Video & DVD - oktober 2002, nr 237

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht. En films (opnieuw) uitgebracht op DVD.


Kairo/Pulse
Kiyoshi Kurosawa
Aan de oppervlakte lijkt Kairo thuis te horen in de stroom moderne Japanse spookfilms waarvan de vorige maand in deze rubriek besproken
Ringu/Ring verreweg de populairste is. Wat de twee films gemeen hebben is dat ze beide de kijker de stuipen op het lijf jagen met vaak weinig meer dan stilte, suggestie en schimmen. In Ringu kondigen bizarre beelden op een videotape het onheil aan, in Kairo is het een mysterieuze website die een keten van zelfmoorden teweegbrengt en van waaruit de doden zich tot de levenden lijken te richten. Zolang het mysterie voortduurt laat Kairo zich bekijken als een superieure spookfilm waarin de engste scènes een droomachtige kwaliteit bezitten die ongeëvenaard is. In een lange donkere gang nadert een vrouwelijke gestalte het hoofdpersonage, student Kawashima die gedreven door nieuwsgierigheid het mysterie tracht te ontrafelen. Halverwege zakt de vrouw door de knieën waarbij haar benen van rubber lijken en zij zich in één wonderlijke beweging weer herstelt. Een griezeliger filmmoment moet ik dit jaar nog zien. Maar anders dan Ringu, die wel eng en mysterieus is maar uiteindelijk nergens over gaat, blijkt het raadsel van Kiyoshi Kurosawa's film een uiterst droefgeestige boodschap te herbergen. Gedreven door eenzaamheid voelen steeds meer mensen zich aangetrokken tot de dood. De eersten plegen zelfmoord, maar allengs wordt het fenomeen zo krachtig dat zij die geen weerstand meer bieden gewoon oplossen in het niets, een vuilzwart schaduwbeeld achterlatend op de plek waar ze sterven. Het fascinerende aan de film is dat Kurosawa (geen familie) dit soort abstracte ideeën in concrete filmbeelden heeft weten te vertalen zonder afbreuk te doen aan de overtuigingskracht van zijn apocalyptische vertelling. Zelden wist een horrorfilm de kloof tussen abstract en concreet, droom en werkelijkheid, dood en leven met zoveel overtuigingskracht zowel in vorm als inhoud te slechten. Kairo is een meesterwerk.
Roel Haanen
Te koop op import-dvd (Universe Laser & Video, regio 3, Engels ondertiteld)

Het apocalyptische Kairo/Pulse.


El espinazo del diablo/The devil's backbone
Guillermo del Toro
Na de originele, ingetogen vampierfilm
Cronos (1993) werd de debuterende Mexicaanse regisseur Guillermo del Toro meteen een van de grootste talenten van de moderne genrefilm genoemd. Del Toro maakte snel de overstap naar Hollywood, maar de ruim gebudgetteerde monsterfilm Mimic bleek een tegenvaller. Hoe verheugend is het dan te zien dat hij zich overtuigend revancheert met The devil's backbone (2001), een fraai amalgaam van spookfilm, drama en gothic horror. Terwijl de Spaanse Burgeroorlog het land in chaos stort krijgt het knaapje Carlos (Fernando Tielve) het in een weeshuis voor kinderen van gedode socialisten aan de stok met een doortrapte conciërge (Edoardo Noriega uit Abre los ojos). Bovendien blijkt er een geest door het gebouw rond te waren. Een oude leraar (de eminente Federico Luppi) neemt Carlos onder zijn hoede en ook de directrice (Marisa Paredes, Todo sobre mi madre) houdt een oogje in het zeil. Maar de dreiging blijft constant en het oorlogsfront nadert. Nu het horrorgenre lijkt te drijven op oorverdovende geluidseffecten en beukende actie (een euvel waaraan ook Del Toro's mainstreamfilms Mimic en Blade 2 lijden) mag The devil's backbone dankzij het rustige tempo, het voortreffelijke acteerwerk en het rijke, meeslepende verhaal een oase van rust worden genoemd. De film bevat zelfs weinig enge scènes waarin het CGI-spook zijn opwachting maakt; Del Toro creëert juist een schimmenrijk door een duistere periode in de Europese geschiedenis pijnlijk tastbaar te maken - niet voor niets wordt de geestverschijning hier omschreven als "een emotie die voortduurt in de tijd". Een passender einde dan de sombere slotscène, die een onverbiddelijke maar prachtige triestheid uitdraagt, is dan ook nauwelijks denkbaar. Het is betreurenswaardig dat de mede door Pedro Almodóvar geproduceerde film alhier geen regulier bioscooproulement krijgt, want deze winnaar van de Zilveren Meliès-juryprijs tijdens het laatste Festival van de Fantastische Film zou ook buiten genrekringen hoge ogen moeten gooien.
Mike Lebbing
Te huur en te koop op video en dvd (Warner)


Joy ride
John Dahl
Met Joy ride had regisseur John Dahl (
The last seduction) voor het eerst in zijn carrière een ongehinderd uitzicht op een monsterhit. Een ijzersterk gegeven, een aantrekkelijke jonge cast en voldoende wendingen om de aandacht vast te houden. Joy ride kon niet stuk, en hield zelfs de deur open naar een vervolg. En wat gebeurde er? Amerikaanse tieners haalden massaal hun neus op voor dit staaltje vakmanschap. In de film reizen twee broers van Colorado naar New Jersey. Onderweg stelt de oudste voor een grap uit te halen. Als zijn broertje zich op de korte golf voordoet als eenzame vrouwelijke chauffeur, kunnen ze vast wel enkele geile truckers in de zeik nemen. Ze hebben beet bij een zekere Rusty Nail, die ze het hoofd op hol brengen. Pas als ze een rendez-vous arrangeren tussen Rusty en een onbehouwen motelgast, loopt de grap pijnlijk uit de hand. De oorspronkelijke titel van de film luidde niet voor niets Road kill. Verlate snelwegen, gehorige motelkamers, gewelddadige truckers; het zijn niet de meest originele ingrediënten voor een nagelbijter. Maar zoals Dahl in The last seduction het film noir-genre tot leven wekte, zo bedreven poetst hij in Joy ride de clichés van de road movie op. Daarbij wordt hij geholpen door een script dat de kijker steeds een stap voorblijft. Zo worden de broers bij hun eerste ontmoeting met Rusty gespaard, en is het pas als een vriendin zich bij hen voegt dat de trucker echt gemeen wordt. Met humor neemt Dahl af en toe gas terug, zoals bij het moment waarop de broers poedelnaakt cheeseburgers moeten bestellen. Maar Joy ride is in de eerste plaats een 'lean mean fright machine'. Daarbij is de film nauwelijks bloederig, wat wellicht het gebrek aan succes bij de popcornbrigade verklaart. Ook geeft Dahl niet toe aan de irritante neiging om van Rusty een diabolische supermoordenaar te maken. Je kunt zelfs met hem meevoelen als hij verlegen in zijn bakkie op de avances van Candy Cane ingaat. Knap werk van Ted Levine (Silence of the lambs), wiens vocale creatie goed is voor heel wat kippenvel.
Mark van den Tempel
Te huur op video en dvd (Fox)


Le trou
Jacques Becker
Oktober 1959 vertelt regisseur Jacques Becker (Parijs, 1906) aan Cinéma 59, periodiek van de Fédération française des Ciné-Clubs, dat Le trou zijn filmversie van het Judas-verhaal zal worden. Jarenlang ligt een 'fait divèrs' over vijf mannen die in 1947 uit de Parijse gevangenis La Santé wilden ontsnappen in z'n knipselarchief opgeborgen, totdat Becker de in Gallimards misdaadreeks Série Noire uitgegeven roman 'L'excommunié' leest, die is gebaseerd op dezelfde geschiedenis. Giovanni, een voormalige Résistance-vechter die na WO II in de criminaliteit belandde, weet waar hij over schrijft: hij was zelf een bajesklant. Becker kiest voor zijn film amateurspelers, waarvan bovendien mécanicien Jean Keraudy als aanvoerder Roland zichzelf speelt. Opnamen vinden plaats in de authentieke gevangenis en in de Billancourt-studio's, waar op aanwijzingen van Giovanni en Keraudy nauwkeurig enkele sets zijn geconstrueerd. Geen detail ontsnapt aan Beckers perfectionistenoog, geen camerabeweging, geen woord van de naturel spelende rolbezetting is overbodig. In februari 1960, twee weken na het voltooien van wat Jean-Pierre Melville later in Les Cahiers du Cinéma 'de beste Franse film ooit' zal noemen, sterft Jacques Becker aan een hartaanval, een bescheiden oeuvre van dertien films achterlatend. Bitter blijft dat z'n genrekarakter Le trou binnen de filmhistorie marginaliseert, een lot dat vele Franse misdaadfilms beschoren is. Meesterlijk strak ensceneert Becker zijn huis clos voor getergde boeven, waarin (behalve tijdens de aftiteling) geen noot muziek voorkomt en dus ieder geluid dat de uitbraakvoorbereidingen met zich mee brengen zenuwslopend werkt. De kameraadschap, dagelijkse cipierspesterijen, verstikkende ruimten, de nu-of-nooit-tijdsfactor en in eender welke fictieve tekst normaliter als idioot te bestempelen details en krankzinnige toevalligheden - Becker bindt het virtuoos samen in dit tijdloze meesterwerk over vrijheid, vriendschap en verraad. Lesje filmmaken? Zie Le trou, en leer.
Oliver Kerkdijk
Te koop op import-dvd (Criterion, regio 1, Frans met Engelse ondertitels, origineel beeldformaat 1,66:1)


Pipe dream
John Walsh
Woody Allen's Hollywood ending dreef op de grap of het mogelijk is dat een blinde een Hollywoodfilm kan maken. In Pipe dream stelt de Amerikaanse regisseur John Walsh een vergelijkbare vraag: kan een loodgieter een kleinschalige indie-film regisseren? Tja, zoals ook in het scenario staat: als Harrison Ford van timmerman kan uitgroeien tot een succesvol acteur, waarom dan niet? Er is echter een complicerende factor. De enige werkelijke ambitie van Dave (Martin Donovan) op filmgebied bestaat niet uit het maken van films maar uit het versieren van mooie actrices. Daarom haalt hij zijn vriend, de beginnende casting director RJ (Kevin Carroll), over om audities te houden op basis van een scenario dat Dave heeft gestolen van zijn buurvrouw Toni (Mary Louise Parker.) Dat is het startsein voor een serie verwikkelingen, waarbij alle personages hun wensdroom al snel in vervulling zien gaan: Marliss (Rebecca Gayheart) krijgt de hoofdrol waar ze op hoopte en Dave krijgt Marliss in bed. Toni's scenario wordt verfilmd en RJ kan de casting van een echte speelfilm op zijn cv zetten. Pipe dream ('dromerij', maar ook een verwijzing naar het loodgietersvak) doet zijn titel eer aan, want van geloofwaardigheid hoeft het verhaal het niet hebben. Dat houdt helaas wel in dat het uitgangspunt van de film - dat het er in het leven niet om gaat wie je bent maar om wie mensen denken dat je bent - al te gemakzuchtig wordt uitgewerkt. Ook wordt niet duidelijk of Walsh (Ed's next move) iets wil zeggen over de mores van de filmwereld, want ook daarvoor is het door hem en Cynthia Kaplan geschreven verhaaltje te vrijblijvend. Vermoedelijk ging het Walsh bij deze bescheiden productie vooral om de gulle knipoog der herkenbaarheid. Maar zelfs mensen met een zwak voor films over de filmwereld zullen iets meer verwachten dan alleen een stel sympathieke hoofdrolspelers, een paar geslaagde insiders grappen en een aantal amusante scènes.
Oene Kummer
Te huur op video (RCV)

Pipe dream: gulle knipoog.


En verder:

The last waltz (Fox)
Toen Martin Scorsese het aanbod van Robbie Robertson accepteerde om het afscheidsconcert van de The Band te filmen, vatte bij hem het idee post om het anders aan te pakken dan bij Woodstock, waarbij hij had opgetreden als assistent-regisseur en editor. Die legendarische concertfilm was geschoten op 16mm en voornamelijk in de montage totstandgekomen. Bij The last waltz deed Scorsese het tegenovergestelde: per nummer en gastoptreden werden de opnamen zorgvuldig uitgetekend zodat de strategisch geplaatste 35mm-camera's op het exacte moment gericht konden worden op de handen van de solerende gitarist of het rood aangelopen gezicht van Van Morrison. Om het afscheidsconcert meer emotionele impact te geven voegde Scorsese enkele ongedwongen interviews toe. The last waltz is het ultieme rockconcert én de ultieme concertfilm, die op deze dvd fraaie behandeling krijgt met onder andere twee commentaartracks, waarvan de eerste, met Robertson en Scorsese, het aflegt tegen de tweede waarop een bont gezelschap van rockjournalist Greil Marcus en direct betrokken als Band-leden Garth Hudson en Levon Helm, Dr. John, cameraman Michael Chapman en anderen herinneringen ophalen, anekdotes oplepelen en het belang van The Band voor de geschiedenis van de Amerikaanse muziek duiden. Een must voor de liefhebber, deze schijf. (RH) (Te koop op dvd)

Vanilla sky (Paramount)
In de korte documentaire Hitting it hard, over de promotietour voor Vanilla sky, staat Alejandro Amenábar er nogal beteuterd bij tijdens een feestje in Madrid. De Amerikaanse remake van zijn Abre los ojos krijgt vast meer aandacht dan het Spaanse origineel. Dat mag zuur zijn voor Amenábar, maar eerlijk is eerlijk: Vanilla sky is de betere film. Vooral vanwege het ijzersterke acteerwerk en de gelaagdheid van deze nieuwe versie. Op het audiocommentaar geeft regisseur Cameron Crowe uitleg bij de vele verwijzingen naar de popcultuur en neemt hij de verschillende interpretaties van de film door. (RH) (Te koop op dvd)

Heist (Warner)
Graag brengen we David Mamets plezierige 'crime caper' nog even onder de aandacht. Vederlicht en uiteindelijk nogal onbeduidend, maar vanwege het enthousiaste spel van Gene Hackman en Danny DeVito, en de eindeloze reeks geestige oneliners ("My motherfucker's so cool, when he goes to bed the sheep count him") wel uiterst genietbaar. (RH)

Seul contre tous (De Filmfreak)
In het kielzog van de controverse rond Gaspar Noé's schandaalfilm Irréversible brengt distributeur De Filmfreak Noé's eerste lange speelfilm op video en dvd uit. Ook uit Seul contre tous spreekt het duidelijke verlangen van de maker om te shockeren, maar hoewel het portret van de werkloze paardenslager (Philipe Nahon) filmisch interessant en bij vlagen erg onaangenaam is, overheerst de pronkzucht van de maker waardoor de met pseudo-diepzinnigheden doorspekte film een onoprechte indruk maakt en nauwelijks uitnodigt tot reflectie. (RH) (Te huur op video en dvd)

Tanguy (World Wide Cinema)
Komediemaker Étienne Chatiliez (La vie est un long fleuve tranquille, Tatie Danielle, Le bonheur est dans le pré) schiet faliekant naast met deze vergezochte Abel-kopie. Het 28-jarige irritante moederskindje Tanguy (Éric Berger) verdomt het tot grote ergernis van z'n ouders (een hevig schmierende Sabine Azéma en lichtpuntje André Dussollier) om het nest te verlaten en wordt door pa en moe weggepest. Futloze regie van een slecht script zonder pointe, dat ondanks het demografisch actuele thema doorlopend onleuk blijft. Euro-obscure trivia: cameo's van crooner-acteur Eddy Mitchell (uit Le bonheur) en de Nederlandse ex-Lido-Bluebell Girl Herma Vos. (OKe) (Te huur op video)

Naar boven