Analyze this - oktober 2001, nr 226

Onbegrepen

Filmhistoricus Hans Schoots legt maandelijks de filmkritiek op de sofa.

Meningsverschillen zijn er genoeg onder de critici, maar slechts af en toe is er een 'omstreden' film, met de bijbehorende opwinding en verontwaardiging. In zo'n geval verwijten de voorstanders de tegenstanders meestal dat ze er 'niks van begrijpen'. En vaak terecht.
Neem
La pianiste, de meest gematigde film van de Oostenrijkse regisseur Michael Haneke, die op het Festival van Cannes dit jaar drie van de vier grootste prijzen in de wacht sleepte. Radicalen in Hanekes vaderland, zoals de scribent van het Weense dagblad Der Standard, verweten hem dat hij te slap was geworden. Der Standard meldde in de eerste dagen van Cannes met nauwelijks verholen genoegen dat La pianiste er slecht ontvangen was. Er was slechts schuchter geapplaudiseerd! Typisch voorbeeld van iemand die er niks van begrijpt. Goede kans dat het publiek sprakeloos was bij deze film die nog "dagenlang door het hoofd blijft spoken" (David Sneek in Trouw) en "die nog lang niet afgelopen is wanneer Isabelle Huppert voor het laatst het beeld uit loopt" (Peter van Bueren in de Volkskrant). Maar Der Standard vond La pianiste "kleinburgerlijk" en een "groteske stap terug" vergeleken bij de roman van Elfriede Jelinek, waarop de film gebaseerd is. Verder zag je er "toneelacteren" in "zoals dat bekend is van literatuurverfilmingen van de ORF-televisie uit de jaren zeventig", waardoor allerlei scènes "eerder tot lachen uitnodigen". Toch speelt Isabelle Huppert een van de meest indrukwekkende vrouwenrollen die de afgelopen jaren op het witte doek te zien zijn geweest en zijn de mindere prestaties van haar tegenspeler Benoît Magimel in ieder geval adequaat. Spreken hier Oostenrijkse zelfhaat en een onverdraagzaam dogmatisme waarin mensen moeten wijken voor ideeën? Vergeleken bij zijn vorige films is Haneke in La pianiste tenslotte minder pamflettistisch, heeft het minder over wat er niet deugt aan onze samenleving. Dit keer gaat het om een wanhopige eenling.
Toen de prijzen aan de Rivièra eenmaal vielen was er even vreugde alom in de Alpenrepubliek. Maar Hanekes vijanden roerden zich alweer snel. Directeur Hans Hurch van het Weense Filmfestival noemde Hanekes eerdere film Funny games "schadelijk" en La pianiste vond hij ook te heftig. Hij verklaarde er "gespleten tot afwijzend" tegenover te staan. Haneke trok zijn film van het festival terug.
Onder Nederlandse critici waren over La pianiste slechts meningsverschillen. Toch is "de tragiek van [pianiste] Erika zo urgent, zo tastbaar", om met Trouw te spreken, dat je het gevoel krijgt dat een andere interpretatie dan deze onverdraaglijk is. Je wilt roepen: "Snap het dan!" Zo schrijft Parool-recensent Jos van der Burg: "La pianiste is een onbevredigende film. We kijken met verbazing naar de emotioneel gestoorde pianolerares, maar ze raakt ons niet. De reden is dat haar problemen, in tegenstelling tot wat Jelinek en Haneke denken, niet van onze tijd zijn. In de jaren vijftig van de vorige eeuw zou La pianiste doel treffen, maar in een tijd waarin het uiten van emoties even dwangmatig wordt aangemoedigd als vroeger emotionele geremdheid, richt de film het vizier op een achterhaald doel."
Deze argumenten kun je stuk voor stuk omkeren: La pianiste moét onbevredigend zijn, omdat hij laat zien hoe een ander in een voor ons nauwelijks toegankelijk universum gevangen zit. Het maakt de geschiedenis van de pianiste huiveringwekkend en de momenten waarin we even met haar kunnen meeleven dubbel indringend. Zoals de scène waarin zij haar minnaar een brief heeft overhandigd en, terwijl hij leest, in angstige hoop afwacht wat hij zal zeggen. In een tijd waarin het uiten van emoties dwangmatig wordt aangemoedigd, is er juist reden te meer om te laten zien dat er nog evenveel verborgen wanhoop is als vroeger. Toch nog een boodschap. La pianiste is een verpletterende film voor wie hem begrijpen wil.

Hans Schoots

Naar boven