Oktober 2001, nr 226

Filmfestival Venetië

God is dood, de hemel bestaat

Films kunnen de wereld veranderen. Als ze maar goed gemaakt zijn. Dan laten ze niet onberoerd. Het afgelopen Filmfestival Venetië vertoonde opmerkelijk veel sterke films met een politiek thema. Van de Argentijnse verdwijningen van Marco Bechis tot de psychologie van een Roemeense martelaar in Lucian Pintilie's L'après-midi d'un tortionnaire.

L'après-midi d'un tortionnaire van Lucian Pintilie.

Venetië, september 2001. Filmfestivals zijn glazen bollen. Ze vormen hun eigen biosfeer. En soms kun je er de toekomst uit voorspellen.
Tijdens de persconferentie van de film die uiteindelijk de Fipresci-prijs van de internationale filmkritiek zou winnen, werd er tijdens het afgelopen 58ste Filmfestival Venetië gefilosofeerd over de maatschappelijke relevantie van films. Het bleek een samenbindende rode draad die door de hele porgrammering liep. De Franse veteraanregisseur Philippe Garrel voert in zijn meest recente film Sauvage innocence een jonge filmmaker ten tonele die na de dood van zijn echtgenote aan een overdosis vastbesloten is een anti-drugsfilm te maken. De enige geldschieter die in het project is geïnteresseerd, eist dat deze François eerst als drugskoerier optreedt, voordat hij zijn film wil financieren. En de filmmaker gaat akkoord.
Volgens Garrel roept dit dilemma het vraagstuk van de Franse Nouvelle Vague in herinnering of film een middel kan zijn om de wereld te verbeteren. De inktzwarte conclusie van zijn in grauwgrijs gedraaide film moet luiden dat dat niet zo is. Ook de actrice die François' gestorven geliefde moet vertolken sterft aan de heroïne.
Natuurlijk heeft Garrel gelijk. Dat is zelfs niet opzienbarend. Film is film en de tijden van maatschappelijk engagement liggen ver achter ons.

Signaal
Maar had Garrel gelijk? In de door festivaldirecteur Alberto Barbera in zijn derde jaar in functie gecreëerde filmplaneet op het Lido waren opmerkelijk veel films met politiek gekleurde onderwerpen te zien. En dat waren ook nog eens de sterkste films van het programma. Waren zij de keuze van een selectiecommissie die graag een signaal aan de entertainmentregering van Silvio Berlusconi wilde afgeven? Of is er werkelijk sprake van een kleine opleving van het verlangen om relevante, zo niet geëngageerde films te maken? Alle Nouvelle Vague-naargeestigheid ten spijt.
Van de Engelse regisseur Ken Loach kun je niets anders verwachten. Politieke films zijn zijn stiel. Zijn in competitie vertoonde spoorwegdrama The navigators doet wel wat denken aan zijn veelbekroonde Riff-raff (1992), een tragikomedie over zwartwerkers in de bouw. Net als Riff-raff is ook The navigators oorspronkelijk voor televisie gemaakt (wat een vertoning in de hoofdcompetitie niet in de weg stond). Riff-raff kreeg na een goedbekeken televisievertoning toch nog een bioscooproulement. Bij The navigators gaan ze dat anders aanpakken. De film zal een korte periode in een aantal Engelse arthouses worden vertoond en dan later deze maand in Engeland een groots opgezette televisie-uitzending beleven. Zodat de film, die door Loach expliciet als politiek middel wordt beschouwd, een zo groot mogelijk publiek kan bereiken en onderdeel kan worden van de - niet langer exclusief Engelse - discussie over de privatisering van voormalige staatsbedrijven, in dit geval van de spoorwegen.
Loach riep in Venetië journalisten op om hun ervaringen met privatisering en daarmee met de teloorgang van oude waarden als kameraadschap en loyaliteit met hem te delen. Hij gaf de microfoon op de persconferentie zelfs aan een van de organisatoren van de antiglobaliseringsdemonstraties tijdens de G8-top in Genua. En waarom slaagt Loach erin om de door hem gewenste discussie uit te lokken? Omdat The navigators een humaan en humoristisch portret is van een groepje railbouwers, strak verteld en in sterke, dicht op de huid geschoten shots verbeeld. Dit is verplichte kost voor de NS-top. Exit Garrel met zijn sombere zelfbeklag.

Verdwijningen
Verplichte kost voor het koninklijk huis was er ook te zien in Venetië. De naar Italië uitgeweken Argentijn Marco Bechis wist al kippenvel op te wekken met de eerste beelden van zijn in de Cinema del presente-competitie vertoonde film Hijos, die net als zijn explosieve debuut Garage olimpo over de verdwijningen gaat. Een bij hun geboorte uit elkaar gehaalde tweeling vindt eerst elkaar en gaat dan op zoek naar de waarheid over hun ouders. "Iedereen heeft recht op de waarheid", zei Bechis en na zijn in krachtige beelden opgeroepen film, zou je willen denken dat ook iedereen de plicht heeft om naar de waarheid op zoek te gaan.
De Roemeense filmmaker Lucian Pintilie, van wie vorig jaar Terminus paradis in Nederland was te zien, keerde enige jaren geleden al terug uit zijn Parijse ballingschap naar zijn geboorteland en heeft nu met L'après-midi d'un tortionnaire ook een liever verzwegen deel van de Roemeense geschiedenis opgerakeld. Gebaseerd op een soort encyclopedie van martelaren die in Roemenië is verschenen, probeert hij de psychologie van een martelaar in kaart te brengen.
Niets in het universum bestaat zonder reden, legt Pintilie in de eerste minuten van de film zijn 'getuige' in de mond. Hij is een voormalig politiek gevangene die ter gelegenheid van een radioprogramma dat slachtoffers met hun beulen confronteert, naar een ex-gevangenenbewaker reist. Haarscherp en gruwelijk zet Pintilie in een strak geregisseerde film vervolgens uiteen dat voor alles wat wij om ons heen laten gebeuren er geen buiten onszelf liggende redenen bestaan. God, metafysica en ideologie hebben afgedaan. En toch bestaat de hemel.

Toeschouwer
Soberder nog dan Pintilie's beulsbiecht was Amos Gitai's Eden. In het van hem uitgeklede licht - (hoe moet je het omschrijven? Als licht waaruit het licht is weggehaald, dat er alleen nog maar is om niet tegen de dingen aan te botsen) - verfilmde hij een verhaal van Arthur Miller over de zionisten die aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog naar hun beloofde land trokken. Maar toen al was de melk waterig en de honing zuur. Gitai volgt een jong echtpaar waarvan de man naar Duitsland trekt om te vechten en de vrouw (een wederom intense Samantha Morton) achterblijft als een dolende in de woestijn. Ze loopt al als een toeschouwer door haar eigen leven, niet in staat verbinding te maken met wat er om haar heen gebeurt. Via ingenieuze suggestie laat hij haar als het ware wel en niet in haar eigen leven aanwezig zijn. Zien we haar herinneringen, is zij een schim uit verleden of toekomst, een Kassandra om wiens glimlach we alleen nog maar moeten huilen?
Eden gaat niet opzichtig over Israel of alle eufemistische termen waaronder je de conflicten in het Midden-Oosten zou moeten samenvatten. Eden gaat over de eeuwigdurende wisselwerking tussen kosmos en individu, de kringen die een steen in de vijver maakt. Je zou er - daarom - prompt de wereld van willen gaan verbeteren.

Op z'n kop
Venetië was dit jaar geen jaar van grote cinematografische revoluties, van films waar je hele wereld van op z'n kop wordt gezet, zoals twee jaar geleden Fight club. Voor de mooiste films moest je even moeite doen en niet naar de instant-bevrediging van - het overigens goedgemaakte - The others van Alejandro Amenábar of de simplistische wijsheden van Richards Linklaters animatiefilm Waking life verlangen. Dat Johnny Depp, Nicole Kidman, Liz Taylor en Denzel Washington Venetië ook nog aandeden, was bijna een ongepaste verstoring van de filmmeditatie. De logica van Barbera's twee competities was meestal niet even duidelijk. Je zou verlangen dat hij de hoofdcompetitie avontuurlijker had gemaakt en alle degelijke auteursfilms, al dan niet uit Hollywood, buiten competitie zou hebben geprogrammeerd. Al is het soms wel weer heerlijk om even wakker te worden geschud door de neogothic horror van de gebroeders Hughes in de Jack the Ripper-film From hell.
Voor mij heeft Venetië, achteraf, op een waardevolle manier mijn gedachten gescherpt over iets waarvan ik - kind van mijn tijd - eigenlijk dacht dat het passé was. Noem het de politieke film, noem het zoeken naar relevantie. Al die films die ik hierboven heb beschreven gaan uiteindelijk over veel grotere, universelere waarden als liefde, vriendschap, onvermogen, haat, en hebben mij ervan overtuigd dat ze ertoe doen. Nu, in september 2001, voor en na.

Dana Linssen

The navigators van Ken Loach.


Prijzen Venezia .58
Competitie:
Gouden Leeuw: Monsoon wedding (Mira Nair)
Grote juryprijs: Hundstage (Ulrich Seidl)
Regieprijs: Raye makhfi/Secret ballot (Babak Payami)
Scenario: Y tu mamá también (Alfonso en Carlos Cuarón, regie: Alfonso Cuarón)
Coppa volpi voor beste acteur: Luigi Lo Cascio (Luce dei miei occhi, regie: Giuseppe Piccioni)
Coppa volpi voor beste actrice: Sandra Ceccarelli (Luce dei miei occhi)
Marcello Mastroianni-prijs voor beste jonge acteur: Gael Garcia Bernal en Diego Luna (Y tu mamá también)
Gouden Leeuw voor hele oeuvre: Eric Rohmer

Cinema del presente:
Leeuw van het heden: L'emploi du temps (Laurent Cantet)
Speciale juryprijs: Hai xian/Seafood (Zhu Wen) en Le souffle (Damien Odoul)

Fipresci:
Venezia .58: Sauvage innocence (Phillipe Garrel)
Beste debuut: Le souffle (Damien Odoul)
Speciale vermelding: L'anglaise et le duc (Eric Rohmer)

Naar boven