Analyze this - oktober 2002, nr 237

Bewonderaars bedrogen

Vanuit zijn ivoren toren plaatst filmhistoricus Hans Schoots de alledaagsheden van het filmbedrijf in het licht van de geschiedenis.

In de kunsthandel is een nieuwe manier verzonnen om geld te verdienen aan de cinema. Dat gaat als volgt. Een film bestaat meestal uit een strook van 70, 35 of 16mm breed met stilstaande beeldjes erop. Vierentwintig stuks voor elke seconde geprojecteerde 35mm-film. Een avondvullende film bestaat al gauw uit dertienduizend negatieven. Ideetje! Eigenlijk is elke filmregisseur een fotograaf! Pioniers van deze gedachte zijn de Duitse cineaste/fotografe Leni Riefenstahl en haar zaakwaarnemers.
Zo komt het dat de Amsterdamse galerie Torch in navolging van galeries in Berlijn en Los Angeles tot 19 oktober 'foto's van Leni Riefenstahl' aanbiedt. De prijzen zijn niet misselijk: tussen de achttienhonderd en ongeveer twaalfduizend euro. Het merendeel van de foto's is afkomstig uit de film Olympia (zogeheten 'stills'), een ander deel werd gemaakt voor het boek-bij-de-film 'Schönheit im Olympischen Kampf' uit 1937. Te koop zijn recente afdrukken op fotopapier uit de jaren dertig, van elk negatief vijfentwintig prints met de garantie dat er niet meer gemaakt worden. Deze garantie stelt weinig voor. Bij een film hoef je immers alleen maar het volgende negatiefje te nemen, dat vrijwel exact hetzelfde is, en je hebt alweer vijfentwintig 'unieke' afdrukken. Bovendien zijn her en der in de wereld kopieën van Olympia aanwezig. Het Filmmuseum bezit er ook fragmenten van, en stills daaruit kunnen gewoon besteld worden.
Bovendien is het maar de vraag of het hier gaat om werk van Riefenstahl. Zij had eersteklas cameralieden met een eigen stijl, die creatief hebben bijgedragen aan de visuele vormgeving. Er zijn heel wat films waar de invloed van de cameraman essentieel was. Een fameus Nederlands voorbeeld is het door Fons Rademakers geregisseerde Als twee druppels water, waarop cameraman Raoul Coutard zijn stempel heeft gedrukt. Het zou van een ongehoorde brutaliteit getuigen opnamen daaruit als 'foto van Rademakers' te verkopen. Gebeurt ook niet, want Rademakers zou zich er als eerste tegen verzetten. Wie een uniek kunstwerk van een eenzaam genie aan de muur wil, is bij de cinema aan het verkeerde adres. Geschikt voor die benaderingswijze zijn hooguit wat beeldend kunstenaars die kleinschalige films maken.
De 'foto's van Riefenstahl' die uit 'Schönheit im Olympischen Kampf' komen, zijn evenmin van haar. Zelfs de selectie voor dit boek maakte ze niet zelf. Volgens de verantwoording achterin zijn de meeste foto's stills uit de film en werd de rest door de fotografen Willy Zielke, Arthur Grimm en Rolf Lantin gemaakt. Zielke fotografeerde onder meer Griekse tempels en naakten in klassiek-Olympische pose. Riefenstahl zet nu rustig haar handtekening onder afdrukken ervan en vraagt er massa's geld voor. Die Zielke is toch dood. Het is zeer twijfelachtig of er bij de diverse galeries ook maar één foto is geëxposeerd die Leni Riefenstahl zelf heeft genomen. Maar voorzover de Nederlandse media zich met de Amsterdamse expositie hebben bezighouden, vroegen ze nergens naar en verbreidden ze het sprookje van de 'foto's die Leni Riefenstahl maakte' vrolijk verder. De galerie zelf zegt niet te weten welke van de aangeboden afdrukken stills zijn en welke niet, en vindt dit ook niet belangrijk "omdat hun schoonheid die vraag overstijgt". Dat is een mooie gedachte, zolang de afdrukken tegen kostprijs worden verkocht, al mag ook dan correcte vermelding van de makers worden verwacht. Het is niet te hopen dat deze praktijken school maken in het filmbedrijf.

Hans Schoots

Naar boven