Analyze this - februari 2001, nr 219

Gatver, alweer fazant

Filmhistoricus Hans Schoots legt maandelijks de filmkritiek op de sofa.

Er gaapt een kloof zo diep als de Grand Canyon tussen het doorsnee bioscooppubliek en de meeste filmcritici. Dat wordt weer eens duidelijk bij vergelijking van de voorlopige bioscoopcijfers over 2000 met de jaarlijstjes van de filmrecensenten in ondermeer de Filmkrant, Skrien, de Volkskrant, Trouw en bladen als Schokkend Nieuws (horror en sf). Zelfs de toch hoger opgeleide lezers van de Volkskrant verschillen van mening met de recensenten van hun dagblad, blijkens de lezers-tophonderd en de daarnaast afgedrukte lijstjes van de critici in de Volkskrant van 18 januari.
Vergelijk bijvoorbeeld de tien favorieten van de oude gladiator Peter van Bueren (links) met de plaats die deze innemen in de tophonderd van zijn lezers (rechts).
1
Audition 39; 2 The hole 99; 3 Lies - niet in tophonderd; 4 Dancer in the dark 3; 5 Moloch - niet in tophonderd; 6 Killer - niet in tophonderd; 7 Not one less 56; 8 Suzhou river 54; 9 Mundo grúa - niet in tophonderd; 10 Boys don't Cry 17.
Van Bueren is bepaald niet de enige recensent die ook het 'betere' publiek aanzienlijk in radicaliteit overtreft. Het interessantste blijft intussen de afstand tussen critici en het gróte publiek.
Peter van Bueren schreef over de oogst van 2000 in de Volkskrant (28 december): 'Echt veel bijzonders was er ook niet in die stroom Amerikaanse films, op American beauty en Magnolia na. In de lijst van meest bezochte films haalt daarvan alleen American beauty de toptien. Aan de kop staan films als The sixth sense, Mission: Impossible 2 en Gladiator: vakwerk, maar niet uitzonderlijk.' Het is maar hoe je het bekijkt. De eigenzinnige horrorrecensenten van Schokkend Nieuws vinden The sixth sense vernieuwend en plaatsen hem op nummer één. En Gladiator? Een traditioneel verhalende film, maar wel van Shakespeareaanse allure, waarin vrijwel alles meer dan goed gedaan is. Wanneer dat 'niet uitzonderlijk' is, staat het er prima voor met de artistieke kwaliteit van de mainstream cinema.
Jos van der Burg had ongelijk toen hij in zijn oudejaarslijstje in de Filmkrant beweerde dat het in Hollywood 'stompzinnigheid' troef is, 'verkocht onder het slappe etiket 'vermaak'.' En zijn poging tot verklaring van de 'uitzonderingen' is niet overtuigend: 'Sam Mendes (American beauty), Spike Jonze (Being John Malkovich) en Paul Thomas Anderson (Magnolia) bewezen dat Hollywood en debiliteit niet altijd samengaan. Hollywood schrok zo van de uitbarsting van talent, dat meteen de deur op slot ging.' Alsof Mendes, Jonze en Anderson geen films meer mogen maken!
De mainstream mág eenvoudig niet deugen. Maar de artfilms die bij de meeste critici bovenaan staan, zijn niet per se beter, ze zijn vooral anders. Anders is mooi, zolang het anders-zijn geen zaligmakend kwaliteitscriterium wordt. Kwaliteit en schoonheid kunnen ook steunen op formules en genreconventies. Zouden critici teveel films zien en daardoor bijna alles te gewoon vinden? Blind worden voor wat anderen zien? Het doet mij denken aan de kinderen van een goede bekende - tja, een jager - waar ik eens te eten was uitgenodigd. Toen de vrouw des huizes trots met het hoofdgerecht binnenkwam, riep het beslist niet-vegetarische kroost in koor: "Gatver, alwéér fazant!"

Hans Schoots

Naar boven