Verwacht - april 2002, nr 232


The Mothman prophecies van Mark Pellington (Arlington Road) zou gebaseerd zijn op ware feiten. De film verhaalt over een journalist (Richard Gere) die samen met zijn vrouw betrokken raakt bij een auto-ongeluk, volgens haar veroorzaakt door een reusachtig, mot-achtig wezen. Een hallucinatie denkt Gere, maar wanneer hij later tijdens een autorit op mysterieuze wijze in het plaatsje Point Pleasant terechtkomt, honderden kilometers van zijn bestemming, verandert hij van gedachten. In Point Pleasant wordt de figuur Mothman namelijk door velen waargenomen en de vraag is waarom hij naar die plek is gebracht. Wie antwoord op die vraag wil, kan lang wachten, aangezien The Mothman prophecies, in geest althans, dicht bij het bronmateriaal blijft. Dat bronmateriaal is het boek van John Keel, onderzoeker naar paranormale zaken in het algemeen en het ufo-fenomeen in het bijzonder. Keel bezocht Point Pleasant halverwege de jaren zestig toen uit die streek meer dan honderd berichten kwamen over een reusachtig, mot-achtig wezen met gloeiende rode ogen. Terwijl Keel zich in de zaak verdiepte, werd hij geplaagd door een serie bizarre telefoontjes waarin een zekere Mr. Apol psychologische spelletjes met hem speelde en hem deelgenoot maakte van een aantal voorspellingen van rampen, waaronder een instortende brug bij Point Pleasant. Keels beweringen zijn nooit gestaafd en wie advocaat van de duivel speelt, zou kunnen stellen dat Keel een paranoïde schizofreen was of een sensatiejager met een neus voor bestsellers. Toch vormen zijn schrijfsels fascinerend leesvoer juist vanwege het raadselachtige en buitenissige karakter van de beschreven gebeurtenissen en het ontbreken van een logische, eenduidige verklaring. Dat er van zijn boek, dat ook alweer uit 1975 stamt, pas nu een verfilming verschijnt, heeft natuurlijk alles te maken met de populariteit van series als The X-Files en een wijd verbreide interesse in ufo's en andere bovennatuurlijke verschijnselen. (Te zien vanaf 4 april)

The Mothman prophecies: Mottige mannen.


Sisters is het regiedebuut van de jonge Rus Sergej Bodrov jr. (1971), ook wel 'de Leonardo di Caprio van Rusland' genoemd dankzij zijn rollen in de voor een Oscar genomineerde Prisoner of the mountain van zijn vader en Brat ('broer') van Alexei Balabanov. In Sisters volgt hij twee halfzusjes die het niet echt met elkaar kunnen vinden, maar samen op de vlucht moeten slaan voor de maffia. In de wat landerige film wordt laconieke humor afgewisseld met harde geweldsscènes. Duidelijk wordt dat geweld en andere maffiose praktijken aan de orde van de dag zijn in Rusland. Een van de zusjes overweegt zelfs om later "scherpschutter in Tsjetsjenië" te worden. De film zit verder vol met Indiase Bollywood-deuntjes en muziek van de Russische rocklegende Viktor Tsoi. (Te zien vanaf 11 april)


Showtime maakt de cirkel rond voor Eddy Murphy. Twintig jaar geleden nam de carrière van Murphy een vlucht toen hij als brutale jonge zwarte misdadiger werd gekoppeld aan barse blanke politieman Nick Nolte in 48 hrs. De succesvolle actiefilm zette een trend voor zogenaamde 'buddy movies' waarvan de Lethal weapon-films misschien de bekendste zijn. Het genre is inmiddels een Hollywoodcliché geworden, maar dat heeft Murphy er niet van weerhouden nogmaals zijn geluk te beproeven aan de zijde van een norse ouwe naarling, ditmaal gespeeld door Robert de Niro (die in de voortreffelijke buddy movie Midnight run uit 1988 ook met verve het weerbarstige personage neerzette). Showtime heeft naast een veelbelovend duo ook een heel aardig uitgangspunt. De Niro en Murphy zijn twee Los Angeles-politiemannen die in het kader van goede PR aan elkaar worden gekoppeld voor een reality tv-programma waarbij reporter Rene Russo het tweetal op de voet volgt. Regisseur is Tom Dey, die eerder Jackie Chan en Owen Wilson tot een aardig duo smeedde in Shanghai noon. (Te zien vanaf 11 april)

Showtime: De onverwoestbare Murphy.


Traveling birds (Le peuple migrateur) doet voor vogels wat Microcosmos deed voor de insecten. Aan deze film werkte dan ook een groot deel van dezelfde mensen mee, waaronder veteraan Jacques Perrin, die bij Microcosmos optrad als verteller en producent en nu bij Traveling birds de regie voerde. De film volgt verschillende trekvogels op hun reizen en houdt het commentaar tot een minimum beperkt. In plaats van een traditionele documentaire beoogt Traveling birds dan ook een droomvlucht te zijn, waarbij adembenemend en inventief camerawerk het vogelperspectief moet suggereren. (Te zien vanaf 18 april)


Heist werd in deze rubriek eerder besproken (zie Filmkrantnummer 230), maar bereikt na te zijn uitgesteld pas in april de Nederlandse bioscopen. Zoals van regisseur David Mamet (The Spanish prisoner, House of games) verwacht mag worden grossiert Heist, over de laatste kraak van juwelendief Gene Hackman, in intrige en geestige dialogen. Een inmiddels klassieke oneliner komt uit de mond van gangster Danny De Vito: "Everybody needs money! That's why they call it money!" (Te zien vanaf 21 februari)


The mean machine van debuterend regisseur Barry Skolnick is een Britse remake van Robert Aldrichs klassieke sport-gevangenisfilm The longest yard (die in Europa destijds werd uitgebracht als The mean machine) waarin Burt Reynolds als veroordeelde ex-prof American footballspeler een team van gevangenen aanvoert in een wedstrijd tegen de bewakers. Hier mag de acterende voetballer Vinnie Jones (in zijn eerste echte hoofdrol) zijn elftal hooligans trainen voor de grote wedstrijd tegen het gevangenispersoneel. De bonkige Jones had voor het eerst succes in de gangsterfilms van Guy Ritchie, die hier niet toevallig de productie in handen heeft. Bijrollen worden gespeeld door bekende gezichten uit Ritchie's Snatch en Lock, stock and two smoking barrels en zwarte humor en bruut geweld wisselen elkaar ook hier weer af. (Te zien vanaf 4 april)


Black knight is een officieuze update van A Connecticut Yankee in King Arthur's court, de verfilming van Mark Twains verhaal over een negentiende-eeuwse monteur die zichzelf na een flinke klap op zijn hoofd terug vindt in het Engeland van de middeleeuwen. In Black knight van Gil Junger is het een werknemer van een pretpark met middeleeuws thema die na een klap op zijn hoofd terechtkomt in het middeleeuwse Engeland waar hij prompt wordt aangezien als een tijdingbrenger uit Normandië. In de Amerikaanse kritieken viel herhaaldelijk de term 'one joke movie', terwijl de film verder volledig afhankelijk is van het geringe komische talent van hoofdrolspeler Martin Lawrence (Blue streak, Big Momma's house). (Te zien vanaf 18 april)


We were soldiers is net als Black Hawk down gebaseerd op een boek over een veldslag waarbij Amerikaanse militairen verrast werden door een vijandige overmacht. In dit geval 'We were soldiers once and young' van luitenant-generaal b.d. Harold Moore en Joseph Galloway over de slag bij Ia Drang waarbij het bataljon van kolonel Moore (Mel Gibson) in een hinderlaag van Noord-Vietnamese troepen valt. Anders dan Ridley Scotts film doet We were soldiers van Randall Wallace (scenarist van Braveheart en Pearl Harbor) een poging het perspectief van de vijand tot wezenlijk onderdeel van de vertelling te maken. Bovendien werd de film opgedragen aan alle gesneuvelden, Charlie of nie. (Te zien vanaf 18 april)


The scorpion king van Chuck Russell (Bless the child, The mask) is een zogenaamde spin-off van de Mummy-films. Het titelpersonage maakte immers eerder zijn opwachting in The mummy returns waarin hij gespeeld werd door de in Amerika bijzonder populaire worstelaar Dwayne 'The Rock' Johnson. De producenten waren zo onder de indruk van het optreden van deze knappe spierbundel dat hij meteen zijn eigen film kreeg aangeboden. En hier is-ie dan. (Te zien vanaf 25 april)

The scorpion king: Rots imiteert mummie.


Kaos, het vierluik van Paolo en Vittorio Taviani over het boerenleven op Sicilië, krijgt een re-release. Het ruim drie uur durend werkstuk, naar de verhalen van Luigi Pirandello, met zijn adembenemende beelden van de Siciliaanse natuur komt dan ook beter tot zijn recht op het grote doek. (Te zien vanaf 25 april)


Out cold van Brendan en Emmett Malloy werd door een Amerikaanse criticus omschreven als 'Dude, where's my snowboard', waarmee duidelijk moge zijn wat voor type komedie dit is. Een stel debiele snowboarders krijgt het aan de stok met projectontwikkelaar Majors (Lee Majors, al lang geen zes miljoen meer waard) die hun favoriete 'hang out' wil veranderen in een vakantieparadijs. (Te zien vanaf 25 april)

Out cold: Randdebielen op de piste.


K-Pax is de naam van een verre planeet waar psychiatrische patiënt Prot (Kevin Spacey) vandaan beweert te komen. Prot beschrijft zijn thuisplaneet in detail voor psychiater Fuller (Jeff Bridges) die nog nooit een patiënt tegenkwam met "zulke overtuigende waanideeën". Sterker: er lijkt helemaal niets mis met Prot behalve zijn verhaal. Dat brengt Fuller ertoe de mogelijkheid te overwegen dat Prot de waarheid spreekt. Als er één ding op voorhand gezegd kan worden over Iain Softley's (Backbeat, Wings of the dove) tragikomische psychologisch drama met Jezus-parabel, is het dat het tweespel van Spacey en Bridges zeker de moeite waard zal zijn. (Te zien vanaf 25 april)

Roel Haanen

Naar boven