Maart 2002, nr 231

DocuZone: De stand van de zon

Niet door de lens kijken

Volgens regisseur Leonard Retel Helmrich moet zijn documentaire De stand van de zon, over het leven in Indonesië, in de eerste plaats als speelfilm worden bekeken. De stand van de zon gaat deze maand in première in DocuZone.

Leonard Retel Helmrich (foto: André Bakker).

"Ik heb nooit echt een band gevoeld met Indonesië", zegt Leonard Retel Helmrich. Die uitspraak past niet bij iemand die na vier jaar filmen een documentaire over het leven in dat land heeft afgerond. Terwijl hij het zegt, kijken zijn in Indonesië geboren en getogen ouders vanaf fotolijstjes over zijn schouder mee: een blanke vader (van Frans-Duitse komaf, verantwoordelijk voor de exotisch klinkende familienaam) en een Indonesische moeder. Na de onafhankelijkheid werden ze in 1957 gedwongen terug te keren naar Nederland, vanwaar een voorvader ooit met een VOC-schip naar de Oost vertrok. Retel Helmrich werd in Tilburg geboren, in 1959. Indonesië had voor hem geen bijzondere betekenis. Tot 1990. "Dat jaar werd ik gevraagd het camerawerk te doen voor een film over een uitwisseling van Molukkers naar Nederland en Indonesië. Ik ontdekte meteen twee dingen die ik met de Indonesiërs deelde: De Donald Duck-achtige grappen, woordspelingen en die chaos in het verkeer. Ik voel me daarin thuis. Ik hou ervan om overal tussendoor te glippen, gebruik te maken van elk gaatje in het verkeer."
Dat Retel Helmrich een talent heeft om kleine ruimtes te benutten, is terug te zien in De stand van de zon. Daarin volgt hij hoe een eenvoudig gezin, bestaande uit de 60-jarige moeder Rumidjah en haar twee volwassen zoons Bakti en Dwi, in Jakarta aan de kost komt. Hun dagelijks leven schetst hij tegen de achtergrond van de politieke spanningen in het land, met als hoogtepunt het aftreden van president Soeharto in mei 1998. Retel Helmrich beweegt zich met zijn camera regelmatig in de nauwe strook niemandsland tussen woedende demonstranten en nerveuze oproerpolitie. Vaker nog wurmt hij zich tussen de aanhangers van de beide groepen door, en soms lijkt het zelfs of hij er even boven zweeft. Die camerabewegingen zijn voor Retel Helmrich van cruciaal belang. "In plaats van te zoomen, beweeg ik zelf met de camera naar de actie toe. Dat geeft me de mogelijkheid om bijvoorbeeld een duikvluchtbeweging te maken. Ik wil onderdeel uitmaken van de gebeurtenis. Als mensen op mij reageren, reageer ik daar weer op met een camerabeweging."
Retel Helmrich liet zich in zijn aanpak inspireren door filmtheoreticus André Bazin, en dan vooral diens opvattingen over de beperkingen van montage. "Ik ben het met hem eens dat montage eigenlijk de evolutie van film als kunstvorm heeft belemmerd. Want zodra je snijdt is een shot éénduidig. Wat je wilt vertellen, is daarmee afgekaderd. Ik probeer het denken in shots te vermijden. Dat lukt door te denken in bewegingen. Daarmee kom je een stuk verder; het levert bovendien persoonlijkere films op."
Op cameragebied is Retel Helmrich een self made man. In 1986 studeerde hij af aan de Filmacademie in regie, scenario en montage. Hij werkte daarna als assistent-regisseur en editor mee aan enkele films van Pim de la Parra. Dat zette hem aan tot het maken van zijn speelfilmdebuut Het Phoenix mysterie (1990), "een door de escapades van de minimal movie geïnspireerde film". Meer succes had hij met Moving objects (1991), een portret van zes ongebruikelijke theatergroepen, waaronder een poppentheater.
Retel Helmrich zegt zo'n tachtig procent van De stand van de zon te hebben gedraaid zonder door de lens te kijken. "Toen ik tien jaar geleden Moving objects draaide, heb ik daar op een gegeven moment voor geoefend. De lens van de camera verving ik door een zaklamp. Zo kon ik zonder door de zoeker te kijken, toch weten waar ik op richtte. Met die kennis maak ik nu bijvoorbeeld crane-shots met mijn armen; de camera houd ik zo hoog mogelijk boven mijn hoofd."

Wraak
Dat De stand van de zon is gerealiseerd, mag een wonder heten. Tijdens de researchfase, in 1995, werd Retel Helmrich in Indonesië opgepakt toen hij een studentendemonstratie filmde. Omdat hij Nederlander was, en misschien wel geholpen door het aanstaande staatsbezoek van de koningin in verband met de vijftigjarige onafhankelijkheid, kwam hij na vier dagen met de schrik vrij. Later hoorde hij dat de student die zijn tas droeg was gemarteld. Retel Helmrich werd op het vliegtuig gezet als persona non grata; een status die destijds achttien jaar opgeld deed. Dankzij de inspanningen van een broer, die eerder contact met de autoriteiten had over zijn vrijlating, kon Retel Helmrich niettemin in 1996 het land weer in. De man die onder het regime van Soeharto het land werd uitgeschopt, was op tijd terug om de ondergang van datzelfde regime op film te registreren. Retel Helmrich: "Ik vond dat wel een mooi soort wraak."
Wie de nodige kennis over Indonesië ontbeert, zal het niet altijd even makkelijk hebben om te volgen wat er in De stand van de zon precies aan zijn oog voorbij trekt. Retel Helmrich: "Ik vind de hoofdpersonen in de film van groter belang dan de precieze politieke context waarin ze leven. Er is een gele [Golkar, red.] en een rode partij [PDI, red.] en daartussen vindt een soort clash plaats. Dat zal iemand die Soekarno (de eerste president van de Republiek Indonesië, red.) niet herkent ook wel begrijpen." En de bedelaar die tussen de auto's rondwaart, hoe komt die aan zijn vervormde been? Leonard Helmrich: "Ik heb het hem nooit gevraagd. Het gaat mij er niet om hóe hij invalide is geraakt, maar dát hij invalide is en toch zijn draai weet te vinden in de maatschappij. Het gaat me om de schoonheid van die man. De manier waarop hij zich beweegt, dat is een soort dans. Ik heb de camera een stukje met hem mee laten dansen."
Retel Helmrichs advies voor kijkers die met dit soort vragen kampen: "Het is gemakkelijker om naar De stand van de zon te kijken alsof het een speelfilm is. Dan accepteer je de dingen die er gebeuren. Pas aan het slot zie je de verbanden en weet je dat de dingen allemaal met elkaar te maken hebben."
Als De stand van de zon een emotie losmaakt bij de kijker, is dat het dubbele gevoel dat het leven in Jakarta, ondanks de politieke veranderingen, al die tijd hetzelfde is gebleven. Retel Helmrich: "Het is nog erger: er is nooit iets veranderd, behalve het perspectief, de lichtinval, de stand van de zon."

Karin Wolfs

De stand van de zon
Nederland, 2001
Productie: Hetty Naaykens-Retel Helmrich
Regie en camera: Leonard Retel Helmrich
Scenario: Leonard Retel Helmrich, Hetty Naaykens-Retel Helmrich
Montage: Denise Janzée, Robert Broekhof
Geluid: Ringo Pikal
Kleur, 90 minuten
Distributie: Senet Sales & Distribution
Te zien: vanaf 21 maart


Ooggetuigen en biechtspiegels
De andere drie DocuZone-documentaires die in maart door het land rouleren zijn Family, The land of the wandering souls en First kill.

Family
In Family gaat regisseur Sami Saif op zoek naar zijn Jemenitische vader. Deze man liet 25 jaar geleden zijn gezin in de steek, waarmee hij Sami's moeder tot alcoholisme en zijn broer tot zelfmoord dreef. Gevolgd door de camera van zijn vriendin Phie Ambo spoort Saif telefonisch zijn ooms en neven op. Terwijl hij zich voorbereidt op een bezoek aan Jemen, krijgen we steeds meer te horen over het familiedrama. De vraag of Sami zijn vader uiteindelijk zal vinden wordt op den duur overschaduwd door de vraag hoe om te gaan met het verlies van zijn oude gezin en de hem in de schoot geworpen nieuwe familie. Dat Family niet zomaar een tot speelfilmlengte opgerekte aflevering is van het populaire tv-programma 'Spoorloos', is grotendeels te danken aan Sami Saif zelf. De hoofdpersoon is zeldzaam extrovert en spreekt dingen uit die anderen alleen zouden denken. Hij is bovendien niet alleen het onderwerp van de documentaire maar ook de maker. Daardoor is de camera niet een soort opdringerige voyeur op jacht naar close-ups van hete tranen maar meer een oprechte ooggetuige en 'biechtspiegel'. Saif jankt en scheldt voor de camera maar geeft cameravrouw Ambo ook een zoen. Ambo geeft op haar beurt blijk van gevoel voor nuance door Saif niet alleen te filmen als hij nerveus kettingrokend achter de telefoon zit, maar ook tijdens onbenullige momenten zoals een circusact-imitatie en ijdele gesprekken over vroegtijdige kaalheid. De keuze voor rustige, bijna statische totaalshots onderstreept de afwezigheid van iedere vorm van effectbejag.
Het is ongetwijfeld die combinatie van eerlijke directheid en gebalanceerde spanning die Family de eerste prijs in de Joris Ivens-competitie van het IDFA 2001 opleverde. Want die intermezzo's met voortjagende wolken die de film een zogenaamd poëtisch karakter moeten verschaffen zijn volstrekt overbodig. Verhaal en verteller bieden in dit geval meer dan genoeg drama om zonder mooifilmerij te kunnen.

The land of the wandering souls
Vaak zijn documentaires waarin in ontwikkelingslanden werkzame multinationals voorkomen, sterk gericht tegen het zogeheten 'neo-imperialisme'. In The land of the wandering souls ligt dat een tikje anders. In deze documentaire van Rithy Panh wordt het initiatief van telecomgigant Alcatel om in Cambodja glasvezelkabel aan te leggen juist getoond als broodnodige werkverschaffing. Ongeschoolde arbeiders trekken met hun complete gezinnen van de Vietnamese naar de Thaise grens om met de hak een sleuf dwars door het land te kerven. Alcatel biedt hen een inkomen - schaars welliswaar maar meer dan dat ze daarvoor hadden. Maar om The land of wandering souls een apologie voor internationale grootkapitaal te noemen zou te ver gaan. Het telecomproject is vooral een aanleiding om de dagloners onder de loep te nemen. Dat levert op het eerste gezicht het verschoppelingenverhaal op dat overal en altijd hetzelfde is: ongeremde gezinsgroei, wurgende schuldenlast, gezondheidsproblemen en beroving. Bij elkaar gebedelde rijstmaaltijden worden gecomplementeerd met een saus van rode mieren, geslapen wordt er onder de blote hemel. De armoede van de gravers wordt extra gecontrasteerd door de hightech communicatielijn die dagelijks door hun vingers glijdt. In pauzes discussiëren de plattelanders, die in hun eigen dorp veelal niet eens elektriciteit hebben, over wat internet nou eigenlijk inhoudt. Deze scènes maken op onsentimentele, directe wijze de kloof tussen arm en rijk zichtbaar. Maar de grootste meerwaarde zit in de symbolische laag die de documentaire ontleent aan de locatie. Het gaat hier immers om Cambodja, het land van dictator Lon Nol en de Rode Khmers. Met het openrijten van de aarde leggen de wegarbeiders ook de nog lang niet geheelde wonden in het nationaal historisch bewustzijn weer bloot. Een dorpsvrouw wordt door de hongerende wegarbeiders herinnerd aan haar tijd in een heropvoedingskamp. Beenprotheses zijn stille verwijzingen naar de mijnen die overal nog liggen. Niet zelden stuiten de gravers op roestende bommen of resten van massagraven. Regisseuse Panh legt zo op onnadrukkelijke maar bijzonder effectieve wijze een verband tussen oeroude armoede, hypermoderne techniek en een recent oorlogsverleden dat er tussenin hangt. Dat maakt The land of the wandering souls tot een fascinerend gelaagd portret van de getraumatiseerde samenleving die Cambodja is.

First kill
In crisistijd komt de ware aard van de mens boven. En de ultieme vorm van crisis is natuurlijk oorlog. Dit is ook het uitgangspunt van First kill. Hierin laat Coco Schrijber Vietnam-veteranen vertellen over de wijd verbreide fascinatie met oorlog. De unanieme conclusie van alle ondervraagden is even gruwelijk als simpel: moorden is verslavend, geeft een kick vergelijkbaar met die van seks en drugs. De onvermijdelijke tegenvraag van Schrijber - schuilt er dus een potentiële moordenaar in iedereen? - krijgt een even onvermijdelijk bevestigend antwoord.
Het blootleggen van het beestachtige in de mensenziel is geen unieke verdienste - nogal wat schrijvers en filmers gingen Schrijber hierin voor. Maar net als al die auteurs en filmers voor haar bijt Schrijber zich stuk op de veel interessantere maar onbeantwoordbare vragen naar het hoe en waarom. Een van haar belangrijkste gesprekspartners is Michael Herr, voormalig oorlogsverslaggever en scenarist van Full metal jacket en
Apocalypse now. Deze intellectueel weet goed te verwoorden hoe hij reageerde op het geweld en hoe het zijn perceptie veranderde. Bovendien kan hij eloquent theoretiseren over de beweegredenen van de oorlogsgangers en de rol van de media in het aanwakkeren van de moordhonger. Maar nergens weet hij iets zinnigs te zeggen over de moorddadige essentie van de mens. Dan is de racistische botterik Billy Heflin een stuk duidelijker. Op Schrijbers vraag hoe iemand een moordenaar wordt, antwoordt hij simpelweg: "door de trekker over te halen".

First kill.

Tussen de interviewfragmenten door krijgen we beelden te zien van hedendaags Vietnam - zonder commentaar. De vraag dringt zich op waarom Schrijber niet naar de moordervaringen van Vietnamezen is gaan vragen? En waarom heeft deze Nederlandse documentairemaakster sowieso een Amerikaans-Aziatisch conflict uitgekozen om haar stelling te illustreren? Het zal wel zijn omdat de Vietnamoorlog de best gedocumenteerde en door Hollywood het collectieve bewustzijn ingeramde recente oorlog is. Maar toch komt het wat arbitrair over. Tenzij dit het eerste deel van een oorlogsreeks is dat nog gevolgd wordt door afleveringen over Rwanda, Bosnië, Afghanistan, Irak, Congo en ga zo maar door.

Edo Dijksterhuis

DocuZone
First kill is te zien van 7 t/m 13 maart, Family van 14 t/m 20 maart, De stand van de zon van 21 t/m 17 maart en The land of the wandering souls van 28 maart t/m 3 april, in tien filmtheaters in het land. Informatie: www.docuzone.nl.

Naar boven