Juli/Augustus 2003, nr 246

Illustratie: Typex.

Twee maanden lang, 40 films, 60 jaar op het witte doek, en dan al die mannen en die kilo's. Cat on a hot tin roof, Who's afraid of Virginia Woolf, Reflection in a golden eye, Giant. Hoogtepunten. Dieptepunten. Het leven van Elizabeth Taylor bestaat uit lijstjes met wetenswaardigheden. De betovering van haar lichtgevende violette ogen doet vergeten dat ze ook echt kan acteren. Pas werkelijk onweerstaanbaar is de dikke Liz, de pafferige, uitgezakte, verlopen, nichtenmoeder Liz. Het rolmodel voor Michael Jackson, die nu we zoveel foto's van haar hebben bekeken, niet op Peter Pan wil lijken, maar op La Liz. Zie de adelijke neus. Zie de geëtste wenkbrauwen. Zie die roomblanke wangen. Maar terug naar de Liz van de kleurspoelingen, en de tentjurken en zoomlensfoto's bij het zwembad. Ze tonen dat iemand die dat kan doorstaan het echte Divabloed in zich draagt. Was ze niet prachtig toen ze laatst op CNN tegenover Larry King met die lijzige, omhoog en omlaag zeilende stem verklaarde hoe goed Michael als vader is? Iemand die zo mooi lelijk kan zijn, met strogouden strengen in haar donkere haar, als een soort substituut-grijs, met gelaatstrekken die te mollig zijn om rimpels te verdragen, met te dikke trouwringen om haar worstenvingers (acht in totaal), die minzame dictie, wat straalt dat toch een fascinerende bovenaardse schoonheid uit.

Dana Linssen

Het Elizabeth Taylor-retrospectief met 40 van haar films vindt plaats van 3 juli tot en met 3 september in het Filmmuseum, Amsterdam. Informatie: 020-5891400 en www.filmmuseum.nl


Een zomer met Elizabeth Taylor

De vlijmscherpe wapens van Liz

Haar zwarte haar
De roddelpers noemde Elizabeth Taylor de 'zwarte weduwe' toen ze in 1959 een liefdesrelatie begon met de getrouwde zanger Eddie Fisher. De verwijzing naar de spinnensoort, waar het vrouwtje na het paren het mannetje doodt, sprak voor zich. Taylor was schuldig aan het opblazen van het huwelijk van Fisher met musicalster Debbie Reynolds. Op krantenfoto's staarde Fishers blonde echtgenote, baby in de armen, de lezer hulpeloos aan. Veel kranten plaatsten naast dit moederlijke tafereeltje een foto van de zelfbewuste, triomfantelijk voor zich uitkijkende, zwartharige Taylor. Blond tegen zwart. Een ongelijke strijd. Taylor kreeg een klein volksgericht over zich heen. Aangemoedigd door een venijnige column van Hollywoods legendarische roddeljournaliste Hedda Hopper keerde het publiek zich van haar af. Eigen schuld: had ze maar geen zwart haar moeten hebben. Publiekslievelingen moeten blond zijn. Zwart haar is verleidelijk maar ook fataal. Blond is onschuldig, zwart schuldig. Blond belooft ongecompliceerde seks, zwart verslindt mannen. In het klassieke Hollywood regeerde de ijzeren wet van zwart en blond niet alleen in films, maar ook erbuiten. Het is alsof de sterren er zelf in geloofden. Marilyn Monroe gedroeg zich als de stereotiepe blondine: hulpeloos en slachtoffer van foute mannen, met zelfmoord op 36-jarige leeftijd als tragische climax. De zes jaar jongere Elizabeth Taylor speelde het leven zoals het een zwartharige betaamt: nooit slachtoffer, maar zelf toeslaan. Mannen brandden zich bij bosjes aan haar schoonheid. Op haar 30ste had ze vier huwelijken achter de rug. Op haar 64ste liep haar achtste huwelijk op de klippen. Of liever: wees ze haar achtste echtgenoot de deur. Zo doen zwartharige filmsterren dat. Blondines gaan zelf ten onder, zwartharige sterren laten anderen ten onder gaan. Taylor speelde de rol briljant: "What do you expect me to do? Sleep alone?" Hoe zou het met Monroe zijn afgelopen als ze zwart haar had gehad?

Jos van der Burg


Haar wenkbrauwen
Acteren is iets anders dan je wenkbrauwen optrekken, wordt wel gezegd, maar in het geval van Elizabeth Taylor was het soms al genoeg. Garbo lacht. Taylor fronst; door zo'n beweging is zo'n mooi gezicht plotseling geen kunstwerk meer. Het leeft. De mythe van Pygmalion herhaalt zich in elke film wel een paar maal, in het klein. De kijker is Pygmalion, de ster het standbeeld. Zoals Taylor ze in A place in the sun even optrekt om haar ogen nog groter te maken. Triomfbogen. Die brauwen weten dat die ogen blauw zijn.
Zelfs boven de heftige make-up die haar ogen historisch belachelijk maakt in Cleopatra, zijn ze nog prominent: de wenkbrauwen van Elizabeth Taylor. Ze zijn aan de wortel zo dik als een pink, en dat is voor dit lichaamsdeel heel dik. Geen andere actrice is er zo beroemd om geworden (nou ja Brooke Shields, maar zij is, inclusief wenkbrauwen, alweer bijna vergeten). Beroemde borsten, ogen en monden genoeg, beroemde wenkbrauwen zijn schaars. Die van Taylor gaven haar gezicht een zekere zwaarte, bevochten de popperigheid. Porselein met bont, wie weet wel porselein met klauwen.
Taylor had haar wenkbrauwen al bijna in 1944, toen ze door National velvet een ster werd. Voor haar geen elektrische ontharing als bij Rita Hayworth, wier haarlijn een paar centimeter werd opgeschoven, of plastische chirurgie als bij Marilyn Monroe, wier neus werd ingekort. Voor Taylor was make-up genoeg om ideaal te worden. Taylors wenkbrauwen hebben zelfs de jaren vijftig, toen ze zo in de mode waren, overleefd. Niet alleen Michael Jackson nam ze, iedereen kan zich nu door de schoonheidsspecialiste een modelletje Taylor laten aanmeten. Op internet zijn er sjablonen van te koop. Van alle dingen die haar mooi maakten, zijn Taylors wenkbrauwen in de loop der jaren waarschijnlijk het minst veranderd. Zij heeft ze ook nog steeds.

Bianca Stigter


Haar oren
Ergens in de vochtige kelder van de filmgeschiedenis ligt een film waarin het vel rond de oren van Elizabeth Taylor op bloederige wijze wordt weggesneden. Het betreft hier geen horrorfilm maar het obscure drama Ash Wednesday (Larry Peerce, 1973), waarin haar facelift tot in de details wordt gevolgd, tot en met het verwijderen van de hechtingen uit haar oogleden aan toe. Na de première werd de film de kelder ingeschopt door een aantal woedende filmcritici: 'The writer, the director, the producer and the composer should be locked up for forty days and nights, in seperate cells', noteerde het blad Interview fijntjes. Liz maakte deze film in een tijd waarin ze het één na de andere wangedrocht afleverde, dus het is goed mogelijk dat ze deze keer ook op de automatische piloot speelde. Er zitten inderdaad een aantal idiote scènes in, Liz keuvelt bijvoorbeeld met een medepatiënt terwijl hun hoofden zijn ingezwachteld als een mummie. Maar gaandeweg beginnen er andere dingen op te vallen. Zoals de desolate plekken waar Liz' eenzame personage doorheen dwaalt. Ze heeft stiekem een facelift genomen in Zwitserland om indruk te maken op haar man (Henry Fonda) die er vandoor is met een jongere vrouw. Tot het eind van de film is ze aan het wachten in een soort niemandsland van dure hotels en sjieke eetzalen waar ze door een houten Helmut Berger wordt versierd, en vage Italiaanse skioorden waar ze met schitterende bontmuts nadrukkelijk niet aan het skiën is. Het zombie-achtige acteerwerk van álle personages wordt bijkans een voordeel, omdat iedereen daardoor nog verder onthecht lijkt van hun omgeving. Ook de soft focus-fotografie versterkt de kilheid, die het meest angstaanjagend is in de persoon van Henry Fonda. "What happened to us?" vraagt Liz. "I just don't care anymore", antwoordt hij. Ze heeft tevergeefs geprobeerd om het verleden achter haar oren op te knopen.

Mariska Graveland


Haar borsten
Elizabeths kostuumontwerpster Helen Rose hoefde slechts twee outfits te ontwerpen voor de titelrol van Cat on a hot tin roof (Richard Brooks, 1958), dat de klassieke eenheid van tijd en plaats toneelmatig respecteert. In de eerste scènes draagt ze een witte blouse met daaronder een beha, die de borsten als vlijmscherpe wapens naar voren doet steken. "Darling, careful! Your claws are showing", zal echtgenoot Paul Newman later opmerken, maar dan draagt ze al de beroemde, eveneens witte jurk die rondere, meer Tayloriaanse vormen onthullen. We zien zelfs hoe ze zich zogenaamd verkleedt, en hoe mede door een onderjurk het fameuze decolleté wordt opgebouwd. In een van de Taylor-biografieën verklapt de ster dat ze als tiener met vormende crèmes in de weer was, onder het motto: "Als ik dan niet lang en mooi kan zijn, dan heb ik tenminste mooie borsten."
Al die voluptueuze overkill is schrijnend doelloos. In 1958 moest de impotentie van Newmans personage in de dialogen verklaard worden uit zijn gedesillusioneerde drankzucht: dat was al schokkend genoeg. Maar Newmans felle ontwaken uit de lethargie, wanneer hij de zelfmoord van zijn 'in de steek gelaten' vriend Skipper memoreert, verraadt de ware bedoelingen van auteur Tennessee Williams.
Lang voordat Taylor de moeder aller nichtenmoeders zou worden, speelde ze Maggie the Cat, die aan het eind van de film haar stervende schoonvader voorliegt dat ze zwanger is van diens meer in mannen geïnteresseerde zoon. Er speelt ook een erfeniskwestie: de broer van Newman, een door patriarch Big Daddy geminachte nitwit, fokt maar raak; opzichtig lopen zijn vier kinderen en echtgenote in een vormloze positiejurk voortdurend het zicht te benemen op La Taylors perfecte uitrusting.
In werkelijkheid zou Liz drie keer een kind baren. Zelden werd in een film zo expliciet visueel de vraag gesteld waar borsten eigenlijk voor dienen: om te zogen, te verleiden of het zelfvertrouwen van de draagster te versterken. Ondanks de scenaristische schijn van het tegendeel kan in het geval van Elizabeth Taylor alleen het laatste antwoord goed gerekend worden: geen ster die zoveel van zichzelf houdt als zij.

Hans Beerekamp


Haar ringvinger
Als één lichaamsdeel Elizabeth Taylors tumultueuze privéleven symboliseert, is het wel haar ringvinger. Andy Warhol - nooit te beroerd om er een lekkere oneliner tegen aan te gooien - fantaseerde hardop dat het 'very glamorous' zou zijn om te worden gereïncarneerd als 'a great big ring on Liz Taylor's finger'. Zo'n reïncarnatie zou wel eens gelijk kunnen staan aan de eerder door Warhol geproclameerde vijftien minuten roem, want de hoeveelheid trouwringen die Taylor aanpaste en weer afdeed is legendarisch. Zo legendarisch zelfs, dat het een cliché is geworden. Het beroemdste sieraad dat de trouwlustige filmster om haar vinger schoof was de 33-karaats Krupp-diamant, een cadeautje van tweevoudig echtgenoot Richard Burton. Die gaf haar trouwens ook de enorme Taylor-Burton-diamant, maar zelfs de extravagante Liz vond die edelsteen te groot om aan haar hand te dragen: het peperdure ding bungelt meestal aan een ketting tegen Taylors boezem.
De befaamde ringen van Taylor speelden een hoofdrol in een aflevering van de populaire comedyserie 'Here's Lucy'. In een aflevering uit 1971 komt Taylors ring op kluchterige wijze in het bezit van Lucille Ball, die het juweel vervolgens niet meer van haar vinger af kan krijgen. De vele huwelijken en scheidingen van Taylor, en het daarmee gepaard gaande gesjor aan des diva's ringvinger, kregen op een wat serieuzere wijze gestalte in het televisiedrama Divorce his - divorce hers uit 1973. Hierin belichtten Taylor, die op dat moment bezig was met het consumeren van haar vijfde huwelijk, en de eenmaal eerder getrouwde Burton een scheiding vanuit de verschillende perspectieven van de man en de vrouw. Niet al te lang daarna zou het mediagenieke acteursechtpaar ook in het echt uit elkaar gaan. Taylors ringvinger bleef echter niet al te lang leeg. Een jaar later stond Burton alweer bij zijn ex op de stoep met de volgende 'great big ring'.

Fritz de Jong


Haar handen
Er was wat raars aan de hand met de handen van de hoofdrolspelers op de set van Suddenly, last summer (1969). De film, naar een toneelstuk van Tennessee Williams, vertelt over een rijke weduwe (Katharine Hepburn) die de dood van haar zoon Sebastian wijt aan haar verwarde nichtje Catherine (Elizabeth Taylor) die daarbij ooggetuige was. De weduwe bewerkt de jonge dokter Cukrowicz (Montgomery Clift) om lobotomie op haar nichtje uit te voeren, zodat die "eindelijk rust vindt".
Katharine Hepburn, net over de vijftig, wilde aanvankelijk haar rimpelige handen niet in beeld. Regisseur Joseph L. Mankiewicz kreeg in stressvolle omstandigheden last van exceem. Tijdens de opnames van Suddenly, last summer was het zo erg dat hij witte katoenen handschoenen droeg. Het grootste probleem echter vormden de handen van Montgomery Clift, die door Jack Hildyard, de dienstdoende cameraman, beschreven werd als "een moeras vol ticks en trillingen". Sinds hij zijn neus brak bij een auto-ongeluk ging z'n carrière bergafwaarts, waar zijn drugs- en drankgebruik steeg. In de film verstopt hij zijn handen in zijn broekzak, zoekt hij houvast aan een mouw of een knoop van zijn jasje, bij een potloodje, pen of boekje. Toch is er één scene waarin hij er niet aan ontkomt zijn handen zonder omhaal aan de camera te tonen. Nadat dokter Cukrowicz zijn patiënte (Liz) een injectie geeft, steekt hij zijn handen naar haar uit: "Ik wil dat je je handen in de mijne legt en me al je weerstand geeft." Maar door zijn trillende handen lijkt Clift meer op een patiënt dan Taylor.
Eigenlijk was er het minste mis met de handen van Taylor, al werden ze door Irene Mayer Selznick, dochter van producent Louis B. Mayer, omschreven als "kleine, pappige handjes". Ze vormen het bescheiden verlengstuk van Elizabeths lichaam: als ze bewegen, doen ze dat ter versterking van haar sexy, erotiserende uitstraling. Vaak zijn de polsen gebogen, de vingers gespreid en zelden in rust. Ze zoeken steun bij een stoelleuning, een vensterbank, een geschikte plek op haar lijf. Rust vinden ze pas aan het slot, maar anders dan de witte weduwe zich had voorgesteld.

Karin Wolfs


Haar heupen
Ze zijn mooi naar voren gekanteld, de heupen van Elizabeth Taylor, zoals een meisje het op haar eerste balletles leert: "Bekken naar voren, dan voel je meer balans!" Zouden ze er nog zijn, de heupen van Elizabeth Taylor? Ik zie ze niet meer, zo trots vooruit gestoken als in Cat on a hot tin roof (1958). Paul Newman ligt uitgeblust op de bank. Elizabeth Taylor kijkt naar haar impotente echtgenoot, lichtjes leunend tegen het grote, getraliede bed waaruit ze zojuist is opgestaan. De ene arm rust op de ronding van het bed. De andere arm is in de zij gestoken, rustend op de welving van een brede heup. De wit-zijden onderjurk waarmee ze destijds ook zo gewaagd op het affiche stond, als een krolse kat, lijkt speciaal voor die heupen te zijn ontworpen. Zou het dezelfde wit-zijden onderjurk zijn als in BUtterfield 8, de film die ze slechts twee jaar later maakte en waarvoor ze haar eerste Oscar kreeg? Elizabeth Taylor speelt een callgirl, 'the most desirable woman in town and the easiest to find'. De pose die ze hier aanneemt is bijna identiek aan de pose in Cat on a hot tin roof, een beetje verlopen en daarom des te verleidelijker. Ze heeft een glas sterke drank zó in de hand, dat ze met haar elleboog op haar heup kan leunen. Het is briljant nonchalant, de manier waarop ze de drank zo stilletjes met haar heupen wiegt. Elizabeth Taylor was beroemd in een tijd dat wiegende heupen het toppunt van vrouwelijkheid waren. In een wit-zijden onderjurk speelde ze de vrouwelijkste vrouw.

Belinda van de Graaf


Haar dijen
"Schipbreuk varen in haar dijen." Dat wil Kapitein Kat, de blinde scheepskapitein die in de melancholische middagzon droomt van "de enige liefde van zijn leven, dat sardienenvol met vrouwen was." Het gaat eigenlijk om stemmen, de stemmen van de doden, de echo's van vroeger, de fluisteringen die zijn blijven hangen in een klein Welsh dorpje dat Dylan Thomas Llaregyb heeft genoemd (wat omgekeerd leest als 'onzin'). Hij schreef dit hoorspel in 1957. Maar al snel na zijn eerste radio-uitzending werd 'Under milkwood' ook voor het theater bewerkt. Het is als toneelstuk tamelijk onmogelijk, met twee vertellers en ontelbare personages, en die dramaturgische zwakte valt ook in de film die Andrew Sinclair er in 1972 van maakte niet weg. Richard Burton als de eerste verteller loopt gewoon door het dorp, de felle kleuren van de enscenering vloeken met de taalnuanceringen die Dylan Thomas in zijn tekst aanbracht, en omdat alle personages alleen maar even een korte opwachting maken in een grote 'stream of consciousness' van herinneringen, dromen en kleine gebeurtenissen, ziet alles er nogal hortend uit. Naar Under milk wood ga je dan ook om Richard Burton te horen praten en Liz te horen fluisteren als Rosie Probert tegen de als Kapitein Kat miscaste Peter O'Toole. In dit geval is het niet alleen de kracht van de schrijver die je doet geloven dat er iemand 'schipbreuk wil varen in haar dijen', dat geloof je ook wel als je aan haar denkt: rond waar het rond moet zijn en nog ronder waar het nog ronder mag zijn, één en al golf, buik, borsten, billen, dijen, heupen, kuiten, wangen, haren die de verdronken matrozen van Kapitein Kat laten deinen: William de Danser, Jonah Jarvis, Krulle Bevan. En Rosie Probert. "Zij is vergeten dood te gaan."

Dana Linssen

Naar boven