Januari 2002, nr 229

Mohsen Makhmalbaf

Filmmakers Zonder Grenzen

Door de oorlog in Afghanistan heeft de film Kandahar van Mohsen Makhmalbaf de functie van politiek breekijzer gekregen. Niet meer de filmische kwaliteit maar de informatiewaarde staat centraal. "Kandahar is een spiegel voor de westerse wereld, die daarin zijn eigen falen gereflecteerd ziet. Maar ook de Afghanen krijgen een beeld voorgehouden van de tekortkomingen van hun eigen cultuur."

Mohsen Makhmalbaf (foto: André Bakker).

De filmografie over Afghanistan telt niet meer dan een dozijn titels. Mohsen Makhmalbaf somt op: "Er zijn een paar documentaires gemaakt aan de grens tussen Afghanistan en Pakistan, er bestaan twee Russische films over de oorlogsmemoires van Sovjetsoldaten, en er zijn wat films gemaakt door de Mujahedin - maar die vallen eigenlijk onder de noemer propaganda. In Hollywood is welgeteld één film gemaakt die zich in Afghanistan afspeelt: Rambo III. En dan heb je nog mijn eigen film The cyclist uit 1988. Dan heb je het wel gehad."
Dertien jaar na zijn eerste 'Afghaanse film' heeft de regisseur een tweede gemaakt over het buurland van zijn vaderland Iran. Maar zelf noemt Makhmalbaf Kandahar geen film. "Het is informatie", stelt hij resoluut. "Met Kandahar probeer ik Afghanistan een gezicht te geven. Voor de aanslagen van 11 september was het land voor de meeste mensen niet meer dan een bergachtig staatje waar drugsproducerende, fundamentalistische vrouwenhaters wonen. En voor velen is het dat nog steeds. Maar ik ben er verschillende keren geweest - te voet, in vermomming en zonder camera - en dan zie je dingen die je je niet kan voorstellen. Families die met duizenden tegelijk als uitgehongerd vee liggen te sterven in de woestijn. Kinderen die leeftijdgenoten van andere etnische groepen in elkaar slaan als ze de verkeerde woonwijk binnenlopen. Ontelbare afgerukte benen van boeren die tijdens het ploegen op landmijnen zijn gelopen."
Schaamte was Makhmalbafs eerste reactie op wat hij zag: "Filmen leek plotseling zo futiel, ik wilde nooit meer een speelfilm maken." Snel daarop volgde woede: "Ik kon er niet bij dat er zes miljoen mensen een langzame hongerdood stierven en niemand daar iets van zei." En uiteindelijk sloeg de frustratie toe: "Moest ik in mei bij de première in Cannes uitleggen waarom ik bezig was met een film over zoiets onbelangrijks als Afghanistan. Die journalisten wilden alleen maar praten over kunst terwijl ik ze smeekte me alsjeblieft iets te vragen over Afghanistan. Dat is tenminste echt."

Taliban
De gebeurtenissen in New York verleenden Makhmalbafs film een onverwachte actualiteitswaarde. Sindsdien heeft hij onophoudelijk gepraat over Afghanistan in nieuwsprogramma's, in festivalpanels en op persconferenties. "Het is vreselijk om te zeggen, maar misschien was 11 september noodzakelijk. De tragedie van 5000 New Yorkers heeft het lijden van 20 miljoen vergeten Afghanen zichtbaar gemaakt. Wat me wel stoort is de eenzijdige nadruk in de media op de staatspolitieke kant van de oorlog. Er wordt nu vooral gepraat over hoe Afghanistan staatkundig verder moet nadat de Taliban zijn verdreven. En de Taliban zelf worden eenzijdig gepresenteerd als een religieus fenomeen, terwijl zij het regelrechte uitvloeisel zijn van een combinatie van factoren als een nauwelijks bestaande economie, afwezigheid van onderwijs, etnische stammentwisten en de militaire inmenging van de Verenigde Staten en Pakistan tijdens de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Sovjet-Unie."
Al die aspecten komen min of meer aan bod in Kandahar. Toch ziet Makhmalbaf zijn film niet als politiek pamflet, maar eerder als 'humanitaire hulpmiddel'. "Vergelijk mijn missie met die van Artsen Zonder Grenzen. Waarom kunnen er geen Filmmakers Zonder Grenzen zijn?"
Nu het net zich lijkt te sluiten rond Osama bin Laden en de Taliban-strijders en na de bommenregen op Kandahar, is het laatste bastion van de voormalige Afghaanse machthebbers onbereikbaar voor tv-ploegen of fotografen. Dat was ook al het geval in 1999 toen de naar Canada uitgeweken Afghaanse Niloufar Pazira bij Makhmalbaf aanklopte met het verzoek haar te vergezellen naar de Zuid-Afghaanse stad. Een daar woonachtige vriendin had haar namelijk per brief laten weten het niet meer vol te houden onder het verstikkende Taliban-regime en zelfmoord te willen plegen. Pazira wilde dat de Iraanse filmer haar tocht naar Kandahar zou vastleggen. Makhmalbaf kwam echter niet verder dan de grens waar hij met zijn camera's werd tegengehouden. Pazira stootte door tot Kaboel maar werd toen gedeporteerd. Ook latere pogingen om via Pakistan het land binnen te komen liepen op niets uit en sindsdien heeft zij niets meer gehoord van haar vriendin in nood.
Zijn undercover verkenningstochten door Afghanistan deden Makhmalbaf besluiten Pazira's verhaal later toch te verfilmen. Pazira speelt zelf de hoofdrol van Nafas, de rest van de rollen wordt grotendeels gespeeld door bewoners van de vluchtelingenkampen aan de Iraans-Afghaanse grens. "Het was nog erg ingewikkeld om mensen te vinden om in de film te acteren", zegt Makhmalbaf. "De vrouwen wilden niet of kregen geen toestemming van hun echtgenoten. De mannen koesterden een diepe argwaan ten opzichte van film. De Taliban hebben zeven jaar lang afbeeldingen als blasfemisch bestempeld en een verbod uitgevaardigd op televisie en bioscopen. Die mannen waren gewoon vergeten wat filmbeelden ook al weer waren. Bovendien zat de angst voor Taliban-infiltranten in de vluchtelingenkampen er diep in."
Uiteindelijk vond de filmmaker een groep vluchtelingen in een geïsoleerd dal die het acteren wel aandurfde. Hoewel Makhmalbaf werkte met een van tevoren geschreven script, liet hij ruimte voor de verhalen die zich ter plekke voordeden. "Twee dagen voor de opnamen strompelde een vrouw het kamp binnen. Iedereen dacht ze een fatale ziekte had en meteen werd de dokter erbij gehaald. Toen bleek ze te lijden aan vreselijke honger. Dat voorval vond ik zo tekenend dat ik het in de film heb verwerkt. Hetzelfde geldt voor het jongetje dat op het kerkhof geld verdient voor zijn familie door Koranverzen te zingen. En de mannen zonder benen zijn ook echt. Iedere dag dat we filmden verloren mensen ledematen door mijnen. De mannen in de vluchtelingenkampen hadden nog geluk, die kregen tenminste een degelijke amputatie."

Het surrealisme van de Afghaanse werkelijkheid.

Gehandicaptensprint
Diezelfde mannen hobbelen in Kandahar op krukken door de woestijn als daar per parachute kunstbenen worden gedropt. De slowmotion-beelden van deze gehandicaptensprint behoren tot de meest poëtische van de film. Sommige critici hebben Makhmalbaf verweten dat hij met dit soort scènes het lijden heeft geësthetiseerd, maar daar is de regisseur het zelf niet mee eens. "Er zit een bepaalde betekenis achter deze beelden, ik heb ze niet gekozen puur vanwege hun schoonheid of komische waarde. Het is namelijk een feit dat vrijwel al het transport in Afghanistan door de lucht gaat en dat er veel mensen zonder benen rondlopen is ook niet te ontkennen. De dieper symbolische betekenis zit in het naar de hemel turen van de gehandicapten. Ze wachten op hulp van boven, ondertussen leven ze op niet meer dan lucht.
"Kandahar ligt, net als mijn eerdere films als
Moment of innocence of Gabbeh, op de grens tussen documentaire en fictie. De film bevat echte verhalen van echte mensen, maar als ik alleen de realiteit zou filmen zoals die zich aanbiedt dan zou ik een verslaggever zijn en geen filmmaker. De fictie die ik eraan toevoeg is mijn eigen visie, een van de tienduizend mogelijke perspectieven in deze relativistische wereld. Maar ik vind wel dat het fictieve deel geloofwaardig moet zijn; ik ben geen voorstander van het escapisme van de commerciële filmindustrie. De vraag die ik mezelf altijd stel is: had dit kunnen gebeuren? En aangezien Afghanistan een land is waar onwerkelijke dingen gebeuren, kan Kandahar er soms surrealistisch uitzien."

Filmhut
"Als een klap in mijn gezicht", omschrijft Makhmalbaf het filmen in de vluchtelingenkampen. "Ik was in bijna permanente shock door de ellende die ik zag, tijdens de opnamen stond ik vaak huilend achter de camera. Voortdurend vroeg ik me af of ik dit wel kon filmen."
Terug in Teheran voelde de regisseur de aandrang om meer te doen dan alleen zijn film afmaken. Met zijn productiemaatschappij Makhmalbaf Film House ontwikkelde hij een efficiënt educatief programma voor zo'n 5000 kinderen. Voor slechts 15 dollar kan een kind in vijf maanden de basis van het lezen en schrijven onder de knie krijgen. Bovendien zette hij met succes de Iraanse regering onder druk om een twintig jaar oude wet af te schaffen die het gevluchte Afghanen verbiedt om in Iran onderwijs te genieten. "Zonder onderwijs geen ontwikkeling", stelt Makhmalbaf. "Het is het startpunt voor een mentaliteitsverandering en de voorwaarde voor communicatie."
Inmiddels reist de regisseur de wereld af om wereldleiders te bewegen zijn voorbeeld te volgen en scholen op te zetten in Afghanistan. Kandahar, dat vorig jaar in Cannes nog "een film over een onbelangrijk onderwerp" werd genoemd, vervult nu de rol van politiek breekijzer. Zelfs George Bush vroeg vlak na de start van de bombardementen om een Engels ondertitelde versie. "Kandahar laat Afghanistan zien zoals het in westerse media nooit te zien is. De film is een spiegel voor de wereld, die daarin zijn eigen falen gereflecteerd ziet. Maar eigenlijk is het een dubbele spiegel. Ook de Afghanen krijgen een beeld voorgehouden van de tekortkomingen van hun eigen cultuur."
En Makhmalbaf ging de Afghanen die spiegel ook echt voorhouden. De acteurs uit het vluchtelingenkamp waren de eersten die Kandahar zagen. In een lemen hut met een video en tv aangesloten op een noodaggregaat ging de film in première voor een publiek waarvan de meerderheid nog nooit in een bioscoop was geweest. "Het heeft twee weken geduurd voordat iedereen de film gezien had. We konden mannen en vrouwen niet tegelijk in die kamer hebben, en de verschillende etnische groepen wilden niet naast elkaar zitten. En iedere groep eiste de afstandbediening voor zichzelf op. Die televisiehut was een soort Afghanistan in het klein."
De bevrijding van Kaboel en de gestage opmars van de Noordelijke Alliantie naar Kandahar stemmen Makhmalbaf voorzichtig positief over de toekomst van Afghanistan. De burqa's verdwijnen langzaam uit het straatbeeld, baarden worden afgeschoren en in de veertien bioscopen in het land vertonen voorheen streng verboden zang- en dansfilms uit Bollywood. "Het is alleen te hopen dat de aandacht voor Afghanistan niet verslapt na de val van Kandahar", stelt Makhmalbaf. "De wederopbouw van een land kan geen modegril zijn. Ik ben zelf bezig met een serie documentaires over de vluchtelingenkampen om de wereld op de hoogte te houden van de gebeurtenissen in Afghanistan. Film kan helpen voorkomen dat dit nog een keer gebeurt."
Ook in Amerika wordt gewerkt aan uitbreiding van de filmografie over Afghanistan. De Rheinische Post wist midden november te melden dat er hard gewerkt wordt aan Rambo IV.

Edo Dijksterhuis

Naar boven