Mei 2003, nr 244
Carlos Reygadas
De Mexicaanse Tarkovski
Carlos Reygadas liet zich voor Japón inspireren door Alejandro Ferretis, zijn huisfilosoof die hij tevens de hoofdrol gaf. De Filmkrant sprak met de uit Mexico City afkomstige regisseur en acteur over hun grandioze speelfilmdebuut.
Carlos Reygadas.
Een beetje zuur was het wel dat Japón vorig jaar op het Filmfestival van Cannes insloeg als een bom. De film had een paar maanden eerder zijn wereldpremière beleefd op het Filmfestival Rotterdam maar daar was 'het Hubert Bals Fonds-project van een debuterende Mexicaan' niet echt opgevallen. Enkele enthousiastelingen hadden zich wel boos afgevraagd waarom de film niet meer aandacht had gekregen en in het Tiger-programma was opgenomen, maar dat er tijdens Rotterdam al van een hermontage werd gesproken, gaf wel aan dat er op een mooi tweede leven voor Japón werd gemikt. En die herkansing kwam er ook. In een zelden vertoonde manoeuvre werd de film opgepikt door het Filmfestival van Cannes waar hij uitgroeide tot het hoogtepunt van het programma 'Quinzaine des Réalisateurs'. In Cannes was men er snel van overtuigd. Hier was een Mexicaanse Tarkovski opgestaan.
Reygadas: "Bij de wereldpremière in Rotterdam had ik de tijd en de rust om goed na te denken over een aantal dingen. Japón was met weinig geld tot stand gekomen, onder meer met giften uit de Mexicaanse kunstwereld en een bijdrage van het Hubert Bals Fonds. Ik had op de set zelf de toiletten voor cast en crew staan bouwen, samen met mijn vader. Mijn zus had de catering op zich genomen. Mijn moeder had de interieurs geschilderd. Het was alsof in Rotterdam de hectiek van het hele productieproces van me afviel. Ik zag in wat er aan de film verbeterd kon worden. In Rotterdam kwam er ook een nieuwe agent op mijn pad, Philippe Bober die eerder met Lars von Trier, Roy Andersson en Ulrich Seidl had gewerkt. Hij gaf me het geld om in Parijs in alle rust aan een hermontage te werken en ik denk dat ik vooral dankzij hem uiteindelijk in Cannes terecht ben gekomen. Japón is nu 17 of 18 minuten korter en ik heb het gevoel dat de film in deze nieuwe versie een soort wedergeboorte beleeft."
Metershoge cactussen
Reygadas lacht, want die wedergeboorte is toevallig ook het thema van zijn film. Evenals in Taste of cherry (1997) van de Iraanse regisseur Abbas Kiarostami gaan we op pad met een zelfmoordenaar, een naamloze man met een stok die Mexico City heeft verlaten en honderdvijftig kilometer verderop in een ruig en rotsig landschap met metershoge cactussen afdaalt in een gigantische vallei. Het pistool waarmee hij zich van het leven wil beroven, draagt hij onder zijn kleren. Maar hier, temidden van de overweldigende natuur die zich aan hem openbaart, beginnen zijn ogen weer te kijken en zijn oren weer te luisteren. De devote, oude vrouw die hem aan de voet van de vallei onderdak geeft, wekt zelfs weer gevoelens van liefde en lust in hem op. In een even ontroerende als spraakmakende scène heeft de manke man seks met de perkamenten vrouw.
Reygadas: "Magdalena Flores is een 78-jarige bewoonster uit een naburig dorp. Ze is geen actrice. Alejandro Ferretis die de manke man speelt, is ook geen acteur. Hij is een vriend van mijn ouders. Ik ken hem al vanaf mijn zevende jaar. Ik weet niet precies hoe hij aan de kost komt. Hij heeft veel gereisd. Hij heeft in New York, Londen, Parijs en Praag gewoond. Hij maakt sculpturen. Hij schildert en fotografeert en geniet van het leven. Een intellectueel die niet zwaarmoedig is, dat is een zeldzaamheid. Zijn wereldbeeld vormt de motor achter de film. Ik heb het scenario op zijn lijf geschreven en ik ben blij dat hij ook de hoofdrol wilde vertolken. Dat wil zeggen, hij speelt niet echt een rol, hij is eigenlijk gewoon zichzelf."
Ongeschoren held
Alejandro Ferretis wordt erbij geroepen. Hij is samen met Reygadas naar Cannes gekomen, en als hij nadert, zie ik dat hij even mank loopt als in de film. Zijn leeftijd is moeilijk te schatten, ergens tussen de vijftig en zestig jaar.
Ferretis: "Toen ik het scenario las, was het alsof alle gesprekken die we in de loop van de jaren met elkaar hadden gevoerd, waren verwerkt en samengevloeid. Gesprekken over schilderkunst, fotografie, muziek, politiek en religie. Ik was stomverbaasd en nog verbaasder was ik, toen ik de eerste 'rushes' zag. Ik wist toen: dit wordt de eerste Mexicaanse film die er niet als een Mexicaanse film uit zal gaan zien."
Ferretis heeft gelijk. Met de recente Mexicaanse hitfilms Amores perros (2000) en Y tu mamá tambièn (2001) van stadsgenoten Alejandro González Iñárritu en Alfonso Cuarón heeft Japón niets uit te staan. De film roept eerder herinneringen op aan het mystieke werk van de Russische regisseur Andrei Tarkovski, hoewel Reygadas in de verbeelding van het landschap ook een directe nakomeling van de Italiaanse filmmaker Sergio Leone lijkt. Alejandro Ferretis is dan als de eenzame, ongeschoren held uit de spaghetti-western, ronddwalend in de woestenij, met zijn Luger (hét filmpistool) in de aanslag.
Regisseur Reygadas weer: "Ik heb me altijd meer aangetrokken gevoeld tot de Europese cinema. Vanaf mijn vijftiende of zestiende jaar zag ik elke dag wel een film. Tarkovski, Dreyer, Kaurismäki, Rossellini, dat zijn mijn favoriete regisseurs. Ze denken in beelden en doen via hun beelden een beroep op het gevoel. En ik mag Garcia Berlanga niet vergeten, een Spaanse regisseur die misschien wat minder bekend is, maar absoluut tot mijn helden behoort. Als ik een les in cinema zou moeten geven, dan zou ik Berlanga's El verdugo (1963) laten zien. De eerste sequentie is al voldoende om de enorme kracht van zijn filmtaal te voelen. Het is een zwarte komedie over een man die executies uitvoert, prachtig gefotografeerd door Tonino delli Colli, de cameraman die ook voor Pier Paolo Pasolini en Sergio Leone werkte."
Gevaarlijke krater
Het is grappig dat Reygadas de Italiaanse regisseur en zijn cameraman in één adem noemt, want het is uitgerekend de fotografie waarmee Reygadas zelf de show steelt. Hidalgo, het ruige landschap ten noorden van Mexico City met zijn statige, wijd vertakte bomen, is door zijn lens een episch landschap geworden. De vallei die zich als een gevaarlijke krater voor ons uitstrekt, komt tot zijn recht in het schitterende, metersbrede CinemaScope-formaat. Het is een opwindend panorama waarin niet alleen de schoonheid, maar ook de gruwelen en mysterieën van de natuur worden bezongen.
Reygadas: "Ik heb met 16mm CinemaScope gewerkt, en dat is vrij uitzonderlijk, meestal wordt er 35mm CinemaScope gebruikt. De reden is dat ik erg onder de indruk was van Gaspar Noé's Seul contre tous (1998). Ik heb contact met hem opgenomen en hij bleek met een anamorfische lens te hebben gewerkt die alleen gebruikt kon worden in combinatie met een 16mm-camera. Toen het 16mm-negatief eenmaal opgeblazen was naar 35mm, was het effect overweldigend."
Als je bedenkt dat de 31-jarige Carlos Reygadas tot voor kort nog advocaat in dienst van de Verenigde Naties was en als filmmaker nauwelijks enige scholing genoot, groeit het idee van een natuurtalent aanzienlijk.
Reygadas: "Na mijn studie rechten aan de universiteit van Mexico leek ik een lange carrière als advocaat tegemoet te gaan. Ik liep in een pak en had een mooie baan bij de Verenigde Naties, maar op de een of andere manier begon het avontuur te lokken. Het is niet zo, dat het bestaan als advocaat saai was. Het recht is een logisch systeem met tal van mogelijkheden. Het is een soort schaakspel, waarvoor veel verbeelding nodig is. Maar op de een of andere manier begon ik naar iets intensers te verlangen en zo viel het besluit om me in 1998 aan te melden aan de filmschool van Brussel. Het korte filmpje dat ik met mijn vriend Diego Martínez Vignatti, de latere cameraman van Japón, voor die aanmelding had gemaakt, werd goed ontvangen. Zo goed zelfs, dat ze me eigenlijk te verstaan gaven dat ik die hele filmschool niet nodig had. Al met al maakte ik er nog drie korte films. In 1999 schreef ik het scenario voor Japón en in de zomer van 2000 begonnen we te filmen."
Ferretis vult aan: "Een zeker beeldend talent was er al. Carlos maakte al prachtige schilderijen, en ik denk dat hij met dat schildersoog ook zijn film heeft gemaakt."
Het klinkt erg aannemelijk. De hoofdpersoon die temidden van de natuur ontwaakt, is behalve een naamloze, manke man ook een schilder met een voorliefde voor Georges Braque. En als het perkamenten vrouwtje een mooi schilderij moet aanwijzen in zijn boek, dan kiest ze voor Piet Mondriaan.
Reygadas: "Braque en Mondriaan zijn niet toevallig allebei Kubisten. Ze zijn geïnteresseerd in composities. Als filmmaker voel ik me erg verwant met hun ideeen. Het gaat om het interpreteren van de werkelijkheid, om compositie, contrast en kleur en de gevoelens die je daarmee kunt opwekken. Het is ook de reden dat ik me intensief heb beziggehouden met het kleuringsproces van Japón. Het negatief heeft veel te verwerken gekregen. We hebben er in verschillende stadia kleur aan onttrokken. We hebben overbelichting toegepast, noem maar op. Het gele licht, zo typisch voor Mexico, is daardoor verdwenen. De film baadt nu in een wit-metalen licht. Heel onwerkelijk, maar wonderschoon."
Het is aan Japón af te zien dat Reygadas zich om elk detail heeft bekommert. De muziek die de beelden duidelijk naar een nog hoger plan draagt, is door Reygadas en Ferretis samen gekozen. De 15e Symfonie van Sjostakovich voor de openingsbeelden, Arvo Pärts hommage aan Benjamin Britten voor de ongelooflijke slotbeelden, en niet te vergeten het requiem uit Bachs Mattheus Passion als muzikale equivalent voor het verhaal van de wederopstanding. Zelfs over de mysterieuze titel, Japón, is lang nagedacht.
Reygadas: "Je kunt je afvragen wat Terry Gilliams Brazil met Brazilië te maken heeft. En zo kun je je ook afvragen wat Japón met Japan te maken heeft. De titel staat open voor interpretatie. Japan is het land van harakiri, maar ook van de opgaande zon. Die twee dingen spelen ook een belangrijke rol in mijn verhaal. Maar ik wil mezelf en de toeschouwer niet vastpinnen op één enkele betekenis. Een muziekstuk kun je gewoon symfonie nummer 15 noemen, onder een schilderij kun je (geen titel) zetten, maar een film zonder titel bestaat niet. Ik denk dat dat met het commerciële karakter van film te maken heeft. Hoe kun je een film zonder titel verkopen? Misschien is het een goed idee om mijn volgende films Nummer 2, Nummer 3, etcetera te noemen. Ik hou niet zo van statements, maar mijn afkeer van film als industrie zou wel duidelijk zijn."
Belinda van de Graaf
Japon is te zien vanaf 28 mei. Zie ook de recensie.