Februari 2003, nr 241

Cinefiele muziek

Karig aanbod

De vraag 'wat is cinefiel?' is voor soundtracks wellicht nog moeilijker te beantwoorden dan voor films. Filmmuziek wordt immers bijna altijd beoordeeld in relatie tot het beeld, zodat een cinefiele soundtrack bijna automatisch aan een cinefiele film wordt gekoppeld. Een ander probleem is dat filmmuziek een analytisch ondergeschoven kindje is. Filmcritici beoordelen de geluidstrack vaak als ondergeschikt aan het beeld en maken er weinig woorden aan vuil. En musicologen richten zich liever op 'serieuze', niet-functionele concertmuziek. De toegevoegde waarde van muziek in film en de dialectische relatie tussen audio en visueel zijn pas sinds kort onderwerpen waar professionals zich over buigen.
Filmmuziek is ouder dan de soundtrack. Voor de invoering van gesynchroniseerd geluid in de jaren twintig had iedere bioscoop een orkestbak of op z'n minst een plek voor de piano, van waaruit de stomme films werden voorzien van muzikaal commentaar. Meestal werd er een collage van kant-en-klare 'mood pieces' gespeeld. Alleen voor uitzonderlijk dure producties zoals Birth of a nation (1915), Ben Hur (1926) of The big parade (1928) werd speciale bladmuziek geschreven. Improvisators die achter de actie aan speelden kwamen vaak niet verder dan 'mickey-mousing', het direct vertalen van handeling in geluid wat nogal cartoonesk overkomt.
De vroegste vorm van wat wij nu 'soundtrack' noemen bestond uit grammofoonplaten die als begeleiding bij de filmrol gedraaid konden worden. Later kwam het geluid op dezelfde band terecht als het beeld en werd de soundtrack erkend als onderdeel van de film. In 1935 werd de eerste Oscar voor achtergrondmuziek uitgereikt aan Max Steiner voor The informer. De status van de muziek mocht veranderd zijn, de identiteit bleef grotendeels hetzelfde: orkestrale concertmuziek bedoeld om drama aan te dikken en voor dynamiek te zorgen. Onder de vroege filmcomponisten was het eigenlijk alleen Bernard Herrmann die een geheel eigen geluid wist te produceren. Zijn muziek voor Citizen Kane (1940) zette de standaard voor decennia.

Kamerbrede bombast
Er zijn nog steeds veel filmcomponisten die zich bedienen van het romantische concertrepertoire. Vooral voor mainstream Hollywood-cinema is filmmuziek vaak formulewerk: aanzwellend koper bij gevaar, martiaal tromgeroffel bij actie en suikerzoete viooltjes voor een liefdesscène. Dat is dan ook absoluut geen cinefiele filmmuziek. Maar er zijn een paar grote namen die dit beperkte idioom weten om te buigen naar een iets persoonlijker geluid. John Williams bijvoorbeeld zorgde met de
Star Wars-trilogie voor een herwaardering van kamerbrede bombast. Sinds een jaar of veertig zijn filmcomponisten als John Barry, Ennio Morricone, Lalo Schifrin, Quincy Jones, Hans Zimmer en Graeme Revell steeds meer invloeden uit jazz, rock en pop in hun soundtracks gaan verwerken.
Vaak wordt er ook bestaande muziek gebruikt. Soms is dat puur functioneel zoals recentelijk in The pianist, maar meestal worden de historische achtergrond van de muziek of de tekst gebruikt om het beeldverhaal extra kracht of betekenis te geven. Soms is de combinatie zo geslaagd dat een semi-permanente koppeling ontstaat. Toen Stanley Kubrick in 1968 een Strauss-wals inzette voor 2001: A space odyssey paste die deinende muziek zo goed bij het beeld van het voortglijdende ruimtestation, dat de muziek sindsdien niet meer gespeeld kan worden zonder meteen herinneringen aan de film op te roepen.
Quentin Tarantino is een absolute meester in het nieuw leven inblazen van popliedjes door ze als objets trouvés in zijn vertellingen in te zetten. Het is vooral de manier waarop hij oude, vergeten hits als 'Little green bag' of soundtracks van blaxploitationfilms hergebruikt, die voor een extra laag aan plot en dialoog zorgen, vaak met verwijzingen voor de goede verstaander naar Tarantino's favoriete B-films. Hier wordt popmuziek filmmuziek voor cinefielen.

Schaamteloos geplugd
Nu zijn er van de soundtrack van Pulp fiction meer dan vijf miljoen exemplaren verkocht en deden ook Reservoir dogs en Jackie Brown het niet slecht in de platenzaak. Maar de meeste cinefiele soundtracks halen de winkelrekken niet eens. De markt voor soundtracks is voor de meeste filmstudio's niet interessant genoeg. En als de muziek dan al wordt uitgebracht dan gebeurt het niet zelden dat wat op de cd terecht komt weinig te maken heeft met wat er in de bioscoop te horen is. Flarden worden opgerekt tot full blown composities, minder interessant geachte nummers worden gewoon helemaal weggelaten en niet zelden wordt het album dichtgeplamuurd met wat 'muziek geïnspireerd door de film' wordt genoemd maar wat vaak labelartiesten zijn die schaamteloos geplugd worden.
Ook de detailhandel voor cinefiele soundtracks is een lastige. Wordt filmmuziek al uitgebracht dan is het nog maar de vraag of een distributeur het de moeite waard vindt om de cd's in de winkels te krijgen. Van de soundtrack van The pianist werden bijvoorbeeld maar een beperkt aantal cd's verspreid en toen die op waren - de film draaide net twee weken - werd er 'nee' verkocht. De meeste plaatspeciaalzaken hebben sowieso niks met filmmuziek en hebben misschien alleen de bestsellers op voorraad. Liefhebbers kunnen terecht bij Concerto, Forever changes en Fame in Amsterdam of It's in Rotterdam, maar voor wat oudere titels is het aanbod op internet vaak veel breder.
Gelukkig zijn er nog wel muzikanten en platenmaatschappijen die zich serieus bezig houden met cinefiele filmmuziek. Het beste voorbeeld is wel het Britse label Silva Screen van producer Reynold da Silva, dat zich geheel heeft toegelegd op het opnieuw beschikbaar maken van filmmuziek. Het Praags Philharmonisch Orkest is speciaal gecontracteerd om bijvoorbeeld alle muziek van veertig jaar James Bond of de composities van John Carpenter te spelen. Het label brengt ook albums uit rondom thema's als 'fantasy' en brengt de muziek van klassiekers opnieuw onder de aandacht. Op deze manier blijft filmmuziek tenminste beschikbaar en beluisterbaar. En dat is wel de absolute voorwaarde voor een gezonde cinefiele soundtrackcultuur.

Edo Dijksterhuis


Verkoop en recensies:
www.amazon.com
www.ravecentral.com
www.soundtrackcollector.com
www.soundtrack.net
www.moviemusic.com
www.cinecall.com
www.italiansoundtracks.com
Beluisteren:
www.streamingsoundtracks.com
www.jim.aquino.com
Literatuur over soundtracks:
Score (Nederlands tijdschrift)
Royal S. Brown: Overtones and undertones
K.J. Donnelly: Film music - a critical approach
Caryl Flinn: Strains of utopia
Claudia Gorbman: Unheard melodies
Kathryn Kalinak: Settling the score

Naar boven