Video & DVD - maart 2001, nr 220

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht. En films opnieuw uitgebracht op DVD.


Blue Belgium
Rob van Eyck
Met de subtitel 'The Dutroux connection' dient Blue Belgium (1999) zich aan als een portie exploitatie van het zuiverste water. Het is geen getrouwe reconstructie van de Dutroux-affaire; schrijver/regisseur Rob van Eyck wil aantonen wat er de laatste twintig jaar allemaal in België is misgegaan. Daartoe wordt een bekende complottheorie van stal gehaald: de Bende van Nijvel en kindermoordenaar Marc Dutroux moesten met het zaaien van angst en verwarring een staatsgreep voorbereiden. Maar Van Eycks futloze regie, het absurde scenario en de non-acteurs die hun Engelse teksten met een Vlaamse tongval uitkramen, maken dat de film geen seconde serieus te nemen valt en de vorm van een lachparade aanneemt. Plaatsvervangende schaamte speelt daarbij niet op: de regisseur vervangt de misbruikte kinderen door een hele trits bevallige Belgische dames in diverse stadia van ontkleding. Van Eyck opent zijn veertiende film met een geheime vergadering van de coupplegers in het Brusselse Atomium, en de dialogen zijn meteen ridicuul, mede dankzij de overdaad aan krachttermen en perverse praatjes. Wanneer de louche regelneef Victor (Marq Rawls) vervolgens een gezellige klopjacht op enkele uit een discotheek ontvoerde jongedames moet organiseren, verandert de film definitief in een komedie. Een uiterst ranzige komedie, dat zeker, maar alleen de meest verstokte cynici zullen niet in lachen uitbarsten tijdens de climax, waarin de woest schmierende Rawls het tot premier van België schopt. De inmiddels ruim zestigjarige van Eyck heeft een curieuze dijenkletser afgeleverd zoals ze niet meer worden gemaakt. Blue Belgium sluit naadloos aan op de exploitatiefilms uit de jaren zeventig en tachtig, toen Van Eyck met cultmateriaal als De aardwolf en De terugtocht ook al een fikse duit in het zakje deed, en is daarmee verplichte kost voor een toekomstige Nacht van de Wansmaak.
Mike Lebbing
Te huur op video vanaf 13 maart (Laurus Entertainment)


The hi-line
Ron Judkins
In Parijs, bioscoopparadijs der cinefielen, zou men The hi-line 'une petite sortie' noemen; een kleine film die zonder noemenswaardige publiciteit in enkele kopieën langs evenzo kleine theaters trekt. Geen grote namen voor en achter de camera, een op twee acteurs en dramaturgie steunend verhaal in Amerikaans Nergenshuizen - dit kindje werd uit liefde geboren. Het heeft een hoopvolle glimlach, hoewel er iets van verlorenheid in te lezen valt. Winter in Montana. In een klein stadje krijgt de twintigjarige Vera (Rachael Leigh Cook) bezoek van een jongeman die zegt voor een supermarktketen mensen te werven voor een nieuw te bouwen filiaal ergens in de regio. In werkelijkheid komt Sam (Ryan Alosio) in opdracht van een oude vriend aan Vera een boodschap overbrengen. De onthulling die de in een oude barrel rondrijdende, slonzig geklede Sam met zich meebrengt, doet het meisje besluiten om met hem mee te gaan, op zoek naar haar oorsprong. Onderweg over desolate vlakten zijn de gesprekken tussen de twee karig, ze lijken elkaar evenzeer te ontwijken als aan te trekken. Gedurende de hele film, waarin iedere scène een voor Amerikaanse begrippen ongewone stilte en ruimte ademt, toont scenarist/regisseur Judkins de solitaire mens in zijn zoektocht naar houvast. Vera (sterk vertolkt door Cook, die met de romantische jeugdkomedie
She's all that succes boekte) zou het oudere zusje van Marty (Natalie Portman) in Beautiful girls kunnen zijn; een meisje dat buiten de betreden paden wandelt, zoekend naar iets dat ze niet kan omschrijven. Sam is de geboren verliezer van twaalf ambachten en dertien ongelukken, maar weigert degene te zijn aan wie Vera haar maagdelijkheid verliest 'for all the wrong reasons'. Toch heeft The hi-line een happy end. Dát en de non-existente hipheid van Judkins' aanpak maken de film opmerkelijk in het onafhankelijke Amerikaanse filmlandschap.
Oliver Kerkdijk
Te huur op video, te koop op dvd (import, Xscapade, niet ondertiteld)


Human traffic
Justin Kerrigan
Hoe massaal Europese jongeren in de jaren negentig de combinatie van pillen en parties ook omarmden, films over de club- en ravescene zijn nog altijd op de vingers van één hand te tellen. Ian Kerkhof kwam in 1996 over de brug met het onderschatte
Naar de klote!, Yolande Zauberman maakte in hetzelfde jaar de Franse variant La petite Lola (voor de export misleidend Clubbed to death gedoopt), drie jaar later kregen ook de Britse ravers hun eigen film. Net als bij Kerkhofs film was de komst van Human traffic een evenement in eigen land. Regisseur Justin Kerrigan oogstte meer lof, mogelijk omdat de destijds 25-jarige debutant niet belast werd door een artistiek hoogdravend verleden. Verwijzingen naar Trainspotting bleven niet uit, maar Schotse junkies laten zich niet vergelijken met weekendravers uit Wales en het leven van Kerrigans helden draait uiteindelijk meer om de liefde dan om pillen, poeders en joints, al worden die wel massaal geconsumeerd. Prettig gespeend van moralisme schetst Human traffic een amusant beeld van een groep vrienden met een missie: het weekend moet knallen, want anders komen we die kloteweek niet door. Dat de missie slaagt is geen verrassing, dat de vermeend impotente Jip in zijn vaste stapmaatje Lulu de ware herkent ook niet. De plot is dan ook ondergeschikt aan de innemend vertolkte personages en de energieke weergave van een slopend weekend vol herkenbaar slap gelul van het komische soort. In tegenstelling tot Kerkhof probeert Kerrigan de effecten van roesmiddelen slechts in één scène visueel weer te geven, maar zijn ecstasytrip legt het ruimschoots af tegen de videoclip voor het nummer 'Setting sun' van The Chemical Brothers. Het filmpje dat een nacht uit het leven van een raver in drie denderende minuten samenbalt blijft dan ook de maat der dingen op dit gebied.
Bart van der Put
Te huur vanaf eind maart (Columbia TriStar Home Video)

Human traffic: Het weekend moet knallen.


En plein coeur
Pierre Jolivet
In een goedkoop hotel in Parijs zit de zojuist van een overval vrijgesproken Cécile (Virginie Ledoyen) in t-shirt en slipje op bed en kijkt verlangend naar de man die haar met kunst- en illegaal vliegwerk van een staatsvakantie met volpension heeft gered: maître Michel Vanèse (Gérard Lanvin). Diens echtgenote (Carole Bouquet; Parijse sjiek, maar met karakter) heeft de beeldschone jonge beklaagde in de rechtszaal gadegeslagen. Het vrouwelijk instinct blijkt even feilloos als het mannelijk gedrag voorspelbaar: in de hotelkamer gaat de gerespecteerde advocaat voor de bijl, daarmee zijn onherroepelijke neergang inluidend. Bekend verhaal? Inderdaad: dit is Georges Siménons roman 'En cas de malheur' (in 1958 verfilmd door Claude Autant-Lara, met Gabin en Bardot), in een contemporaine jas gestoken door scenariste Roselyne Bosch en geregisseerd door Pierre Jolivet. Bosch verdient een pluim voor de wijze waarop ze het aloude thema van de stormachtige relatie tussen brave bourgeois en wilde meid heeft afgestoft: Michel komt zelf uit de arbeiderswijk Pantin, waar Cécile dreigt onder te gaan, en herkent in haar niet alleen een levensvuur dat hijzelf is verloren maar ook zijn afkomst. Kleine voorvallen scheppen het kader van een metropool waarin de tegenstellingen steeds groter worden. De romantiek van Autant-Lara's adaptatie heeft in Pierre Jolivets film goeddeels plaatsgemaakt voor een sfeer van noodlot en zelfdestructie. Hoewel deze buiten Frankrijk helaas onbekende regisseur (hij maakte onder andere de angstaanjagende sf-thriller Simple mortel en het mild-satirische Ma petite entreprise) met En plein coeur (1998) geen topper afleverde, valt dit stijlvolle drama noir nog altijd positief op tussen het pretentieuze negativisme dat tegenwoordig voor belangrijke Europese cinema doorgaat. Excellent spel over de gehele linie, beheerste fotografie, een soundtrack vol koele dreiging en: Virginie Ledoyen als oogverblindend loeder met zaadvragende ogen dat iedereen - zichzelf incluis - in het verderf stort. Meer moet dat niet zijn.
Oliver Kerkdijk
Te huur en te koop op video als In all innocence (Import, Fox Pathé, Frans met Engelse ondertitels)


Tokyo raiders
Jingle Ma
De meer dan charmante
Tony Leung Chiu-wai won terecht de prijs voor beste acteur op het Filmfestival van Cannes voor zijn rol als stille minnaar in het wonderschone In the mood for love. In hetzelfde jaar speelde hij een rol die aanzienlijk obscuurder was: een James Bond-achtige detective uit Hongkong die zich uitleeft op de Japanse yakuza, met alle culturele misverstanden van dien, in de actiekomedie Tokyo raiders. Leung combineert al jaren met gemak rollen in films van Wong Kar-wai (Ashes of time, Days of being wild, Happy together, Chungking express) met die in hardere actiefilms van John Woo (Bullet in the head, Hard-boiled) én een zangcarrière die hem tot superster in Azië heeft gemaakt. Het merendeel van zijn films bereikt het Westen echter nauwelijks, en het is dankzij het driftig exporterende bedrijf Golden Harvest dat Tokyo raiders nu tot ons komt. Tokyo raiders is zeker geen mijlpaal in Leungs oeuvre, maar amusant is hij zeker wel. Regisseur Jingle Ma is tevens de cameraman van de film, en dat laatste vak beheerst hij aanzienlijk beter: Jingle Ma stond achter de camera bij de magistrale martial arts-film Fong Sai-Yuk, en in zijn eigen film verandert de camera continu modieus van scherpte, zoom en snelheid, met dank aan John Woo. Mooi is het deinende shot door het glas van een aquarium. De trucs van Tony Leung weten desalniettemin meer te imponeren: hij laat zijn tegenstanders op de straattegels vastlopen in kleverig slijm, weet tijdens een knokpartij handig de zuigslang te bedienen, en zegt keurig 'sorry' als hij twee meisjes in bikini van de rand van het zwembad kegelt. De overige vechtscènes zijn weinig enerverend, met als dieptepunt een duel in een speedboot, dat zelfs als parodie niet overeind blijft. Ook de Mallorca-house die de geluidsband teistert is waarschijnlijk als grap bedoeld; de opgefokte tonen weten de grote Tony Leung gelukkig net niet weg te blazen.
Mariska Graveland
Te huur op video en dvd vanaf 13 maart (Columbia TriStar Home Video)


Video en dvd tips

DVD
Last house on the left (Dutch Film Works, koop)
De eerste horrorfilm van Wes Craven (Scream) is een gruwelijke herverfilming van Bergmans De maagdenbron, waarin de kettingzaag twee jaar voor The Texas chainsaw massacre al slachtoffers maakt. Inclusief de klassieke trailer ('Keep repeating: it's only a movie!') en een aardig essay over de totstandkoming. (widescreen, optionele ondertitels)

The world at war box-set (Pearson, import/koop)
Deze in de jaren zeventig vervaardigde docu-serie over WOII zette de standaard en werd nog niet overtroffen. Als naslagwerk in beeld en geluid een staaltje van ongekende Britse toewijding als het om research gaat. De delen zijn los verkrijgbaar, de box heeft een bonusdocu over de totstandkoming. (Engels gesproken, niet ondertiteld)

Butterfly's tongue (Metrodome, import/koop)
Engelse titel voor de mooie kleine Spaanse film La lengua de las mariposas van José Luis Cuerda, waarin een jochie van acht school en de wereld leert kennen vlak voor de Burgeroorlog uitbreekt. Zijn meester is een wereldwijze oude baas, vertolkt door monstre sacré Fernando Fernàn Gomez, met wie het knaapje een liefde voor insecten deelt. (Spaans met Engelse ondertitels, letterbox)

Verder:
Escape from New York
Fucking Åmål
The graduate
Where the heart is

Video
Ceux qui m'aiment prendront le train (Artificial Eye, import/koop)
Toneel- en operaregisseur Patrice Chéreau voert een zwaarwegende cast op om de gebeurtenissen rond een kunstenaarsbegrafenis te tekenen. Het resultaat is Franse acteurscinema met elkaar overlappende psychogrammen in miniatuur. Met Jean-Louis Trintignant, Vincent Pérez, Charles Berling en Pascal Greggory. (Frans met Engelse ondertitels, letterbox)

Four times that night (Quante volte...quella notte, Eurotika, import/koop)
Door de hernieuwde belangstelling voor het werk van Mario Bava verschijnt nu zelfs zijn meest obscure film in Europa op video, waar de Amerikaanse fijnproevers van Image Entertainment er meteen een dvd van persten. De zedenkomedie uit 1969 volgt het stramien van Kurosawa's Rashomon, waarbij de ontmaagding van sixties chick Daniela Giordano centraal staat. Amusant buitenbeentje in het oeuvre van de horror maestro.

Made in Hong Kong (ICA, import/koop)
Fruit Chans eerste deel in zijn moeizaam tot stand gekomen lowbudget-trilogie over kleine luyden in het Hongkong van na de overdracht. Met onder andere Sam Lee. (Kantonees gesproken, Engels ondertiteld)

Touch of evil (Second Sight, import/koop)
Orson Welles' veelgezochte noir-meesterwerk uit 1958 is naar zijn oorspronkelijke wensen opnieuw gemonteerd en afgestoft en daarmee eindelijk gered van de videovergetelheid. (Engels gesproken, niet ondertiteld)

Denis Leary: No cure for cancer (Import)
Hell yes! Re-release van het ijzersterke programma waarmee de kettingrokende en stevig drinkende stand up comedian Leary (inmiddels acteur, vader en milder geworden) van leer trekt tegen alles en iedereen. Feministisch ingestelden en hen van het tere gemoed zij aangeraden een boogje om deze tape te maken. Sam Peckinpah had het geweldig gevonden. Hell yes! (Engels gesproken, niet ondertiteld)

God's favorite (Fox, import/huur)
Bob Hoskins kroop in de slangenhuid van dictator Eduardo Noriega. Bio-pic onder regie van Roger Spottiswoode, die met Under fire al eerder in Latijns-Amerika vertoefde. (Engels gesproken, niet ondertiteld)

Verder:
Une liaison pornographique
High fidelity
The limey
Stir of echoes

De niet besproken titels zijn vrijwel allen eerder gerecenseerd in de Filmkrant. Zie voor meer informatie onze zoekpagina.

Naar boven