Dolls
Bij een film die visueel zo overdonderend is als Dolls is muziek al snel te veel. Componist Joe Hisaishi weet dat als geen ander. De muziek die hij voor Kitano's nieuweling schreef duurt dan ook niet langer dan 21 minuten in totaal (op 113 minuten film), maar is bijzonder uitgekiend.
Hisaishi was eerder verantwoordelijk voor de soundtracks van Sonatine, Kids return, Hana-bi en Brother. Maar net zoals Dolls een buitenbeentje is in Kitano's oeuvre - geen expliciete gewelddadigheid - zo heeft Hisaishi ook de stilistische bakens verzet. De vijf stukken op de soundtrack zijn allemaal bijzonder langzaam en uitgesmeerd, wat goed past bij de lange shots die soms in slowmotion zijn uitgevoerd. Op de piano worden ragfijne melodielijnen gesponnen van enkele nootjes die als regendruppels in een plas galm vallen. Alleen in het titelnummer worden een drumtrack en een minimaal opererende dj ingezet. De ondersteunende synthesizerakkoorden worden lang aangehouden en zwellen aan in golven om naadloos in elkaar over te vloeien. Soms zit het geluid tegen de plastic kitsch aan, net zoals Kitano's gevoeligheid soms op het randje van sentimentalisme hangt. Maar Hisaishi toont zich een meester door net aan de goede kant van de grens te blijven.
Typerend is dat de muziek alleen te horen is in scènes waarin de ongelukkige geliefden Sawako en Matsumoto door een touw verbonden door het land zwerven. Yakuzabaas Hiro en zijn verloofde, en popsterretje Haruna met haar geobsedeerde fan Nukui moeten het doen zonder muziek. Alsof de soundtrack een hiërarchie aanbrengt op het gebied van liefdestragiek. Slechts één keer, op driekwart van de film tijdens het nummer met de veelzeggende titel 'Feel', borrelen de synthesizerklanken van Sawako en Matsumoto over naar de andere twee koppels. Dat is dan ook precies het moment waarop zij - in de rozentuin en op het parkbankje - hun relatie daadwerkelijk beginnen. Ze worden opgenomen in het universum van de liefde. En zijn dus volgens de logica van Dolls veroordeeld tot een smartelijk lot.
Dolls (Universal)
Johnny English
De persiflage is een ingewikkeld genre, waar je je als minder dan hoogbegaafde grappenmaker beter niet aan kan wagen. En dat geldt dubbel en dwars voor een persiflage van James Bond, het spionneninstituut met twintig titels achter zijn naam. Toch is Mike Myers goed weggekomen met zijn Austin Powers. In veel mindere mate geldt dat voor Rowan Atkinson. Maar zijn Johnny English zit dan ook veel te dicht tegen het origineel aan om effectief te kunnen schakelen van herkenning naar hyperbool en hilariteit.
Dat geldt ook voor de soundtrack van Johnny English. Componist Edward Sheamur lonkt niet gewoon naar de wereldberoemde bombast van Bond-componist John Barry, hij kopieert het bijna. Sheamur gebruikt een iets ander, moderner ritme en plaatst zijn noten in een net iets andere volgorde. Maar de stotende koperblazers en de stoere elektrische gitaar, die het Bond-thema een groot deel van zijn opwindendheid verschaffen, zijn zonder aanpassingen overgenomen. Ook de jazzy trompet met geveegde trom voor scènes met gevaarlijke schonen en het ingehouden marsritme met staccato strijkers voor spanning, zijn voorbeelden van fantasieloos knip- en plakwerk.
Alleen als het Bond Quartet de vrije hand krijgt wil de muzikale tuxedo van Johnny English nog wel wat originele momenten kennen. Dit strijkkwartet bestaande uit vier dames met fotomodelachtig uiterlijk (ze hebben een cameo tijdens de receptie waar de kroonjuwelen worden gestolen en Johnny English zijn eerste grote blunders begaat) combineert langgerekte noten met computerbeats en elektronische geluidseffecten.
Maar in het titelnummer scoort Johnny English weer laag op de originaliteitsmeter. Robbie Williams verslaat met 'A man for all seasons' wel Madonna's bijdrage aan Die another day. Maar het liedje over "a hit with the ladies" en "his service is secret" is te weinig tongue in cheek om echt grappig te zijn. En van een gelauwerd filmcomponist als Hans Zimmer (Rain man, The last emperor, The thin red line) mag je toch wel wat meer verwachten dan een afgekloven stukje upbeat pop.
Johnny English (Decca Records)
Thunderbirds
Ook Gerry Anderson, maker van de jaren zestig marionettenserie 'Thunderbirds', waagde zich een aflevering lang aan een Bond-parodie. De geheim agent, die in de aflevering 'The man from MI5' onder de naam Bondson optreedt, wordt begeleidt door een thema dat ook direct verwijst naar John Barry. Maar Andersons vaste componist, Barry Gray, wist de overbekende noten veel beter naar zijn hand te zetten dan Edward Sheamur. Zijn basis is een slaggitaar die tegen de surfrock aanhangt met daar overheen een saxofoon die losjes rond de typische James Bond-frasen dartelt.
Het onvolprezen Silva Screen brengt eindelijk het werk van Gray op de markt, bijna twintig jaar na zijn dood. De originele tapes met muziek voor de tv-serie en twee Thunderbird-films werden na Gray's dood in zijn garage gevonden. Na jaren ontschimmelen en opschonen klinken de opnamen uit de periode 1964-1967 zo helder dat je het idee krijgt naar een moderne remake te luisteren.
Ondanks het ontbreken van Gray's elektronische werk in de voetsporen van pionier Raymond Scott, biedt Thunderbirds een bijzonder divers en kwalitatief hoogstaand overzicht van Gray's werk. Het album opent met een sonore countdown begeleid door opgewonden trompetstoten, waarna de legendarische woorden "Thunderbirds are go!" klinken. Tijdens de symfonische wervelwind met pront marsritme die vervolgens losbreekt worden de karakters en ruimteschepen geïntroduceerd. Op de rest van de cd komt zo'n beetje ieder denkbare stijl aan bod, van latin in 'Dangerous game' tot country met banjo (met verwijzingen naar Old MacDonald), een dodenmars-variant (met Chopin-grapjes) en 'spanningsmuziek' vol dreigend koper en trillerige violen. Maar de echte bonus van deze cd zit hem in de 'muzikale decorstukken' die Gray schreef. Zo is de tune te horen die tv-kijkers werd voorgeschoteld als het tijd was voor reclame en de 'Thunderbirds march' waarmee het programma werd afgesloten. Bovendien zijn een paar van de jazznummers opgenomen die Gray speciaal componeerde om te laten klinken uit autoradio's of in nachtclubs. De componist noemde het geringschattend 'radio music' maar het is swingende bebop waar geen enkele jazz-professional zich zou hoeven schamen.
Thunderbirds (Silva Screen)