September 2001, nr 225

Fedja van Huêt

De grote leugendetector

Fedja van Huêt speelt de hoofdrol in Martin Koolhovens De grot, de openingsfilm van het Nederlands Film Festival. Inmiddels behoort de 28-jarige Van Huêt tot de meest ervaren filmacteurs van zijn generatie. "Bij de beste horen was mijn opzet toen ik naar de Toneelschool ging; ik heb niet iets onverwachts gepresteerd."

Fedja van Huêt (foto: André Bakker).

"Who's the strange Jewish kid?" vroeg Mike van Diem toen hij een beetje schuchter het auditielokaal binnenschuifelde. De regisseur kreeg een film-cv in handen geduwd met daarop titels als Terug naar Oegstgeest en Advocaat van de hanen, en besloot dat hij wel tien minuten kon opofferen. Fedja van Huêt mocht laten zien wat hij van Bordewijks Katadreuffe kon maken. Van Diem was onder de indruk. Hetzelfde gold voor leden van de Oscar Academy, die de film Karakter in 1997 het beeldje toekenden in de categorie 'beste buitenlandse film'. In datzelfde jaar werd de toen 24-jarige Van Huêt nog tweemaal gelauwerd op het Filmfestival van Genève, waar zowel de pers als de festivaljury hem uitriepen tot beste acteur.
Wie denkt dat een dergelijke klapper de ideale inleiding is voor een oneindige stroom aanbiedingen en het startschot van een gestroomlijnde acteercarrière, moet toch eens met Fedja van Huêt gaan praten. Hij weet dat er op iedere auditie weer hard gewerkt moet worden voor een rol. Een succesrijk verleden zit daarbij eerder in de weg dan dat het helpt. "Erik de Bruyn heeft er bijvoorbeeld heel lang over gedaan om mij te kiezen voor de hoofdrol in Wilde mossels", herinnert de acteur zich. "Hij had zoiets van 'Oh dat is die jongen van Karakter'. Maar dat ben ik niet, of in ieder geval niet alleen dat. Pas toen ik bij de auditie een pruik opzette, kon hij door dat eerdere beeld heenkijken."
"Dat is, denk ik, wel de grootste frustratie van iedere acteur: weten dat je een personage kan spelen maar afgewezen worden vanwege je uiterlijk. Je moet passen in het plaatje dat de regisseur in zijn hoofd heeft. En dat plaatje is natuurlijk een ideaalbeeld en bestaat niet in het echt. Je bent - zelfs als je gekozen wordt - altijd een compromis."
Voor Dominique Deruddere kwam Huêt dicht genoeg in de buurt van de Egon Wagter van zijn verbeelding om hem te vragen voor de verfilming van Tim Krabbés roman 'De grot'. Maar Deruddere verliet het project nog voordat er maar een meter film geschoten was en werd vervangen door Martin Koolhoven, met wie Van Huêt vlak daarvoor AmnesiA had gemaakt. "Dit kan ik dus wel op mijn buik schrijven, dacht ik toen. Martin heeft mij net intensief meegemaakt in een andere rol, die zal moeite hebben mij daarvan los te weken. Maar nadat hij alle castingbanden had bekeken, besloot hij dat ik kon blijven."
De grot is inmiddels verkozen tot openingsfilm van het Nederlands Film Festival. Volgens Van Huêt is het stilistisch weer 'een echte Koolhoven' geworden, maar de verschillen met voorganger AmnesiA zijn groot. "AmnesiA was een echte acteursfilm, met van die Harold Pinter-achtige dialogen en veel ruimte om op te gaan in je spel. In De grot werd ik beperkt tot korte, informatieve scènes. Dat is vreselijk moeilijk, want je moet in één moment duidelijk maken waar het in die scène om gaat. Je staat in zo'n geval als acteur in dienst van het verhaal. Het verhaal doet het werk."

Partituur
Het eeuwige commentaar 'het boek was beter' indachtig, kiezen sommige acteurs er bewust voor de originele tekst die ze verfilmen niet te lezen. Dat voorkomt een hoop gefrustreerde vergelijkingen. Zo niet Fedja van Huêt. Direct nadat hij was uitgenodigd voor de auditie van De grot rende hij naar de boekhandel om daar een exemplaar van Tim Krabbés roman te bemachtigen. Het boek ging ook mee naar de set en lag zelfs iedere avond op zijn nachtkastje. Van Huêt: "De meeste regisseurs willen niet dat je het boek erbij houdt, sommigen verbieden het zelfs. Maar voor mij is het een goed hulpmiddel þ even terug naar de oorsprong. Ik las de avond van tevoren de passage die ik de volgende dag ging spelen en bedacht wat Egon daar doormaakte. Krabbés boek kent een paar prachtig sferische beschrijvingen, die helpen bij het je inleven."
Als tekst beschouwd kan worden als de eerste pijler onder Van Huêts acteren, dan is muziek de tweede. Hij drumde lange tijd op semi-professioneel niveau en hield daar een diepgeworteld gevoel voor ritme aan over. "Ik beschouw een scenario als een partituur", stelt hij onomwonden. "Dat betekent dat je kan spelen met de klank en opbouw van de zinnen, waar je de rustmomenten plaatst en waar je naar een crescendo gaat. Net als muziek maken heeft acteren alles te maken met ritme; je bent altijd bezig met tijd en tempo. Een scène kan swingen of net achter de beat hangen, een beetje slepen. Of een scène klopt, hangt af van hoe de acteur ritmisch omgaat met zijn tekst. Het mooiste compliment dat ik ooit kreeg kwam van Johan Simons die mijn monoloog in Ongebluste kalk 'net Jacques Brel' noemde."
Als je woorden en noten naast elkaar zet, wint de muziek het, vindt Van Huêt. "Muziek is directer, raakt nog sneller de essentie." Toch koos hij op zijn achttiende voor de Maastrichtse Toneelschool en niet voor het Conservatorium, want "muziek kan ook heel gesloten zijn". Liever koos hij voor de confrontatie en de conversatie met het publiek. Ook als hij daardoor veroordeeld is tot een tweederangs communicatiemiddel als taal. "Het is mijn streven het maximale uit de taal te persen."

Holle blik
Van Huêt is de eerste om te bekennen dat het toneel een geschiktere plek is voor taalkundige anatomie dan de filmset. Vooral bij Theatergroep Hollandia, waarmee hij dit najaar op het theaterfestival De Leenane Trilogie op de planken zet, voelt hij zich thuis. "Het spel bij Hollandia is heel vormelijk, de hele wereld wordt net iets uitvergroot. Het draait altijd om de in het script samengebalde energie. Acteren bij Hollandia is het leveren van commentaar op tekst. Je kan als acteur dus ook even uit je rol stappen en op het toneel kanttekeningen zetten bij je personage. In film werkt dat bijna nooit. Als je daar laat zien dat er een acteur achter het personage staat dan schept dat een afstand naar het personage. Het wordt dan moeilijker voor het publiek om zich in te leven en dat is toch waar het in eerste instantie om gaat in film."
"Bij film gebruik ik veel eerder method acting dan op het toneel. Voor De grot cijfer ik mezelf meer weg dan voor bijvoorbeeld Oedipus, waarin ik Fedja van Huêt veel bewuster meeneem het podium op. Tijdens de draaidagen heb ik, zoals altijd, een boekje bijgehouden waarin ik aantekeningen maakte over Egon. Waar komt hij vandaan? Waar gaat hij naartoe? Op wie lijkt hij? In het verloop van de film wordt Egon twintig jaar ouder en moest ik dus een veertiger spelen. Daarvoor heb ik gekeken naar mijn vader, die begin vijftig is. Wat zit er achter die ogen? Hoe beweegt hij? En hoe praat hij over het leven? Je moet zo'n rol naar je toetrekken."
"Ik weet het, die frase 'in de huid kruipen van' is vreselijk. Maar er is niks lelijker dan een filmacteur expliciet te zien spelen. In een film is het beter een personage te zijn dan hem te spelen. Niet dat ik zo ver ga dat ik thuis voor de spiegel grimassen ga uitproberen. Het belangrijkste is dat ik een beeld van een mens in mijn hoofd heb en goed weet wat ik van die persoon vind. Je moet vervolgens de echtheid zo dicht mogelijk benaderen want de camera leest echt alles. De camera is een grote leugendetector."
Maar, zo haast Van Huêt zich te zeggen, daarmee is nog niet gezegd dat filmacteren een regelrechte simulatie van de werkelijkheid moet zijn. Ook de realiteit moet gespeeld worden, vertaald worden van de straat naar de set, waar belichting en camerastandpunt de axioma zijn voor een gespeelde echtheid. "Als jong acteur ben je geneigd te denken dat als iets aanvoelt als waar of echt dat dat ook zo overkomt", zegt Van Huêt. "Maar een bedroefde man spelen door getergd te kijken en te huilen, is niet per se de beste uitbeelding. Soms werkt juist het tegenovergestelde beter. Dan slik je die tranen in en zet je een holle blik op en blijkt het veel sterker te zijn. In film, met de camera vaak heel dichtbij, doe je al snel te veel."

Hollywood-virus
Van zijn generatie behoort Van Huêt tot de meest ervaren acteurs van Nederland. Zijn cv is alleen nog maar langer en indrukwekkender geworden sinds Mike van Diem er een blik op wierp. En langzaamaan beginnen ook in de pers de etiketten 'aanstormend talent' en 'jonge belofte' te verdwijnen. Van Huêt, nu 28 jaar oud, heeft zich bewezen en is toegetreden tot de rangen van de gerenommeerde professionals. Maar dat is een constatering die hij zelf liefst zo snel mogelijk wegwuift. "Laatst vroeg iemand me 'En hoe is het nou om bij de nationale top te horen?' en dat vond ik wel zo viezig klinken! Natuurlijk is erkenning goed voor je ego. Maar bij de beste horen was ook mijn opzet toen ik naar de Toneelschool ging; ik heb niet iets onverwachts gepresteerd. Bovendien is Nederland heel klein; de top is relatief snel bereikt."
Nu hij zelf richting dertig loopt is Van Huêt zich bewust van "al die jonge gastjes" die vers van hun opleidingen solliciteren naar de rollen die een paar jaar geleden bijna exclusief zijn domein waren. "De angst dat mensen op je zijn uitgekeken, is er altijd. Maar gelukkig kom ik qua leeftijd langzaam in de buurt van een ander soort rollen dan die ik tot nog toe speelde. Ik kan nu vaders gaan spelen! En ik heb inmiddels ook niet zo'n haast meer. Die voortdurende onrust, dat 'oh god, ik moet werk hebben', is grotendeels verdwenen. Ik kan wat laconieker omgaan met een afwijzing."
Binnenkort gaat Van Huêts eerste eigen theaterregie in première, een bewerking van stukken van Oscar Wilde tot een dialoog tussen een danser en een acteur. Maar, zo benadrukt hij, hij blijft in eerste instantie acteur. En zijn ambities op dat vlak zijn te omschrijven als "meer van hetzelfde maar dan beter". Hij zou graag weer samenwerken met Martin Koolhoven en in een nieuwe film spelen van Erik de Bruyn. En hoewel hij Nederland "op filmgebied een Derde-Wereldland" vindt, is Van Huêt zeker niet geïnfecteerd met het Hollywood-virus dat veel van zijn collega's de oceaan doet oversteken. "Toen we in Canada iemand zochten voor de rol van de volwassen Marjoke, zag ik weer eens hoe het er daar aan toe gaat. In zo'n castingkantoor worden twintig, dertig audities op een dag gedaan. Als individuele acteur ben je niemand. Als ik het zou willen proberen in Amerika dan zou ik weer bij nul moeten beginnen en daar heb ik geen zin in."
Het dichtste bij Hollywood dat Van Huêt ooit is geweest, was tijdens het Filmfestival Moskou in de lobby van het Hotel National. Terwijl hij daar zat te wachten op de prijsuitreiking voor Wilde mossels, banjerde Jack Nicholson de draaideur door. Na zijn moed bij elkaar geraapt te hebben, vroeg Van Huêt zijn beroemde collega of hij niet naar de film wilde komen kijken. "Natuurlijk zocht hij een uitweg. (Van Huêt zet een donkere, slepende stem op) 'Well son, I've got a very busy schedule, you know.' Maar hij ging wel met me op de foto en gaf me een handtekening. Zelden ben ik zo zenuwachtig geweest."

Edo Dijksterhuis

De De grot draait op het Nederlands Film Festival en vanaf 27 september in de bioscoop.

Naar boven