September 2003, nr 247
Africa in the picture
Ontheemding en escapisme
Met tientallen titels en elf festivaldagen is Africa in the picture het grootste Afrikaanse filmfestival van Europa. Afrika is hier overigens breder dan alleen de Mahgreb en sub-Sahara Afrika. Ook zwarte Amerikanen en andere filmmakers uit de diaspora maken onderdeel uit van het programma.
Le silence de la forêt is de eerste film uit de Centraal Afrikaanse Republiek die in Nederland vertoond wordt. Waarschijnlijk is het zelfs de allereerste film die ooit in het straatarme land gemaakt is. Regisseurs Bassek Ba Kobhio en Didier Ouénangaré nemen ons mee de oerwouden in om hun verhaal te vertellen over de Babinga (pygmeeën) die de beschavingsmissie van een onderwijsinspecteur frustreren. Daarnaast staat er in het programmaboekje van Africa in the picture een titel als Barbershop. Deze film van Tim Story met rapper-acteur Ice Cube in de hoofdrol schopte het vorig jaar tot best bezochte zwarte komedie in de Verenigde Staten en is al opgevolgd door een sequel.
Kleine film uit obscuur land naast kaskraker uit Amerika. Als je iets generaliserends kan zeggen over het programma van de zevende editie van Africa in the picture dan is het wel dat er geen algemene verbindend element is. "We hebben gekozen voor diversiteit", geeft directeur Mariët Bakker toe. "Het gaat ons om Afrika maar ook om de diaspora. Bij het selecteren letten we op de identiteit van de maker en op het onderwerp van de film. 25th hour van Spike Lee zouden we bijvoorbeeld niet programmeren. Maar hij is nu bezig aan een film die zich afspeelt in Hunterspoint, het getto van San Francisco, en die zou wel in aanmerking komen. Over het algemeen geldt: als de regisseur zwart is en er wordt een goed verhaal verteld, dan past het in ons programma."
Om een orde aan te brengen in de uiteenlopende titels is het programma opgedeeld in thema's. Zo is er een blokje met films uit en over de Mahgreb (Marokko, Algerije en Tunesië), 'Mahgreb in the picture'. Onder de kop 'Urban vibes' worden films vertoond over zwarte grootstedelijke cultuur, zoals hiphopdocumentaires en films die zich in het getto afspelen. En in Gay Africa wordt het onderwerp aangesneden dat in de meeste Afrikaanse landen nog steeds geldt als groot taboe.
Wat opvalt is dat in het Afrikaanse aanbod wel een film uit Guinée, eentje uit Mozambique en dus zelfs een titel uit Centraal Afrikaanse Republiek te vinden zijn, maar dat traditionele filmlanden als Mali en Burkina Faso maar karig vertegenwoordigd zijn. Het heeft te maken met de smalle basis van de filmindustrie in die landen, die vaak een handjevol mensen telt en daarom kwetsbaar is. In Mali bijvoorbeeld heeft Souleymane Cissé sinds zijn flop Waati geen film meer gemaakt en heeft nestor Cheick Oumar Sissoko het druk als minister van Cultuur.
De niet-francofone landen, die het doorgaans zonder stevige subsidie van de voormalige koloniale heersers moeten doen, zijn bezig met een inhaalslag. Dit heeft volgens Mariët Bakker alles te maken met de opkomst van digitale techniek. "Filmmakers kunnen zich veel onafhankelijker opstellen en sneller een film maken. Dat zie je vooral in zuidelijk Afrika. Disobedience uit Mozambique bijvoorbeeld is helemaal gedraaid op digitale video. Het is cinematografisch misschien wat minder, maar de film is wel oprecht. Hij ademt de noodzaak een verhaal te vertellen."
Ook inhoudelijk heeft de Afrikaanse film zich ontwikkeld. De educatieve inslag staat steeds minder voorop. En - belangrijker - de oude tegenstellingen van moderniteit versus traditie en stad versus platteland hebben afgedaan als onderwerp. "Het is geen issue meer", stelt Bakker. "Vrijwel alle films spelen zich af in het hier en nu. Bijna alle verhalen zijn urbaan. Het overheersende thema is de complexiteit van de Afrikaanse moderne samenleving, met zijn vervreemding en ontheemding."
Tegenover die zware kost staat de rijke en vrolijke traditie van Ghanese video's. Het zijn escapistische komedies met vet, soap-achtig drama vol overspel en misverstanden. Een deel van het programmaonderdeel Video Ghana wordt vertoond in Amsterdam Zuid-Oost, waar gerekend wordt op een groot Ghanees publiek. Niet dat Africa in the picture alleen films vertoont voor afgebakende etnische groepen. Bakker: "Wij willen cross-over stimuleren. Idealiter gaat een Surinaamse jongere die naar een documentaire als Nigger or not komt ook een Senegalese film bekijken. Of ziet een Marokkaan naast het Mahgreb-programma ook films uit het Aids-programma. Het publiek is ook flink veranderd sinds de eerste editie in 1978 en Afrikanen zijn in Nederland een stuk zichtbaarder geworden. Marokkaanse jongeren gaan nu ook gewoon naar Pathé. Maar dat neemt niet weg dat veel migranten behoefte hebben aan beelden uit eigen land."
Edo Dijksterhuis
Africa in the picture De 7e editie van het tweejaarlijkse filmfestival vindt plaats van 3 t/m 14 september in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven. Informatie: www.africainthepicture.nl
Abouna
Jongens stelen filmrol
In zijn tweede film vertelt Mahamat Saleh Haroun uit Tsjaad een verhaal over vaderloosheid. En passant schenkt hij de wereld beelden van een land dat niet bestaat op celluloid of video.
Abouna.
De debuutfilm van Mahamat Saleh Haroun, Bye, bye Africa (1998) was de allereerste film die werd gemaakt in het Centraal-Afrikaanse Tsjaad. Opmerkelijk genoeg voor een land zonder enige filmcultuur was het een film over film. De regisseur ging erin op zoek naar de bioscopen uit zijn jeugd, die stuk voor stuk bleken te zijn verbouwd tot geitenstal, kruidenierszaak of openbaar toilet. Een kwalijke zaak volgens Haroun. Want juist film zou volgens hem kunnen zorgen voor een hernieuwde nationale identiteit in het land dat volledig op drift was geraakt door een decennialange burgeroorlog. Film als een nuttige droom, een geestelijke vader.
Plastic zakjes
Edo Dijksterhuis
Abouna
Heremakono
Wachten op geluk aan zee
Abderrahmane Sissako behoort tot de voorhoede van een nieuwe, succesvolle generatie Malinese regisseurs. Zijn tweede film Heremakono werd onderscheiden in Cannes en Ouagadougou. Het is de erkenning van zijn poëtische gaven.
In heel West-Afrika zijn langs de kust kampen te vinden waar men niets anders doet dan wachten. Het zijn transitstations in een vaak lange reis richting het beloofde land Europa. De bewoners verblijven er in tijdelijke hutten totdat er genoeg geld is voor een volgende etappe. In Mali wordt zo'n huisje 'heremakono' genoemd, wat zoveel betekent als 'wachten op geluk'.
Lekker banaal alledaags
Edo Dijksterhuis
Heremakono
Ook in Harouns tweede film is een belangrijke rol weggelegd voor cinema. In de sleutelscène van Abouna ('Onze vader') gaan de hoofdpersonen, de broertjes Amine en Tahir, naar de bioscoop. Het opmerkelijke vertoningsprogramma dat per poster aan de kassa wordt aangekondigd, weerspiegelt de voorkeuren en voorbeelden van de regisseur: The kid van Chaplin, Stranger than paradise van Jim Jarmusch en Yaaba van de Afrikaanse pionier Idrissa Ouedraogo. De broers zien binnen echter een heel ander soort film. Op het doek menen ze hun vader te herkennen, die net die week plotseling is verdwenen. Opgewonden over dit spoor van de man die voorlas voor het slapen gaan en scheidsrechter was bij het jeugdvoetbal, besluiten ze de filmrol te stelen. Al snel worden de jonge dieven gesnapt en worden ze door hun moeder voor straf naar een strenge koranschool in de stoffige binnenlanden gestuurd. De achtjarige Amine krijgt hier last van zijn astma en na een vluchtpoging worden de broers genadeloos afgeranseld.
Zo samengevat klinkt het verhaal van Abouna als een keihard en deprimerend verhaal. Toch weet Haroun de toon licht te houden, optimistisch zelfs. In de koranschool neemt een kokkin Amine onder haar hoede omdat hij zo lijkt op haar overleden zoon. En Tahir wordt verliefd op een doofstom en beeldschoon meisje.
Bovendien worden de tegenslagen verzacht door de schilderachtige manier waarop ze in beeld worden gebracht. De stoffige straten en lemen huizen vloeien in elkaar over in een harmonieuze stroom van pasteltinten. Met een combinatie van subtiele tracking shots, totalen en zorgvuldig gekozen close-ups worden de hoofdpersonen in hun omgeving geplaatst zonder dat ze erdoor worden opgeslokt. De ritmisch voortkabbelende gitaar van de Malinese troubadour Ali Farka Touré stuwt het geheel voort zonder ooit haast te maken.
De verregaande stilering maakt van Abouna bijna een sprookje. Bijna, want met kleine details wordt de kijker telkens even herinnerd aan de realiteit van alledaags Tsjaad. Honderden plastic zakjes die over straat waaien, het ontbreken van stromend water, de afhankelijkheid van Franse radiozenders, het vrijwel ontbreken van auto's op de met scooters gevulde wegen. De regisseur toont ons beelden van een land dat eigenlijk niet bestaat in het mondiale visuele bewustzijn. En zo is hij op geheel onnadrukkelijke wijze geslaagd in zijn opvoedkundige missie. Eindelijk is Tsjaad deel van de wereld van het kijken, tonen en reflecteren.
Tsjaad/Frankrijk, 2002
Productie: Guillaume de Seille
Regie en scenario: Mahamat Saleh Haroun
Camera: Abraham Haile Biru
Montage: Sarah Taouss Matton
Art direction: Laurent Cavero
Muziek: Diego Mustapha N'Garade
Met: Ahidjo Mahamat Moussa, Hamza Moctar Aguid, Zara Haroun, Mounira Khalil, Koulsy Lamko
Kleur, 81 minuten
Distributie: Filmmuseum
Te zien: tijdens Africa in the Picture en vanaf 18 september
Heremakono is ook de titel van Abderrahmane Sissako's tweede film. De opvolger van La vie sur terre, die het goed deed op internationale festivals, speelt zich af in het onbeduidende dorpje Nouadhibou aan de kust van Mauretanië. Hier loopt de Sahara als een immens strand direct over in de Atlantische Oceaan. En op die grens tussen water en land wachten de immigranten. Het is een desolaat niemandsland, een wachtkamer op een plek waar niets is. De bewoners imiteren een alledaags bestaan door hun haar te laten invlechten, zangles te nemen, naar de hoeren te gaan, elektriciteit aan te leggen en bij elkaar op de thee te gaan. Maar over het zeer gemengde gezelschap van Touareg nomaden, zwarte Afrikanen en zelfs een karaoke zingende Chinese marskramer hangt een gelaten spanning.
De regisseur woonde als jongeman zelf in Nouadhibou, voordat hij naar Moskou vertrok voor een studie aan de filmschool VGIK. Het is zeer aantrekkelijk om in het personage Abdallah zijn alter ego te zien. Van alle inwoners is hij de meest ontwortelde. Hij spreekt de lokale taal niet, draagt afwijkende kleding en is in zijn hoofd eigenlijk al weg. Liggend voor een laag raam laat hij het leven aan hem voorbij gaan.
Het gevoel van isolatie wordt nog eens versterkt doordat Sissako zijn personages geen geschiedenis gunt. Naar de toekomst wordt alleen gehint. Een verleden lijkt niemand te hebben. Er is alleen het hier en nu. En daarin wordt niet gehandeld, alleen maar verlangd. Juist door dat ontbreken van iedere vorm van achtergrond krijgt ieder klein dingetje betekenis. Een liedje wordt een klaagzang. Het decor in de studio van de portretfotograaf, de skyline van een westerse stad, wordt een droombeeld, en de locatie van het dorp de belichaming van verbanning.
Maar soms wordt dat opeenstapelen van al die symbolen net iets te veel. Dan zou je willen dat de regisseur die alledaagse dingen gewoon lekker banaal alledaags had gelaten. Want dat is het leven in stof en verveling vaak ook: helemaal niks diepers dan alleen maar de tijd voorbij laten gaan. En in dat betekenisvacuüm komen personages tot leven. Sissako zadelt zijn acteurs op met een lading duiding die weinig ruimte laat voor karakterontplooiing. De elektricien, het hoertje, de zanglerares, ze zijn niet meer dan onpersoonlijke pionnen in zijn beeldgedicht. Een minder getalenteerd regisseur zou met zo'n statische aanpak door de mand gevallen zijn. Het is te danken aan Sissako's sterk ontwikkelde gevoel voor poëzie dat Heremakono toch nog overeind blijft.
Frankrijk/Mauretanië, 2002
Productie: Guillaume de Seille
Regie en scenario: Abderrahmane Sissako
Camera: Jacques Besse
Montage: Nadia Ben Rachid
Art direction: Joseph Kpobly, Laurent Cavero
Muziek: Anouar Brahem, Oumou Sangare
Met: Khatra Ould Abdel Kader, Maata Ould Mohamed Abeid, Mohamed Mahmoud Ould Mohamed, Fatimetou Mint Ahmed
Kleur, 96 minuten
Distributie: Filmmuseum
Te zien: tijdens Africa in the Picture en vanaf 25 september