Mei 2001, nr 222

Clara Law

De perfecte auto

In Clara Law's The goddess of 1967 reizen een blind meisje en een Japanse jongen door een duister Australië. "Ik had geen film kunnen maken die alleen over de donkere kanten van de menselijke natuur gaat. Want ik geloof niet in totale verdoemenis."

'I want to buy God' tikt een onzichtbare hand in de eerste minuten van Clara Laws nieuwste film The goddess of 1967. Die contradictie tussen wat de mens wil en wat door andere machten (van natuurkundige wetten tot spirituele) wordt bepaald is het voornaamste thema van wat de uit Hongkong afkomstige Law haar "eerste Australische film" noemt. Maar humor zit er ook in. 'God' wordt 'a goddess', oftewel een Déesse, een godin, het model Citroën dat in Nederland een stuk minder poëtisch een 'snoek' werd genoemd.
In haar voorlaatste film
Floating life (1996) liet Law een Chinese familie zien die voor het eerst in Australië aankomt. Alles was licht en wijd. Vijf jaar later is Australië een duister land geworden, met onderaardse geheimen. Tijdens een ongewone roadmovie, die tegelijkertijd een reis in het onderbewuste, de tijd en naar het hart van de Australische outback is, laat Law een blind meisje (BG) en een Japanse jongen (JM) verliefd op elkaar worden.

Mentale trip
"Ik heb Australië de afgelopen vijf jaar beter leren kennen dankzij het Australische landschap", verklaarde Law tijdens het Filmfestival Rotterdam de ongewone licht- en schaduwwerkingen in haar nieuwste film. "Ik werd erdoor geïnspireerd als een schilder. Het landschap zelf werd een van mijn voornaamste karakters. Het werd een spiegel voor de gemoedstoestanden van mijn hoofdpersonen. Ze maken een reis, die voornamelijk een innerlijke reis is. Daarom hebben we de autoscènes opgenomen met op digitale video gedraaide achtergrondprojecties. Aan de ene kant omdat ik draaien in auto's haat en anderzijds omdat zo'n mentale trip beter met achtergrondprojecties te realiseren is. Op die manier ben je niet afhankelijk van een naturalistisch beeld. Je ziet dat de achtergronden gedurende de film steeds abstracter, bijna psychedelisch worden. Alle effecten die we daarbij hanteren hebben we in de camera gedraaid. Daar is niet veel postproductie aan te pas gekomen. En we hebben ze steeds langzamer afgedraaid. Dankzij het bleach-by-pass-procédé hebben we tijdens het ontwikkelen van het negatief een extreem hoog contrast kunnen bereiken. Met gecorrumpeerde, ambigue kleuren tot gevolg. Deze film kan geen primaire kleuren hebben.
"Tegenover die kunstmatigheid heb ik realistische landschappen geplaatst. Dat is een juxtapositie die op meer punten in de film terug komt. Het echte versus het artificiële. Zoals de mens God denkt te kunnen zijn, als hij in staat is het perfecte te creëren."
Om die reden koos ze ook een Citroën DS als symbool voor een van de meest perfecte dingen die de mens heeft gemaakt. "Maar", zo haast Law te verduidelijken, "het is wel een auto uit 1967. Dertig jaar later zijn we heel ver van die optimistische jaren zestig afgedwaald toen de mens dacht alles te kunnen en alles te kunnen maken."

Verdoemenis
Het extreme kleurgebruik in The goddess of 1967, het isolement van de twee jonge hoofdpersonen in het landschap, het geluidsontwerp waarin een gekmakende wind raast ("ik wilde hun onuitgesproken gedachten hoorbaar maken"), het waren voor Clara Law allemaal filmische vertalingen voor een zoektocht naar de duistere aspecten van de menselijke natuur. "Toch had ik geen film kunnen maken, die alleen over de donkere kanten van de menselijke natuur gaat", relativeert ze. "Want ik geloof niet in totale verdoemenis. Ik geloof dat er verlossing móet zijn. En liefde. Anders was de mens al lang ten onder gegaan."
Law mag dan een verlichte humanist zijn, de huidige wereld maakt haar somber. "Als je om je heen kijkt, zie je dat er steeds meer nadruk komt te liggen op wetenschap en technologie. Alles wat geestelijk, metafysisch en niet bewijsbaar is, wordt steeds meer in diskrediet gebracht. Tegelijkertijd zie je dat de meeste mensen lijden en eenzaam zijn of contactgestoord. Net zoals BG en JM. Maar dat is geen eindpunt. Eigenlijk is de hele film een weg naar een nieuwe reis. Een soort loutering voor allebei."

Sterrenhemel
Een eekhoornrode oldtimer, verwijzingen naar een tijdperk van vrije seks, liefde en ruimtevaarttechnologie die de mens binnen afzienbare tijd naar de sterren zou brengen: er zit ook iets van nostalgie in Laws film, zonder dat ze de indruk wekt dat vroeger alles beter was. Want naarmate het scenario dieper in het verleden afdaalt, wordt ook duidelijk hoe giftig de zaden van het kwaad zijn.
"Voor de opbouw van het verhaal vond ik het belangrijk dat er ook iets van het verleden inzat", vertelt Law. "Iets wat ooit eens onbeladen was. Daarom heb ik onder de dramatische slotscène gekozen voor operamuziek van Verdi, omdat de grootvader van BG daar ooit eens samen met zijn echtgenote van kon genieten. Hetzelfde geldt voor het terugkerende motief van de sterrenhemel. Enerzijds symboliseert dat die verre wereld, die de mens ooit eens hoopte te verkennen, anderzijds vertegenwoordigt het ook momenten van onschuld. Alle familieleden in de film hebben wel eens met elkaar naar de sterren gekeken en zich volkomen puur gevoeld.
"De sterrenhemel maakt ons bewust van hoe onbeduidend we zijn. Tegelijkertijd kunnen we, zeker in Australië waar zoveel sterren zijn te zien, met behulp van onze verbeelding de ruimte ingaan. Door daar alleen maar te staan en naar de sterren te kijken. Dat is een magisch moment. Het is een moment waarop je je als vanzelf weer gaat afvragen waarom we hier zijn. Om die basale filosofische vragen te gaan stellen.
"Er is tegenwoordig veel te weinig aanmoediging om dit soort vragen te stellen. Ik wil het publiek die nieuwsgierigheid en die onbevangenheid over de wereld om hen heen weer terug geven."

Ramp
Het einde van de film is een opeenstapeling van dramatische effecten, die voor de een over the top zal zijn, maar anderen in al hun barok juist weet te ontroeren. "Jij kunt wel zeggen dat je het einde te gekunsteld vond. Maar zulk soort opeenstapelingen van tragedies zijn veel realistischer dan je denkt. Mijn vader vertelde mij altijd verhalen over de oorlog, waarvan ik altijd dacht dat ik ze nooit in een script zou durven opschrijven, omdat ze te melodramatisch waren. Maar aan de andere kant geloof ik dat er een zekere logica zit in waarom de dingen zo zijn als ze zijn. De blindheid van BG kan je net zo goed als een straf van God beschouwen voor haar familieleden, als interpreteren als een oorzaak voor wat ze verder nog in haar leven heeft moeten meemaken.
"De wereld is uit balans. Dat geldt net zozeer voor het Westen als voor het Oosten, waar zoveel mensen verlossing hopen te vinden. Ik ben nu dwars door beide culturen gekomen en kom er steeds meer achter dat harmonie in polariserende maatschappijen moeilijk te vinden is. In de traditionele Chinese confuciaanse familie was alles vastgelegd, de hele structuur van de verhoudingen tussen ouders en kinderen en tussen ouders en voorouders. En doordat iedereen de plaats van alles kende, kon er harmonie ontstaan. De westerse wereld, die ik steeds meer als de mijne beschouw, stimuleert zelfzuchtig gedrag. Soms denk ik wel eens dat dat op een ramp moet uitdraaien."

Dana Linssen

Clara Law (foto: André Bakker).


The goddess of 1967

Rolletjeskoffer over een zandweg

Na het in kruidenthee gedrenkte Floating life kiest Clara Law in The goddess of 1967 voor de magische combinatie van een Citroën en de Australische Outback. Dit resulteert in een wat stuurloze, maar zeer intrigerende aaneenschakeling van beeldschone, pijnlijke en bizarre scènes.

Vertrekpunt voor The goddess of 1967 is een kil appartement in Tokio, waar yup JM zijn luie leventje vult met sekspelletjes en het voeren van zijn twee koraalslangen. De jongeman koestert niettemin een groot verlangen: een Citroën DS! Voor 40.000 pond staat ze in Australië op hem te wachten, een glanzend rood exemplaar, bouwjaar 1967. Hun kennismaking is zeker een van de meest ontroerende ontmoetingen tussen mens en machine uit de filmgeschiedenis. De verder mooi onderkoeld acterende Rikiya Kurokawa gooit alle remmen los en huilt dikke tranen nadat hij achter het stuur is gekropen. En dat terwijl zijn personage even tevoren een diepvriesrat ontdooide om de slangen te voeren.
JM moet echter heel wat bergen verzetten eer hij de auto de zijne mag noemen. De verkoper blijkt een bedrieger en heeft zichzelf door het hoofd geschoten. Met diens blinde nichtje BG (energiek gespeeld door Rose Byrne) gaat JM op zoek naar de rechtmatige eigenaar. Een trip die hen dwars door Australië voert - in de DS natuurlijk. Zo wordt The goddess of 1967 een echte roadmovie, met de sfeer als brandstof en weinig aandacht voor de cultuurconflicten waar Floating life over ging. Law en scenariopartner Eddie L.C. Fong stond duidelijk een meer dubbelzinnige, associatieve film voor ogen.

Mars
Een duidelijk thema ontbreekt dan ook, en dat maakt de film tot een wat stuurloze, zij het zeer intrigerende aaneenschakeling van beeldschone, pijnlijke en bizarre scènes. Wat bijblijft is JM met zijn rolletjeskoffer op een eindeloze zandweg, BG die een aanrander choqueert met haar kuisheidsgordel, of de onvergelijkbare dansles in het hotel. En elke Citroën-aanbidder zal zich vinden in de manier waarop Law, met behulp van achtergrondprojectie, onalledaags kleurgebruik en Dion Beebe's ijle camerawerk, de DS doet opstijgen en zweven: de ultieme fusie van auto- en filmtechniek.
Door de stijl en de vele flashbacks raak je ook zelf aan het associëren, en daarin schuilt de kracht van The goddess of 1967. BG's rode haar versmelt met het chroom van de DS, en wanneer ze liefkozend in JM's hand bijt, herinnert dat aan de hagedis die eerder zijn vinger niet los liet. De dialogen gooien er een schepje boven op. "Tokio is als leven op Mars", zegt JM. "Niet de planeet, maar de chocoladereep." Een lieve, luchtige zin, even logisch als absurd, die precies beschrijft hoe de film aanvoelt als hij op z'n best is. Op die momenten past alles bij elkaar en kun je je best voorstellen dat Tokio iets wegheeft van een chocoladereep met glibberige vulling.
Law slaat de plank mis wanneer zij in de finale al te letterlijk een verborgen werkelijkheid wil openbaren. Het ondergrondse rattendiner met Verdi's requiem als tafelmuziek dissoneert in zijn pretentieuze driestuiverhorror vreselijk met de rest van de film. Van een universum waar het ene elementje bij het andere hoort, lijk je te zijn beland in een stramme remake van de kelderclimax uit The silence of the lambs. Erg jammer. Alsof je bewonderend om een briljant ontworpen auto loopt, en plotseling ziet dat iemand een lelijke vloek in de carrosserie heeft gekrast.

Kevin Toma

The goddess of 1967
Australië, 2000
Productie: Peter Sainsbury, Eddie L.C. Fong
Regie: Clara Law
Scenario: Clara Law, Eddie L.C. Fong
Camera: Dion Beebe
Montage: Kate Williams
Art direction: Nicholas McCallum
Muziek: Jen Anderson
Met: Rose Byrne, Rikiya Kurokawa, Nicholas Hope, Elise McCredie
Kleur, 118 minuten
Distributie: Cinemien
Te zien: vanaf 17 mei

Naar boven