Juli/augustus 2001, nr 224
Juan Pablo Rebella en Pablo Stoll
Gewoon een leuke zomer hebben
Sinds hun debuutfilm 25 Watts op het afgelopen Filmfestival Rotterdam één van de drie Tiger Awards en de MovieZone Award won, is het leven van de Uruguayaanse filmmakers Juan Pablo Rebella en Pablo Stoll veranderd in een hoofdstuk uit het spreekwoordelijke jongensboek. Meer prijzen op internationale filmfestivals volgden. Rebella en Stoll: "De Uruguayaanse film bestaat niet."
Ze moeten hun verhaal sinds het afgelopen Filmfestival Rotterdam toch al enkele tientallen malen hebben verteld. Maar Juan Pablo Rebella en Pablo Stoll (beiden 1974, Montevideo) zijn op een zeldzaam onbevangen manier nog steeds blij verrast over het succes dat hun debuutfilm 25 Watts daar - en sindsdien op diverse internationale filmfestivals - ten deel viel. "We komen net uit Valencia, waar de film een speciale juryvermelding kreeg", vertellen ze in koor, als aspirant-voetballertjes die elk gewonnen vaantje om z'n mooie kleuren bewonderen. Ze lijken op elkaar - niet fysiek, maar in hun praten volkomen op elkaar afgestemd - en op hun hoofdpersonen. "Ik ben Leche en Pablo is Javi", verduidelijkt Rebella direct de twee belangrijkste hoofdpersonen van hun film. 25 Watts is het humoristische verslag van vierentwintig lege en verveelde uren, waarin bijgeloof en wensen hun enige houvast vormen. Het derde personage, Seba, is "ook gebaseerd op mensen die we kennen". Net als je in de gaten denkt te hebben dat Rebella degene is die alle zinnen begint en Stoll degene die ze, nuancerend, afmaakt, blijken hun rollen alweer verwisseld. Een tweegesprek met twee Pablo's.
Muziekvideo's
Rebella: "De Uruguayaanse film bestaat niet. Je hebt helemaal niets. Geen filmacademie. En geen filmindustrie. Als er zo nu en dan een film gemaakt wordt, dan is dat mogelijk omdat privépersonen er iets in willen investeren en dan is het meestal ook nog eens een slap aftreksel van wat er uit Amerika komt. We kennen elkaar van de universiteit, waar we allebei communicatiewetenschappen hebben gestudeerd. Tijdens onze studie hebben we samen al een aantal korte filmpjes en muziekvideo's gemaakt. Dat was eigenlijk onze enige opleiding op filmgebied."
Stoll: "Het ontbreken van een Uruguayaanse filmindustrie wil trouwens niet zeggen dat we geen filmklimaat hebben. Er zijn in Uruguay een aantal zeer goede filmcritici en er is in Montevideo een actieve cinematheek waar je voor weinig geld alle films kunt zien."
Rebella: "Van de nouvelle vague tot Eisenstein tot Schwarzenegger."
Stoll: : "Hele slechte kopieën en stoelen."
Rebella: "Je kunt ons nog het beste vergelijken met filmliefhebbers die zelf een film zijn gaan maken."
Stoll: "Die we zelf zouden hebben willen zien."
Straattaal
Een film maken zonder opleiding of financiële middelen in een land zonder filmcultuur is geen sinecure, ontdekten Rebella en Stoll. Het koste ze vijf jaar waarin ze uitvonden dat potentiële geldschieters niet geïnteresseerd waren in een film over drie hoofdpersonen, zonder plot en niet gedicteerd door marketingdenken over doelgroepen. Het feit dat hun scenario aan geen enkel bestaand format beantwoorde - om hun gebrek aan kennis te maskeren hadden Rebella en Stoll elke scène, elk camerastandpunt uitgeschreven en getekend - maakte het er niet eenvoudiger op. Plus dat ze dankzij de realistische straattaal van de hoofdpersonen de bijnaam 'die jongens met die film waarin alleen maar wordt gevloekt' kregen.
Stoll: "Geld verdienen met een film is in Uruguay sowieso onmogelijk. Dus al snel besloten we om naar niemand te luisteren en gewoon de film te maken die wij wilden."
Rebella: "Hadden wij ook eens een leuke zomer."
Een scenariowedstrijd leverde 15.000 dollar op en nog eens 10.000 dollar werd bij elkaar geschraapt door familieleden en kennissen een gouden investering voor te spiegelen. Dat was net genoeg om een paar weken een camera te huren in Buenos Aires en de film in zwart-wit te draaien op 16mm. Geld van het Hubert Bals Fonds betaalde een ondertitelde festivalkopie en de zegetocht kon beginnen.
Rebella: "Dankzij Huub Bals kon onze film pas in Montevideo worden vertoond."
Stoll: "Dankzij het Hubert Bals Fonds, bedoelt hij, 'the fat man is dead'."
Rebella: "Het internationale succes van 25 Watts heeft de Uruguayaanse filmwereld een enorme stimulans gegeven. We gingen met vier kopieën uit, dat is een middelgrote release, een grote uitbreng bestaat uit acht kopieën, en we staan nu al een paar maanden op de tweede plaats van de box office in Montevideo."
Stoll: "Met een Belgisch-Spaans-Italiaans-Uruguayaans en nog wat coproductie op nummer één en een andere Uruguayaanse film op drie. Heel verschillende films. Maar iedereen is opeens nieuwsgierig naar de Uruguayaanse film."
Jim Jarmusch
Natuurlijk zijn ze geïnspireerd door Jim Jarmusch' Stranger than paradise beamen ze meteen. "Een van de beste films die we ooit zagen." En nog meer door de Argentijnse underground filmmaker Raul Perrone, die "nog meer dan wij door Jarmusch is beïnvloed. Pas toen we zijn Beeflips zagen, wisten we dat het mogelijk was om een film over niets te maken", aldus Stoll.
Zwart-wit paste daar goed bij.
Stoll: "Montevideo is een erg grijze stad met veel grijze inwoners. In de jaren vijftig werd Uruguay beschouwd als het Zwitserland van Latijns-Amerika. Alle muren waren schoon en wit. Mensen denken daaraan terug als aan een verloren paradijs. Nu is alles grauw. De keuze voor zwart-wit heeft zowel esthetische als financiële motieven. We wilden per se op film draaien en dit was het enige wat we konden betalen. Maar we vinden zwart-wit ook mooi en het past bij de hoofdpersonen, die erg saaie levens leiden."
Rebella: "De meeste films over jonge mensen hebben een hoog adrenalinegehalte. Snel, snel, snel. Maar de meeste jonge mensen hebben helemaal niet zo'n flitsend leven."
Is de film daarom aan hun grootouders opgedragen?
Rebella: "Er is een overeenkomst tussen bejaarden en adolescenten, een bepaalde passiviteit."
Stoll: "Maar we hebben de film aan onze grootouders opgedragen omdat tussen het voltooien van het scenario en het draaien van de film allebei onze grootouders overleden."
Rebella: "Ze waren er altijd en opeens zagen we hun levens uit elkaar vallen."
Stoll: "We woonden allebei bij onze grootouders, maar in Uruguay is dat niet zo ongewoon."
Kapotte telefoon
Compromissen sluiten ze nooit. "Ik heb de meeste scènes over Leche geschreven", vertelt Rebella. "En ik over Javi", voegt Stoll toe, "maar als een van ons het niet eens was met een idee van de ander, dan ging het gewoon niet door. Vaak konden we ons pas in het vierde of vijfde goede idee vinden. En de scènes met de kapotte telefoon die we allebei vanaf het begin af aan heel leuk vonden, vinden we in de film eigenlijk minder goed werken."
Op de set waren de taken verdeeld. Rebella hield zich met de acteurs bezig en Stoll met de crew. "We hadden alles van tevoren doorgesproken, dus oogcontact voldeed", verduidelijkt Stoll.
Rebella: "25 Watts gaat over onze loser-side. Je hebt nou eenmaal een verschil tussen Woody Allen en Mel Gibson."
Stoll: "Als je de grappen wegkrabt dan blijft er een hele melancholische film over."
Rebella: "Deze karakters zijn op zoek naar iets dat hun leven structuur kan geven. Daarom grijpen ze zich vast aan alles wat maar enigszins houvast geeft. Daarom hebben ze al die rituelen en bijgelovige ideeën."
Stoll: "Aanvankelijk dachten we dat onze film te lokaal en te persoonlijk was. Door alle goede kritieken, prijzen en reacties hebben we leren begrijpen dat hij heel herkenbaar en universeel is. Daaruit blijkt maar eens dat je nooit via marketingprincipes de smaak van een publiek kunt voorspellen. Dan onderschat je het publiek."
Rebella: "En de ergste manier om je publiek te onderschatten is door voor de hand liggende films te maken."
Dana Linssen
Juan Pablo Rebella en Pablo Stoll (foto: André Bakker).