Analyze this - november 2001, nr 227

Escapisme mag

Filmhistoricus Hans Schoots legt maandelijks de filmkritiek op de sofa.

Niet alles is anders geworden sinds 11 september. De Nederlandse recensenten schrijven over films zoals ze het altijd al hebben gedaan. Als er één heeft gezegd dat films nu van inhoud moeten veranderen, is het veel. Toen Frans Afman, de bestuursvoorzitter van het Nederlands Film Festival, op 19 september het festival in Utrecht opende met verwijzing naar "de strijd voor het behoud van vrijheid en democratie" die Amerika voerde, wekte dit eigenlijk vooral bevreemding.
Voor de ouderen onder ons was het een hele ervaring te merken dat niemand tijdens het festival op de proppen kwam met een resolutie, een handtekeningenlijst of een aksie voor of tegen de toestand in de wereld. Twintig of dertig jaar geleden dienden de aanwezigen tijdens een dergelijk samenzijn publiekelijk politiek stelling te nemen. Dat begon met het festival van Cannes, dat in 1968 voortijdig werd beeïndigd ter ondersteuning van de revolutie, daarmee de indruk achterlatend dat het niet vertonen van films de toekomst had. In de jaren tachtig had je nog een filmmakerscongres op Madeira, waar Wim Verstappen en Joris Ivens er met zijn tweeën in slaagden een resolutie tegen de plaatsing van kruisraketten te verijdelen. Verstappen was overtuigd Amerikanist, Ivens was pro-China, dus anti-Sovjetunie, dus vóór kruisraketten.
Toch werden er in Utrecht wel pamfletten uitgedeeld. Theo van Gogh verweet het nationale recensentendom in een vlugschrift met de titel 'Onder pygmeeën' dat het de neus ophaalt voor genrefilms als
Down van Dick Maas (zie www.theovangogh.nl). Peter van Bueren maakte zich andere zorgen. Hij concludeerde in de Volkskrant dat het er slecht uitziet met de vaderlandse filmkunst, want gebleken was dat Porgy Franssen de naam van Tom Tykwer niet kon uitspreken. Een nog ernstiger teken aan de wand was dat acteur Franssen niet vertrouwd bleek met de brochure 'Cinema Militans', in 1929 gepubliceerd door de schrijver Menno ter Braak. Wie weet dat Ter Braak daarin vrijwel elk acteren in de film afwijst (want 'tooneel') begrijpt dat Franssen wel wat beters te lezen heeft.
Maar goed. Deze aandoenlijke strubbelingen tegen de achtergrond van ineenstortende wolkenkrabbers laten zien dat onze filmmakers en filmbeschouwers genezen zijn van een oud idee. Niet langer denken ze dat ze als kunstenaars bijzondere gaven bezitten voor het redden van de mensheid, zodat geëngageerde kunst plicht is. Ze zijn in dat opzicht burgers geworden als ieder ander. Slechts een paar zullen in hun werk wat zinnigs te zeggen hebben over politieke zaken. De anderen leveren een mooie maatschappelijke bijdrage wanneer ze gewoon hun werk doen. Net als de bakker een goede daad verricht wanneer hij in tijden van nood zijn brood blijft bakken. De Britse auteur E.M. Forster ('A room with a view', 'Passage to India') ging een stap verder. Na de Eerste Wereldoorlog prees hij in het bijzonder de collega's die zich afzijdig hadden gehouden, want "wie kon wegkijken en kon blijven klagen over de dames en de salons, bewaarde een druppeltje van ons zelfrespect, hij hield het erfgoed van de menselijkheid in stand". Schrijver George Orwell, zelf een zeer geëngageerd man, wees erop dat de soldaten in de loopgraven het liefst boeken lazen die níet over de oorlog gingen. Escapisme mag!

Hans Schoots

Naar boven