Filmmuziek - februari 2002, nr 230


The lord of the rings: fellowship of the ring
Menig Tolkien-freak moet slecht geslapen hebben, voorafgaand aan de wereldwijde première van Peter Jacksons The lord of the rings: fellowship of the ring. Wat zou heel zijn gelaten van het verhaal en hoe ziet dat overblijfsel eruit op het witte doek? Hoe Middle-Earth klínkt zal de meeste mensen een worst wezen. Een boek is nu eenmaal doorgaans eerder beeld dan muziek. Toch jammer van alle moeite die componist Howard Shore (The fly, The silence of the lambs, Se7en) zich heeft getroost om Tolkiens wereld zo authentiek mogelijk in muziek om te zetten. Om te beginnen gooide hij alle synthesizers en computers overboord, want de score moest grofweg het karakter krijgen van een Edwardiaanse partituur omstreeks 1950. Verder deed Shore naar eigen zeggen onderzoek naar muziek die Tolkien bij het schrijven had kunnen inspireren, en propte de score vol met koorpartijen in de door Tolkien ontwikkelde Middle-Earth-talen. Voor de structuur van zijn muziek, goed voor 150 van de 180 minuten, ging Shore al even precies te werk. Zo gaf hij de ring maar liefst drie verschillende leitmotiven, ieder met zijn eigen kwaadaardige associaties. Verder kreeg bijvoorbeeld het reisgenootschap een heroïsch thema dat zich qua vorm en instrumentatie ontwikkelt naarmate de groep groter en hechter wordt. Je moet echter over scherpe oren beschikken, wil je alles kunnen horen zoals Shore het bedoeld heeft. De melodieën blijven niet hangen en Elvish en Dwarvish klinkt in het algemene tumult gewoon als Latijn. Bovendien plakt de muziek tezeer aan de beelden om werkelijk op te vallen, op enkele pakkende momenten na - ronduit betoverend is bijvoorbeeld de ijle jongenssopraan die doorbreekt wanneer zich in het duistere Mordor een sprankje hoop aandient. Al met al overtuigt de score van Fellowship of the ring voornamelijk als lekker ouderwetse 'mood music', die op commando vervaarlijk sist, een droomvluchtje neemt, een Keltische rondedans doet of een klaagzang biedt voor gestorven helden. Maar waarom zou je ook iets anders verwachten. De cd is met 72 minuten nog altijd slechts een selectie van het beste materiaal, maar onmisbaar voor wie het allemaal nog wat harder en spectaculairder terug wil horen. Helaas staat slechts enkele van de Tolkien-teksten in het boekje afgedrukt (gelukkig wel met Engelse vertaling), naast de lyrics van de neuzelige galmliedjes die Enya voor de film in elkaar mocht draaien.

Lekker ouderwetse 'mood music' in The lord of the rings.


Before night falls
Met Before night falls maakte Julian Schnabel een boeiende, maar ook onevenwichtige biografie van de Cubaanse dichter-dissident en homoseksueel Reinaldo Arenas. De film schetst een geloofwaardig beeld van het schizofrene Cuba van de jaren '50, '60 en '70. Maar Schnabel weet nauwelijks tot de complexe persoonlijkheid van Arenas door te dringen en wandelt soms al te makkelijk met grote stappen door 's mans geschiedenis. Opmerkelijk genoeg boeit en ontroert Before night falls nog het meest wanneer de muziek op de voorgrond dringt. Zoals met Carter Burwells etherische akkoordreeksen, die alle andere geluiden wegdwingen tot alleen het verlangen van de personages naar een beter leven overblijft. Wanneer Arenas dan eindelijk het paradijs Amerika bereikt, wordt het exotische van de wolkenkrabbers, het kapitalisme en de vrijheid wonderwel beklemtoond door het spirituele 'Kamata Mariyam' van de Libanese zanger Fairuz. Waarmee de associatieve kracht van de cinema maar weer eens bewezen is! De ziel van Cuba had evenwel niet anders kunnen klinken dan de afwisselend traditionele en jazzy deuntjes die tal van scènes als muzak begeleiden. Voortdurend zonnig en swingend, laat die muziek zich niet meeslepen door de ellende van de hoofdpersonages, en belichaamt zo 'een creatieve geest die niet onderdrukt kan worden en in feite niet te stoppen is' (Schnabel). Of zoals Reinaldo het in een gedicht verwoordt: 'onsterfelijk gemaakt en gered door het fijne, onafgebroken ritme, door de muziek, dat onophoudelijke ta-ta-ta' Het wordt de producers van de soundtrack om die reden enigszins vergeven dat Carter Burwells score nauwelijks op de cd vertegenwoordigd is, en dat de lekker in het gehoor liggende amusementsmuziek de boventoon voert. Geen commerciële zet maar poëtische gerechtigheid, zullen we maar zeggen.


Jeepers creepers
De best klinkende momenten van de Amerikaanse horrorfilm Jeepers creepers zijn logischerwijs niet op de soundtrack terechtgekomen: de lange muziekloze scènes die aan het eerste optreden van de 'Creeper' voorafgaan en erop volgen. Twee tieners op een stoffige autoweg in het Amerikaanse achterland, die situatie is sinds The Texas chainsaw massacre op zich al eng genoeg. Niemand in de buurt die je hoort schreeuwen, niets dan eindeloze grasvelden waar met een beetje geluk een gedegenereerde kannibaal op de loer ligt. Maar ook zonder dat referentiekader werkt die 'alsof er niks aan de hand is'-stilte op je zenuwen, zeker wanneer in de verte een donker vehikel opdoemt dat met grote snelheid dichterbij komt. De camera filmt de kids dan door de voorruit, terwijl achter hen het stipje uitgroeit tot een rook spuwende vrachtauto met heel wat kwaads in de zin. De krijsende claxon (chapeau voor het sounddesign!) geeft eindelijk het startsignaal voor de genrevaste score. Bennett Salvay's strijk-, blaas- en slagwerkgewoel dient dan vooral als kakofonisch notenbed voor het niet aflatende getoeter en gebots, en ebt weer weg wanneer het gevaarte passeert en verdwijnt. Opnieuw die stilte, nu nog bedrukkender. Hoe gaat dit verder? In elk geval klinkt de muziek na de tweede enge scène niet langer alsof ze rechtstreeks uit de motorkap van de Creeper komt, om ook tijdens de adempauzes als een nare lucht over de beelden te blijven hangen. En natuurlijk maakt ze hier en daar plaats voor de klassieker 'Jeepers, creepers', die je telkens hoort wanneer het monster in de buurt schijnt te zijn. Salvay verwerkt de oude oorwurm op geen enkele manier in zijn score, wat misschien ook een te voor de hand liggende truc was geweest om de muziek wat meer structuur te geven. Maar nu is al dat Stravinsky- en Varèse-achtige geharrewar wel erg vormeloos, en buiten de bioscoop enkel geschikt om met de koptelefoon op in het meest onschuldige landschap een boeman te kunnen wanen.

Kevin Toma

The lord of the rings: fellowship of the rings
Warner music

Before night falls
Blue thumb records

Jeepers creepers
Free inc. (import)

Naar boven