordt duidelijk in Confession (Povinnost, 1998). In deze vijfdelige semi-documentaire - samen 260 minuten - over het leven op een marineschip, bespiegelt Sokoerov in een lange monologue intérieur het leven aan boord. Dat hij zich verplaatst in het leven van de kapitein en niet van de matrozen, is geen toeval. Het schip is een metafoor voor Rusland en de kapitein voor Russisch leiderschap. Wat Rusland volgens Sokoerov mist, is een krachtige, cultureel onderlegde leider als de kapitein, die Tsjechov leest en nadenkt over zijn relatie met de matrozen. "Wat nodig is, zijn geen hervormingen, maar nadenken en doordenken", zegt de kapitein over de staat waarin de marine verkeert. Waarna hij eraan toevoegt dat "misschien onze hele leven opnieuw overdacht moet worden". De kans dat dat gebeurt, acht hij nihil, want 'mensen willen niet veranderen, omdat zij het niet kunnen of niet willen'. De kapitein rest niets anders dan zich terug te trekken in zijn culturele toren: "Ik moet blijven praten met mijn ziel, de vragen van mijn ziel moeten beantwoord worden. Ik moet blijven denken en denken. Ik moet dikke boeken lezen die zijn geschreven door oude mensen."
Het is Sokoerovs tragiek in een notendop. Hij moet zich voelen als een predikant die een mooie preek houdt, maar ondertussen de kerk ziet leeglopen.

Jos van der Burg

Dagen van duisternis - De cinema van Aleksander Sokoerov, van 28 december tot en met 10 januari in het Filmmuseum in Amsterdam. Inl. 020-5891400.
Een klein deel van het programma is ook te zien in Cinemariënburg in Nijmegen en Theater de Lieve Vrouw in Amersfoort.

Naar boven