Juli/Augustus 2002, nr 235

Nieuwe gezichten: Marc van Uchelen

Vroege roeping

In een reeks profielen met nieuwe filmgezichten deze maand Marc van Uchelen, bekend van een aantal Terstall-films én als filmmaker. Het Nederlands Filmfestival besteedt uitgebreid aandacht aan de nieuwe generatie filmacteurs, de Filmkrant sluit deze serie de komende maanden daarom af met interviews met de eerste lichting van deze 'Jonge acteurs'.

Marc van Uchelen (foto: André Bakker).

Eigenlijk hoort Marc van Uchelen (Baarn, 1970) helemaal niet thuis in deze rubriek. Hoewel hij tot dezelfde generatie behoort als de meeste andere acteurs en actrices die op deze pagina aan bod zijn geweest, is hij helemaal geen nieuw gezicht. Op 32-jarige leeftijd heeft hij er al een acteercarrière van bijna twee decennia op zitten. Hij debuteerde als 14-jarig jongetje in De aanslag van Fons Rademakers en had zo meteen een hoofdrol in een Oscar-winnende productie achter zijn naam staan. De aanbiedingen stroomden daarna binnen. Van Uchelen speelde twee jaar later in Terug naar Oestgeest. En vanaf de vroege jaren negentig ontwikkelde hij zich in films als De boekverfilming, Hufters en hofdames en Rent-a-friend tot het alter-ego van Eddy Terstall. Inmiddels had hij zich ook al gevestigd als 'gediplomeerd filmmaker' en ontving hij regieprijzen voor onder andere Pisvingers (1995) en Shit happens! (2001).
Van Uchelen leeft zijn jongensdroom. Al vanaf zo vroeg als hij zich het kan herinneren, is hij geobsedeerd door film. Op school zat hij in alle dramaproducties, zijn favoriete tijdverdrijf was 'filmset spelen' met een houten fantasiecamera. Als er een tekening moest worden gemaakt van wat je later worden wilde en alle andere kinderen aan kwamen zetten met brandweermannen en treinmachinisten dan tekende hij zichzelf in een regisseursstoel. "Ja, het was een vroege roeping", concludeert de acteur cum regisseur. "Terugkijkend denk ik dat het die esthetiek van een kunstmatige wereld is geweest die mij zo aantrok - hoewel ik dat toentertijd natuurlijk niet zo wist te benoemen. Maar het was ook heel letterlijk de schoonheid van filmmateriaal. Ik had dia's en was totaal gefascineerd door het feit dat als er licht doorheen viel, je een afbeelding zag. Mijn eerste bioscoopervaring - mijn ouders namen me mee naar Sneeuwwitje toen ik vijf was - sloeg in als een bom."

Naturel
Als veteraan van zijn generatie heeft Van Uchelen als geen ander het Nederlandse acteerlandschap zien veranderen. "De grootste verandering is de financiële", stelt hij. "Film is vercommercialiseerd en alles moet sneller, goedkoper, met meer winst gemaakt worden. Als ik het vergelijk: mijn aandeel in De aanslag duurde vijftig minuten en daar werd zes weken voor uitgetrokken. Ik regisseer nu zelf een vijftig minuten lange aflevering van LolaMoviola en daar staan zeven draaidagen voor gepland. Er is minder tijd voor voorbereiding en repetities. Dat heeft dan weer als voordeel dat je veel geconcentreerder speelt. Je hebt geen tijd om afgeleid te zijn."
Een tweede ontwikkeling die Van Uchelen signaleert is een speltechnische. "Het naturel acteren is steeds meer in de kijker gespeeld. Dat is begonnen met Robert Jan Westdijk en Eddy Terstall en je ziet het terug bij filmmakers als Paula van der Oest en Lodewijk Crijns. Het acteerwerk is nu veel minder gestileerd, minder toneelmatig. Er zijn wel uitzonderingen, Karakter bijvoorbeeld. Zoals er in die film wordt geacteerd - Fedja van Huêt die bijna onderkoeld acteert en dat theatrale, fysieke spel van Victor Löw - dat is niet meer van deze tijd. Ergens benijd ik het wel, vooral omdat het niet mijn manier van acteren is."
Bij nadere analyse komt Van Uchelen tot de conclusie dat de twee trends met elkaar samenhangen. Een kleiner budget werkt een ad-hoc speelstijl in de hand, die minder doordacht is en daardoor natureller overkomt. "Je ziet het in de films van Eddy Terstall heel goed - hij was echt de Nederlandse pionier op het gebied van lowbudgetfilms. Hufters en hofdames is gedraaid in twee weken. We waren twintig uur per dag op de set, sliepen er zelfs. Dan zit je er zo in dat het 'als echt' is. Je repeteert niet maar acteert heel erg vanuit intuïtie."

Opportunisme
Bij hemzelf heeft dat naturel acteren er altijd ingezeten. "Het kleeft een beetje aan mij", stelt Van Uchelen. "Ik denk dat iedere acteur een specialisme heeft en dit is het mijne." Hij denkt dat hij zijn rol in De aanslag ook juist te danken had aan die ongekunstelde uitstraling. Ook later in zijn carrière heeft hij vooral rollen vervuld die dicht bij hemzelf lagen. Voor hem is het inkleuren van een personage ook niet zozeer een kwestie van 'graven' maar meer van 'ontdekken'.
Van method acting moet Van Uchelen in ieder geval niks hebben. Daar kwam hij al meteen tijdens zijn eerste acteerervaring achter. "Er zit in De aanslag een scène waar ik in een cel zit te huilen en die bleef iedere keer maar niet goed gaan. Na hem een paar keer te hebben overgedaan heeft Monique van de Ven het geprobeerd op de method-manier. Ze liet me inleven in het overlijden van iemand waar ik veel om gaf. Maar ik kon concentreren wat ik wilde, het lukte me gewoon niet. Tenslotte heeft Fons Rademakers met een Vick's inhaler in mijn oog geblazen en toen kwamen de tranen wel. Dat werd een prima scène.
"Daarmee bedoel ik maar: al dat beredeneerde werkt niet voor mij. Ik geloof niet in het zoeken in jezelf. Je moet het gewoon doen. Lawrence Olivier zei dat ook al in een veel geciteerde anekdote over Dustin Hofman, die voor de opnamen van Marathon man dagen lang wakker bleef en ging hardlopen om zich in te leven in zijn personage. Oliviers commentaar was: 'Why doesn't the guy just act?" En daar ben ik het mee eens. Je moet niet voelen maar doen. Het acteren bestaat vooral uit het reageren op anderen. Ik werk zelf meer vanuit een soort opportunisme dan vanuit een vooropgesteld doel."
Maar hoewel Van Uchelen zijn rollen dicht bij zichzelf zoekt, heeft hij in de loop der jaren wel zijn rollenscala uitgebreid. Dat heeft volgens hem iets te maken met het ouder worden. "Op een gegeven moment ken je verschillende kanten van jezelf en kan je daar uit putten. In Benidorm van Jaap van Eijck haal ik bijvoorbeeld een puberale, beetje vandalistische kant in mezelf naar boven. En in Duister licht van Martin Koolhoven speelde ik een slechterik. Dat was een deel van mijn karakter dat ik niet eerder had aangeboord. Bovendien had ik daarvoor vooral passieve, beschouwende rollen gespeeld en was mijn personage nu veel meer een ondernemend typre. Maar het komt nog steeds uit mezelf."

Blanco
Dat intuïtieve van zijn acteren was ook de reden waarom de toneelschool in Arnhem hem afwees toen hij zich er na zijn middelbare school aanmeldde. "Het is te klein en het blijft te dicht bij jezelf", was het oordeel van de leden van de toelatingscommissie. Ze raadden hem aan een paar jaar later maar weer terug te komen. Maar toen had Van Uchelen inmiddels al een aanstelling bij het Zuidelijk Toneel, waar hij drie jaar bleef. "Het waren vooral kleine, ondersteunende rollen maar ik heb er veel geleerd. Vooral op technisch gebied. Hoe je de achterste rijen van de zaal bereikt. Hoe je je anderhalf uur lang concentreert."
Maar uiteindelijk neigde hij toch meer naar de film, zijn natuurlijke habitat. Hij schreef zich in op de filmacademie en speelde ondertussen in speelfilms. "En voor de filmcamera heb ik dat gemis van een acteeropleiding eigenlijk nooit gemerkt. Daar gaat het vooral om ervaring. Je leert je intuïtie vertrouwen. Je weet wanneer het goed is en wanneer niet."
Een 'regisserend acteur' noemt Van Uchelen zichzelf. Maar dat is ook omdat hij momenteel meer regisseert dan acteert. Anders noemt hij zichzelf net zo lief een 'acterend regisseur'. En hoewel het volgens hem twee zeer verschillende vakken zijn, beïnvloeden het acteren en regisseren elkaar voortdurend. "Als acteur ben je het instrument van de regisseur. En als regisseur bespeel je de instrumenten. Maar ik ken acteurs wel beter dan een niet-acterend regisseur omdat ik er zelf één ben. Ik zal een scène ook meer benaderen vanuit het gevoel achter een rol in plaats van vanuit het verhaal. Als een scène lastig is of niet werkt dan weet ik hoe dat aanvoelt voor een acteur en probeer ik andere paden te bewandelen om wel het gewenste resultaat te krijgen. En ik speel dingen voor. Fons Rademakers doet dat ook - maar dat is ook een regisserend acteur."
Andersom heeft het regisseren ook zijn weerslag op het acteren. Althans, die kan het hebben. "Je wordt je bewuster van wat je doet en dat kan je in de weg staan", stelt Van Uchelen. "Als regisseur werk ik volledig vanuit de ratio; ik probeer alle risico's uit te sluiten, op alles voorbereid te zijn. Het is een houding die volledig tegenovergesteld is aan de intuïtieve instelling die ik heb als acteur. En ik kan me voorstellen dat het steeds moeilijker wordt om blanco te worden. Dan blokkeert de regisseur in mij de acteur."
Dat neemt niet weg dat Van Uchelen erg tevreden is met zijn dubbelrol voor en achter de camera. Ook terwijl hij zich ervan bewust is dat een totale concentratie op het acteren hem naar het hoogste acteerpodium en wellicht tot het niveau van jeune premiér had kunnen brengen. "Ik was in ieder geval verdergekomen dan nu het geval is", geeft hij voorzichtig toe. "Maar als regisseur heb ik, denk ik, toch meer groeimogelijkheden. In dat vak kun je je eindeloos blijven ontwikkelen en vernieuwen. Je bent bezig met meerdere disciplines. Je bent meer een kunstenaar.
"En als acteur ben je na je dertigste zo'n beetje uitontwikkeld. Je bent dan in één ding heel goed en je kunt jezelf nog verbreden door verschillende rollen te kiezen - dat blijft altijd een uitdaging. Maar net zoals je normale persoonlijkheid raakt je acteerpersoonlijkheid tussen 30 en 40 jaar gevestigd. Ook in het acteren van Robert De Niro zit na Taxi driver en Raging bull niet veel progressie meer. Als acteur zit je toch altijd vast aan jezelf, aan je lijf. Je bent je eigen instrument. En dat instrument verandert wel maar ontwikkelt zich niet meer. Het wordt alleen maar ouder."

Edo Dijksterhuis

Naar boven