November 2003, nr 249

Jia Zhang-ke

Zingen met geleende woorden

Platform van Jia Zhang-ke was twee jaar geleden een van de verrassingen van het Filmfestival Rotterdam. Twee jaar later is de regisseur weer een stap verder en zijn vaderland China ook. Het is een stap richting een cultureel faillissement. "De houding van de jongeren doet denken aan de westerse punkbeweging: 'no future'."

Jia Zhang-ke is geen vrolijke Frans. Het gezicht van de gedrongen, 32-jarige filmmaker staat permanent in de mineurstand. Hij steekt de ene goedkope Chinese sigaret na de andere aan en blaast zijn rookwolken over de tafel als een mismoedig pakket stapelwolken. Zijn droeve hondenogen stralen maar één boodschap uit: het is leven is een tranendal en beter zal het niet worden.
"Ik ben een pessimist", typeert de regisseur van Unknown pleasures zichzelf ten overvloede. "Maar dat is misschien iets Chinees. Door onze Boeddhistische achtergrond zijn we geneigd te geloven dat het leven eerder aanleiding geeft tot pessimisme dan optimisme. Leven is lijden. Je wordt geboren, je wordt ziek en oud en je sterft; het is een enkele reis bergafwaarts."
Maar behalve een ingebakken deel van de volksaard is het pessimisme volgens Jia ook het gevolg van de tijdgeest. Het gaat slecht met China. Niet financieel want sinds leider Deng Xiaoping met zijn 'opendeurpolitiek' de ontmanteling van de centraal geleide planeconomie in gang heeft gezet, is de materiële welvaart omhoog geschoten. Internetcafé's, merkkleding, mobieltjes en elektronische gadgets domineren het straatbeeld. Maar de nieuwe weelde en vrijheid betekenen ook: stuurloosheid en verlies van alle oude zekerheden, die vooral worden gevoeld door de groepen die buiten de kapitalistische boot vallen.
"Sinds de versnelde hervormingen is er in China een enorm contrast onstaan tussen de kuststreek waar de echt grote steden liggen en de binnenlandse provinciesteden", vertelt Jia. "In een stad als Datong, waar Unknown pleasures zich afspeelt, lijkt de tijd stil te staan. De jongeren die er leven hebben het gevoel buiten de ontwikkelingen te staan. Ze zijn werkeloos en arm. Ze hebben het vertrouwen in hun eigen maatschappij verloren en de samenleving is hen gewoon vergeten. Dat levert een redelijk explosieve sfeer op. Er is een totaal gebrek aan begrip tussen de ouderen die nog zijn opgegroeid in een systeem waar alles voor iedereen geregeld werd, en de jongeren die aan hun lot worden overgelaten. Geweld is nog een vrij onbekend verschijnsel in de Chinese provinciesteden maar er is zeker een toename. Zoals de twee hoofdpersonen in Unknown pleasures een bank beroven is een realistisch voorbeeld. Het gebeurt vrij knullig maar aan de manier waarop ze geen enkele morele rem meer hebben is niets knulligs. Dat is angstaanjagend."
En die veranderingen hebben zich voltrokken in een heel erg korte tijd, zo'n twintig jaar. In een periode van slechts vier jaar legde Jia ze vast. Zijn debuutfilm Xiao wu (Pickpocket, 1998) speelde vlak voor de hervormingen. Het oude systeem stond op het punt om in te storten maar iedereen wist nog waar hij aan toe was. In
Zhantai (Platform, 2000) schetste de filmmaker de situatie vlak na 'de tweede culturele revolutie'. De leden van de reizende toneelgroep, die in die film wordt gevolgd, hebben weliswaar te lijden onder het stopzetten van hun subsidie maar zijn nog hoopvol en ontplooien eigen initiatieven. In Unknown pleasures is die actieve houding ingeruild voor lusteloosheid. Jia: "Oude staatsbedrijven gaan failliet. Mensen zijn gedesillusioneerd en voelen zich verweesd. De modernisering is hun opgedrongen en ze kunnen er niks mee."

Stoplappen
2001 was voor China een bewogen jaar. Duizenden plattelanders moesten verhuizen vanwege de aanleg van de megalomane Drieklovendam. Een gefrustreerde werkeloze man blies een fabriek op. En Peking werd uitverkozen tot organiserende stad van de Olympische zomerspelen van 2008. Jia refereert in Unknown pleasures aan die gebeurtenissen door ze te tonen op tv-schermen in huiskamerinterieurs. "Jongeren zien die dingen maar ze kunnen er geen deel aan hebben", beargumenteert hij die keuze van weergave. "Het leven gebeurt ergens anders. Dat is een groot verschil met Platform. In die tijd, de jaren tachtig, betekende politiek nog iets voor de mensen in het binnenland, het had direct impact op hun leven. Maar in Unknown pleasures is het nieuws verworden tot achtergrond."
Voor de personages in zijn jongste film hoefde Jia alleen maar rond te kijken in zijn eigen vriendenkring. Het is een vrij gemengde groep van kunstenaars, rockmuzikanten en studenten. Sommigen hebben werk, anderen niet. Maar ze lijden allemaal aan een knagend gevoel van cultureel wantrouwen. Jia: "Je merkt ook dat jongeren steeds zwijgzamer worden. Ze zijn niet in staat om hun gevoelens onder woorden te brengen. Ze hangen daarom rond in karaokebars en zingen met geleende woorden die ze niet snappen. Of ze kopen, net als in Unknown pleasures, illegale dvd's van bijvoorbeeld Pulp fiction. Ze kopiëren de hippe kapsels en kleding van Zuid-Koreaanse popsterren. Maar het leven dat hoort bij dat soort uiterlijkheden is onbereikbaar."
"Je ziet dat vooral jongens het er moeilijk mee hebben. Vrouwen hadden het altijd al zwaar en die hebben eerder geleerd zich aan te passen aan veranderingen. Maar de mannen zijn een stuk minder geduldig. Door de werkeloosheid kunnen ze hun traditionele rol van kostwinner niet waar maken en voelen ze zich nutteloos." De twee mannelijke hoofdpersonen in Unknown pleasures, Xiao Ji en Bin Bin, blinken inderdaad uit in doelloos rondhangen. De onbekende geneugten uit de filmtitel, die is ontleend aan het werk van de hedonistische filosoof Zhuangzi, zijn voor hen stoplappen voor een uitgehold bestaan. Terwijl hun vriendinnen zich een weg richting de toekomst banen via promotiewerk voor een Mongools biermerk of een studie bedrijfskunde, reiken hun ambities niet verder dan rondlummelen en tekenfilms kijken. Jia: "Je ziet dat vooral jongeren bewust afscheid nemen van de mainstream cultuur. Het is een houding die doet denken aan de westerse punkbeweging: 'no future'."

Lege rivierbedding
Het mistroostige stadsdecor van Datong sluit naadloos aan bij de uitzichtloosheid die het leven van de personages tekent. Jia vond de meeste locaties toen hij in 2001 een bedrijfsfilm draaide voor het plaatselijke vervoersbedrijf. "De wachtkamer van het busstation en de lege rivierbedding naast Bin Bins flat heb ik toen gevonden. Die kale, functieloze vlaktes passen goed bij de lege levens van de jongens. En er wordt veel gewacht op helemaal niks. Je ziet dat ook in de films die Hou Hsiou-hsien in de jaren tachtig maakte - ik voel me dan ook wel beïnvloed door zijn stijl van filmen."
"Met de digitale camera kon ik makkelijk op locatie werken. De vrijheid die zo'n handzaam apparaat je geeft is geweldig. En ik heb ook wel bewust gekozen voor digitale video vanwege de kleur van het beeld. Het heeft iets neps, iets vreemds. Daardoor straalt de stad een post-industriële sfeer uit."
Bijkomend voordeel van de digitale camera is dat de regisseur geen toestemming bij de lokale gezagsdragers hoefde te vragen voordat hij begon te filmen. "Ik heb tijdens de opnamen geen enkele keer problemen gehad, die vorm van censuur is in China langzaam aan het verdwijnen", stelt Jia. Maar hij voegt er meteen aan toe: "De autoriteiten kunnen mijn films natuurlijk niet accepteren want ze passen niet in het beeld van het nieuwe China dat ze graag willen uitdragen. En dus gebruiken ze een andere vorm van censuur: mijn films worden niet opgenomen in het officiële distributiesysteem. Ze worden nergens vertoond. Ik heb daar na Platform wel wat op bedacht. Ik ben op pad gegaan met een kopie en heb hem zelf gedraaid op universiteiten en in café's. Ik heb zo'n vijftien steden bezocht en per plaats hebben ongeveer vijfhonderd bezoekers de film gezien."
"Maar Platform is ook uitgebracht op piraten-dvd. Daar zijn 300.000 exemplaren van verkocht, het was een Japanse kopie van goede kwaliteit. Tot zelfs in mijn geboortedorp hebben mensen die film nu gezien. Daar heb ik wel zeer dubbele gevoelens over. Een deel van me is kwaad en wil de piraten aanklagen voor het stelen van mijn werk. Maar aan de andere kant wil ik ze op mijn blote knieën bedanken omdat ze de film wel naar het publiek hebben gebracht waar hij voor bedoeld is. En de bekendheid maakt het voor mij weer makkelijker om investeerders te vinden voor een volgende film."
Dus Jia behoort zelf niet tot het slag verslagenen dat geen toekomst heeft? Hij hoort de vraag aan met matte oogopslag, trekt diep aan zijn sigaret, exhaleert nog eens een dikke blauwe pluim. En zegt dan met toonloze stem: "Met mij gaat het beter dan ooit."

Edo Dijksterhuis

Soundtrack voor een doelloos leven.


Unknown pleasures

Vergeefs de motor starten

Met Unknown pleasures perfectioneert Jia Zhang-ke zijn observerende blik. De Chinese filmmaker bewijst hiermee een van de meest toonaangevende filmmakers van zijn generatie en zijn land te zijn.

Unknown pleasures ontleent zijn Chinese titel aan een gedicht van de Taoïstische filosoof en dichter Zhuang-zi, dat als tekst van een karaokeliedje in 2001 in China ineens immens populair werd. Vrij van alle verplichtingen en beperkingen betekent dat 'Ren xiao yao', en dat is inmiddels zowel wijsgerig als nihilistisch op te vatten. Net als bij Platform (2000) werd Jia Zhang-ke (1970) ook nu tot zijn film geïnspireerd door hedendaagse Chinese popmuziek en Chinese jeugdcultuur in het algemeen. De film begint op het moment dat de Chinezen begin 2001 een Amerikaans (spionage)vliegtuig neerhaalden en bekend wordt dat Beijing in 2008 de arena van de Olympische Spelen zal zijn. Een man blaast een katoenfabriek op en een jongen denkt dat de Amerikaanse Apocalyps begonnen is. Hét bewijs dat China definitief westers is geworden, zoals zoveel van de jonge hoofdpersonen in Jia's films hopen. Terwijl ze ook met de westerse eisen worstelen die het door hen gedroomde moderne leven aan hun eigen traditie stelt. In Unknown pleasures draait het om twee werkloze jongens, Xiao Ji en Bin Bin, twee zelfgekozen losers, die in de naargeestige provinciestad Datong rondhangen, noedelsoep eten, nog wat meer rondhangen, illegale westerse videofilms bekijken, seks willen hebben en verliefd worden. Net als Xiao wu, dat wel heel letterlijk een eerbetoon aan Robert Bressons Pickpocket was, en Platform, is Jia in Unknown pleasures met zijn observerende, soms bijna documentaire stijl, schatplichtig aan niet alleen Bresson, maar ook aan bijvoorbeeld het vroege werk van Hou Hsiao-hsien. De digitale camera is zijn pen. Het beeld zoekt naar houvast, net zoals zijn hoofdpersonen. Hij maakt het ze, door zijn films al improviserend op te nemen, niet makkelijk.

Liedjes
Het gaat in Unknown pleasures niet om wat er gebeurt, want dat is niet veel, maar om hoe langs de contouren van talloze ogenschijnlijk nutteloze observaties een verhaal wordt opgeroepen. Over hoe Xiao Ji, zijn gelaat verscholen achter haar van gitzwart garen, verliefd wordt op het gezicht voor een Mongools drankmerk. Of over hoe Bin Bin in een wachtruimte een bejaarde man gadeslaat die onafgebroken hetzelfde liedje zingt. En over hoe hij steeds vergeefs zijn motor probeert te starten, en steeds met zijn vriendinnetje steeds zwijgend naar steeds dezelfde tekenfilms kijkt. Of over hoe hij hepatitis blijkt te hebben, maar er toch maar niets aan doet.
Jia vertelt zijn verhaal ook middels muziek, niet alleen het liedje uit de titel is twee keer te horen, ook traditionele deuntjes uit de Peking-opera en wegwerpgeluiden uit de radio. Het drankmeisje Qiao Qiao brengt haar waren zingend aan de man en 's nachts luistert ze met haar gangsterliefje naar zwijmelmuziek uit Hongkong. Iedereen zingt en neuriet wel een beetje en componeert zo zijn eigen soundtrack voor een doelloos leven.

Dana Linssen

Unknown pleasures (Ren xiao yao)
Frankrijk/China/Japan/Zuid-Korea, 2002
Productie: Masayuki Mori, Hengameh, Paul Yi
Regie en scenario: Jia Zhang-ke
Camera: Yu Lik Wai
Montage: Chow Keung
Art direction: Liang Jiang Dong
Kleur, 112 minuten
Distributie: Filmmuseum
Te zien: vanaf 13 november

Naar boven