Mei 2002, nr 233
Zussenfilms
Drie klittende krullenbollen
Sisterhood is powerful! Ooit een populaire feministische leus. Weg met valsigheid en venijn, leve de in elkaar geslagen handen! Nu, machtig is het zusterschap. Alleen niet in saamhorigheid. Als er één beeld oprijst uit de vele zussenfilms die de geschiedenis kent (recentelijk aangevuld met Zus & zo en Fat girl), dan is het dat zussen wel vaak hetzelfde willen, maar elkaar dat zelden gunnen.
"Alle vrouwen zijn rivalen. Alleen vrouwen weten aan het succes van die andere vrouwen wel een draai te geven. Ze doen die prestaties af, wijten het aan de omstandigheden. Ach, puur geluk, zeggen ze dan. Tussen zussen ligt dat moeilijker. De omstandigheden zijn gelijk. Daarom haten ze elkaar zo intens." Aan het woord is Dr. Scott Elliot (Lew Ayres), gespecialiseerd in tweelingen. Hij is psychiater in Dark mirror (1946), een film noir met een melodramatisch tintje waarin jacht wordt gemaakt op een gestoorde moordenares die deel uitmaakt van een tweeling. De tweelingzussen worden beiden gespeeld door Olivia de Havilland. Taak van de dokter is om uit te maken wie van de twee de moordlustige, jaloerse gekkin is en wie de nietsvermoedende, populaire krantenverkoopster.
'Dark mirror'. Het klinkt als een gedateerde Hollywood-B-film en dat is het ook wel een beetje. "Oh, my God, there's two of her!" luidde de begeleidende slogan. Ze maakten in de jaren dertig, veertig wel meer films over twee zussen, tweelingen vaak, waarbij dan de één een Florence Nightingale is die door haar duivelse, andere helft diep wordt verafschuwd. Het waren populaire films destijds, naar men zegt omdat ze de geliefde ster in twee versies leverden. Twee keer Bette Davis voor de prijs van één. Favoriete standaard-scène in zo'n film was wanneer de ene zus zich voordeed als de andere. En dan maar zien uit te maken wat het nu is dat die ene toch mooier en geliefder maakt - geen geringe opgave gezien het feit dat dezelfde actrice hen haar lichaam leende.
'Dark mirror'. Psychiatrie van de koude grond levert deze 'Dr. Scott Elliot', maar erg ver van de officiële versie van de donkere zijde van het zusterschap zit hij niet. De onder filmtheoretici ooit populaire psychoanalyticus/filosoof Lacan baseerde zijn belangrijke theorie over de spiegelfase op twee zussen, de dienstmeisjes Papin die in de jaren dertig hun bazin op bloedige wijze vermoordden; een geschiedenis die aan de basis lag van Jean Genets toneelstuk 'De meiden' en die al heeft geleid tot diverse verfilmingen: Sister, my sister van Nancy Meckler uit 1994, en het in Frankrijk omstreden, in Nederland niet uitgebrachte Les blessures assasinées (2000) van Jean-Pierre Denis.
Explosief
De Papin-zussen zijn beschreven en toegeëigend door anarchisten, existentialisten en feministen maar misschien dat de psychoanalytische duiding van dit geval nog wel het diepst in het collectieve onbewuste is doorgedrongen. Uit het zusterschap, en zeker uit het lesbische zusterschap van deze Papin-zusters die een homoseksuele relatie met elkaar onderhielden, kon volgens Lacan weinig goeds komen. Het was een relatie zonder afstand, de basis voor paranoia en criminaliteit. Een volmaakte liefde die onvermijdelijk om zou slaan in agressie wanneer de buitenwereld zich tussen de twee geliefden wringt.
In de sombere, duistere film van Nancy Meckler zie je hoe de twee meisjes onder het juk van hun perfectionistische mevrouw zich steeds meer afzonderen van de buitenwereld en een hartstochtelijke liefdesrelatie met elkaar aangaan. Tegelijk met die passie ontstaan ook gevoelens van jaloezie en angst. Geleidelijk aan laten ze in het huishouden steeds meer steken vallen, en nadat op een avond letterlijk de stoppen zijn doorgeslagen volgt de explosie van geweld.
Als Siamese tweelingen waren deze zussen, volgens Lacan. Niet in staat zichzelf af te scheiden van de ander, en daarom gedoemd tot een gezamenlijk verwijlen in een imaginaire wereld, eeuwig dralend op de drempel van de werkelijkheid omdat voor waarneming en symbolisering ook het vermogen tot afstand nemen noodzakelijk is.
Een pathologisch geval, maar wel een visie op de zusterlijke relatie die ook in andere films opdoemt. Zoals in Catherine Breillats recente Fat girl. "Als ik jou zie, zie ik mezelf." "In jouw ogen ben ik thuis." "Jou haten is een deel van mezelf haten", pathetische verzuchtingen van dikke Anaïs en dunne Elena, twee zussen die in werkelijk niets op elkaar lijken maar die toch als ganzen aan elkaar kleven. De liefdesverklaringen staan tegenover de vernederingen en treiterijen waarvan de jongste (Anaïs) meestal het slachtoffer is. Ook in deze film loopt de symbiose uit op geweld. Het explosieve einde van Fat girl is voor Anaïs niet alleen een bevrijding omdat zij haar maagdelijkheid verliest op de manier die zij zich wenste, maar ook omdat zij met de dood van haar zus (en haar moeder) in één klap de onafhankelijke, afgesloten identiteit vindt die zij in hun aanwezigheid nooit had kunnen verwerven.
Onbarmhartig
Dat moerassige, te nabije, en daarom onverdraagzame tussen vrouwen zit in de meeste zussenfilms. Tussen zussen ligt het serieuzer, 'Dr. Scott Elliott' zei het al. Neemt niet weg dat de relatie meer geworteld lijkt in de realiteit op het moment dat er een derde zus in het spel is die de twee-eenheid doorbreekt. Ze spiegelen zich nog steeds aan elkaar, maar alledaags geruzie en geroddel, afwisselende loyaliteit en rivaliteit hebben de plaats ingenomen van de heftige hartstochten die in de eerder genoemde films spelen.
Het is ook eerder de literatuur dan de psychiatrie die de toon heeft gezet voor de drie zusters. In beroemde toneelstukken als 'King Lear' van Shakespeare en 'Drie zusters' van Tsjechov draait het niet zozeer om de relatie tussen de drie zussen, maar meer om de wijze waarop zij in het leven staan. De zussen dienen als voorbeelden van de verschillende levensstijlen waarover de toeschouwer een oordeel mag vellen. De verantwoordelijke oudste, de avontuurlijke middelste, de miskleunende jongste, rollen die verschillend worden gewaardeerd maar in variaties in de meeste films terugkeren. Handig aan de zusterlijke dynamiek is bovendien dat deze onderling samenhangt, dat hoe ze samenhangt door iedere zus weer anders wordt gezien en dat ze daar altijd wel over willen praten.
Niet dat het gepraat overigens veel schot brengt in de familierelatie. Zussen worden tenslotte nooit volwassen, tenminste niet voor elkaar. Oud zeer houdt ieders oordeel standvastig op haar plek. "Walgelijk, hè, wat ik doe", roept Wanda (Anneke Blok) wanneer ze in Paula van der Oests nieuwste film Zus & zo met de man van haar jongste zus naar haar slaapkamer rent. "Maar het is ook haar eigen schuld, ergens." En dan doelt ze op een kwetsuur van twintig jaar terug.
Extra complicatie is de zusterlijke gevoeligheid voor die gevoeligheid. "Jezus, wat weet je toch altijd goed hoe je mijn zelfvertrouwen kan ondermijnen. Nooit heb je vertrouwen in mijn plannen!" aldus het verwijt van de te zenuwachtige zus Holly richting de te evenwichtige zus Hannah, wanneer deze laatste in Woody Allens Hannah and her sisters voorzichtigjes laat merken dat ze niet zeker is of een schrijfcarrière (na reeds een mislukte kook-, zing- en acteercarrière) nu wel het juiste pad is voor haar jongere zuster. Het is komisch hoe zo'n oprechte poging tot sparen strandt in de bijna onbewuste onbarmhartige spiegel die de zussen elkaar voorhouden.
Zus & zo is sterk geïnspireerd op Hannah and her sisters (inclusief de permanentjes van de hoofdrolspeelsters, de onbezonnen moeder, de verhouding tussen zus en zwager, en de hypochondrische natuur van de overspelige echtgenoot), en refereert ook aan Tsjechov (zwakke broer met dominante echtgenote). In haar zusterdrama toont Van der Oest drie klittende krullenbollen van in de dertig. Drie vrouwen die heel verschillende levens leiden, maar ondertussen op elkaars mannen azen en bij tijd en wijlen hevig terugverlangen naar vroeger toen ze nog gewoon alleen maar samen zussen waren. Een paradijselijker periode die Van der Oest toont in het terugkerende familiefilmpje van drie lachende meisjes op het strand.
Ten dode opgeschreven, die harmonie. Gedoemd tot eeuwig kiften. Het scherpst is Tod Solondz die in Happiness de middelste zus Helen, mooi en succesvol schrijfster van B-romans, in smakelijk lachen uit laat barsten als de jongste zus, Joy, de eeuwige 'loser', schuchter meldt dat ze wel een gedicht zou willen schrijven naar aanleiding van de gruweldood van een van Helens buren . "I am laughing with you, not at you!" zwenkt Helen snel als ze Joys verschrikte, gekwetste blik ziet. "But I am not laughing", antwoordt Joy, verbaasd.
Jann Ruyters
Zus & zo van Paula van der Oest.
Fat girl
Doorgeprikte mythe
À ma soeur was de Franse titel van Catherine Breillats film die in de rest van de wereld onder haar eigen voorkeurstitel Fat girl wordt uitgebracht. Beide titels geven een mogelijke interpretatie van de film aan. Een constante in de vaak controversieel genoemde films van de Franse regisseuse is dat relaties altijd gedoemd lijken te mislukken.
Catherine Breillat (Une vraie jeune fille, Romance) is met haar laatste film Fat girl weinig pretentieus, minder dan van haar verwacht mag worden. Peter van Bueren gaat in de Volkskrant zelfs zover om te beweren dat Breillat steeds toegankelijker en soepeler wordt. Toch vergaloppeert ze zich soms door haar jonge acteurs van twaalf en vijftien dialogen te geven die geforceerd aan doen. Zo verzucht het naar aandacht zoekende vijftienjarige wicht Elena tijdens een autoritje dat zij en haar moeder, beiden voorin, op de dodenplaatsen zitten. Welke puber verzint zoiets? En dus is het natuurlijk een verwijzing, een teken dat het allemaal niet zo goed af zal gaan lopen met deze twee. Jammer en bot, maar Breillat houdt er zelf erg van.
Elena is de oudere, bijzonder sletterige zus van de twaalfjarige Anaïs, de 'fat girl' uit de titel. Ze is vooral 'cockteaser', brengt jongens binnen enkele minuten het hoofd op hol om even later te melden dat ze niet 'all the way' wil. Anaïs, die zelf ook hunkert naar seksuele ervaringen, is getuige van deze puberale onzin. Tijdens een zomervakantie zijn de twee meisjes tot elkaar veroordeeld en moet Anaïs van hun ongeïnteresseerde ouders met Elena mee op sleeptouw. En dus wordt er gevreeën en gefoezeld waar Anaïs bij is.
Hoewel dat geknoei gewoonweg vervelend is, maken de vele observerende blikken van Anaïs de film toch interessant. Gefrustreerd als ze is door haar saaie leven vreet ze zich vol. Ze wordt door haar ouders en zusje vaak gepest met haar dikke lichaam. Moeilijk moet dat zijn voor de jonge actrice Anaïs Reboux die haar speelt.
Bedhoogte
Breillat objectiveert de weinige gebeurtenissen met haar camera door veel scènes in weinig shots op te nemen. Het maakt Anaïs' verveling voelbaar. Zo filmt ze ook het dwingende aandringen van Elena's jonge Italiaanse aanbidder wanneer hij 's nachts stiekem bij haar op bezoek is. Met Anaïs als toeschouwer probeert hij Elena over te halen haar toch te mogen penetreren. Breillat laat de camera op bedhoogte langzaam rond dat bed bewegen. Soms vangt ze met haar camera een (zogenaamd) slapende Anaïs ergens achter in de hoek. De aanwezigheid van een vooralsnog onschuldig kind in combinatie met dat gesodemieter op dat bed, dat onhandige betasten zorgt voor een onbestendig gevoel. Het feit dat Elena zich graag voor gek laat houden door de mooie praatjes van een geile donder en zij daardoor slechts een lustobject is en het zelf ook wil zijn, maakt de scène bovendien verontrustend. Anaïs interesseert het niet, zij heeft haar eigen haat-liefdeverhouding met Elena die de dikzak vernedert tot op het bot om later weer van haar te houden.
Met haar afstandelijke stijl is Breillat er een meester in om verziekte relaties te laten zien. Enige subtiliteit ontbreekt daarbij geheel. Verwijzingen liggen er zo dik bovenop dat de film zich laat voorspellen tot het eind. Je weet dat het in ieder geval voor een aantal mensen slecht af moet lopen en als een soort omen stuurt Anaïs daar met haar boze blik ook behoorlijk op aan. Bevrijding is er wel, maar op een ontluisterende manier. Breillat toont een ontwrichte maatschappij waarin liefde al voor kinderen een doorgeprikte mythe is en de dood een verhelderende oplossing kan bieden.
Gerlinda Heywegen