Oktober 2001, nr 226

The discovery of heaven

Schrijven = schaven

Edwin de Vries bewerkte Harry Mulisch' complexe magnum opus 'De ontdekking van de hemel' tot een filmscenario. "Mulisch zei: 'Ga je gang maar, je kent het boek ondertussen beter dan ik'."

Edwin de Vries (foto: André Bakker).

De werkkopie van 'De ontdekking van de hemel' op het bureau van Edwin de Vries ziet er doorleefd uit. Er zitten diepe vouwen in de rug van de paperback, de hoeken van de kaft krullen een beetje op. Tussen de beduimelde pagina's steken tientallen gele, groene, rode en oranje geplastificeerde papiertjes. In de kantlijnen staan uitroeptekens en onderstreepte steekwoorden. Minstens vier kleuren merkstift zijn gebruikt om het belang van de gedrukte tekst te benadrukken.
Zeker twintig keer heeft Edwin de Vries, scenarioschrijver van The discovery of heaven, het magnum opus van Harry Mulisch nu gelezen. En dat terwijl de 900 bladzijden tellende monsterroman nog maagdelijk in zijn boekenkast stond toen Jeroen Krabbé hem in februari 1998 voorstelde het boek te verfilmen. Regisseur Krabbé, scenarist De Vries en producent Ate de Jong hadden net met
Left luggage enkele kleinere prijzen in de wacht gesleept op het filmfestival van Berlijn en wilden zo snel mogelijk door met een vervolgproject. Terug in Nederland belandde De Vries met een Berlijnse verkoudheid en Mulisch' boek een weekje in bed en was hij binnen de kortste keren gewonnen voor Krabbé's plan.
"Ik heb het boek in één ruk uitgelezen", herinnert De Vries zich. "Om de tien pagina's doe je weer een ontdekking en wordt je nieuwsgierigheid opnieuw geprikkeld. Als je goed leest en herleest dan zie je dat de clou van het hele verhaal, zelfs het antwoord op de vraag wie Quintens vader is, eigenlijk al in de eerste paar pagina's van het boek te vinden is. Maar het is zo goed verpakt in ingewikkeld filosofische taal dat zelfs veel critici dat niet gezien hebben."
Na een aantal leesbeurten stortte De Vries zich op een maandenlang proces van analyseren en rubriceren. Uit deze periode stammen de gekleurde papiertjes, uitroeptekens en onderstrepingen, allemaal hulpmiddelen om de complexe roman behapbaar te maken. "Het moeilijkste was te bepalen wat nu precies de kern van het verhaal is. Waar gaat het boek over en waar moet de film over gaan? En dat dan samengebald in één zin. Na veel overleg met Jeroen was ik eruit. Het gaat over twee engelen die de opdracht krijgen Gods tien geboden terug te halen en die om dat doel te bereiken een aantal mensenlevens naar hun hand zetten. Toen ik die zin eenmaal had, had ik in wezen de structuur voor de hele film."
Harry Mulisch zelf had al van tevoren laten weten zich niet met het scenario te willen bemoeien. De Vries: "Hij zei geen verstand van scenarioschrijven te hebben en niet twee keer hetzelfde verhaal te willen schrijven. Ik kreeg wel zijn persoonlijke telefoonnummer met de verzekering dat ik hem altijd mocht bellen met vragen. Het zijn vooral praktische, feitelijke dingen die ik hem heb voorgelegd."
Pas toen de eerste Engelstalige versie klaar was, liet De Vries de auteur zijn bewerking lezen. Mulisch was tot zijn opluchting enthousiast en nodigde hem en zijn compagnons uit voor een etentje. Eigenlijk was Mulisch over maar één scène echt ontevreden. De Vries liet hoofdpersoon Onno ergens op het einde zeggen: "Ik voel me als een amateurtoneelspeler, die in het Royal Shakespeare Theatre op moet in de rol van King Lear." Volgens de romancier zou Onno zoiets nooit zeggen. Maar toen de scenarist hem liet zien dat hij het letterlijk zo in hoofdstuk 61 had opgeschreven, gaf hij zijn protest op. De Vries: "Hij zei 'Ga je gang maar, je kent het boek ondertussen beter dan ik'. Vrijwel direct daarna zijn de contracten rondgekomen."

Literaire lasnaad
Het verschil tussen The discovery of heaven en De Vries' vorige boekverfilming, Left luggage, had uit scenaristenoogpunt niet groter kunnen zijn. Moest De Vries voor de bewerking van Carl Friedmans sobere, compacte roman 'Twee koffers vol' er allerlei scènes bijverzinnen om de wenselijke dramatische spanning te bewerkstelligen, de transformatie van Mulisch' pil tot script behelste vooral veel schrappen. "Eigenlijk was dit makkelijker", oordeelt de scenarioschrijver na gedane arbeid. "'De ontdekking van de hemel' is zo rijk aan materiaal dat ik er niets bij hoefde te verzinnen. Alle energie ging zitten in het schiften."
Nooit eerder moest De Vries zichzelf zo vaak herinneren aan het schrijversadagium 'kill your darlings'. Met pijn in het hart sneed hij hele subplotten en zelfs personages weg. "Er zitten vreselijk veel lagen in het boek. Het is een detective maar ook een verhaal over vriendschap en een filosofisch tractaat. We hebben een tijd lang serieus overwogen om er twee of drie films van te maken. Maar op een gegeven moment was het duidelijk dat het toch één, zij het lange, film werd."
"Een van de eerste dingen die ik eruit heb gehaald zijn de tussenstukken waarin de engelen hun verhaal vertellen. Niets is dodelijker voor film dan twee mannen die zitten te praten over iets dat al gebeurd is. Verder zijn er passages uitgehaald die in het boek bijna op zichzelf staan zoals de hoofdstukken over Quintens opvoeding op kasteel Groot Rechteren. Die geven een mooi cultuurhistorisch sfeerbeeld maar lenen zich moeilijk voor film omdat er weinig handelingen in zitten. In de eerste versie van het script, dat vier uur duurde, zat dat stuk er wel in maar het bleek meteen de zwakste passage."
Ook de politieke sleutelroman waarin Mulisch de hele Nederlandse politiek van de jaren zeventig ophangt aan Onno's carrière als Amsterdamse wethouder en later lid van de Tweede Kamer, is in het filmscript bijna volledig gesneuveld. "Het is een meesterlijke literaire vondst maar niet belangrijk voor de hoofdplot", oordeelt De Vries. "Bovendien is deze productie bedoeld voor de internationale markt. Kijkers in Engeland zullen Den Uyl of Van Agt niet herkennen. Misschien is het een idee om van die hele politieke verhaallijn eens een achtdelige serie voor de Nederlandse tv te maken."
Na het afslanken van de tekst was De Vries er nog niet. Hij bleef zitten met een verhaal dat eigenlijk uit twee zeer verschillende helften bestond: een deel voor de geboorte van Quinten en een deel daarna. In Mulisch' roman scheidt die literaire lasnaad het boek in een soort Oude en Nieuwe Testament, maar op celluloid werkt een dergelijke breuk minder goed. Op dit punt realiseerde de scenarioschrijver zich dat het tijd was de roman opzij te leggen. "Ik zat tijdens de eerste drie scriptversies erg vast aan het boek. Ik voelde duizenden lezers over mijn schouders meelezen. Maar op een gegeven moment is wat in het boek logisch is, niet logisch in de film. Dat moment van wegleggen was wel even pijnlijk. Maar uiteindelijk was duidelijk dat ik van het origineel moest afwijken ten bate van het script."

Adviezenberg
De Vries kreeg buitenlandse hulp in de persoon van editor Robert Kamen, die onder andere Karate kid I op zijn naam heeft staan. Hij had ook al geadviseerd bij het schrijven van Left luggage en kwam toen met suggestie om het jongste kind van familie Kalman tot de helft van de film niet te laten praten, een ingreep die de effectiviteit van de film aanzienlijk verhoogde. "Het is een erg slimme man, maar hij denkt puur Hollywood", aldus De Vries. "Na drie dagen suggesties van zijn kant was ik wel een beetje uit het lood geslagen; hij wilde zoveel veranderen! Ik heb toen in één week tijd een geheel nieuwe versie geschreven met alle adviezen van Kamen er in verwerkt. Toen Jeroen dat las, was hij de wanhoop nabij. Hij vond het een totaal ander script en hij wilde het niet hebben."
Uiteindelijk bleven van Kamens adviezenberg twee aanbevelingen overeind. De eerste was een duidelijker keuze voor één hoofdpersoon om de film als eenheid omheen te bouwen. "En Onno is de hoofdpersoon, daar waren we het snel over eens. Hij is er vanaf het begin en hij is de enige overlevende op het einde; hij maakt alles mee. In de roman raak je Onno voorbij het midden een tijd kwijt als hij Nederland ontvlucht en de aandacht helemaal naar Quinten verschuift. Dat heb ik in de film vermeden door andere karakters samen te voegen met Onno. Zo iemand als professor Verloren van Themaat, die in het boek optreedt als Quintens leermeester, sluit qua karakter prima aan bij Onno. En het werkt. Onno blijft dicht bij het jongetje en dus in beeld."
Het andere advies van Kamen dat De Vries oppikte betreft de rol van Ada. De Vries bedacht een actievere rol voor Quintens moeder die de laatste helft van het verhaal in coma ligt. "Kamen had daar een mooie uitspraak over: 'actresses like to die, but hate to be dead'. Dat heb ik me ter harte genomen. Ik heb Ada als geestverschijning laten praten met Quinten. Op die manier kreeg Flora Montgomery een interessantere rol en had Quinten een klankbord."
Dat laatste was niet onbelangrijk bij het betrekken van Quintens rol in de handelingen. "In het boek spreekt Quinten nauwelijks maar denkt hij vooral. En het actief maken van gedachten is een van de moeilijkste dingen in een script. Een voice-over is de dufste oplossing die je kan bedenken en dat wilden we dus absoluut niet. We hebben er uiteindelijk voor gekozen om Quinten dingen te laten zien die er niet zijn. Hij ziet bijvoorbeeld in flitsen hoe mensen aan hun einde komen en praat met zijn bewusteloze moeder. Die ingreep maakt het meteen ook spannend. En het sluit toch goed aan bij het boekpersonage; dat is ook een speciaal kind dat van zichzelf weet dat hij niet normaal is."

Knallen
Bij de adaptatie van 'De ontdekking van de hemel' kon De Vries terugvallen op zijn niet geringe ervaring als scenarioschrijver. Maar belangrijker was misschien wel zijn staat van dienst als acteur en regisseur. "Ik kon me makkelijk inleven in de personages; ze gingen vanzelf in mijn hoofd aan de gang", stelt de man die onder andere Hamlet op het toneel zette, rollen had in films als Hofmann's honger (1995) en Do not disturb (1999), en op televisie gestalte gaf aan de homoseksuele restauranthouder Karel van 'In de Vlaamse pot'.
"Ik heb tijdens het schrijven ook rekening gehouden met de montage. Omdat ik het zelf heb gedaan weet ik dat een scène soms mooier kan worden door meteen de dialoog binnen te knallen. Een schrijver wil daar dan misschien langer over doen terwijl dat op film minder goed uitpakt. Ik kan scenaristen van harte aanbevelen om ervaring op te doen met montage. Je gaat er echt anders van schrijven."
Het andere schrijven zit 'm vooral in de minutieuze uitwerking van de verhaalstructuur. Pas als die goed in elkaar zit, komen bij De Vries de dialogen aan bod. "Bij deze film had ik de luxe dat ik Mulisch' roman op floppy had zodat ik hele passages zo kon overzetten. Maar op een gegeven moment merkte ik dat de dialogen een beetje literair en houterig werden. Daar heb ik samen met Jeroen spreektaal van gemaakt en dat hebben we in het Engels laten vertalen. Met die eerste, vrij letterlijke vertaling ben ik naar de dichter Michael Lally gegaan om te vragen of hij er goed bekkende taal van wilde maken. Ik heb later ook zelf geprobeerd in het Engels te schrijven, maar ik voelde me een invalide, een analfabeet. Op zo'n moment merk je wat voor Nederlands woordenarsenaal je in je hoofd hebt."
Ook tijdens de opnames liep De Vries voortdurend rond op de set om op verzoek van acteurs nog hier en daar te schaven aan de tekst. Vooral de opmerkingen van hoofdrolspeler Stephen Fry hielpen De Vries met het zetten van de puntjes op de i. "Wat zo heerlijk was van Stephen Fry is dat hij de humor van de rol begreep. Daarmee geeft hij de film iets lichts. En hij kon soms heel raak improviseren. Op een keer was Harry Mulisch op de set en Fry voegde een paar zinnen toe die Harry nooit geschreven had. Moest hij vreselijk om lachen. Hij liet ons beloven dat stukje er absoluut in te houden."

Edo Dijksterhuis

The discovery of heaven is te zien: vanaf 25 oktober.

Naar boven