Analyze this - mei 2001, nr 222

Jong volkje

Filmhistoricus Hans Schoots legt maandelijks de filmkritiek op de sofa.

Ha, ha, was dat lachen! Onze recensenten waren goed op dreef in hun vernietigende besprekingen van Costa!. 'Voordeelpak gekleurde watten', noemde Pieter van Lierop (Utrechts Nieuwsblad) de cast. 'Dit dunne gegeven wordt als een gebruikt condoom uitgerekt', schreef Ab Zagt gevat (Algemeen Dagblad). 'Alsof we moeten applaudisseren voor een nijlpaard dat in het circus een krop sla eet', bedacht Bianca Stigter (NRC Handelsblad).
Is Costa! dan soms wel een goede film? Mwah. Maar wat eraan mankeert is door de critici zo meer dan levensgroot uit de doeken gedaan, dat er iets niet aan klopt. Zou het weerzin zijn tegen het onderwerp? 'Het is verbluffend om te zien hoe serieus [regisseur] Nijenhuis zijn onderwerp neemt', schreef Bianca Stigter. Daar kunnen de recensenten dan een voorbeeld aan nemen, zeg ik op mijn beurt. Voor het publiek van Costa! - het jonge volkje dat zelf (net als honderdduizenden twintigers en dertigers) naar de discotheken aan de kusten van de Middellandse Zee gaat - zijn de zorgen van de vakantieromantiek een realiteit van belang. Omdat Nijenhuis dat niet belachelijk vindt, is Costa! een succes.
Costa! gaat over een cultuur die de critici vreemd is. Toch doen ze stellige uitspraken over het realiteitsgehalte van het getoonde. Bijna allemaal zijn ze het erover eens dat de film te soft en te tuttig is. Meermaals wordt daarbij de rellerige vijftiger Ursul - 't is hier fantastisch! - de Geer aangeroepen als bron voor hoe het echt toegaat aan de Costa's. De Geer is ook al eens met een antropoloog in aanvaring geweest, die na onderzoek in Lloret de Mar constateerde dat de tv-man meer belangstelling had voor kijkcijfers dan voor andere feiten. Bovendien gaat een goede tienerfilm natuurlijk niet over feiten maar over dromen.
De besprekingen van Costa! brengen een probleem aan de oppervlakte in de gangbare taakopvatting van de Nederlandse filmkritiek. Daarin wordt ervan uitgegaan dat in een recensie alleen de relatie tussen de individuele criticus en de besproken film ertoe doet. Meestal is dat best een bruikbaar uitgangspunt. In andere gevallen is oog voor de belangrijkste partij in het filmkijken - het publiek voor wie die film bedoeld is - onontbeerlijk. In wat algemener termen zou je dit het 'Easy rider-effect' kunnen noemen. Easy rider was volgens alle gangbare normen een nogal slechte film. Toch werd hij een mijlpaal in de filmgeschiedenis, omdat het publiek er, dwars door de matige kwaliteit heen, iets van zijn eigen emoties in herkende. Noem het authenticiteit. Een criticus die bij zijn oordeel over Easy rider aan deze impact voorbij ging, deed zinloze arbeid.
Wat Costa! betreft was Ab Zagt de enige bespreker die tenminste in tweede instantie een bescheiden poging deed iets te begrijpen van de interactie tussen film en publiek (Algemeen Dagblad, 6 maart). De anderen bleven buitenstaanders in de wereld van glazenwassers en beugelbekkies aan de Costa's.

Hans Schoots

Naar boven