Februari 2002, nr 230
C.I.N.E.M.A. ontleed
What (is) cinema? wil het Filmfestival Rotterdam weten. Discussies, installaties, een speciaal programma met films over film(maken) en onderzoekingen in de grensgebieden tussen film en de andere kunsten moeten op die aloude vraag van André Bazin een antwoord zien te geven. Op deze en de volgende twee pagina's formuleert een aantal Nederlandse makers een antwoord. Is cinema een ding? Een locatie? Een ervaring? Een kunst? Een kunde? Is het verleiding en betovering? Of is 'What (is) cinema?' een onzinnige vraag? We beginnen met een uit het hart geschreven traktaat van filmmaker Erik de Bruyn (Wilde mossels).
La nuit Americaine.
Het is nauwelijks mogelijk over zo'n complex medium als cinema iets absoluuts of eenduidigs te zeggen. Daarom is het hieronder genoteerde dan ook te zien als enkele primaire, maar persoonlijke associaties over cinema, vanuit mijn filmmaker-zijn. Het principe C.I.N.E.M.A. dus. Dit keer als woord ontleed.
Maar allereerst zeven punten recht uit het hart, die ik als maker/toeschouwer als de chakrapunten van cinema beschouw.
Cinema:
is visueel narratief emotionerend; cinema wekt weemoed, blijheid, verdriet en kracht op.
werk naar binnen en zet aan tot doordenken.
hanteert verschillende betekenislagen.
trancendeert liefde, humane gevoelens.
confronteert, shockeert.
toont bepaalde specifieke zaken bewust níet (het 'buiten'-kader).
kent bewegingen het personage in.
Om al deze aspecten op een gestructureerde wijze te bundelen, heb ik gekozen voor een analyse van het fenomeen cinema aan de hand van het woord C.I.N.E.M.A.
C = Celluloid
Celluloid is de technologische hardware die pas betekenis krijgt door invulling met inhoud, de software van de cinema.
De taal van cinema ontwikkelde zich op, en met celluloid. Hoewel er steeds meer gebruik wordt gemaakt van digitale technieken, met name in de postproductie, is de vertoningsindustrie nog steeds overwegend gericht op celluloid. De werking van celluloid komt neer op de verschillen tussen licht en donker, een enorm spectrum tussen spierwit en pikzwart. Het heeft daardoor een poëtischer gevoel dan de nullen en enen van de digitale productie. Celluloid schept licht in de donkere zaal en dat geldt vooralsnog voor de meeste bioscoopzalen. Op die manier biedt celluloid de mogelijkheid het voyeurschap als toeschouwer collectief te beleven.
Er zijn inmiddels hier en daar digitale vertoningen geweest, maar vaak was dan het oorspronkelijke filmmateriaal toch 35mm. Door de enorme verbeteringen op het niveau van postproductie zullen wel de traditionele celluloid-opticals steeds vaker vervagen. Het is weer de grote Amerikaanse filmindustrie die, samen met de digitale industrieën uit China, Hongkong en Japan, een voorsprong heeft genomen op dat gebied. In sciencefiction, manga, mythische vechtfilms en de laatste tijd in ook steeds meer Hollywood-cinema, wordt driftig gebruik gemaakt van digitale computeranimaties, chromakeys en andere computertoepassingen die de mogelijkheden van de film-opticals ver overstijgen. Maar het blijft erg arbeidsintensief werk. Complexe postproductie zorgt voor enorme crews en is daardoor dus voorbehouden aan bigbudget-producties. Een van de consequenties hiervan is dat filmmakers uit kleinere landen (met kleinere thuismarkten) zoals bijvoorbeeld Nederland zich wat dit betreft dus nog steeds in hun fantasie moeten temperen.
Omdat celluloid nog steeds - en waarschijnlijk ook de komende tien jaar nog wel - de drager van de meeste films is, kan je stellen dat alles dat digitaal is en de taal van cinema hanteert in feite dus een nieuwe(re) representatie is van de inmiddels iets meer dan honderd jaar oude filmkunst, de cinematografie. Maar ook nu al zijn er voorbeelden aan te wijzen van films waarin de nieuwe digitale technieken niet alleen de vorm maar ook de inhoud van de verhalen beïnvloeden. Bijvoorbeeld om al datgene vorm te geven wat de fysieke en psychische beperkingen van de mens overstijgt.
I = Inhoud, Informatie, Industrie, Innovatie
Zonder inhoud slechts vorm. Vorm wordt wel steeds belangrijker om al datgene dat al eens is getoond van nieuwe variaties te voorzien. Met andere woorden: vorm is van belang voor de ontwikkeling van de beeldtaal, cinematografie, narrativiteit.
Maar het is de inhoud die er betekenis aan geeft; inhoud voorziet ons van informatie. En onder informatie kunnen we alle narratieve, humane, fysieke en filosofische elementen van cinema scharen die ons tot reflectie aanzetten. Dit proces levert zelf zo weer nieuwe informatie op. Cinema heeft aldus publiek nodig dat de informatie opneemt en verwerkt. En daarom is de cinema altijd deel van een industrie. Zelfs de meest privaat geproduceerde film zal haar weg moeten zoeken in de industrie van de filmvertoning. Internet biedt wel nieuwe mogelijkheden voor vertoning, maar de wens om collectief een film te willen beleven zal niet snel verdwijnen.
Het belang van de industrie is onmiskenbaar, maar de industrie mag de cinema niet domineren. Het is aan de overheden om binnen hun beleid essentiële ruimte te scheppen voor films die niet uitsluitend worden gefabriceerd met het oog op mogelijk succes in de vertoningsindustrie.
Er moet altijd ruimte blijven voor innovatie en die ontstaat door experiment. De laatste tijd is een situatie ontstaan waarin de financiële speelruimte van de grote Hollywoodstudio's de makers daar de mogelijkheid geeft om nieuwe vertelstructuren en -vormen te ontwikkelen, een speelruimte die in Europa ontbreekt. De voor een groot deel op overheidsfinanciering gestoelde filmbranche in Europa loopt een inhoudelijke achterstand op, omdat de beleidsmakers vaak hun eigenlijke taak als innovatiebewakers vergeten. Men beoordeelt plannen vanuit hetgeen men al kent en hetgeen er al is. Zo ontstaat een risicoloze, achterhaalde traditionele cinema. Dit vind ik zeer betreurenswaardig. Het is dus met name van groot belang dat filmbeleidsmakers goed om zich heen kijken, naar de ontwikkelingen binnen de cinema elders op de wereld.
N = Narratief vermogen
Het narratief vermogen van cinema is in de ruimste zin van het woord op te vatten als de constructie van de opeenvolging van beelden.
Het narratief vermogen mag vooral niet verward worden met narratieve wetten. Want die dragen een status quo in zich dat leidt tot een eenvormigheid die de dood van de cinema zou inluiden. In Nederland en andere Europese landen bestaat een financieringssysteem waarbij de omroepen participeren in bioscoopfilms. Dit is natuurlijk erg positief, maar er schuilt gevaar in de bemoeienis van omroepdramaturgen met de scriptontwikkeling. Omdat zij moeten denken aan een groot, algemeen publiek van televisiekijkers hanteren de dramaturgen eerder dramaturgische wetmatigheden dan de filmmaker wellicht wenst. Omroepdramaturgen zouden niet mogen bepalen wat er op het bioscoopdoek te zien is.
Behalve meer vrijheid moet er ook meer geld beschikbaar komen voor het schrijven van scenario's. Het is een haast absurde wens om filmmaker in Nederland te willen zijn; enkele maanden nadat de bioscoopfilm is uitgebracht en soms ook al ver daarvoor, is een filmmaker genoodzaakt weer bij het GAK aan te kloppen. Schrijfsubsidies kosten verhoudingsgewijs niet veel en zouden veel sneller en vaker moeten worden toegekend. Momenteel is het bemachtigen van een schrijfsubsidie, zelfs voor filmmakers die al bewezen hebben professioneel en getalenteerd te zijn, een aaneenschakeling van trage, bureaucratische procedures. Er zijn niet alleen te weinig subsidies voor het schrijven voor scenario's, ook de bedragen zijn te laag. Van zo'n negenduizend euro brutobruto kun je niet veel langer dan drie, vier maanden leven. Omdat na die periode de trage procedure weer in gang dient te worden gezet, rest niets anders dan weer een beroep op het GAK, dat de filmmakers sommeert zo snel mogelijk elders emplooi te zoeken. Veel jonge filmmakers houden dit niet lang vol en verdwijnen in de commercialcircuit of in de wereld van het risicoloos televisie-amusement. De overheid zou dit moeten inzien en haar beleid hieraan aanpassen.
Het gevaar nu bestaat eruit dat er grote geldbedragen worden aangewend om 'exclusief' ogende script-editing bureau's op te richten, waar dramaturgen duur betaald worden om hun restricties aan de vrije cinema op te leggen. Geld voor film moet gaan naar de schrijvers en makers, niet naar het in stand houden van ambtelijke apparaten. Er is geen behoefte aan meer dramaturgen, wel aan meer goede filmmakers. De opleidingen tot dramaturg zijn verouderd en dienen zich aan te passen aan de internationale realiteit.
E = Eigenheid, Eigenzinnigheid, Experiment, Eerlijkheid, Essentie
Dit zijn de belangrijkste voorwaarden voor cinema. Door eigenheid onstaat diversiteit. De eigenheid van de maker of van de (sub)cultuur waar de maker uit voortkomt is van belang voor de representatie van het veelkleurige aardse universum. Expressiviteit door eigenzinnigheid leidt tot eerlijkheid en essentie. Alleen door het huldigen van deze voorwaarden kan cinema ontsnappen aan de eenduidige eenvormigheid van de Hollywoodhegemonie, de expansie van de entertainmentindustrie en de Amerikaanse ideologie.
Hollywood is, zoals ik eerder heb betoogd, niet alleen slecht. Er komt ook veel eigenzinnig en vakkundig entertainment uit voort. En filmmakers zouden er goed aandoen zich bepaalde strategieën uit de entertainmentindustrie eigen te maken om, juist mét hun eigenzinnige films tot een breder publiek door te dringen.
Maar in hoeverre moet cinema voldoen aan de voorwaarden van die andere E, de E van Entertainment? Hoezeer wordt de eigenzinnige filmmaker door de industriesuccessen en de daardoor beïnvloede overheidspolitiek overgehaald om het publiek slechts met entertainment te verleiden?
Een filmmaker wordt tegenwoordig vereerd om de zoveelste slimme, subtiele, minieme variatie op beproefde Hollywood (actie)filmwetten en niet om zijn gedurfde experimenten waaruit zijn expressieve eigenheid blijkt. Maar je kunt je afvragen: hoe goed is de gitarist die telkens weer perfect het gitaarspel van Jimi Hendrix weet na te bootsen? Hoezeer mag de overheid in haar filmbeleid filmmakers dwingen de wetmatigheden van reeds beproefd entertainment te volgen, opdat publiekssuccessen worden gescoord?
Als films op een vrije markt zouden worden gemaakt, zou men dat aan de vrije producenten kunnen overlaten, die toch als geen ander de ins en outs van de markt kennen. En als de overheid dan bijspringt met financiering middels filmfondsen, dan is het de taak van zulke fondsen zich zonder al te veel bevoogding in te zetten voor eigenzinnigheid en experiment. Dit moet dan gebeuren op het niveau van zowel vorm als narratief vermogen, omdat alleen op deze manier innovatie te verwachten valt. En zoals ik eerder al zei: innovatie is nodig om de Nederlandse cinema aansluiting te laten vinden bij de rest van de wereld.
M = Motion
De 24 frames van Godard's stelling "cinema is truth at 24 frames per second" zijn er inmiddels 25 geworden. Doordat de afwerking van films inmiddels voor een groot deel digitaal is (Avid, Protools), is het prettiger en eenvoudiger films ook te draaien op 25 beelden per seconde. Helaas loopt de vertoningsindustrie hier nog vaak op achter. En als een film op 25 beelden is afgewerkt maar toch op 24 beelden wordt vertoond, treedt een soort visuele spierverzuring op: het ritme, de motion, wordt verstoord en het 'weggelaten' 25ste beeld leidt tot een langere filmduur.
De waarheid van al die beelden per seconde van Godard was een waarheid die de Nouvelle vague ook nodig had. Maar zijn de 25 beelden per seconde van de hedendaagse cinema niet steeds vaker 'illusions at 25 frames per second'?
Eigenlijk houden alle aspecten van cinema verband met beweging. Met motion kan de beweging van de camera bedoeld worden, maar vaker gaat het om de handeling in beeld. En of er nu sprake is van stilstand - bijvoorbeeld lethargie binnen een personage - of snelle ontwikkeling en actie, er is vrijwel altijd sprake van 'emotional motion'. Zelfs de meest statische cinema is zo vervuld van gecondenseerde beweging. Motion is ook de beweging van de camera. De aftastende, soms zelfs liefkozende cameravoering in sommige films kon mij soms wel eens doen verlangen naar een hoger tempo. In die zin confronteerde de cineast mij als toeschouwer met mijzelf, waardoor het uiteindelijk duidelijk werd waar het hém om ging.
Waar film cinema wordt, is vaak beweging buiten het kader waar te nemen. Ook het niet tonen van bepaalde handelingen of bewegingen, is een eigenschap van cinema. In zo'n geval lijkt film kijken op lezen: de handeling gebeurt in de verbeelding en niet op het scherm. Dit schrijft ook Willem Jan Otten in de mijns inziens prachtige essays in 'Het museum van licht' (1991).
A = Art, Avantgarde
Cinema is kunst. Zij bemoeit zich met en overlapt andere kunstvormen zoals fotografie, schilderkunst en muziek. Makers die zich hiervan bewust zijn, maken films waarin veel aandacht wordt besteed aan kadrering, licht, kostuums, art direction, geluid en muziek. Makers moeten dus eerst het een en ander weten voordat ze zich kunnen bezighouden met cinema. Filmopleidingen dienen dit als geen ander te beseffen. Wat betreft avantgarde: zie ook de paragrafen hierboven. Avantgarde, net zoals experimentele cinema, dreigt steeds meer te verdwijnen binnen het overweldigende aanbod van entertainment.
De overheid moet het basisprincipe van cinema als kunst als belangrijke pijler voor haar filmbeleid hanteren. Juist filmfondsen zijn de aangewezen partij om in te staan voor een cinema met durf, een kunstzinnige, eigenzinnige en innovatieve cinema!
Erik de Bruyn
Als het licht in de zaal uitgaat
Martin Koolhoven (32)
Regisseur van onder meer AmnesiA en De grot
Waking life (Richard Linklater).
De Fantasten (Guido van Gennep, Elbert van Strien, Djie Han Thung)
Johan Nijenhuis (33)
Regisseur van onder meer Costa! en Volle Maan
Nanouk Leopold (33)
Regisseur van onder meer Îles flottantes
Millennium mambo (Hou Hsiao-hsien).
Pieter Verhoeff (63)
Regisseur van onder meer Nynke
Lodewijk Crijns (31)
Regisseur van onder meer Met grote blijdschap en Jezus is een Palestijn
Hans Pos (43)
Producent, regisseur (Bella Bettien) en mede-eigenaar Shooting Star
Storytelling (Todd Solondz).
Willem van de Sande Bakhuyzen (44)
Regisseur van onder meer Familie en De enclave
George Sluizer (69)
Regisseur van onder meer Spoorloos
Samenstelling: Robbert Blokland