Analyze this - december 2001, nr 228

De jungle

Filmhistoricus Hans Schoots legt maandelijks de filmkritiek op de sofa.

Apocalypse now is al meer dan twintig jaar oud. Nu Apocalypse now redux er is, blijkt eens te meer dat de discussie over wat deze film betekent nog maar net is begonnen. Want het is lang niet zo eenvoudig als een aantal van onze recensenten denkt. Jan Donkers noemt de film van Francis Ford Coppola in NRC Handelsblad bijvoorbeeld 'een metafoor voor de Amerikaanse betrokkenheid in Vietnam zelf, met al zijn rampen en mislukkingen', en Peter van Bueren zegt in de Volkskrant: 'De tocht naar Kurtz voert Willard steeds dieper in de waanzin van de Vietnamese oorlog'. Apocalypse is in deze visie primair een Vietnamfilm, over de politieke actualiteit van toen, of in ieder geval een film over oorlog. Geen wonder dat minstens vijf critici Apocalypse in verband brachten met de actualiteit van nu: Afghanistan.
Het kan verfrissend zijn eens een andere invalshoek te kiezen. Noem maar iets geks: het perspectief van een Vietnamees. De zevenendertigjarige schrijver en dichter Linh Dinh uit Ho-Chi-Minhstad besprak Apocalypse voor het Britse dagblad The Guardian. Hij legt uit dat Coppola's film op geen enkel concreet niveau iets heeft uit te staan met de werkelijkheid van Vietnam of de Vietnamoorlog. Volgen Linh speelt Apocalypse zich van a tot z in een fantasieland af, in 'het ultieme themapark', zoals hij het schamperend uitdrukt. Het is een film over 'een stelletje fletse figuren, Coppola incluis, die met hun eigen 'hearts of darkness' worstelen'. Nu is iemand als Jan Donkers wel zo verstandig te spreken van een 'metafoor voor de Amerikaanse betrokkenheid in Vietnam'. Apocalypse een realistische film over Vietnam noemen, zou absurd zijn. Een metafoor ja, maar voor wat? Er is veel te zeggen voor Linh Dinhs opvatting dat Apocalypse now op de eerste plaats gaat over innerlijk conflict. Over een algemeen menselijke innerlijke tweespalt, kun je eraan toevoegen.
Coppola heeft zich zoals bekend laten inspireren door Joseph Conrads novelle 'Heart of darkness' uit 1901. Daarin vaart hoofdpersoon Marlow een rivier in de Congo op, de jungle in, op zoek naar de immorele Kurtz. Eigenlijk is Marlow op weg naar zijn eigen innerlijk, liever gezegd: hij daalt daar in af. Afrika is in hemzelf, waarbij Conrads beeld van Afrika nogal koloniaal gekleurd is. In het boek staat Kurtz, die zich definitief in het zwarte continent heeft gevestigd, tevens voor de duistere kant van Marlow zelf. In de film is het gebied waarnaar Captain Willard op weg is, 'voorbij de laatste brug', waar Kurtz heerst, de duistere diepte van zijn eigen ziel. Wat zich daar bevindt is in Apocalypse te zien aan Kurtz' rijkje in de wildernis: een exotische, immorele wereld van dood en onderwerping. Marlow, Willard en Kurtz hebben gemeen dat ze zich af willen keren van de 'gewone' wereld en een verborgen verlangen koesteren naar het gebied aan gene zijde van de morele grenzen, waar de wet van de jungle heerst. Hun dierlijke kant. Maar tegelijk blijft zelfs de monsterlijke Kurtz gepijnigd door tweestrijd. Wanneer hij stervend fluistert: 'The horror, the horror', heeft hij het niet over de Vietnamoorlog of zelfs over oorlog in het algemeen, maar over de menselijke conditie, die zich bevindt tussen verlangen naar het irrationele en ongeremde, waarin geweld vanzelfsprekend een grote plaats inneemt, en het inzicht dat, wanneer die verlangde staat eenmaal bereikt is, de schuld blijft, en dus ook de horror.
Ondanks alle quasi-Vietnamese attracties en anti-Amerikaanse speldenprikken is Apocalypse now een tamelijk letterlijke verfilming van Joseph Conrads honderd jaar oude boek. Recensenten die denken dat deze film gebonden is aan actualiteiten als Vietnam of Afghanistan, gaan aan de kern voorbij: Apocalypse now is altíjd actueel, kijk maar naar jezelf.

Hans Schoots

Naar boven