Mei 2002, nr 233
Olivier Assayas
Anti-cinefiel in Klein Parijs
Wie in Londen trek heeft in een croque monsieur of een stokbroodje eendenpaté, moet naar South Kensington - ook wel 'Little Paris' genoemd. In de bioscoop van het cultureel instituut praat filmmaker Olivier Assayas over de invloed van Bresson, zijn liefde voor Sonic Youth en zijn heimelijke afkeer van cinema.
Olivier Assayas.
Op een koude avond in april zit de Cine Lumière maar halfvol met verveelde diplomaten, ex-pats met heimwee en oudere Engelsen, die in een ver verleden beter taalonderricht op hun staatsschool hebben gehad dan Tony Blairs kinderen op hun dure privé-school vandaag de dag. In een hoekje - temidden van een handjevol cinefielen - zit de nieuwe directeur van het Edinburgh filmfestival.
Op het toneel zit een jongensachtige man in een geruit hemd, een oude spijkerbroek en heel dure bruine Chelsea-laarzen. Zijn versleten leren jasje ligt naast hem op de bühne. Geen wonder dat Olivier Assayas voor zijn allernieuwste film Demonlover de muzikale diensten van Sonic Youth heeft ingeschakeld: diep in zijn hart is hij ook een rocker. Eigenlijk moet hij hier vertellen over de invloed van Robert Bresson op zijn films, maar hij leeft pas op als hij wordt gevraagd naar de muziekkeuze voor L'eau froide, zijn (zelf)portret van verwarde tieners in 1972.
Mangaporno
Over Demonlover wil hij niet meer kwijt dan dat het op drie continenten is gefilmd met de Deense Connie Nielsen, Chloe Sevigny en Gina Gershon. Met zijn fijne neus voor de ontwikkelingen in populaire cultuur heeft Assayas zich op Hentai - Japanse mangaporno - gestort. "Ik dacht dat ik een kleine film aan het maken was, Irma Vep deel twee, maar voordat ik het wist, stond ik met een halve Amerikaanse cast te filmen in Parijs, Tokio en Mexico." Hij verwacht dat hij binnen een paar weken klaar is met de postproductie en dat de film in het najaar uitkomt.
Als onderdeel van een grotere kunstmanifestatie heeft Cine Lumière Franse filmmakers uitgenodigd om over hun invloeden uit de jaren zestig te spreken. Assayas geeft onmiddelijk toe dat hij bijna uit pure pedanterie obscure kandidaten had gekozen zoals Isidore Isou en Guy Debord. "Maar ik besloot dat het toch Bresson moest zijn - de meest vanzelfsprekende kandidaat. En van hem wilde ik dan ook de meest vanzelfsprekende film laten zien: Un homme condamné à morte s'est échappé. Bresson is niet zozeer een invloed op me geweest alswel iemand wiens hele oeuvre ik bewonder."
"Mijn films zijn niet direct door Bresson beïnvloed, maar hij heeft me geleerd hoe ver je kunt gaan in film. Dat je een soort transcendentie kunt bereiken. Hij is altijd een eenzame figuur geweest in de geschiedenis van de Franse film omdat hij helemaal zijn eigen ding deed. Un homme is zo puur, helder en zo aangrijpend. Ik weet nog dat Le diable probablement uitkwam in 1977 en dat ik dacht: hij heeft zijn 'touch' verloren, hij heeft geen flauw idee hoe de 'kids' van nu leven. Toen ik de film jaren later weer zag, schrok ik me dood. Want ik zag mezelf op het scherm, zoals ik toen was. Destijds had ik niet door dat hij precies goed zat, omdat hij helemaal wars is van welke trend dan ook."
Persoonlijke obsessie
Na het openbare gesprek neemt de pr-dame ons mee naar een prachtige salon, die verstopt zit achter een gespiegelde deur in de enorme bibliotheek van het instituut. Met dezelfde jongensachtige grijns ratelt Assayas verder. "Ik wilde het eigenlijk niet op toneel zeggen, maar eigenlijk ben ik helemaal niet beïnvloed door films, maar door het leven zelf. Ik ben de laatste tijd een beetje anti-cinefiel geworden. Natuurlijk hou ik van films en is mijn eigen werk erdoor gevoed, maar ik ben helemaal niet geïnteresseerd in de geschiedkundige achtergronden. Ik duik in veel diepere stromen: ik probeer het onderbewustzijn te pakken te krijgen - dat is mijn persoonlijke obsessie."
Het is lovenswaardig dat hij naar Londen komt om voor een halve zaal een half uurtje te praten. "Oh, ik doe dit soort dingen graag, als de Eurostar tenminste geen vertraging heeft. Het is altijd goed om je publiek te ontmoeten. (Later geeft Assayas een opdringerige Amerikaan - "ik ben ook filmmaker" direct zijn e-mailadres.) Maar eigenlijk vind ik dit soort avonden een beetje onzin. Echt hoor, ik vind dat filmgeschiedenis opnieuw moet worden geschreven - en dan niet in cinefiele termen. Films ontstaan uit een bepaalde sfeer, uit een onderbewuste context, uit nachtmerries. Neem nou Tarkovski. Die is beïnvloed door de natuur, doordat hij als kind in het bos stond en een blad zag vallen. Dat zijn heel diepe emoties en dáár ontstaan films uit."
Thessa Mooij