April 2003, nr 243
Nirgendwo in Afrika
Ontheemden in Kenia
Caroline Link won voor Nirgendwo in Afrika de Oscar voor beste buitenlandse film. De nog immer actuele film vertelt een Hollywood-achtig epos over een joodse familie die vlak voor Hitlers dictatuur naar Kenia emigreert.
Kenia in de jaren dertig.
De Duitse filmmaakster Caroline Link heeft een neus voor verhalen die verzekerd lijken van Oscar-aandacht. Jenseits der Stille (die het in 1998 af moest leggen tegen Mike van Diems Karakter) handelde om een vroegwijs meisje dat als spreekbuis voor haar doofstomme ouders moet fungeren, haar nieuwe film Nirgendwo in Afrika vertelt het (deels waargebeurde) verhaal van een joodse familie die vlak voor de Tweede Wereldoorlog naar Kenia emigreert en tegen de nodige integratieproblemen opbotst.
Roman Polanski koos er recent met The pianist nog voor de shoah op de meest intense manier te verbeelden door de vervolgde joden met de camera op de huid te zitten. In Links film wordt de oorlog alleen maar middels korte brief- en radiofragmenten aangestipt en richt de filmmaakster zich voornamelijk op de gevolgen van het nazi-regime voor slachtoffers die het geweld niet van dichtbij hebben meegemaakt.
Begin 1938 lukt het vader Walter zijn hele gezin naar Kenia te laten emigreren. Moeder Jettel voelt er eigenlijk weinig voor: ze begrijpt de angst van haar man wel, maar kan maar nauwelijks wennen aan het dorre Afrikaanse steppelandschap. "Als je tegen mij wilt praten, moet je Duits leren", snauwt ze in het begin nog tegen hun Afrikaanse kok Owuor, terwijl ze het gnoegewei aan de muur inruilt voor een Duits landschapsprentje.
Getouwtrek
De enige die geheel onbevangen tegenover de verhuizing naar Kenia staat is de vijfjarige dochter Regina, het alter ego van schrijfster Stefanie Zweig op wiens autobiografische boek de film zich baseert. Regina ziet zwarte mensen nog niet als ongeciviliseerde wilden: de enige tastbare herinnering aan de rijke Duitse cultuur blijft uiteindelijk de notenallergie van haar opa. Het meisje is ook degene die het beste aardt in het vreemde land, al komt ze er in de loop der jaren toch achter dat het joodse gezin noodgedwongen toch de outsider zal blijven die het in Duitsland ook al was. De zwarte bevolking blijft hen ondanks de dappere integratiepogingen als allochtonen zien en de Engelse autoriteiten beschouwen zelfs de joodse Duitsers als vijanden.
De immer actuele thema's als respect, tolerantie en integratie zouden in verkeerde handen gruwelijk kunnen ontsporen, maar net als in haar eerdere werk weet de 38-jarige Link ook met Nirgendwo in Afrika uitstekend maat te houden. Ze presenteert het verhaal met de grandeur van een volwassen Hollywood-productie: kosten noch moeite werden gespaard om het Kenia van begin jaren veertig geloofwaardig te reconstrueren.
Pas in het laatste half uur van de 140 minuten durende film begint de klad in het verhaal te komen, wanneer de moralistische echtelieden na de val van het Derde Rijk nog twee jaar lang nodig hebben om uit te vechten of ze al dan niet terugkeren naar Duitsland. Aan de anticlimax die dit soapachtige getouwtrek oplevert kunnen zelfs de idyllische zonsondergangen en de sympathieke glimlach van de knappe dochter Regina niets veranderen. Los van dit schoonheidsfoutje heeft Nirgendwo in Afrika dit jaar de Oscar dubbel en dwars verdiend.
Robbert Blokland
Nirgendwo in Afrika (Nowhere in Africa)
Duitsland, 2001
Productie: Bernd Eichinger, Peter Herrmann, Michael Weber
Regie: Caroline Link
Scenario: Caroline Link, naar het gelijknamige boek van Stefanie Zweig
Camera: Gernot Roll
Montage: Patricia Rommel
Muziek: Niki Reiser, Jochen Schmidt-Hambrock
Met: Juliane Köhler, Merab Ninidze, Matthias Habich, Sidede Onyulo, Karoline Eckertz, Lea Kurka
Kleur, 140 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 24 april