Februari 2001, nr 219

Drôle de Félix

Aangenaam zwalken

Om hun understatement zijn Fransen nooit beroemd geworden, maar wie de recente Franse film een beetje volgt, weet hoe onterecht dat is. Aan de lopende band verschijnen daar drama's en komedies die een achteloos soort emotionaliteit tentoonspreiden, een aangenaam rafelige structuur kennen en weigeren dramatische hoogtepunten vet uit te spelen. Drôle de Félix is daarvan een prachtig voorbeeld.

Vliegeren.

De hoofdpersoon van Drôle de Félix is seropositief, half Marokkaan, homoseksueel en zojuist werkloos geworden. Félix grijpt zijn nieuwverworven vrije tijd aan om naar Marseille te liften om de vader op te zoeken die hij nooit heeft gekend. Je kunt je voorstellen hoe zoveel problematiek met elke andere film gillend op de loop zou gaan. Maar het regisseurs/scenaristentandem Olivier Ducastel en Jacques Martineau trapt vol op de rem, stapt af en loopt rustig de andere kant op.
Heel af en toe zijn Ducastel & Martineau daar iets te fanatiek in. Zo komt een scène waarin een gesprek ontstaat tussen Félix en twee andere hiv-plussers over de hoeveelheid pillen die ze nemen, in zijn opgewektheid en drift vooroordelen te ontkrachten wat te bedacht over. Maar valse noot of niet, het maakt in elk geval duidelijk waar de filmers heen willen. Ze doen een lovenswaardige poging Félix' moeilijkheden - terecht - te reduceren tot slechts een paar details van zijn identiteit, en louter te zien als een vertrekpunt voor de rest van het verhaal.

Aardige onbekenden
Wat volgt is een reis met de aangename rommeligheid van een rugzakvakantie. Félix ontmoet uiteenlopende types: een puber die zich tot hem aangetrokken voelt maar met wie hij niet naar bed gaat, een oude dame op zoek naar gezelschap, een jongedame met kinderen van verschillende vaders. Elke ontmoeting haalt Félix' zelfverklaarde einddoel van zijn reis steeds verder onderuit. Daarmee begint ook de film zelf meer en meer te zwalken.
Maar dat is een compliment, want Ducastel & Martineaus geflodder is een toonbeeld van ingehouden realisme. En onder het voortdurend van-de-paden-af-gaan zit wel degelijk een dwingende structuur verborgen. De filmers brengen een uitgekiende balans van verschillende mogelijkheden. Tegenover Félix' zelfverkozen eenzaamheid (subtiel verbeeld door hem in zijn eentje te laten zingen) staat zijn voortdurende neiging contact te zoeken. Tegenover zijn openheid staat een geestige scène waarin hij volledig uit zijn slof schiet wanneer een jochie meent dat je je halfbroers' vader ook gewoon vader mag noemen. En wanneer Félix getuige is van een racistische wandaad is hij daadkrachtig genoeg om naar de politie te gaan, maar uiteindelijk te laf om daadwerkelijk aangifte te doen.
Zo rijst een beeld op van leven en persoonlijkheid als de optelsom van slordigheden, inhibities en de incidentele goede keus. Als een chaos kortom waarover je maar in zeer beperkte mate controle hebt. Een oudbakken constatering misschien, maar Ducastel & Martineau nemen het een stapje verder, en maken met Félix' ontmoetingen met vriendelijke vreemdelingen duidelijk hoezeer intermenselijkheid de chaos meer dan de moeite waard maakt. Zelden zo charmant verfilmd gezien hoe je bestaat bij de gratie van anderen - wat extra kracht bij wordt gezet door dagdromerige 'point of view'-shots van Félix af te wisselen met steelse blikken op de hoofdpersoon.
De fraaiste prestatie blijkt echter ná het eind. Wanneer Félix onder de eindtitels samen met zijn geliefde uit beeld verdwijnt, herinner je je ineens dat Félix op zijn reis met een andere jongen naar bed is geweest. Zouden ze hierover nog ruzie krijgen, vraag je je af. Ach, ze komen er samen wel uit, denk je meteen. Filmpersonages die hun bedenkers niet meer nodig hebben om hun leven te leiden - het geeft je het gevoel dat je niet zozeer naar een film bent geweest, maar met een aantal aardige onbekenden hebt gebabbeld. En al werd je niet per se veel wijzer van hem, het was een genoegen om met Félix kennis te maken.

Chris Buur

Drôle de Félix
Frankrijk, 2000
Productie: Christian Paumier
Regie en scenario: Olivier Ducastel en Jacques Martineau
Camera: Matthieu Poirot-Delpech
Montage: Sabine Mamou
Art direction: Louis Soubrier
Kostuums: Juliette Chanaud
Met: Sami Bouajila, Patachou, Ariane Ascaride, Pierre-Loup Rajot, Charly Sergue
Kleur, 95 minuten
Distributie: Cinemien
Te zien: vanaf 8 februari


Olivier Ducastel

De groene heuvels

Olivier Ducastel regisseerde Drôle de Félix samen met Jacques Martineau: "We hebben de zonnigheid bewust gezocht."

Olivier Ducastel (foto: André Bakker).

Olivier Ducastel en Jacques Martineau maakten samen eerder Jeanne et le garcon formidable, een muzikaal melodrama over de promiscue Jeanne (gespeeld door Virginie Ledoyen, bekend van Une fille seule en The beach) die verliefd raakt op ex-heroïneverslaafde Olivier (gespeeld door Mathieu Demy, een zoon van de legendarische Jacques Demy) die lijdt aan aids. Dat debuut bereikte Nederland niet, ondanks de aanwezigheid van de talentvolle Ledoyen en de populariteit van het gezongen Franse drama. De tweede film van het duo, Drôle de Félix, goed voor een Teddy-Award op het filmfestival in Berlijn, bereikt ons land nu wel.
Drôle de Félix is een Franse road movie over de jonge Frans-Noord-Afrikaanse, homoseksuele, seropositieve doch zeer zonnige Félix (Sami Bouajila) die zijn ontslag aangrijpt om van Dieppe naar Marseilles af te reizen op zoek naar een vader die hem en zijn moeder twintig jaar terug heeft verlaten. Die vader vindt hij niet, maar, zoals dat gaat in een road movie, hij ontmoet wel verschillende andere lieden die hem ieder iets duidelijk maken over zijn zoektocht en identiteit. Ducastel en Martineau maken een alternatieve familie van deze voorbijgangers. Iedere nieuwe ontmoeting wordt ingeleid met bordjes die hun denkbeeldige relatie tot Félix in familietermen schetsen: mijn grootmoeder, mijn neef, mijn broertje. Biologische relaties zijn helemaal niet noodzakelijk, lijken de makers te willen zeggen, je creëert in het leven gewoon je eigen familie.
Regisseur Olivier Ducastel was gedurende het Cinepremières-festival afgelopen november even in Amsterdam, om zijn film te presenteren aan pers en publiek. Zonder regie- en levenspartner Jacques Martineau deze keer, tot zijn verdriet. Martineau moest in Parijs blijven wegens verplichtingen aan de universiteit waar hij doceert. "Eigenlijk doen we alles samen", vertelt Ducastel, "we leven en werken samen. Bij de film is Jacques meer de schrijver en ik meer de organisator en de regisseur, maar ook dan spreken we alle facetten samen door. Bij Drôle de Félix kwam ik met het idee, en heeft Jacques vervolgens het script geschreven. Daarna ben ik weer op zoek gegaan naar locaties en keerde terug met foto's en suggesties voor scriptveranderingen. Op de set is hij misschien meer observator, maar ik kan naar hem toegaan met vragen en hij komt naar mij toe met suggesties. Het is een zeer dynamische samenwerking."

Imaginair
Het idee voor Drôle de Félix is "licht autobiografisch". Ook Ducastel heeft zijn vader slechts één keer gezien toen hij een jaar of zeven was. Rond zijn 25e raakte hij geobsedeerd door dat gemis, maar in plaats van werkelijk te gaan zoeken besloot hij dat het beter was een film te maken rond dat thema. Een imaginaire zoektocht was waarschijnlijk verhelderender en minder gecompliceerd dan een reële.
"Ik ben met mijn idee naar Jacques gestapt, die niet meteen enthousiast reageerde. Ook hij is vaderloos opgegroeid. Hij verloor zijn vader toen hij acht was, maar heeft een ingewikkelde relatie tot die gebeurtenis. Zo heeft hij maar weinig herinneringen aan de tijd voor zijn vaders dood. Na wat tegenstribbelen kwam hij terug met een script over een man die op zoek gaat naar zijn vader maar hem niet vindt. Dat vond ik prima. Ook voor mij hoefde de uiteindelijk confrontatie niet plaats te vinden. Het ging me meer om de reis dan om de ontmoeting. Wat zou er in zo'n ontmoeting ook moeten gebeuren? Het was een mooier idee dat hij aan het einde van de reis zijn vriendje treft. Dat is belangrijker."
Voor een Franse film over een werkeloze, donkere, homoseksuele, seropositieve man is Drôle de Félix opmerkelijk opgewekt. De Franse heuvels zijn groen, de zon schijnt, en afgezien van een gewelddadig incident aan het begin van de reis ontmoet Félix veel vriendelijke mensen. Ook Félix zelf doet niet moeilijk. Zonder morren slikt hij zijn dagelijkse dosis pillen. Was het de bedoeling om na alle donkere films van de laatste jaren nu weer eens een positiever beeld van Frankrijk te laten zien?
Ducastel: "Die zonnigheid hebben we bewust gezocht omdat de man seropositief is. Dat heeft te maken met onze vorige film die ook ging over aids en die nog de tragische afloop kende die tien jaar terug met die ziekte in verband werd gebracht. Eigenlijk was die afloop al gedateerd toen de film uitkwam. We ontmoeten bij de presentatie van die film ook veel seropositieve mensen die klaagden over het feit dat hun leven nog steeds zo negatief werd afgebeeld terwijl er dankzij de tri-therapieën al zoveel meer mogelijk was.
"De pillen maken Félix optimistisch. Daarom was het belangrijk dat we in de lente filmden en landschap en personage mooi harmonieerden. Dat laatste wilden we trouwens ook omdat Félix van Noord-Afrikaanse afkomst is. Het feit dat hij ondanks zijn donkere uiterlijk daar toch wandelt als God in Frankrijk. Ik wil niet zeggen dat iedereen in Frankrijk racist is, maar we hebben bij de presentatie van de film de meeste discussies gehad over de manier waarop het racisme in de film geportretteerd wordt. Mensen vinden het te demonstratief, te dramatisch."

Schaamte
Hoewel de inzet een zonnig en optimistische film was, plaatsten de regisseurs het meest gewelddadige incident aan het begin van de reis. Félix is er getuige van hoe in Rouen een man wordt vermoord. Hij wil aangifte doen bij de politie, maar gaat er op de drempel van het politiebureau toch vandoor. Het is een incident dat zijn schaduw vooruit werpt, al volgen er niet nog meer geweldsincidenten.
"We wilden niet al te dramatisch doen, maar het beviel ons als je enige angst voelde over het personage. Het is een indicatie dat het niet alleen vrijheid, blijheid is, dat hij ook voorzichtig moet zijn." Dat Félix vervolgens geen aangifte doet wordt verderop in de film uitgelegd; hij schaamt zich. Ducastel: "Dat laatste is een toevoeging van de acteur, Sami Bouajila. Hij wilde niet dat Félix gewoon maar een lafaard was en vond dat zijn daad moest worden verklaard. De schaamte van Félix tegenover de politie is vergelijkbaar met de schaamte van een verkrachtingslachtoffer. Je misplaatst medeplichtig voelen omdat je behoort tot de uitgestoten groep."
Drôle de Félix is in Frankrijk zowel door de homopers als elders ambivalent ontvangen. Een van de twee grote Franse homobladen hekelde de film: te politiek correct, te demonstratief; het andere magazine was razend enthousiast. In het algemeen was men ook in de filmpers het meest enthousiast over de dragende rol van Sami Bouajila, de omgang met de politieke thema's riep meer aversie op. Gaan de filmmakers toch door op deze geëngageerde route? "Onze volgende film wordt heel anders", vertelt Ducastel. "Het script is al af. Het is een fantasiefilm met zang en dans: over een groep van elf sprookjespersonages die de buitenwereld intrekken. Minder realistisch en zonder al te controversiële thema's. Maar zomers blijft het."

Jann Ruyters

Naar boven