Oktober 2002, nr 237

Filmfestival Venetië

Fantastische ontsnapping

Het Filmfestival Venetië, het eerste onder directie van oud-Berlijn-directeur Moritz de Hadeln kende dit jaar weinig verrassingen van buiten de gevestigde filmwereld. Peter Mullan won met The Magdalene sisters en Oasis van Koreaan Lee Chang-dong was de grootste niet-westerse ontdekking.

Oasis van Lee Chang-dong.

Het is een wonderlijke ervaring als je na twee dagen festivalbezoek steeds sterker naar het einde begint te verlangen. En dat alleen maar vanuit de aan programmeurs toegeschreven logica dat "ze het beste wel aan het einde zullen hebben gezet". Dat was echter wel precies wat er dit jaar in Venetië aan de hand was, en toen iedereen bijna de hoop had opgegeven kwam er toch nog een film van een tamelijk onbekende maker, die níet al van tevoren was aangekocht, die er met de meeste prijzen vandoor ging: Oasis van de Koreaan Lee Chang-dong.
De eerste dag was het al goed raak met Lukas Moodyssons (
Together) nieuwe film Lilya 4-ever en de tweede film (na Orphans) van Ken Loach-acteur Peter Mullan. Moodyssons rauwe, hartverscheurende en agnostisch gewortelde film vertelt het verhaal van Lilya, een door god (althans dat denkt ze) en de wereld in de steek gelaten meisje uit een van de voormalige Sovjet-gebieden dat in Zweden slachtoffer wordt van de seksindustrie. Moodyssons film, die begint met het einde, is een groot gevecht tegen je hoop. Je weet hoe het afloopt, maar hoopt dat dat een vergissing was. En als het einde van de film van een hemelse noot wordt voorzien, dan weet je niet of je moet lachen of huilen. Zelden zag ik zo'n droevig happy end.

Wasserij
Moodyssons film werd vertoond in de Controcorrente-sectie, de tweede competitie naast de traditionele Venezia 59. Waarin het andere hoogtepunt te zien was. Ook Peter Mullan werd voor zijn tweede film religieus geïnspireerd. The Magdalene sisters gaat over een aantal jonge vrouwen die in de jaren zestig in een zogenaamd Magdalena-klooster werden opgesloten omdat hun sekse een bedreiging vormde voor de streng-katholieke omgeving waaruit ze kwamen. Dat betekent dat ze te mooi waren, of te flirterig, ongewenst zwanger, verkracht of een incest-slachtoffer dat zo 'dom' was om de dader te verraden. De nonnen lieten hen hun 'zonden' wegwassen in aan het klooster gelieerde wasserijen, wat de kerk ook nog een aardig centje opbracht. Mullans film had niet op een beter moment kunnen komen. Nieuws over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk beheerste deze zomer de kranten en in het katholieke Italië was Mullans aanklacht gefundenes Fressen.
Moodysson zocht een manier om metafysische zaken als god, engelen en het bestaan van een hiernamaals in zijn film een plaats te geven naast het grauwe bestaan van alledag, terwijl Mullan de gevolgen van religie en dogma aanklaagt. Toch vertonen beide films veel overeenkomsten op een humanistisch niveau. Voor de Italiaanse pers, die het festival met argusogen volgde, waren dit soort vragen elke dag aanleiding voor het afbakenen van oude scheidslijnen tussen rechts en links.

Onttakelen
Natuurlijk ging het in Venetië nog over meer films dan deze twee. Todd Haynes gebruikte het stramien van het Sirkiaanse melodrama voor het politiek geladen Far from heaven dat aan wil tonen dat racisme, onderdrukking van vrouwen en homoseksuelen nog evenzeer aan de orde is in het hedendaagse Amerika als in de jaren vijftig en dat de mogelijkheid om zwarten, homo's en zelfstandige vrouwen openlijk te laten optreden in films daar in ieder geval weinig aan heeft veranderd. Stephen Frears legde de onderwereld van Londen bloot in Dirty pretty things. Rolf de Heer maakte een Australische western die uiteindelijk ook over vragen van macht en vertrouwen ging en zich tegen racisme uitsprak. Larry Clark en Ed Lachman gingen met Ken Park nog een stapje verder dan met het helaas niet in Nederland uitgebrachte Bully. Steven Soderbergh onttakelde Hollywood. Maar dat alles was te verwachten.
Daarom was de baby-olifant die in Lee Chang-dongs Oasis even door de woonkamer mocht dansen samen met het spastische meisje die in haar gedachten een ballerina werd, van een verfrissende sentimentaliteit. Vooral omdat de rest van Lee's film over twee outcasts niet bepaald zoet of hoopvol viel te noemen. Van Moodyssons hemel naar Lee's Indiase paradijs, de boog die Venetië omspande liet zien dat sociaal en politiek gemotiveerde films niets aan kracht inboeten als ze op een fantastische manier ontsnapping bieden.

Dana Linssen

De belangrijkste prijzen waren als volgt verdeeld: Gouden Leeuw: The Magdalene sisters (Peter Mullan); Grote Jury Prijs: La maison de fous (Andrej Konchalovsky); Speciale Regie Prijs: Oasis (Lee Chang-dong); Prijs voor de beste individuele bijdrage: Ed Lachman (camera Far from heaven).


Steven Soderbergh

Alles is fictioneel

Een van de films die zijn Europese première beleefde tijdens het Filmfestival Venetië en die nu al uitkomt was Full frontal, de 12de regie van Steven Soderbergh. Full frontal is een film over filmmaken en over bijna-veertigers op zoek naar liefde. Soderbergh in Venetië: "Ik zie zoveel mensen die hun verbintenis met het leven hebben verbroken."

Steven Soderbergh op de set van Full frontal.

Misschien had Steven Soderbergh (The limey, Ocean's eleven) de pech dat de 'buzz' over Full frontal hem té ver vooruit was gesneld. Zo zou zijn twaalfde film het vervolg op zijn in Cannes bekroonde eersteling sex, lies and videotape zijn en beelden van een naakte David Duchovny en Julia Roberts bevatten. Daarna vond Soderbergh een soort Hollywoodversie van het Dogma-manifest uit, wat onder meer inhield dat de acteurs zorg zouden moeten dragen voor hun eigen vervoer, lunch en kostuums.
Interessanter waren echter de andere beperkingen die hij de productie oplegde, namelijk dat de spelers op de set ten allen tijde 'in hun rol' moesten blijven en voorbereid op het feit dat ze in hun rol geïnterviewd (en gefilmd) konden worden over hun personage. Ook Soderbergh (die gedurende de achttien draaidagen zelf de camera voerde) legde een belofte van kuisheid af: hij besloot op de tweede draaidag zoveel mogelijk scènes in één shot te draaien.
"De grote verdienste van Dogma was dat mensen het weer over cinema hadden", vertelt Steven Soderbergh, die zich getuige zijn bemoeienissen met Venetië-films Far from heaven en Naqoyqatsi ook steeds meer als producent begint te profileren. "Sinds lange tijd ging het weer over zaken als esthetica en inhoud. Eigenlijk was À bout de souffle natuurlijk al de eerste Dogma-film. Maar ja, Godard loopt op alles vooruit. Hij werkt al twintig jaar met video. Als ik wat avontuurlijker was geweest, dan had ik sex, lies and videotape ook op video moeten draaien. Maar ik had op dat moment niet genoeg vertrouwen in de techniek. Bovendien ben ik niet erg gecharmeerd van de manier waarop video er doorgaans uitziet, ik bedoel niet de grofkorreligheid, maar de platheid van het beeld. De videobeelden in Full frontal zijn sterk nabewerkt om ze meer diepte en textuur te geven."

Spellagen
"Als je de film na tien minuten niet leuk vindt, kun je beter weggaan, want leuker wordt het niet", reageert Soderbergh op de constatering dat de door Miramax uitgebrachte film in de Verenigde Staten weinig bezoekers trok. "Ik probeer altijd een balans te vinden tussen grote publieksfilms en experimentelere projecten. Ik zou verveeld raken als ik alleen maar Ocean's eleven's zou moeten regisseren. Tijdens het maken van zo'n soort film ben je heel erg bezig met het eindresultaat. Ik hou niet zo van het oplossen van logistieke problemen.
"Full frontal is een film die veel meer proces-georiënteerd is. Tijdens het maken kan er nog van alles gebeuren. Er is ruimte voor improvisatie. De New York Times vind echter dat een gearriveerde regisseur als ik zich niet met dv-camera's en lowbudgetproducties zou mogen inlaten. Ik zou een poseur zijn."
Voor Soderbergh gaat Full frontal over acteren. Het is niet alleen een film over de filmindustrie, maar doordat hij veel personages zowel in de film-in-de-film laat optreden, als in de eerstelijns filmrealiteit en ze tegelijkertijd op de geluidsband laat praten over hun rol, creëert hij verschillende spellagen. Ook hier was de dv-camera een hulpmiddel. "Ik heb geprobeerd in Full frontal een meer naturalistische manier van acteren op te roepen. De dv-camera maakt dat makkelijk, doordat je makkelijker kunt improviseren en je ideeën aanpassen. Bij een traditioneel productieproces kun je niet halverwege een scène van gedachten veranderen. Nu kon ik aan Julia Roberts vragen of ze de zesde take eens heel anders wilde doen. Doordat we de camera zoveel mogelijk lieten doorlopen hoefden we niet met strepen op de vloer te werken, en hadden we geen continuïteitsproblemen. Als cameraman heb ik geprobeerd om zoveel mogelijk te reageren op wat er gebeurde. Het verbaasde me dat Julia en Blair [Underwood] in de dv-scènes veel losser spelen dan in de film-in-de-film-scènes. Dat vereist een enorme discipline van een acteur, want in feite speel je dan een dubbelrol."

Geïsoleerd
Soderbergh spreekt de gedachte tegen dat Full frontal een artistieke reactie zou zijn op het groots opgezette Ocean's eleven. "Een filmmaker denkt altijd minstens achttien maanden vooruit", stelt hij. "Ik was al bezig met Full frontal toen we Ocean's eleven nog moesten gaan draaien. Je kan wel zeggen dat Full frontal z'n sporen op Solaris (Soderberghs remake van Tarkovski's klassieke sciencefictionfilm, DL) heeft nagelaten. Doorgaans ben ik niet zo geïnteresseerd wat acteurs voor 'backstories' voor hun personages verzinnen, maar nu ben ik ze er, geïnspireerd door Full frontal, tijdens de casting al over gaan ondervragen. Ik heb Natascha McElhone gecast als Harey, Kelvins geliefde, omdat ze me met haar 'backstory' het meeste overtuigde.
"De rol van Harey zal het grootste verschil met Tarkovski's film zijn. Hij laat nergens zien waarom ze zelfmoord pleegt en dus ook niet waarom dat voor Kelvin zo'n trauma is. Ik keer terug naar het oorspronkelijke boek van Stanislaw Lem en besteed meer aandacht aan de relatie tussen beiden."
Een terugkerend thema in zijn films is, zo geeft Soderbergh toe, het verlangen naar authenticiteit. Ook in Solaris weer. Wat zijn echte ervaringen? Wat is inbeelding en verlangen? Hoe kun je alles zo oprecht mogelijk ervaren? Genrefilms maken het mogelijk daarmee te spelen, vertelde hij al eerder. "Ik zie zoveel mensen die hun verbintenis met het leven hebben verbroken. De filmindustrie is een aparte wereld die wordt bewoond door mensen die van het gewone leven geïsoleerd zijn. Als regisseur ben ik me er als geen ander van bewust dat alles fictioneel is. Ik hou ervan om op straat te lopen, met de metro te rijden. In Los Angeles is dat onmogelijk. Als je daar in de filmbussiness werkzaam bent, word je voortdurend bekeken. Voor mij als regisseur is het noodzakelijk om te observeren. Daarom ben ik ook naar New York verhuisd. Voor de acteurs lijkt het me vreselijk in Los Angeles. Ze zien in Hollywood niets wat gewone, normale mensen meemaken. Hoe kunnen ze die dan ooit nog spelen?
"Ook daar gaat Full frontal over. Over verbintenissen. Met het leven. Goede of foute en het verlangen ernaar."

Dana Linssen

Full frontal
Verenigde Staten, 2002
Productie: Scott Kramer, Gregory Jacobs
Regie: Steven Soderbergh
Scenario: Coleman Hough
Camera: Steven Soderbergh, Peter Andrews
Montage: Sarah Flack
Met: David Duchovny, Nicky Katt, Catherine Keener, David Hyde Pierce, Julia Roberts, Blair Underwood
Kleur, 101 minuten
Distributie: RCV
Te zien: vanaf 17 oktober

Naar boven