Februari 2001, nr 219

Er was eens...: de filmladder

Vroeger gingen bioscoopmonopolisten nog tamelijk netjes om met hun almacht. Tegenwoordig adverteert Pathé Cinemas geeneens meer in de filmladder.

Er was eens een programmeur van Meerburg Theaters, die Olaf Douwes Dekker heette. In die tijd waren er in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag drie bioscoopconcerns, die elkaar ongeveer in evenwicht hielden: Meerburg Theaters, City en Tuschinski. De distributeurs konden shoppen: de ene keer boden ze een grote titel aan bij de één, dan bij de ander, en soms bij allebei of bij Meerburg. Maar op een dag hadden Piet Meerburg en Fred Denker, de directeur van City, besloten hun programmeringsactiviteiten te bundelen. Olaf Douwes Dekker kreeg tweederde van de speelkaarten in handen en werd over die opzienbarende ontwikkeling geïnterviewd door het Parool. Hij liet zich in dat interview ontvallen dat hij nu de machtigste man van bioscoopland was. Iedereen viel over hem heen en korte tijd later verdween hij van het toneel en sindsdien is weinig meer van hem vernomen.
Weer een paar jaar later fuseerden City, Tuschinski en Meerburg tot een concern, dat daarna drie keer van naam veranderde. Er was weer veel zorg in bioscoopland over de nieuwe monopolist, die achtereenvolgens in Britse (Rank), Israëlische (Cannon) en Italiaanse (MGM-Parretti) handen kwam. Maar eigenlijk gingen hun zetbazen, net als tot voor kort de Franse eigenaren van Pathé, tamelijk netjes om met hun almacht, een enkel incidentje daargelaten. Ze betaalden contributie aan de NFC, namen van iedereen wel eens een film af en zetten hun programmering elke week in de bioscoopladder.
Nu laat de Deense Pathé-directeur Lauge Nielsen zich door de Volkskrant interviewen en zegt dat hij zijn advertentiebudget liever niet meer besteedt aan mensen die toch al van plan waren om naar de bioscoop te gaan. Pathé trok zich terug uit de bioscoopladder, eerst in de Telegraaf, en sinds januari van dit jaar ook in de PCM-kranten. Wie naar de bioscoop gaat om een bepaalde film te bekijken, moet zijn informatie maar van het internet halen, want adverteren doet Pathé het liefst op plekken waar niet-bioscoopbezoekers komen (damesbladen, sportpagina's). Geen wonder dat het bioscoopvandalisme toeneemt, want Pathé verstaat onder zijn servicegerichte beleid vooral het aantrekken van een publiek dat niet van film houdt, maar gewoon eens lekker de bloemetjes buiten wil zetten.
Een ander gevolg van het vandalistische beleid van Pathé is nog eenvoudiger uit te drukken in de enige taal die de broertjes Seydoux, de eigenaren van de onlangs gefuseerde concerns Pathé en Gaumont, lijken te verstaan: cijfers. O Brother where art Thou? haalde in de eerste weken van januari in The Movies (wel in de ladder) een hogere recette dan aan het Leidseplein, in Pathé Calypso (geen megaplex, wel een bioscoop waar volgens de Nielsen-doctrine publiek op goed geluk binnenloopt). En de totale recette in Nederland liep in de eerste twee weken van het nieuwe jaar terug met dertig procent ten opzichte van dezelfde periode in 2000. Dat is een net iets hoger percentage dan de totale winst die het vorige jaar werd geboekt ten opzichte van 1999.
De brancheorganisatie NFC staat er net zo machteloos bij toe te kijken, als toen de Ajax-film door Feyenoord-supporters, de nieuwe doelgroep van Pathé, per telefoon en internet de Rotterdamse zalen uit geterroriseerd werd. Van het geld dat de Fransen nu in hun zak houden door de ladder te boycotten, kunnen net een paar nieuwe veiligheidsbeambten worden aangetrokken. Olaf, where art thou?

Hans Beerekamp

Naar boven