Analyze this - april 2003, nr 243

Subsidie-infuus

Vanuit zijn ivoren toren plaatst filmhistoricus Hans Schoots de alledaagsheden van het filmbedrijf in het licht van de geschiedenis.

De Raad voor Cultuur heeft een nieuw begrip aan de Nederlandse taal toegevoegd. Het is het licht denigrerend te gebruiken woord 'subsidie-infuus'. We moeten begrijpen dat een film die het moet hebben van zo'n infuus wat ziekjes is. Het is nogal lichtvaardig taalgebruik van de raad, in een land waar 'moeilijke films' niet kunnen overleven zonder overheidsfinanciering door bijvoorbeeld het Nederlands Fonds voor de Film.
Als verzachtende omstandigheid kan misschien worden aangevoerd dat de Raad voor Cultuur het over wat anders had. Aanleiding was immers dat de cv-constructie (cv = commanditaire vennootschap) bedreigd wordt, de regeling die particulieren via een belastingvoordeel aanmoedigt geld in film te steken. Daardoor kunnen films worden geproduceerd op een manier die de schatkist naar verhouding weinig kost. En een subsidie-infuus is dan in principe overbodig, zoals de Raad voor Cultuur opmerkte. De cv-constructie is primair een instrument van economische politiek. Het is een soort stimuleringsmaatregel voor kwetsbare ondernemers. Je kunt ook deelnemen in een cv voor een zeeschip. De overheid houdt zich dan ook niet bezig met de vraag of het betreffende product wel een voldoende scoort op de culturele meetlat. Een bevrijdende gedachte.
Vanuit het oogpunt van de filmcultuur heeft zo'n belastingmaatregel ook zijn keerzijde. Hij is alleen bruikbaar voor het segment van de filmproductie dat zich richt naar de wetten van de markt. Zoals bekend verwachten investeerders nu eenmaal commercieel succes. Op zich kan ook de commercie bijdragen aan een waardevolle filmcultuur, zoals aan de resultaten van de cv-constructie ook te zien is. De tegenstanders wijzen graag op de mislukkingen, maar alles overziend is de oogst tot nu toe een tamelijk 'normale' mix van flops, kassuccessen en artistiek waardevolle producten. Er waren zelfs artistiek waardevolle kassuccessen. Wat er ook gezegd mag worden van
The discovery of heaven, Minoes, Nynke en andere, het zijn serieuze volwassen films. Soms lijken we wel een gewoon filmland!
Om dat echt te worden is een professionele infrastructuur nodig, die alleen overeind kan blijven door de al zo vaak bepleite continuïteit in de filmproductie. Je kunt het een economische en vakmatige ondergrond noemen, waarop de cultuur kan groeien. De cv-constructie heeft op dit punt veel goeds gebracht.
Er blijft echter een belangrijk segment waaraan particuliere investeerders zich gewoonlijk niet wagen. De niet-commerciële film zal altijd aan het 'subsidie-infuus' blijven hangen. Nou, dat moet dan ook. Innovatie en diversiteit betekenen verrijking van de filmcultuur. Het segment dat van overheidsinjecties afhankelijk is, maakt van die cultuur een onontbeerlijk deel uit, net als het segment dat door cv's wordt gestimuleerd. Wie ze tegen elkaar uitspeelt brengt onze filmcultuur ernstige schade toe.

Overigens: in mijn vorige column (Filmkrant 242) naar aanleiding van Go west, young man! en The searchers klopte iets niet. Degene die als eerste aan redactie@filmkrant.nl doorgeeft wat er mis was, ontvangt van mij een dvd van The searchers.

Hans Schoots

Naar boven