Maart 2002, nr 231
Experiment en intuïtie
Mike Figgis, ooit de maker van grote publiekskrakers als Internal affairs en Leaving Las Vegas, profileert zich tegenwoordig als een experimenteel filmmaker die de digitale revolutie omarmt. Hij was op het filmfestival Rotterdam en dacht mee over de vraag What (is) cinema? "Een filmmaker moet af en toe puur intuïtief te werk kunnen gaan, en digitale cinema creëert daarvoor de mogelijkheid."
Mike Figgis (foto: André Bakker).
Engelsman Mike Figgis was in Rotterdam aanwezig met twee films. Dat de meest recente van die twee, het in het Venetiaanse Hotel Hungaria gedraaide Hotel, de Nederlandse bioscopen niet zal halen, is niet verwonderlijk. Met zijn bij elkaar geïmproviseerde filmmakers-maken-een-film verhaaltje en zijn overdaad aan willekeurig aandoende vormexperimenten behoort het werk niet bepaald tot de meest urgente films die er de laatste jaren gemaakt zijn. Dat de uit 2000 stammende voorganger Time code (remix) evenmin bij ons te zien zal zijn, is echter een groot gemis. Deze strakke geconcipieerde film waarin vier verhalen simultaan te volgen zijn op een in vier parten verdeeld scherm mag namelijk worden gezien als een heuse artistieke doorbraak, als een fikse stap voorwaarts in het tijdperk van het digitale filmen.
Het kwaliteitsverschil tussen Time code en Hotel mag groot zijn, het zijn wel duidelijk films van een regisseur die zich laat inspireren door de vele onontgonnen mogelijkheden van de digitale camera. Hoe die digitale Figgis zich verhoudt tot de Figgis die grote publieksfilms maakte als Internal affairs, Mr. Jones en Leaving Las Vegas valt op het eerste oog minder goed te rijmen. In Rotterdam vroegen we Figgis of hij als regisseur wellicht al net zo gespleten is als de vele splitscreens in zijn meest recente films.
"Er schijnt een beeld te bestaan dat ik na Leaving Las Vegas het roer drastisch zou hebben omgegooid, en ben weggegaan uit Hollywood. De beslissing om Hollywood te verlaten is in feite voor me genomen, toen de studio Mr. Jones van me afpakte en zonder overleg scènes toevoegde, en de hele boel opnieuw begon te monteren. Het is ironisch dat men mijn 'breuk' met Hollywood altijd situeert na Leaving Las Vegas. Die film is gemaakt met Frans geld, zonder een cent uit Hollywood, en heeft meer geld verdiend dan alles wat ik daarvoor in Amerikaanse dienst gemaakt heb. Maar goed, ook daarna heb ik ook nog wel in Hollywood gewerkt. Ik heb er One night stand gedraaid, met Wesley Snipes en Robert Downey jr. Maar die is zo erg geflopt dat bijna niemand weet dat ik hem gemaakt heb."
Zwarte dag
Dat alles neemt niet weg dat er een grote artistieke kloof lijkt te gapen tussen de films die Figgis binnen het studiosysteem heeft gemaakt, en de digitale experimenten waar Figgis zich tegenwoordig mee bezig houdt. "Ik zie niet zo'n verschil tussen een oude en een nieuwe Figgis. Als je alleen maar titels noemt als Mr. Jones en Leaving Las Vegas lijkt het contrast misschien groot, maar ik heb ook kleinere, wat experimentelere producties gemaakt zoals bijvoorbeeld Liebestraum. Aan de andere kant heb ik mij bij het maken van mijn grotere publieksfilms ook nooit echt geconformeerd aan de regels van het commerciële filmmaken. Zo heb ik op een gegeven moment besloten om Leaving Las Vegas op te nemen met relatief lichte 16 millimeter-camera's omdat ik geen zin had om allemaal ingewikkelde vergunningen te moeten aanvragen en hele stratenblokken te moeten afzetten. Op die manier konden we uit de auto springen, snel de camera opzetten en een scène draaien. Een gelukkig, maar niet vooraf gepland gevolg van deze ingreep was, dat het de film een stuk energieker en spontaner maakte."
De stap van praktische 16 millimeter camera's naar nog lichtere digitale camera's lijkt logisch. Maar spelen er voor Figgis ook nog andere motieven mee om zich zo nadrukkelijk op te werpen als een voorvechter van het digitale filmen? "Het is duidelijk dat ik momenteel gefascineerd word door de mogelijkheden van het digitale filmmaken, en dat gaat inderdaad verder dan het gemak. Niemand kan zich nog een idee vormen van wat de gevolgen hiervan zullen zijn, maar dat er ingrijpende consequenties zullen zijn snappen ze zelfs in Hollywood. Tot voor enkele jaren geloofden de executives echt dat ze de macht definitief van de artistieke krachten konden overnemen. Vooral het moment waarop de studio's besloten om testscreenings structureel op te nemen in het productieproces was een zwarte dag. Gelukkig loopt ook dat systeem spaak. Het feit dat een testpubliek zijn voorkeur kan uitspreken voor een happy end of een bepaald verhaalverloop is geen garantie gebleken voor een kaskraker."
Flamencoscène
Figgis ziet het digitale filmmaken niet alleen als een manier om de grote filmproducenten de voet dwars te zetten, hij ziet het ook als een medium dat hem onvermoede nieuwe artistieke mogelijkheden geeft. "Uiteraard vind ik het amusant als de mannen van het grote geld zenuwachtig worden van het succes van aan Dogma verwante low budget-filmers, zelfs al gaat het daarbij om een kleine markt. Maar de echte aantrekkingskracht van het medium ligt voor mij in zijn enorme directheid. Niet alleen het draaien gaat snel en gemakkelijk, maar ook wat je in de post-productie kunt doen is ongelooflijk. In Hotel gebruik ik heel veel visuele effecten zoals splitscreens binnen splitscreens en fade-ins. Dat hoef je niet meer zoals vroeger naar een duur ontwikkellab te sturen, waar je dan het resultaat maar moest afwachten. Je kunt de effecten gewoon op de computer uitproberen. Als je het niks vindt dan doe je het gewoon niet. En die artistieke vrijheid zit in het hele proces. Het maken van digitale productie kost relatief weinig tijd en geld, en dus kun je meer riscio's nemen. En als het resultaat dan eens minder uitpakt dan je hoopte is er nog geen man overboord."
Het is een sympathiek klinkende redenatie, maar is Figgis niet bang dat daardoor ook een zekere vrijblijvendheid op de loer ligt? "Ik geef de voorkeur aan het woord vrijheid. Als je met een miljoenenbudget werkt levert dat veel stress op. Onder een dergelijke druk sta je niet altijd open voor nieuwe ideeën. Tijdens de opnamen van Hotel was er juist een grote openheid op de set. De film mag voor sommige kijkers onsamenhangend lijken of pretentieus, en dat mag ook best van mij. Ik heb al lang het idee opgegeven dat je als filmmaker het iedereen naar de zin kunt maken. Soms wil je een zo groot mogelijk publiek bereiken door een goed verhaal zo goed mogelijk te vertellen. Maar een filmmaker moet ook af en toe puur intuïtief te werk kunnen gaan. Digitale cinema creëert die mogelijkheid, en die heb ik in Hotel aangegrepen. Narratief is er inderdaad genoeg op aan te merken, maar als je het bekijkt als een soort muzikale compositie is er wel degelijk samenhang."
"Ik heb veel kritiek gehad op de flamencoscène die op tweederde van de film te zien is, omdat men er de dramatische noodzaak niet van inzag. Maar het gaat me daar om iets anders. Als je films puur structureel bekijkt zie je dat ergens over de helft vaak een scène zit die het publiek bij de les moet houden met iets opwindends. Meestal is dat een achtervolging, een vechtscène of een schietpartij. Zelf kan ik niets opwindenders bedenken dan flamenco. Daarom heb ik Eva la Yerbabuena, een flamenco-ster over wie ik enige jaren geleden een documentaire heb gemaakt, gevraagd om in de film op te treden. De scène is bedoeld om het publiek even wakker te schudden met keiharde flamenco, meer zit er niet achter."
No-rules esthetiek
Dat intuïtie een grote rol speelt in Figgis' werkwijze blijkt ook uit de manier waarop de regisseur zijn fascinatie voor splitscreens ontdekte, het stijlmiddel dat zo'n cruciale rol speelt in Time code. "Toen we Strindbergs toneelstuk Miss Julie verfilmden draaiden we alles met twee camera's, in lange shots van twintig minuten. Al die takes moesten tussen de bedrijven door bekeken worden, maar omdat we op een zeer strak draaischema zaten wonnen we tijd door de opnamen gesynchroniseerd en parallel te bekijken. Ik kreeg steeds vaker het gevoel dat die twee perspectieven naast elkaar meer opleverden dan de som van de delen, en daarom heb ik die splitscreen ook gebruikt in de cruciale liefdesscène in Miss Julie. Het idee om een hele film in splitscreen te draaien liet me daarna niet meer los, en daar is Time code uit voortgekomen."
Verwacht Figgis dat er ooit een generatie filmkijkers zal zijn die het heel gewoon vindt om simultaan naar verschillende schermen te kijken? "In commercials en popvideo's zie je het af en toe al. En al gebeurt het daar niet altijd even interessant, als stijlmiddel zal het zeker een plaats krijgen in de mainstream. Het is een alternatief voor montage. Ik heb een groot probleem met het idee van montage, omdat het zo'n cliché is geworden. Aan de ene kant heb je het vastgeroeste klassieke systeem, dat voorschrijft dat je van een wide shot naar medium naar close moet, en daartegenover staat dan de no-rules esthetiek van MTV, waarbij alles best is als je maar zoveel mogelijk cuts maakt in zo kort mogelijke tijd. Ik zeg niet dat ik me helemaal afkeer van montage. Experimentele films als Time code laten alleen zien dat het anders kan. Net zoals de punk eind jaren zeventig de ingeslapen muziekwereld wakker schudde, zo moet ook de filmwereld af een toe een beetje worden opgeschud. Als je tegenwoordig een gemiddelde Hollywoodfilm bekijkt oogt alles - de montage, het camerawerk, de special effects, álles! - glad en professioneel. Maar film kan zo veel meer zijn. Film is ook een krachtig medium dat mensen diep kan raken. Om dat te behouden moet je die almaar oprukkende gladheid steeds weer ter discussie stellen."
Fritz de Jong
FdJ
Stellan Skarsgaard in Time code.