Verwacht - april 2001, nr 221


Bread and roses
De Britse onderklasse heeft het onder de bezielende leiding van Tony Blair nog steeds niet gemakkelijk, maar voor echt schandalige uitwassen van het kapitalisme moet je tegenwoordig eerder in Amerika zijn. Dat dacht Ken Loach ook; de regisseur van sociale drama's als
My name is Joe, Carla's song en Ladybird ladybird ging naar Los Angeles om er zijn eerste Amerikaanse film op te nemen. Onderwerp: de uitbuiting van illegale werknemers, die voor een hongerloontje de burelen van chique kantoren schoonhouden. Bread and roses vertelt het verhaal van Maya (Pilar Padilla), die vanuit Mexico zonder papieren naar Amerika reist om bij haar oudere zus Rosa te wonen. Ze wordt bijna het slachtoffer van verkrachting, maar krijgt al snel haar leven op de rails en vindt een baantje bij het schoonmaakbedrijf waar haar zus ook werkt. De schoonmakers verdienen nog geen zes dollar per uur, zijn niet verzekerd tegen medische kosten en kunnen van de ene op de andere dag ontslagen worden. De bevlogen vakbondsactivist Sam (Adrien Brody) probeert daar verandering in te brengen en roept de argwanende schoonmakers op zich bij hem aan te sluiten. Maya heeft er wel oren naar, maar Rosa en enkele anderen zien, niet onterecht, vooral de persoonlijke bedreigingen van deze 'fight for justice'. Loach heeft zijn politieke agenda nooit subtiel onder het voetlicht gebracht, maar veel van zijn films ontstegen de pamflettistische inhoud door het knap uitgewerkte, vaak goed geacteerde menselijke drama. In Bread and roses slaat de balans echter door naar de eenvoudige boodschap: 'arbeiders, verenigt u!'. Het verhaal is schematisch en stapelt misstand op misstand. De oudere vrouw die haar gezin in Guatemala onderhoudt, wordt ontslagen wanneer ze na tientallen jaren trouwe dienst één keer te laat komt; een jonge intelligente Mexicaan moet kromliggen om een universiteitsopleiding te bekostigen; Rosa kan de ziekenhuiskosten voor haar aan suikerziekte lijdende echtgenoot niet betalen. Loach gaat te werk als een activist die het ene na het andere argument uit de kast trekt, terwijl zijn gehoor allang overtuigd is. Het belijden van de goede zaak is geen garantie voor een goede film. (Te zien vanaf 12 april)

Pauline Kleijer

'We want bread, but we want roses too!'


Enemy at the gates speelt zich af tijdens de slag om Stalingrad (1942-1943), toen Hitler het krankzinnige plan opvatte om tijdens de barre winter de stad en dus de Sovjet-Unie te veroveren, maar in plaats daarvan enorme aantallen soldaten een wisse dood instuurde. Menig historicus is van mening dat deze slag cruciaal was voor het verloop van de Tweede Wereldoorlog: mocht Stalingrad in Hitlers handen zijn gevallen, dan had het Derde Rijk nog steviger in het zadel gezeten. Jean-Jacques Annaud (In the name of the rose, Seven years in Tibet) heeft het zoals gewoonlijk groot aangepakt, compleet met een Saving private Ryan-achtig begin, maar dan zonder Amerikanen. Jude Law (The talented Mr. Ripley) speelt een scherpschutter die door de Russische propagandamachine als held naar voren wordt geschoven, maar al snel tegenover een even doelgerichte nazi (Ed Harris) komt te staan. Nikita Chroesjtsjov komt nog even voorbij in de gedaante van Bob Hoskins. (Te zien vanaf 29 maart)

Enemy at the gates: Ed Harris klopt aan de poort.


Thirteen days reconstrueert een gedenkwaardige historische gebeurtenis waarin Chroesjtsjov een prominentere rol speelde: de Cuba-crisis (16 tot en met 28 oktober 1962). Dit gegoochel met raketten leidde bijna tot de Derde Wereldoorlog. In die dertien dagen steeg de spanning tot grote hoogten: wie gaat het eerst op de knieën, Amerika of Rusland - inderdaad een droomscenario voor elke regisseur, dat geknipt is om verfilmd te worden. John F. Kennedy en Bobby Kennedy worden in de film van Roger Donaldson (Species, Dante's peak) bijgestaan door politiek adviseur Kenny O'Donnell (Kevin Costner), die volgens de geschiedenisboekjes een minder grote rol speelde bij het bezweren van de crisis dan hem in de film is toebedeeld. Bruce Greenwood (Exotica, The sweet hereafter) speelt JFK, terwijl Chroesjtsjov deze keer buiten beeld blijft. (Te zien vanaf 12 april)


The exorcist staat te boek als een van de engste film aller tijden, en daar valt veel voor te zeggen. Je hoeft alleen al de camera over de trap richting die gesloten deur te zien bewegen om weer visioenen te krijgen van Regan, draaiend met haar ogen, vuilspuwend en masturberend met het crucifix ("Let Jesus fuck you!"). Weinig critici zagen de film toentertijd als aanwinst voor de filmgeschiedenis: 'Sadomasochistisch vermaak, het product van een maatschappij die zijn eindpunt heeft bereikt', zo werd er gesomberd. Gelukkig trok het publiek zich niets aan van dit eeuwenoude cultuurpessimisme; de film werd een klassieker en T-shirts met de tekst: 'I survived The exorcist' vonden grif aftrek. Regisseur William Friedkin besloot om voor de heruitbreng een aantal scènes toe te voegen, zoals een 'spiderwalk' op de trap, subliminale beelden van de duivel en een dialoog over geloofswanhoop (tot grote tevredenheid van schrijver William Blatty). Fans vermoeden dat het Friedkin vooral om de centen te doen is, omdat hij zijn versie uit 1973 een aantal jaren geleden nog fel verdedigde. Die jackpot is in ieder geval binnen: in Amerika bracht de nieuwe montage zo'n vijftig miljoen dollar op. (Te zien vanaf 5 april)


Dr. T and the women begint als een echte Robert Altman-film, met een lang onafgebroken shot à la The player, om vervolgens verschillende verhaallijnen door elkaar heen te weven. Maar Altman kreeg deze keer weer niet de handen op elkaar, wat hem ook al overkwam met Prêt-à-porter, The gingerbread man en Cookie's fortune. Ditmaal stelt Altman een vraag waar menigeen zich de afgelopen millennia de hersens over heeft gebroken: 'Wat wil de vrouw?' Een gynaecoloog (Richard Gere) wordt dagelijks omringd door vrouwen, niet alleen op zijn werk, maar ook thuis, en het onvermijdelijke gebeurt: hij wordt verliefd op een golf-maatje (Helen Hunt). Tegelijkertijd zoomt Altman in op het lege bestaan van de rijke vrouwen in Dallas, die hun tijd vullen met dure auto's en facelifts. Het actrice-ensemble bestaat verder uit Kate Hudson, Tara Reid, Liv Tyler, Laura Dern, Shelly Long en Farrah Fawcett, die nog even naakt te zien is terwijl ze in een fontein springt. (Te zien vanaf 5 april)

Dr. T and the women: Waar denkt ze aan?


The little vampire is een kinderfilm van de regisseur van Christiane F - Wir Kinder von Bahnhof Zoo, waarin ook kinderen voorkwamen, maar daar houdt de overeenkomst ook gelijk op. Uli Edel regisseerde verder kindonvriendelijke films als Last exit to Brooklyn en afleveringen van 'Twin Peaks', zodat The little vampire als een buitenbeentje in zijn oeuvre mag worden beschouwd. De film kreeg in Nederland voorpubliciteit omdat het een van de eerste films is die gefinancierd werd via een CV dat profiteerde van de gunstige belastingmaatregelen; we komen dan ook een handjevol Nederlanders tegen op de titelrol. De film volgt een Schotse vampierenfamilie die zo menslievend is dat ze in plaats van mensenbloed het levenssap drinken van een koe, zodat het vampiergenre hier een zware klap te verwerken heeft: de vertrouwde erotische bijt komt nu in een geheel ander daglicht te staan. De slechterik is deze keer niet de vampier zelf, maar de vampierjager die aast op een magisch amulet. Het scenario werd geschreven door de auteurs van James and the giant peach en Beetlejuice, maar Tim Burton is deze keer ver te zoeken. (Te zien vanaf 12 april)


Rugrats in Paris wil de kleintjes voor hun televisiescherm vandaan sleuren om in de bioscoop naar hetzelfde te kijken. Rugrats ('Ratjetoe' in de Nederlandse versie) probeert ook de volwassenen nog enigszins te plezieren met behulp van allerlei verwijzingen naar The godfather, King Kong, 101 Dalmatians en Godzilla. Deze keer reizen de Rugrats naar Parijs, waar ze de sardonische eigenaresse van een soort EuroDisney aan een alleenstaande vader willen koppelen. In de originele versie, geregisseerd door Stig Berqvist en Paul Demeyer, zijn de stemmen te horen van Susan Sarandon en Tim Curry (beiden eerder verenigd in The Rocky horror picture show), John Lithgow en Debbie Reynolds. (Te zien vanaf 12 april)


Save the last dance ligt in het verlengde van Billy Elliot en verkondigt de boodschap: ballet kan uw leven veranderen. In Save the last dance heeft een jonge vrouw (Julia Stiles, 10 things I hate about you) haar danscarrière opgegeven nadat haar moeder stierf. Ze verhuist naar een arme zwarte wijk in Chicago waar ze haar eerste vriendje ontmoet. Ondanks de maatschappelijke druk (zij is wit, hij zwart) en de inmenging van een straatbende gaan de voetjes van de vloer. Op de regiestoel zat debutant Thomas Carter, die een serieuze film voor ogen had en een groter publiek wilde bereiken door klassieke muziek met hiphop te mengen. (Te zien vanaf 12 april)

Mariska Graveland

Naar boven