Juli/Augustus 2002, nr 235

Russische sprookjesfilms

Gedroomde avonturen op de zeebodem

Liefhebbers van de fantastiek en cinefielen die het kind in zich hebben bewaard kunnen hun hart ophalen aan een dvd-reeks van Russische sprookjesfilms uit de jaren zestig. Over dodelijke waternymfen, onderzeese koninkrijken, de heer der gnomen en filmmakers die dromen deden uitkomen.

The amphibian man.

Behoedzaam manoeuvreert de ridder zijn paard over de nachtelijke vlakte waar ooit een immense veldslag woedde. De steppe is bezaaid met verroeste wapenuitrustingen, halfvergane banieren en stapels skeletten. Plots schuiven de wolken uiteen, de maan verlicht het geheel en zie daar: een reusachtig hoofd steekt uit de aarde. De ogen gaan langzaam open, trillingen gaan door de neus, waaruit wolken raven opstijgen. Maar ondanks zijn dreigende verschijning heeft het hoofd slechts een treurig verhaal te vertellen.
De scène uit Ruslan i Lyudmila/Ruslan and Ludmilla is exemplarisch voor de Russische sprookjesfilm: hier heeft de fantasie de macht van de ratio overgenomen en is veel, zoniet alles mogelijk. Daarin verschilt dit genre essentieel van de westerse varianten. Amerikanen brachten alleen de bekende westerse sprookjes, meestal in de vorm van op kinderen gerichte tekenfilms die met christelijke waarden van goed en kwaad werden doorvlochten. De Russische live action-films hadden daarentegen duidelijk hun wortels in de eigen cultuur en waren vaak gebaseerd op volksverhalen of werken van nationale meesters van de literatuur en poëzie, zoals Aleksandr Poesjkin en Nikolaj Gogol.
Deze films waren geschikt voor jong en oud: voorspelbare verhaallijnen en archetypes waren nodig voor de kleintjes, terwijl men tussen de regels door volwassen onderwerpen behandelde en de soms weemoedige sfeer de melancholische volksaard weerspiegelde. De nadruk lag op de visuele kwaliteiten, waarbij men allerminst voorspelbaar te werk ging. Alle registers werden opengetrokken; wie anno 2002 naar Aleksandr Ptoesjko's epische Ruslan and Ludmilla kijkt, zal zich verbazen over de enorme sets, de massa-opnames en de intens lyrische sfeer. Daarnaast kregen ook de verhalen van Hans Christian Andersen een eigenzinnige bewerking met een heidens aandoende mix van elementen uit de Scandinavische en Slavische folklore, waarin flora en fauna een prominente rol speelden.

Nep-Neptunus
Het Russische bioscooppubliek kreeg tijdens het sovjetbewind voornamelijk films van eigen bodem te zien, en die waren - op het werk van auteurs als Andrei Tarkovski na - propagandistisch van aard of bedoeld als vermaak voor de massa, waarin geen wanklank over het totalitaire regime viel te beluisteren. De nationale filmindustrie was verzekerd van een groot afzetgebied: in de jaren zestig, de bloeitijd van de Russische sprookjesfilm, waren er 34.000 bioscopen en werden er ruim vier miljard kaartjes per jaar verkocht. (In de Verenigde Staten lag het bezoekersaantal in diezelfde periode op een miljard.)
Ruscico (Russian Cinema Council) is een samenvoeging van enkele Russische en buitenlandse bedrijven, die zich ten doel heeft gesteld het Russische cinematografische erfgoed via dvd te promoten. Juist de categorie sprookjesfilms binnen Ruscico's catalogus van 120 speelfilms valt op. Niet eerder werd dit obscure stukje filmhistorie afgestoft en met technisch surplus op de digitale beelddrager gezet. Daartoe worden grote middelen ingezet. Iedere schijf bevat een Russisch, Engels en Frans geluidskanaal in een 5.1 digitale remix en er valt uit veel verschillende ondertitels te kiezen, waaronder Hebreeuwse, Japanse en Nederlandse.
De blikvangers in deze collectie zijn de films van Aleksandr Row (1906-1973). Na zich aanvankelijk te hebben gespecialiseerd in melodrama's die de onbreekbare sovjetgeest in tijden van tegenspoed bewierookten, werd Row in de jaren zestig de meest gewiekste sprookjesfilmmaker van zijn land. Zijn films waren gericht op het grote publiek, visueel een feest voor het oog en voorzien van een hoog en nooit verslappend tempo. Na de interessante vingeroefening Morozko/Father frost (1964), waarin de snoezige actrice Natalya Sedykh voor het eerst haar opwachting maakte, sloeg hij toe met zijn meesterwerk Ogon, voda i mednye truby/Through fire, water and brass pipes (1968). De titel verwijst naar de ontberingen die de held moet doorstaan om zijn liefje uit de greep van een vuig sujet te bevrijden. Het is een film vol psychedelisch aandoende decors en surrealistische scènes, met bovendien enkele volwassenen grappen over kerk en huwelijksplicht. Hoogtepunt is een avontuur op de zeebodem, waar onze held in een poëtische processie verzeild raakt. In de diepblauwe wereld dansen en zingen verdronken jonkvrouwen voor een kwade heerser, die als een nep-Neptunus verveeld op zijn troon zit en de eeuwen weggaapt. Iets minder kleurrijk, maar daardoor niet minder vermakelijk is Row's Varvara-krasa, dlinnaya kosa/Barbara, the fair with the silken hair (1969). De wederom door cameraman Dimitri Surenski in laaiende kleuren en cinemascope gevangen toverwereld is er een waarvan elk stilstaand beeld bijkans een schilderij oplevert. Deze film speelt zich vrijwel geheel in een onderzees koninkrijk af, waar Barbara heel wat te stellen heeft met haar lastige vader voordat ze de prins van haar dromen kan omhelzen.

Kobolden
Row was de de ambachtsman die het grote publiek op zijn wenken bediende; de ware tovenaar en artiest van het genre heette Aleksandr Ptoesjko (1900-1973). Hij verdiende zijn sporen als ontwerper van speciale effecten en voorzag tientallen films met oude technieken als stop motion en matte-paintings van het broodnodige spektakel. Als regisseur stond hij aan het roer van de monsterproductie Ilja Muromets/The sword and the dragon (1956), de eerste Russische film in cinemascope, die vanwege het ontzagwekkende aantal van 100.000 figuranten is opgenomen in het 'Guinness book of records'. Na sprookjesfilms als Novyi Gulliver/The new Gulliver (1935), Sampo/The day the earth froze (1959) en Skazka o tsare Saltane/Story about Tsar Saltan (1966) nam hij aan het einde van zijn leven op waardige wijze afscheid met het verbluffende Ruslan and Ludmilla (1972). Hoewel de film wat stug op gang komt en een wat arbitrair einde kent, valt er daartussen te genieten van wat wel gedroomde cinema lijkt. De grotendeels op enorme sets opgenomen film is gedrenkt in een onwerkelijke sfeer, die hypnotiseert en de verwondering van de kindertijd oproept. Dat wordt nog versterkt door de in rijm- en versvorm voorgedragen dialogen - geheel conform het gelijknamige gedicht van Aleksandr Poesjkin.
Ridder Ruslan maakt een reis naar de onderwereld om zijn geliefde Ludmilla te redden, waarbij hij allerlei monsters bevecht, raad krijgt van een door liefdesverdriet verteerde kluizenaar en bijna door waternymfen met een bezwerend lied in een poel wordt gelokt. Daar wordt hem beloofd: "de zaligheid van betoverend water sluit zich voor altijd boven uw hoofd". Ondertussen wandelt Ludmilla door de enorme weelderige onderaardse zalen, naarstig op zoek naar een vluchtweg. Ptoesjko toont zich hier een cineast in de traditie van Mario Bava. De vergelijking Bava's eerste kleurenfilm Ercole al centro della terra/Hercules in the haunted world (1961) dringt zich meermaals op, met het verschil dat Ptoesjko een gigantisch budget had waarmee hij zijn dromen kon verwezenlijken. Interessant is bovendien dat Ruslan niet louter bovenaardse krachten moet overwinnen, maar ook wordt geconfronteerd met het slechte in de mens. Hij vindt voortdurend corruptie, machtsstrijd en afgunst op zijn pad.

De zwanenprinses uit The story about Tsar Saltan.

Oogleden
Mario Bava's beroemdste film is nog altijd La maschera del demonio/Black sunday (1960), een erg vrije adaptie van Nikolaj Gogols korte verhaal 'Viy'. De Russische productie Viy/Spirit of evil (1967) is daar een letterlijke verfilming van. Hier moet een jonge seminarist drie nachten waken bij het lijk van een jongedame, die telkens als heks uit de dood opstaat en de knaap op de proef stelt met allerlei bezweringen. Wanneer hij zich met ladingen wodka volgiet en weigert te bezwijken, roept ze de hulp in van demonen, weerwolven en misvormde schepsels, en tenslotte zelfs de verschrikkelijke Viy, de heer der gnomen, wiens oogleden neerhangen tot aan de grond. De regietandem Konstantin Yeshov en Georgy Kropatsjov werd voor Viy bijgestaan door Ptoesjko, die de fraaie speciale effecten verzorgde. Het moment waarop de beeldschone heks bij het ochtendkrieken naar haar grafkist zweeft en dreigend een vinger tegen de knaap opheft, is van een sinistere schoonheid.
Aanzienlijk moderner oogt Chelovek-amfibiya/The amphibian man (1961), waarin een briljante wetenschapper zijn amfibische zoon Ichtiander angstvallig tegen de buitenwereld beschermt. Het leven onder water bevalt Ichtiander best, maar als hij de knappe zigeunerin Guttière van de verdrinkingsdood redt en verliefd op haar wordt, moet hij zijn stille wereld verruilen voor het hectische Sebastopol. Ongelooflijk maar waar: in kostuums en decors loopt The amphibian man jaren voor op de James Bond-films en de pop art. Het laboratorium van Ichtianders vader is een staaltje gedurfde art direction. Zoonlief zelf zwemt rond in een flitsende outfit en boven op de Krim klinkt vurige jazz. Dat de film bovendien in spetterende kleuren is opgenomen betaalt zich driedubbel uit. Van het moment waarop Ichtiander zijn liefje Guttière gewaar wordt - een rood haarlint krult tussen het zeewier door - tot het 'unhappy end' (!) tijdens een laaiende zonsondergang, is deze film een esthetisch genot.

Toetjes
Rest nog te melden dat de Ruscico-collectie ook nog een omvangrijke hoeveelheid aan extra materiaal herbergt. Men heeft zich ingespannen om de liefhebber iets bijzonders te brengen. Naast de vele bio- en filmografieën, stills en affiches, zijn er fraaie items te zien zoals korte films, animaties en oude bioscoopjournaals waarin de sets worden bezocht. Zoals gezegd is het klapstuk van de collectie de dubbel-dvd van Ruslan and Ludmilla. De bijgevoegde tekenfilm naar Poesjkins sprookje 'De visser en de vis' is al de moeite waard, maar het interview met de bejaarde kostuumontwerpster weet zelfs te ontroeren. De gedistingeerde dame vertelt vol vuur over de de enorme productie en hoe ze inspiratie putte uit Bulgaarse ikonen om Ruslans fraaie harnas te ontwerpen. Met de teloorgang van de voormalige USSR en haar cinema in het achterhoofd biedt het gesprek een moment van zowel reflectie als diepe nostalgie.
De schijf van Viy biedt als toetje drie korte Russische horrorfilms uit de zwijgende periode, waarvan Satan exultant (1917) ook nu nog verrassend macaber blijkt. An old tale (1969) van regisseuse Nadezjkoa Kosjeverova is dan geen bijster bijzondere rolprent, de als bonus bijgeleverde animatiefilms naar Andersen zijn prachtig en de prijs van de schijf waard. De dvd van The amphibian man biedt maar liefst drie documentaires uit 1961 over de totstandkoming van de film, waarvan de langste zelfs in kleur is opgenomen. De setopnames op de stranden van de Krim bieden een prachtig tijdsbeeld, en je bewondering voor de makers van al dit moois groeit wanneer je ziet hoe complex en fantasievol de onderwateropnamen werden gemaakt in het enorme bassin van het Leningradse staatszwembad. De extra's op Through fire, water and brass pipes bieden onder andere een setbezoek waarin te zien is hoe er ook op locatie met grote middelen werd gewerkt, waarbij de olijke Aleksandr Row als een opgewonden kind over de set huppelt en Dimirti Surenski zijn enorme camera bewaakt.
De fans van sprookjes en fantastiek weten al dat er voor vergeten schatten wat dieper gegraven moet worden, maar ook avontuurlijk ingestelde cinefielen doen er goed aan om even de klauwen uit de mouwen te steken, om de betovering van de Ruscico-goudkist te kunnen ondergaan. En o ja, voor ik het vergeet: ook kinderen vinden de films erg leuk.

Mike Lebbing

De hier besproken dvd's zijn te bestellen bij gespecialiseerde Nederlands dvd-winkels, of rechtsreeks bij Ruscico via www.ruscico.com

Naar boven