Februari 2001, nr 219
No more heroes
Klaar voor de cinema
No more heroes is de opvolger van het voor een beperkt budget geproduceerde Route 2000 (De Poolse bruid, De trip van Teetje). Op het Filmfestival Rotterdam gaan Met grote blijdschap (Lodewijk Crijns), AmnesiA (Martin Koolhoven), Îles flottantes (Nanouk Leopold) en Drift (Michiel van Jaarsveld) in première. Later dit jaar volgt nog Monte Carlo (Norbert ter Hall). Ze werden ge(co)produceerd door Jeroen Beker en Frans van Gestel van Motel Films: "Dit soort projecten is essentieel voor een gezonde Nederlandse filmindustrie."
Jeroen Beker en Frans van Gestel (foto: André Bakker).
Vijf jaar geleden richtten ze Motel Films op, een filmproductiemaatschappij die bekend werd door het samen met de VPRO en het Nederlands Fonds voor de Film geïnitieerde speelfilmproject Route 2000, dat toen beginnende speelfilmmakers als Karim Traïdia (De Poolse bruid) en Paula van der Oest (De trip van Teetje) de kans gaf voor een beperkt budget een eerste of tweede speelfilm te realiseren. Afgelopen jaar produceerden Jeroen Beker en Frans van Gestel Jacky, een gestileerde film over een jonge Chinees die als railtender tussen Schiphol en Den Bosch heen en weer reist. Net als De Poolse bruid wist Jacky door te dringen tot een van de bijprogramma's van het Filmfestival Cannes. Een gesprek over de opvolger van Route 2000: No more heroes.
Waarom een vervolg?
Jeroen Beker: "Route 2000 was al geslaagd voordat er nog maar een film in de bioscopen te zien was geweest. Door vier films van nieuwe filmmakers in een reeks te bundelen, was er veel aandacht voor het project. Men had het gevoel dat er iets nieuws aan de hand was, wat ook zo was. Simon Field, de directeur van het Filmfestival Rotterdam, sprak in het acht uur journaal zelfs van 'a Dutch renaissance'."
Frans van Gestel: "Dit soort projecten is essentieel voor een gezonde Nederlandse filmindustrie. Je moet voortdurend op zoek zijn naar jonge regisseur die met flair en durf eigenzinnige verhalen vertellen. En ook nu zijn we erin geslaagd om te bewijzen dat er in Nederland filmmakers rondlopen die klaar zijn voor de cinema. Waarom denk je dat het in Spanje of in Denemarken zo goed gaat met de film? Omdat filmmakers een kans krijgen om films te maken. En je vindt nu eenmaal sneller getalenteerde regisseurs als je ze een kans geeft iets te laten zien. Bovendien heeft zo'n project ook een stimulerende werking. Kijk maar hoeveel van de ingediende plannen die niet binnen Route 2000 zijn gerealiseerd, uiteindelijk toch in de bioscoop zijn terechtgekomen, zoals Jezus is een Palestijn van Lodewijk Crijns."
Is die stimuleringsfunctie inmiddels niet overgenomen door de gunstige belastingmaatregelen, het Maurits Binger Film Instituut en de intendant van het Nederlands Fonds voor de Film?
Beker: "Vooralsnog hebben Binger en de intendant nog niets opgeleverd, terwijl er hier alweer vijf films liggen. Dat zegt genoeg, lijkt mij."
Van Gestel: "Het voordeel van een project als No more heroes is dat je precies weet waar je aan toe bent. Je hebt 1,2 miljoen en 23 draaidagen. Daar moet je het mee doen. Dat betekent dat je jezelf bepaalde beperkingen moet opleggen. Je kunt bijvoorbeeld niet met teveel acteurs en locaties werken. Maar je weet ook zeker dat er geld is en wanneer je gaat draaien. Hoeveel privaat gefinancierde films gaan er uiteindelijk niet door?"
Beker: "Zonder hijgende financiers in je nek heb je als producent ook drie keer zoveel tijd om je met inhoudelijke zaken bezig te houden. Daarmee creëer je een bepaalde rust die de makers ten goede komt."
In hoeverre levert een project dat destijds werd aangekondigd als een serie films over 'de onderstromen in de maatschappij' gelijksoortige, sociaal-realistische films op?
Beker: "Het is beter om je af te vragen: wat is realistisch voor een bepaald budget? De ervaring leert dat je voor dit budget niet alle soorten films kunt maken. Wil je je film er niet goedkoop uit laten zien, dan weet je dat er geen geld is voor veel art direction, kostuums of figuranten. Daarom is het ook niet het soort films dat je als regisseur, maar ook als producent eindeloos kunt blijven maken. Op een gegeven moment moet je verder."
Van Gestel: "Ik denk dat geen van de makers zich uiteindelijk erg intensief bezig heeft gehouden met die toelatingseisen. Dat is ook meer een manier om te selecteren en zo'n project in de voorbereidingsfase te sturen. Maar je moet evengoed oppassen dat je niet allemaal dezelfde soort verhalen krijgt. Als je nu naar het eindresultaat kijkt, dan zijn ze qua stijl tamelijk divers, maar zijn er wel een aantal bindende elementen te benoemen. Ze gaan allemaal over familieverhoudingen, over de manieren waarop je je verleden verwerkt en over mensen die op een of andere manier een daad moeten stellen. Het is natuurlijk wel drama. Dus er zit wel ontwikkeling in."
Beker: "Het zijn niet hele uitbundige, vrolijke films geworden."
Van Gestel: "Het zijn echte auteursfilms geworden, die dicht bij de makers staan. Maar ik vind het ook een prachtig idee dat je over vijftien jaar deze films hebt en iets te weten kunt komen over hoe filmmakers van rond de dertig anno 2001 reflecteerden op de maatschappij."
Hoe ga je dat soort films aan de man brengen in Nederland, nu de roep om grote publieksfilms aan alle kanten klinkt?
Van Gestel: "Dat probleem is zo groot als je het zelf maakt. Als je auteursfilms produceert voor een beperkt budget, dan weet je dat je ze maakt voor het artcircuit. Maar wat is daar mis mee? Als je nu kijkt wat er aan cv-films is gemaakt en voor wat voor budgetten, en je kijkt aan het einde van het jaar door hoeveel mensen die zijn bezocht, dan moeten we maar eens zien wat in termen van kosten en opbrengsten de meest succesvolle films waren. Bovendien word ik ook een beetje moe van de misvatting dat we maar Amerikaatje moeten gaan zitten spelen om mensen te bioscoop in te krijgen. Amerikaanse verhalen vertellen ze al in Amerika. Daar zijn ze goed in. Maar waar zijn we in Nederland goed in? De Antonia's, de Karakters en De Poolse bruid-en. Die films worden in binnen- en buitenland gewaardeerd als iets eigens. Waarom zou je je laten afschrikken als een 'kleine' film 'maar' 50.000 bezoekers heeft getrokken? Van dat soort denken moeten we maar eens af. Weet je wat pas een schande is? Dat een film als Lek, die nu door iedereen wordt beschouwd als de richting waar het met de Nederlandse film naartoe moet, 'maar' het dubbele aantal bezoekers heeft gehad. Wat zegt dat over wat het publiek wil?"
Dana Linssen