April 2001, nr 221

Nieuwe gezichten: Carice van Houten

Ochtendnevel

In een reeks interviews met nieuwe Nederlandse filmgezichten deze maand Carice van Houten, te zien in AmnesiA, en later dit jaar in Minoes. "Soms voel ik me alsof ik een spreekbeurt moet houden op de middelbare school."

Carice van Houten en Fedja van Huêt in AmnesiA.

"Ik weet niet precies waar mijn kracht ligt. Misschien moet ik gewoon een bloemenzaak beginnen. Wie weet ben ik op mijn vijftigste wel iets heel anders dan actrice. Maar ik hoop het niet. Ik wil dit eigenlijk wel blijven doen. Om herinnerd te worden. Een anekdote worden in het geheugen van iemand anders, dat wil iedereen toch? En dat hoeft niet eens een fantastisch verhaal te zijn."
Toegegeven, haar onzekerheid wordt in niet geringe mate versterkt door een overvol werkschema. AmnesiA, waar ze een belangrijke rol in speelt, is amper in première gegaan of Carice van Houten (Leiderdorp, 1976) is alweer volledig ondergedompeld in nieuwe projecten. Vijf dagen per week staat ze op het Groningse podium van het Noord Nederlands Toneel om 'Mijn Elektra' in te studeren, de andere twee dagen draait ze in Amsterdam scènes voor de film Minoes. Een musical van Annie M.G. Schmidt staat op het programma voor over twee maanden. En dat terwijl ze het afgelopen jaar al nauwelijks een rustpunt heeft gekend.
Maar de twijfel zit dieper dan het slaapgebrek. De actrice komt er tijdens het interview steeds op terug; het is een dominant gevoel waarvan ze de oorzaak niet helemaal kan ontsluieren. Aan haar prestaties zal het niet liggen. Van Houten kan bogen op een weergaloos curriculum: sinds 1997 werkte ze mee aan drie telefilms, twee single plays, twee tv-series, een speelfilm en een viertal theaterproducties. Ook aan erkenning geen gebrek. In haar korte loopbaan zette ze al de Pisuisse Prijs, de Top Naeff Prijs en een Gouden Kalf (voor haar hoofdrol in de telefilm Suzy Q van Martin Koolhoven) op haar naam.
"Vaak wordt me gevraagd of dat Gouden Kalf misschien te vroeg kwam", vertelt Van Houten. "Maar dat is niet zo. Als je eenmaal zo'n prijs krijgt, merk je hoe weinig hij waard is. De eerste paar uur dat je met dat ding in je handen staat is het leuk. De volgende dag staat hij in je kamer en stelt het allemaal niks meer voor. Ik was echt een illusie armer. Ik had er meer van verwacht.
"En die wapenfeiten werken ook alleen maar averechts. Natuurlijk vormen ze een bevestiging van je kunnen, maar ze dagen je ook uit om het toch nog maar een keer te bevestigen. De lat komt steeds hoger te liggen. En ik ben vreselijk bang om op een gegeven moment door de mand te vallen. Dat mensen zeggen: 'ach, ze moest het echt hebben van d'r jonge koppie'. Blijk ik eigenlijk helemaal geen actrice te zijn."

Doofstom
Toch is het acteren zeker geen toevallige bevlieging. Ambities op het toneelvlak had Van Houten al zo vroeg als ze zich kan herinneren. Op de lagere school trad ze op met playback-acts. Een tien jaar oudere oom die aan de Maastrichtse toneelschool studeerde, vervulde de rol van held en voorbeeld. Een voorliefde voor zang en muziek deed haar de Academie voor Kleinkunst verkiezen boven de toneelschool. Het acteren verdween echter nooit helemaal naar de achtergrond en nog tijdens haar opleiding in Amsterdam speelde ze de hoofdrol in haar eerste tv-serie, 'Labyrint' van de VPRO. Terugkijkend vindt Van Houten het jammer geen toneelopleiding te hebben gehad: "Ik heb vaak het gevoel dat ik niet genoeg technische kennis heb. Acteren is geen ambacht voor me."
Haar spel bestempelt de actrice dan ook als "meer intuïtief dan technisch". "Tijdens de opnames voor AmnesiA stond Fedja van Huêt achter een deur en dan hoorde ik hem tien keer achter elkaar zijn zinnen opzeggen. Ik doe dat niet zo. Ik wacht tot die deur opengaat en dan zie ik wel. Het moet op het moment zelf komen."
Voor Van Houten staat 'intuïtief' overigens niet gelijk aan 'impulsief'. "Ik kijk juist de kat uit de boom. Bij repetities blijf ik zo lang mogelijk aan tafel zitten totdat ik echt iets moet doen. Bij de voorbereidingen voor de Driestuiversopera van het NNT heb ik twee weken lang niks gezegd. Alle grapjes en ideeën van anderen waren ook allang door mijn hoofd gegaan, maar ik kreeg m'n mond niet open. Ze moeten wel gedacht hebben: 'wat is dat voor een doofstom kind?!' Dat overkomt me gewoon; ik kan er niks aan doen. Die verlegenheid, dat introverte, dat zit me danig in de weg."

Sticker
Ook voor het kiezen van haar rollen gaat Van Houten af op haar gevoel. Prikkeling van haar fantasie is het belangrijkste criterium. De rol en het script moeten iets met haar doen, "net als goede muziek". Maar als ze eenmaal aan de slag gaat met een personage, neemt een doelgerichtere behoefte aan controle de overhand. "Ik moet weten waarom een personage is zoals ze is. Het is net als wanneer ik een boek lees en een woord tegenkom dat ik niet ken. Dan rust ik niet voordat ik dat woord heb opgezocht en weet wat de betekenis is. Bij de rol van Sandra in AmnesiA was dat heel moeilijk. Regisseur Martin van Koolhoven had een nogal mysterieus personage geschapen; de achtergronden van haar pyromanie en epileptische aanvallen blijven in de film schimmig. Dat maakt zo'n meisje lastig te doorgronden. Ik heb me wat de uitwerking van het karakter betreft dan ook grotendeels vastgehouden aan Martins aanwijzingen. Waarschijnlijk is een deel van mijn onzekerheid over het karakter terechtgekomen in het personage zelf. Misschien komt dat het personage ook wel ten goede."
Wie AmnesiA gezien heeft, kan dat laatste beamen. Van Houtens Sandra is een bijna doorzichtig meisje waar het onuitgesproken mysterie als een hardnekkige ochtendnevel omheen hangt. Verschijning en uitstraling sluiten perfect op elkaar aan. Het sluike haar dat het porseleinen gezicht omlijst. De grote ogen die altijd langs de kijker heen staren maar die wel verwijzen naar een peilloos geheim. De kleine mond die gemaakt lijkt voor het inslikken van woorden in plaats van het uitspreken ervan. En het lijkt de actrice geen enkele moeite te kosten.
Toch noemt Van Houten AmnesiA een van de moeilijkste projecten die ze tot nu toe ondernam. "In mijn eerste productie, 'Labyrint', werkte ik met Mijke de Jong. Zij is een regisseur die haar camera in dienst stelt van de acteurs. Die bewegingsvrijheid is heel prettig. Martin van Koolhoven besteedt veel meer aandacht aan de stijl; de acteur staat bij hem juist in dienst van de camera. Bij hem is het ook vaak 'stickertje spelen'. Dan plakt hij een rode sticker op de muur en zegt hij 'kijk daar maar naar als je je regels opzegt'. Maar dat is absoluut niet leuk om te doen. Als ik het in de eindmontage weer terugzie en merk dat het werkt, dan vind ik het wel knap dat het gelukt is. Het is een soort magie. Maar het is ook vreselijk nep.
"Theater is echter. Het is ook eerlijker. Wat de kijker ziet is wat er gebeurt. Dat vind ik ook van de films van Charlie Chaplin en Laurel & Hardy, die ik in mijn jeugd veel gezien heb. Daar wordt niet tegen stickertjes aangepraat, het ziet er echt uit. Het is een soort theater voor de camera. Eigenlijk het mooiste dat je je kunt voorstellen."

Ontsnapping
"Bij film voel ik me vaak ingebouwd", legt Van Houten uit wat het verschil tussen film en theater voor haar betekent. "In een theaterproductie banjer je wat over het toneel, het is losser. Op een filmset zit je met een camera op een halve meter afstand van je hoofd. Je moet heel geconcentreerd werken en er zijn maar weinig uitwijkmogelijkheden. Dan heb je bijvoorbeeld thuis bedacht hoe je een bepaalde beweging met je rechterarm gaat maken en op de set aangekomen blijkt dat de camera rechts van je staat, waardoor alles met links moet. Je moet donders goed weten hoe het technisch allemaal in elkaar steekt."
En die techniek ervaart de actrice nogal eens als een belemmering. Het 'gedoe achter de schermen' is niet aan haar besteed. Van Houten: "In het theater maak je echt wat mee. Niet alleen de kijker, maar ook de acteur wordt twee uur lang meegesleurd. Je bent effe weg, even op vakantie. Het klinkt heel clichématig, maar dat soort escapisme is wel waar het voor mij om draait. Dat is wat ik zoek als ik met mijn bril op en een bak popcorn op schoot in de bioscoop zit, als ik muziek luister of een gedicht lees. Dat is ook de ontsnapping van mezelf die ik af en toe in mijn werk hoop te vinden.
"Als je filmt is dat een stuk moeilijker. Je zit ergens in een kleedkamer. Je hebt net de Privé zitten lezen. En dan word je via de portofoon naar de set geroepen. In een keer moet je alles vergeten: de camera, die microfoonhengels, de mensen van de catering op de achtergrond, je eigen gêne. En ik merk dat ik dat steeds moeilijker vind. Dan voel ik me alsof ik een spreekbeurt moet houden op de middelbare school. Vraag ik me af wat de lichtman ervan vindt."
Misschien moet ze zelf maar eens gaan regisseren, bedenkt Van Houten. Het schrijven van een boek lijkt haar ook wel wat. Maar het zou waarschijnlijk toch gaan knagen; het toneel en de camera zouden blijven trekken. "Misschien is het de leeftijd en gaan die onzekerheden vanzelf weg zodra je dertig bent. Maar ja, misschien is dan ook de magie wel weg. Val ik alsnog door de mand."

Edo Dijksterhuis

Naar boven