Juni 2001, nr 223

Filmacademie

Kom op zeg!

Op de Filmacademie wordt zo vaak gemopperd dat het opvalt als er een keer positieve geluiden te horen zijn. Een gesprek met drie jonge producenten, die deze zomer tevreden afstuderen. "Op de Filmacademie is uiteindelijk nog steeds de regisseur de baas als het om de inhoud gaat."

Iris Otten, Elwin Looije en Floor Onrust (foto: André Bakker).

Ze willen zich niet in een hokje laten stoppen, maar voor hetzelfde geld drinken we op een van de vele kamertjes op de Filmacademie koffie met, pak 'em beet, de Nederlandse Jerry Bruckheimer in spe, een toekomstige Oscar-winnaar in de traditie van Antonia en Karakter of anders wel een potentiële deelnemer aan de volgende Motel Films-serie. Elwin Looije, Floor Onrust en Iris Otten behoren tot de jonge, net afgestudeerde producenten van de Filmacademie. Het trio stelt zich ambitieus en zelfverzekerd op, maar is tegelijk realistisch en bescheiden. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk. In koor verklaren ze dat de generatie 2001 een hechte is. Of daar in de toekomst iets van over blijft, moet nog blijken, maar het vertaalde zich het afgelopen jaar in de wijze waarop ze zich voor elkaar hebben ingezet. "Het kon zijn dat je de ene keer als producent de volledige verantwoordelijkheid had, terwijl je twee weken later bij iemand anders als runner fungeerde of de catering verzorgde", vertelt Iris Otten (23).
Floor Onrust (25): "Vanaf dit jaar kun je afstuderen als producent of als productieleider, zoals één student heeft gedaan. In dat laatste geval werk je uitsluitend in dienst van iemand anders uit de productieklas. De meeste studenten combineren het. Zij werken één keer als producent en één keer als productieleider."
Otten en Onrust zijn uitzonderingen, want zij produceerden allebei twee films. Onrust: "Tot nu toe had de productieklas een andere functie binnen de opleiding. Nu lijken we iets meer op wat je bent als producent in de echte wereld. Vroeger was je meer productieleider en fungeerde de Academie als producent." Elwin Looije (22): "Het is pas de laatste twee jaar zo dat de inhoudelijke betrokkenheid van de producent bij het project toeneemt. Het is nog steeds niet ver genoeg doorgevoerd, maar het gaat de goede kant op. Op de Filmacademie is uiteindelijk nog steeds de regisseur de baas als het om de inhoud gaat."
Eerlijk gezegd vinden ze dat maar raar. Onrust: "In de buitenwereld heeft de producent gewoonlijk het laatste woord over de montage." Looije: "Op school ben je afhankelijk van je relatie met de regisseur. Als je een goede band hebt, kun je over het resultaat discussiëren en kan er iets uitkomen waar je allebei tevreden over bent. In andere gevallen kan dat moeilijker liggen. Dan zegt de school dat de regisseur degene is die beslist hoe de film eruit komt te zien."
Het trio is het niet eens met de stelling dat de regisseur per definitie het creatieve brein is van een film en daarom altijd het laatste woord hoort te hebben. Onrust: "Kom op zeg! Het is ons geld, dus wij zijn verantwoordelijk voor het eindproduct." Hun geld? "Nou ja, het geld van mijn bedrijf. Als de film flopt, gaat de regisseur vrolijk verder met regisseren, maar is mijn bedrijf op de fles." De anderen knikken instemmend.

Road movie
De geldingsdrang van de nieuwe lichting blijkt onder meer uit het feit dat Looijes film, HI5IVE, is gemaakt door middel van het oprichten van een cv. Looije: "Het is de eerste keer dat een eindexamenfilm op die manier tot stand is gekomen. Normaal gesproken krijg je van school 20.000 gulden. Ook krijg je geld van een omroep, als je er tenminste één weet te vinden die iets in jouw film ziet. Dat bedrag was dit jaar 15.000 gulden, dus dat is samen 35.000 gulden. Alle eindexamenfilms samen hebben dit jaar gemiddeld 90.000 gulden gekost. Dus dan kun je zelf wel uitrekenen dat de rest van dat geld ergens anders vandaan is gekomen. HI5IVE is een road movie die zich grotendeels in het buitenland afspeelt, dus ik wist al snel dat het meer zou kosten. Vandaar dat ik op het idee van een cv kwam. Dat bleek nog knap ingewikkeld, want de Filmacademie wilde niet alleen greep op de film hebben maar ook de rechten ervan in bezit houden. Uiteindelijk zijn we er toch uitgekomen, met hulp van de financieel adviseurs van Arteco, van de belastingdienst en advocaten. Vervolgens heb ik participaties uitgeschreven en daar ruim een ton mee binnengehaald. De rest komt van de omroep, sponsoring van het aids-fonds en, wel degelijk, een eigen investering van regisseur William Aerts en mijzelf, omdat ik deze eindexamenfilm per se wilde maken. Zo kom je op 170.000 gulden. Heel veel geld, maar wel een goede leerschool voor later."
Het betekent ook dat HI5IVE ooit, al is het maar voor één keer, in de bioscoop te zien zal zijn. "Dat moet van de Belastingdienst. Dat is een verplichting die bij zo'n cv hoort. De film zal dus één keer een betaalde vertoning krijgen, desnoods op zondagochtend in een zaal die ik zelf heb afgehuurd. Het mooiste zou dan zijn dat iemand zegt: ik vind hem goed, ik laat hem langer draaien."

Brutale brief
Tussen de eindexamenfilms van dit jaar zitten twee literatuurverfilmingen en ook dat mag uitzonderlijk worden genoemd. Tim Oliehoek regisseerde de verfilming van 'Isabelle' van Tessa de Loo, terwijl Floor Onrust zich waagde aan de productie van 'De Bovenman' van Cherry Duyns. Onrust benadrukt dat de film begon en eindigde bij haar. Als productiestudent nam zij het initiatief om het scenario te ontwikkelen. Vervolgens was het nog een hele klus om een regisseur te vinden die vanuit haar visie wilde werken. "De meeste regisseurs willen toch het liefst hun eigen scenario schrijven." Voor Deirdre Boer was dat geen must. Toch was het nog moeilijk om het project van de grond te krijgen. "Om te beginnen heb ik ellenlange brieven aan de agent van Cherry Duyns geschreven. Op een gegeven moment was het antwoord: nee. De rechten kosten normaal ongeveer 50.000 gulden en dus kon ik het niet verfilmen." Nadat ze als laatste redmiddel "een hele brutale brief" had geschreven, mocht het uiteindelijk toch, zij het onder speciale voorwaarden. "Ik had Monique van de Ven al in mijn hoofd om de rol van Iet te spelen. En De Bovenman zou moeten worden gespeeld door een acteur die de goedkeuring van de schrijver en de agent kon wegdragen. Dat heb ik contractueel moeten laten vastleggen. Ik ben in totaal een jaar bezig geweest met de film, maar pas twee maanden voor het draaien, wist ik dat ik toestemming had. Toen was de mannelijke hoofdrolspeler pas bekend."
Toch zijn er in de buitenwereld genoeg producenten die het zonder aansprekende namen als Monique van de Ven en Gijs Scholten van Aschat moeten stellen. Onrust: "Over Monique kan ik wel een leuk verhaal verzinnen, maar de waarheid is dat ik haar al mijn hele leven ken. Toen ik naar de Filmacademie ging, had ze me al beloofd om in mijn eindexamenfilm te spelen, mits ik haar nooit voor mijn tweede of derdejaars film zou vragen. En Gijs vond het script simpelweg heel mooi."
Looije en Onrust werkten voor het eerst samen met hun regisseurs. Iris Otten werkt daarentegen al vanaf het tweede studiejaar samen met regisseur David Lammers. Otten: "In het tweede jaar hebben we buiten school om, maar wel met een aantal mensen uit onze klas een film gemaakt van een kwartier naar een stuk van Harold Pinter. In het derde jaar hebben we een competitie gewonnen die bedoeld was om de Nationale Bioscoopbon te promoten. We hadden twee ideeën voor een commercial verzonnen, met Sinterklaas en met de Kerstman, en die hebben we ook allebei kunnen realiseren. Ze zijn allebei in de bioscoop gedraaid, op 120 doeken, waarschijnlijk het hoogste aantal dat wij ooit zullen halen."

Joop van den Ende
Vergeleken bij HI5IVE en De Bovenman lijkt het door Iris Otten geproduceerde De laatste dag van Alfred Maassen een wonder van kleinschaligheid. Schijn bedriegt. "Het was een pittige en gecompliceerde productie. Om te beginnen hadden we tien draaidagen terwijl we op twaalf locaties draaiden. Dus zaten we elke dag op een andere locatie en soms op twee. Bovendien hadden we ervoor gekozen om in de stad te filmen, wat het nog lastiger maakt, alleen al als het gaat om simpele dingen als parkeerplekken en vergunningen om overal te mogen draaien. Daarnaast werkten we met een grote cast. En we wilden graag op 35mm draaien, wat het extra duur maakte. In totaal heeft onze film 85.000 gulden gekost. Wij waren de eerste film van 25 minuten die sinds jaren op 35mm in kleur is gedraaid."
Onrust merkt op dat hun individuele ambities een positief effect hadden op de groep als geheel. "We staken elkaar aan. Draaien jullie op 35mm? Dan wil ik dat ook! Chalk, mijn tweede productie, geregisseerd door Diederik van Rooijen, is zelfs op CinemaScope gedraaid. Dat is nog nooit eerder op de Filmacademie voorgekomen."
Zijn ze al met al tevreden over hun films? De trots die ze voelen maakt dan snel plaats voor een fikse dosis zelfkritiek. Onrust en Looije zijn het met elkaar eens: "In het begin ben je vastbesloten dat jouw film het studentenniveau zal ontstijgen. Uiteindelijk moet je toegeven dat het toch een typische eindexamenfilm is geworden, met alle gebreken die daarbij horen." Otten is iets positiever. "Maar dan vooral omdat het eindresultaat dicht in de buurt zit bij wat ik vooraf in mijn hoofd had. Hetzelfde geldt overigens ook voor mijn tweede productie, een documentaire geregisseerd door Chris Westendorp, die we in Amerika en Honduras hebben gedraaid." Otten zou graag betrokken zijn bij het volgende project van Motel Films. Looije spreekt zijn bewondering uit voor Joop van den Ende, zonder dat hij nou fan was van zijn programma's. "Maar hij had een markt gevonden en bediende die uitstekend." En Onrust? Wil zij met een literatuurverfilming de volgende Nederlandse Oscarwinnaar na Karakter worden? Ze laat zich er niet op vastpinnen, want ze wil, net als de anderen "gewoon goede films maken".
Wel zijn de producenten het erover eens dat hun eindexamenfilms geen garanties bieden voor de toekomst. "Producent zijn op de Filmacademie is heel wat anders dan producent zijn in de echte wereld" is zo'n uitspraak die ze alle drie van harte onderschrijven. Voordat ze zich als producent kunnen vestigen, moeten ze eerst maar eens wat ervaring opdoen, als productieleider of op de afdeling drama van een omroep. Onrust: "Een productiebedrijf oprichten is niet zo moeilijk. Films maken is een stuk moeilijker." Ook hun dromen zijn opvallend realistisch. Oscars winnen, Hollywoodhits scoren, je zult het ze niet horen zeggen. Wat ze wel willen: "Films maken die uit de kosten komen." Ook dat is in Nederland nog altijd een stuk makkelijker gezegd dan gedaan.

Oene Kummer


Eindexamenfilms
Vertoningen van 26 tot en met 30 juni van 11.00 tot 23.30 uur. Adres: NFTVA, Markenplein 1, Amsterdam, tel: 020-5277333. Toegang vrij. De lijst met eindexamenfilms bestaat dit jaar uit vijftien afstudeerproducties: negen speelfilms en zes documentaires. Tot de fictie producties behoren: De Bovenman (r: Deirdre Boer, p: Floor Onrust), HI5IVE (r: William Aerts, p: Elwin Looije), De laatste dag van Alfred Maassen (r: David Lammers, p: Iris Otten), Isabelle (r: Tim Oliehoek, p: Michael Fedun, Jiske Reeskamp, Ralph Meuwsen), Jana (r: Joke Liberge, p: Vanessa Vermolen), de zone (r: Mandra Waback, p: Fabian Ruitenberg, Jiske Reeskamp), Chalk (r: Diederik van Rooijen, p: Floor Onrust), Paradiso (r: Janice Pierre, p: Sophie Challa) en Rhombos (r: Esther Eva Damen, p: Vargo Bawits). De documentaires bestaan uit: Kids in control (r: Eveline Welschen, p: Sander Burger), winterwonderwereld (r: Remco Packbiers, p: Vanessa Vermolen), Sissie's lost (r: Rik Stout, p: Sander Burger), Pas de quattre (r: Coleta Valkenburg, p: Ralph Meuwsen), Westwood loves you (r: Chris Westendorp, p: Iris Otten) en Oberman's aktie (r: Pieter Jan Wouda, p: Sander Burger).

Naar boven