Maart 2001, nr 220

Er was eens...: de nasynchronisatie

Steeds meer films voor onder de zestien worden door de distribiteur als kinderfilm behandeld en van nasynchronisatie voorzien.

Er was eens een Duitse filmcriticus met een origineel argument voor nasynchronisatie en tegen ondertitels: zo zag je tenminste de voeten van de acteurs. Wijlen Richard Roud, filmhistoricus, had een interessante theorie over de verdeling van Europa in nasynchronisatie- en ondertitel-landen. Aan de ene kant bevinden zich Groot-Brittannië, de Benelux, Scandinavië, Zwitserland, Oost-Europa en de helft van Frankrijk; aan de andere kant Duitsland, Oostenrijk, Italië, Spanje en de andere helft van Frankrijk. Die lijstjes deden Roud op de een of andere manier aan de Tweede Wereldoorlog denken. Toen ik de Franse ambassadeur in Nederland (je probeert eens wat conversatie) deze Roud-theorie voorlegde, liep hij zo rood aan van woede als Louis de Funès. Het had met iets anders te maken, met grote en kleine taalgebieden. Want, bien sûr, nasynchroniseren is te duur in talen die door minder dan twintig miljoen mensen gesproken worden.
Dat wij niet de voeten, maar wel de stem van Humphrey Bogart, Marlon Brando en George Clooney kennen, danken we dus aan een eenvoudige economische wetmatigheid. De uitzondering op de regel waren tot voor kort de tekenfilms, die door kinderen zonder leesvaardigheid massaal geconsumeerd worden. Intussen leren ze van de televisie spelenderwijs Engels, en misschien zelfs een beetje Duits en Frans.
Columbia had in 1995 de Nederlandse primeur van een gewijzigde opvatting in de Hollywoodse marketingkantoren. In The indian in the cupboard, een alweer vergeten live-action film van Frank Oz over levend speelgoed, sprak moeder Lindsay Crouse ineens met de stem van Annemarie Oster. Kennelijk werd zo'n aanvullende investering lucratief gevonden. Met Indiaan in de kast lukte het nog niet helemaal, maar sindsdien wordt elke film die zich op een publiek van onder de zestien richt lekker asynchroon ingesproken in tenenkrommend Nederlands: "Ik liep een verkoudheid op, zwom jij ook gisteren?"
Denkt Buena Vista de hoge kosten van de verhollandsing van 102 Dalmatians er echt uit te halen? Publiciteitsmedewerkster Tanja Adriani: "Wij denken dat niet, wij weten het zeker. In 1997 gingen we met 101 Dalmatians uit met te weinig nagesynchroniseerde kopieën, en hebben we er schielijk bij moeten laten maken, om aan de vraag te kunnen voldoen."
Het Filmjaarboek 1997 geeft overigens andere feiten: de film ging op 20 februari uit met 85 Nederlandse en 42 Engelse prints, en daar zijn er later 22 Engelse en 1 Nederlandse bijgekomen, maar dat kan natuurlijk een vergissing zijn. Het is aannemelijk dat als je het publiek bestookt met troep waar je niet meer bij hoeft na te denken, dat het publiek dan om meer vraagt. Je moet het de mensen naar de zin maken, zeker als die mensen kinderen zijn.
Het Grote Verwennen van kinderen door ouders met te weinig tijd en veel schuldgevoel, vindt bij uitstek in de vakantie in de bioscoop plaats. Leuke film, met hondjes, en je hoeft er niks bij te lezen. Zelfs titels als Inspector Gadget vallen nu al onder het kleuterrégime. De drang tot het beschermen van de kinderziel zadelt de volwassen bioscoopganger niet alleen op met pictogrammetjes van spinnen en heroïnespuiten in de bioscoopladder (of wat daar van over is), maar ook met voeten in plaats van stemmen. Kinderen zijn graag een beetje angstig, vraag maar aan Paul van Loon of J.K. Rowling, maar die schrijven boeken, en die hoeven niet geclassificeerd te worden. Kinderen van boven de zeven lezen graag, zelfs ondertitels. Pas maar op, straks stemmen volwassen bioscoopbezoekers met de voeten.

Hans Beerekamp

Naar boven