Februari 2003, nr 241

Godfrey Reggio

We worden wat we zien

In Venetië presenteerde Godfrey Reggio vorig jaar het derde deel van zijn Qatsi-trilogie. De eerste twee delen Koyaanisqatsi en Powaaqatsi raakten, mede dankzij de muziek van Philip Glass, de juiste snaar bij de new age-beweging van de jaren tachtig en negentig. Bij de post-dot.com-generatie ligt dat ingewikkelder. "Reclamebeelden zijn de lingua franca van de technologische orde."

Naqoyqatsi is net zoals de titels van Godfrey Reggio's eerdere Qatsi-films uit de taal van de Hopi-indianen afkomstig en betekent zoiets als 'een leven dat uit het doden van elkaar bestaat' of 'geciviliseerd geweld'. Zware woorden, maar wie de eerdere films zag van de op 28-jarige leeftijd uit een rooms-katholieke kloosterorde getreden Reggio (1940), weet dat hij in Koyaanisqatsi (1983) en Powaaqatsi (1987) zijn sombere visie op onze uit het lood geslagen wereld in dwingend muzikaal-visuele filmessays wist te verwoorden. Reden dus om uit te kijken naar het derde deel van de oorspronkelijk niet als trilogie bedoelde Qatsi-reeks, dat na films over de technologische (ver)wording van de culturen van het noordelijk halfrond en een melancholische mijmering over de ondergang van natuurculturen, zijn blik richt op onze cybertechnologische tijd. Of in de woorden van de als onheilsprofeet gekenschetste Reggio zelf: "Techniek is niet langer iets wat we gebruiken, maar wat we leven, wat ons leeft."

Al in de eerste beelden van Naqouqatsi komen legers marcheren uit een digitale big bang en krijgen via e=mc2 Albert Einsteins relativiteitstheorieën de zwarte piet toegespeeld. Waar komt eigenlijk Reggio's angst voor technologie vandaan? We leggen het hem voor in een groepsgesprek met twee andere journalisten. "Ik ben niet bang voor technologie. Maar ik ben het niet eens met de populaire opvatting dat wetenschap en technologie neutraal of waardenvrij zouden zijn. Voor mij is technologie niet iets wat vrijblijvend ten goede of ten kwade aangewend kan worden. Daarmee zou je technologie buiten jezelf plaatsen, maar het is iets wat uit onszelf voortkomt. Aangezien mensen zintuiglijke wezens zijn, worden wij wat we zien, proeven, horen. Mensen ontlenen een legitimatie voor hun gedrag aan wat ze zien. De beelden die we om ons heen zien zijn in conflict met onze basisintuïties. We zijn dus verantwoordelijk voor wat we de wereld in brengen."

U maakt in Naqoyqatsi anders flink gebruik van de allernieuwste verworvenheden op filmgebied, er zit bijvoorbeeld geen beeld in dat niet digitaal is nabewerkt.
Dat is de bewuste omhelzing van een contradictie. We leven vandaag de dag in een wereld waarin het beeld de functie van de taal heeft overgenomen. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er tien keer zoveel levende talen als nu. Reclamebeelden zijn de lingua franca van de technologische orde. Voor mij is dat hoogst tragisch en tegen de natuurlijk orde, want waar de natuurlijk orde diversiteit toestaat, homogeniseert technologie alles.
Daar wilde ik een film over maken. Een film die met de toeschouwer communiceert. Daarom moet ik gebruik maken van de taal die de toeschouwer het beste verstaat en dat is de taal van het beeld, het technologische beeld. Alle eigenschappen die we nu aan technologie toeschrijven, schreven we vroeger aan de goden toe.
Koyaanisqatsi en Powaaqatsi gingen over de echte wereld en maakten dus gebruik van echte beelden. Naqoyqatsi gaat over de synthetische, virtuele wereld, daarom hebben we ervoor gekozen om elk beeld een universum in zichzelf te laten zijn. We gebruiken archiefmateriaal, animaties en iconen van de beeldcultuur.
Deze beelden hebben we door de mangel gehaald, in de computer nabewerkt, zodat ze niet meer die eerstelijns schoonheid hebben als de beelden in Koyaanisqatsi. Naqoyqatsi laat gemartelde schoonheid zien.

Je zou ook kunnen zeggen dat de door de mens voortgebrachte technologie ook deel uitmaakt van de natuur omdat de mens deel uitmaakt van de natuur.
Je hebt gelijk als je zegt dat we een nieuwe natuur zien buiten de context van onze origine. Ik blijf echter een onderscheid maken tussen organisch en synthetisch. Dat is misschien reactionair of conservatief. Het voornaamste wat ik heb willen doen is vragen oproepen over een medium via datzelfde medium.
Ik ben trouwens wel zo realistisch om in te zien dat de tijd van 'de waarheid met 24 frames per seconde' voorbij is. Ook wat betreft de vertoning van films is het analoge tracé afgelopen. Filmprints zijn duur. Er worden al filmbeelden via de satelliet naar bioscopen gezonden. Alleen Super8 is nog puur analoog.

Tegenover die digitaal nabewerkte beelden zet u een analoge soundtrack waarop de cellosolo's van Yo-Yo Ma een centrale rol innemen.
Ik heb voor een analoog afgewerkte soundtrack gekozen om de film een menselijk geluid te geven. Digitaal geluid heeft geen akoestiek. De solo's van Yo-Yo Ma worden een menselijke stem, die het verhaal van de film vertelt. Bij de meeste films staat het verhaal, het drama op de voorgrond. Uit Naqoyqatsi is alle dramatisering gehaald. De achtergrondbeelden, de 'second unit' zijn nu als het ware de voorgrond geworden. Daarom heeft de muziek de narratieve functie van de film overgenomen.
Muziek is een directe vorm van communicatie. Je ervaart muziek niet met je intellect. Je vraag je niet af: wat is de betekenis van muziek?, hooguit: was dit muziekstuk betekenisvol?

Is de technologische ontwikkeling te keren?
We kunnen niet terug naar de tipi of de grot. Dat is ook niet wenselijk. Dat zou een naïeve terugkeer naar de natuur zijn, ongeveer zoals Jean-Jacques Rousseau die beschreef. Dat is romantisch denken. Bovendien: ik kan de wereld niet veranderen. Het punt waarop we ons nu bevinden is een moment van verdwijnen of van veranderen, maar ik weet niet hoe. Ik geloof niet in de natiestaat, de moedertaal, het vaderland. Ik geloof in kleinere samenwerkingsverbanden. Grote staten zijn gebaseerd op macht. En de geschiedenis van macht is de geschiedenis van oorlog.
Mijn standpunt is dat we in een hopeloze situatie verzeild zijn geraakt, en dat we ons dat bewust zijn. We hebben net als Mary Shelley's Frankenstein een entiteit met een leven van zichzelf gecreëerd. Als we op die manier doorgaan, zonder ons vragen te stellen over het waarom, blijft ons gedrag ons denken beheersen. Volgens Joseph Brodsky was creativiteit de enige manier om aan dit dilemma te ontsnappen. Ik ontleen hoop aan 'the vivid unknown'.

God?
God staat buiten het denken. Ik denk niet over hem. God is een kwestie van geloof. Geloof hoort niet in het rijk van het intellect. Ik geloof, maar daar hoef ik niet over na te denken.
Ik zoek de waarheid ergens anders. Daarvoor vind ik veel meer inspiratie in Brodsky's uitspraak. Creativiteit is voor mij het veiligstellen van schoonheid. Schoonheid openbaart de waarheid. Waarom zou je de dingen lelijk en leugenachtig maken om iets over de aard van de natuur te vertellen?

Dana Linssen

Digitale big bang.


Naqoyqatsi

Eco-propaganda over winkelende zombies

Naqoyqatsi is opnieuw een essayistisch pleidooi voor een betere wereld, maar schiet zijn doel hopeloos voorbij door de platte metaforen.

Als één film de 24 uur per dag inzetbare westerling een spiegel voorhoudt, dan is het wel Godfrey Reggio's Koyaanisqatsi (1982). Een filmessay dat van ongerepte bos- en berglandschappen naar overvolle metrostations scheert, van nieuwbouwruïnes naar snelwegdoolhoven. In tijdversnellende shots wordt de beschaafde mens gereduceerd tot een wazige schaduw van zichzelf, en hoewel Reggio de beelden nergens toelicht is zijn standpunt duidelijk: we hebben het contact met de natuur verloren en onszelf opgeofferd aan geld, haast en techniek. Allemaal nogal simplistisch, maar dankzij de krachtige beelden en Philip Glass' hallucinerende score werkt de preek betoverend in plaats van afstotend.
Naqoyqatsi - na Powaqatsi uit 1987 de voltooiing van een trilogie - zingt eigenlijk dezelfde klaagzang, zij het dat nu het accent ligt op het consumentisme en de verregaande globalisering, virtualisering en digitalisering van het leven. Het beeld dat je daarbij van Reggio krijgt is dat van een stoffige oude zeur die popcultuur, winkelparadijzen, gekloonde schapen en elektronische snelwegen het liefst in één keer van de aardbodem zou vegen.

Monster
Om van de toeschouwer een strijdgenoot te maken rijgt Reggio ontelbare stukjes film aan elkaar tot een anderhalf uur durende, naargeestige beeldenstorm. Net als twintig jaar geleden, zij het dat het dit keer een mengsel betreft van archiefmateriaal en cgi-effecten. Wederom blijft elk commentaar achterwege zodat het lijkt alsof je van de muzikaal gestructureerde collage mag maken wat je wilt. En wederom leiden de soundtrack, de montage en vooral ook de beeldbewerkingen je soepel naar de moraal van de film. Eco-propaganda, dat is wat Reggio maakt.
Het zou dan ook voor de film spreken wanneer toeschouwers na afloop hun baan bij de effectenbeurs opzeggen, of zweren nooit meer naar McDonald's te gaan. Helaas is de beeldtaal net zo plat als de de boodschap, waardoor Naqoyqatsi nergens overtuigt. Duikvluchten door een heelal van eentjes en nulletjes, oorlogsreportages die versmelten met gewelddadige videogames, een oneindig gekopieerd shot van enkele schattige baby's - zulke fastfoodsymboliek zet moeilijk aan tot denken, discussiëren of handelen.
Interessanter is dat Naqoyqatsi nooit zonder computers gemaakt had kunnen worden, en daardoor op een monster lijkt dat zich tegen zijn oorsprong keert. Vrijwel elk fragment onderging intensieve digitale manipulatie, waarbij de ene keer de kleuren werden uitgebleekt, de andere keer de beeldverhouding werd verstoord of de korreligheid opgevoerd. Deze digitale reanimatie, zoals het chique in de eindcredits staat, werkt net als de tijdversnellingstechniek van Koyaanisqatsi als een vervreemdende, confronterende filter: vertrouwde locaties lijken opeens shots uit een tekenfilm, winkelende stadsmensen veranderen in spookwitte zombies. En dat terwijl commercials en wassenbeelden van wereldleiders hun 'natuurlijke' kleur blijven houden. Drie keer raden wat Reggio hiermee wil zeggen. Naqoyqatsi lijkt op de zwijgende verfilming van een postmodern politiek-filosofisch artikel, dat dan weer synchroon aan de beelden gelezen kan worden: 'In de 21e eeuw wordt het onderscheid tussen de werkelijkheid en representaties van die werkelijkheid steeds onduidelijker', enzovoort.
Eigenlijk was dat met Koyaanisqatsi ook al zo. Maar die film liet behalve de ellende ook de chaotische schoonheid van de nieuwe wereld zien. De avondspits als abstract lichtballet, razende wolkenzeeën weerspiegeld in strakke Wall Street-façades - aan zulke verfrissende perspectieven ontbreekt het Naqoyqatsi nagenoeg volledig.

Kevin Toma

Naqoyqatsi
Verenigde Staten, 2002
Productie: Joe Beirne, Godfrey Reggio, Lawrence Taub, Steven Soderbergh
Regie en scenario: Godfrey Reggio
Camera: Russell Lee Fine
Montage en visueel ontwerp: Jon Kane
Muziek: Philip Glass
Kleur, 89 minuten
Distributie: RCV Film Distribution
Te zien: vanaf 20 februari

Naar boven