December 2003, nr 250

DocuZone

Niemandsland langs de Rijn

Met En passant leveren Mirjam Boelsums en Lony Scharenborg hun eerste lange documentaire af. De 'railmovie' over bespiegelingen van treinreizigers langs de Rijn is zowel tijdens IDFA als in DocuZone te zien. "Dit soort films is niet hapklaar."

Mirjam Boelsums (links) en Lony Scharenborg (foto: Louk Röell).

Maartje bezocht haar dochter in een Zwitserse astmakliniek. John en Clara gaan eten bij een bevriende topkok in Nederland. Een oude, verbitterde vrouw heeft haar hondje net voor 2000 Zwitserse Franken aan kanker laten opereren en een grijzende man zal voor het eerst sinds 40 jaar zijn Rotterdamse Corrie weer zien. "Een mens wordt per ongeluk geboren en gaat per ongeluk dood. Voordat de mens er was, was de Rijn er al."
Het is een gedachte die door het hoofd spookt van een van de treinreizigers in En passant, de nieuwe documentaire van de maaksters van Het bovenbad (1999, nominatie Gouden Kalf). Mirjam Boelsums en Lony Scharenborg volgen dit keer het traject van de Rembrandt Express langs het stroomgebied van de Rijn: van het vertrekpunt in Chur, Zwitserland tot het eindstation in Amsterdam. Ze ontdekten dat een treinreis drie werelden omvat: "De buitenwereld die voorbijkomt, met de voortdurende aanwezigheid van de rivier - dat wisselend decor als een veelvormige metafoor voor de reis. Dan is er het twaalf uur opgesloten zitten in een coupé. En ten derde de reis die wordt gemaakt in het hoofd. Het heeft ons een aantal researchreizen gekost om te zien hoe dat werkt." Uiteindelijk filmden ze in zes reizen het materiaal bij elkaar voor hun film, die in de montage tot één reis werd geconstrueerd. De camera kwam de wagon niet uit, helikoptershots van bron en monding van de Rijn leiden de reis in en uit. De klassieke hoornmuziek en aanzwellende violen uit Wagners onvermijdelijke Rheingold begeleiden de vaartmakende trein.

Versmelten
Na het veelgeprezen Bovenbad, over bezoekers van het Amsterdamse Marnixbad, duurde het vier jaar voor En passant verscheen. Het Stimuleringsfonds vond de ideeën van het duo aanvankelijk te pretentieus. Boelsums schetst het probleem: "Dit soort films is niet hapklaar. Er is geen duidelijk sociaal probleem dat aan de kaak wordt gesteld en het is geen kunstzinnige film pur sang. Er is niet één duidelijke hoofdpersoon, de personages maken deel uit van het geheel. We vertellen niet hún verhaal, we gebruiken die mensen om óns verhaal te vertellen over reizen. Toch blijft er veel ruimte voor de kijker om zijn eigen interpretatie aan het geheel te geven. Terwijl je kijkt maak je ook weer je eigen reis."
Het bijzondere aan de film zijn de innerlijke stemmen die als voice-over klinken bij beelden van de naar buiten starende denkers. Naarmate de reis vordert, wordt het landschap vlakker, het wilde water in de Rijn komt langzamerhand tot rust.
Arthur Schopenhauer noteerde over dat mechanisme in de eerste helft van de 19e eeuw: "Bei gleicher Umgebung lebt doch jeder in einer anderen Welt." Het landschap doet er niet toe; elke treinreiziger ziet slechts waar hij ontvankelijk voor is. De maaksters gebruikten zijn uitspraak als motto bij de film. Boelsums en Scharenborg (elkaar aanvullend): "Net als het bovenbad was die trein een klein universum op zich, een zich verplaatsende locatie. De trein vormt een time-out uit het dagelijks bestaan. Mensen zijn er veel opener. Dat merkten we vooral aan de mensen die we vooraf ook thuis hadden bezocht. Ze reageren associatiever op dat voorbijgaande landschap, zijn ontdaan van hun dagelijkse status. In de trein zijn ze alleen maar reiziger, zoals de mensen in Het bovenbad alleen maar zwemmer waren. Het is een soort niemandsland tussen ergens vandaan komen en thuiskomen. In dat niemandsland reflecteren mensen op hun leven, ze zijn beschouwelijker, soms op het filosofische af. Een reiziger, gevlucht voor zijn dertigste verjaardag, bekende zomaar dat hij eigenlijk niets kon."
Op de stations passeren hordes onbekende mensen, waarvan er een paar in de coupé neerstrijken om hun gedachten in monologues intérieurs met de kijker te delen. Van liefde en overgewicht tot nietigheid en techniek. Maar ze gaan steeds verder in elkaar op; de verhalen versmelten met elkaar, tot de eindigheid van het leven overblijft, met verlangen als gemene deler. Individueel levert dat weer verschillende inzichten op, tot aan Amsterdam, waar het 21.54 uur en bijna donker is als de trein arriveert. De camera blijft alleen achter in de trein zodat de reisgenoten bij het uitstappen weer veranderen in de toevallige voorbijgangers die ze waren.
"Met het oog op de continuïteit in de montage hebben we sommige mensen op een andere plek gezet, zodat het lijkt of ze bij elkaar horen: zo wordt het één gezamenlijke reis. Op de heenweg naar Chur hebben we nooit geïnterviewd, want dan zijn iemands gedachten heel anders: je gaat ergens naartoe, zit vol verwachtingen. Juist de terugreis brengt allerlei beschouwende gedachten met zich mee. Dat vonden we interessanter; om te horen wat er van de verwachtingen is uitgekomen. Een meisje dat met haar moeder onderweg is, verheugt zich op het weerzien met haar vader. Áls ik aankom, ga ik papa knuffelen', zegt ze. Als moeder en dochter uit de trein stappen, zien we wat daar van terechtkomt."

File
Mirjam Boelsums en Lony Scharenborg onmoetten elkaar ooit op een oudejaarsfeestje in een kroeg. Scharenborg is van huis uit journalist, Boelsums sociologe. Beiden schreven ze een roman. Boelsums' debuutroman 'Slangen aaien', over een pubermeisje dat bij de dood van een leraar is betrokken, werd in 1998 genomineerd voor een gouden strop en won de Debutantenprijs. Het debuut van Scharenborg uit 1999 over een dertiger die inziet dat je je plaats in de wereld zelf moet veroveren, heette 'Spiegelgevecht'. "We vullen elkaar aan", zeggen ze over hun samenwerking. "Vooraf hebben we veel gediscussieerd over de aanpak en de montage. Beide films zijn heel erg op het moment gemaakt. De moeilijkste momenten zijn die waarin je een gevoel wilt uitleggen. We wisten dat we van A naar B moesten, verder lag er niets vast. Met Kerstmis hebben we alle uitgetikte tekstrollen door zitten nemen en beslist hoe we ze zouden monteren. Een aantal reizigers kenden we vooraf, anderen hebben we tijdens de tocht zelf aangesproken." Boelsums: "Lony pikt er in de trein meteen de interessante figuren uit." Scharenborg: "Mirjam gaat met ze de diepte in."
De maaksters hebben nog geen goede naam voor hun genre gevonden. "Het is misschien geen road- maar een railmovie. De middelen zijn documentair maar de vorm heeft dramatische kenmerken."
De vraag welk inzicht ze zelf aan de Rembrandt Express hebben overgehouden, roept Schopenhauers woorden weer in gedachten. Scharenborg: "Ik was verbaasd dat al die mensen zo gericht waren op het krijgen van liefde van een ander in plaats van op zichzelf. Dat er zo weinig scheppende drang zat in die mensen." Boelsums: "Bij mij is blijven hangen dat mensen zich dromen permitteren, ook al weten ze dat ze die nooit zullen verwezenlijken."
Op weg naar de klaarstaande helikopter in Zierikzee voor de laatste shots van de ondergaande zon in het Rijnmondgebied, kwamen de maaksters opeens in een file te staan. "Met 100 kilometer per uur klapte er toen iemand achterop onze wagen." Boelsums trekt een pijnlijk gezicht. "Waar denk je dat ik weer bij mijn positieven kwam?" Een korte pauze en dan het onontkoombare antwoord - "In het Rijnlandziekenhuis."

Karin Wolfs

En Passant
Nederland, 2003
Productie: Jan Heijs, Ruud Monster, Wouter Snip
Regie: Mirjam Boelsums, Lony Scharenborg
Camera: Ruud Monster
Geluid: Kees van der Knaap, Rik Meier
Montage: Mark Glynne
Kleur, 80 minuten
Distributie: Lava Film, DocuZone
Te zien: Op IDFA en vanaf 4 december in Docuzone

Verder

I soeni
Dit portret van de Sinti-zigeunerzanger Reinard Dewus, zijn vrouw en twee dochters is de eerste lange documentaire van Carin Goeijers. Met zijn markante kop bezingt Dewus de liefde en het verleden van zijn volk, terwijl hij in het dagelijks leven worstelt met de wetten en regels van de moderne samenleving. Als hij zijn tienerdochter thuis houdt van school, moet hij op het matje komen. Een deal met een muziekproducer levert alleen maar ergernis op. Het verhaal van de zigeuner die het liefst met zijn woonwagen de wijde wereld intrekt is niet nieuw. Sommige geposeerde scenes zijn wat te gekunsteld, helemaal als er stop-motion wordt gebruikt om de muzikanten één voor één rond een vuur te laten verschijnen. (KW)
Te zien vanaf 18 december


De Bont/Ryninks

Digitaal in Europa

Vorige maand werd bekend dat DocuZone navolging krijgt in Europa. Maar de plannen van organisatoren Paul de Bont en Kees Ryninks gaan verder. "We willen de apparatuur beschikbaar stellen voor iedereen die artistieke films digitaal wil distribueren."

Paul de Bont.

Kees Ryninks.

De introductie van DocuZone en de digitale vertoning van documentaires mag in Nederland dan wat voeten in de aarde hebben gehad, in de rest van Europa was de belangstelling voor dit project van meet af aan groot. Eind 2004 zullen in acht Europese landen, waaronder Duitsland, Oostenrijk en België, 175 beamers beschikbaar zijn voor een Europees DocuZone-project. Het Media-programma van de Europese Unie zegde geld toe. In Nederland alleen al zullen de huidige tien theaters tot 30 à 35 worden uitgebreid. Paul de Bont van DocuZone: "We gaan opnieuw kijken welke theaters interesse hebben en met het initiatief willen doorgaan. Daarnaast kijken we ook naar onafhankelijke criteria als geografische spreiding en de publicitaire mogelijkheden van de theaters."
Kees Ryninks, als hoofd documentaire van het Nederlands Fonds voor de Film én initiator van de Europese pendant bij het project betrokken, vat de kritiek op de digitale vertoning van documentaires nog eens samen: "Toen we met DocuZone begonnen, waren bepaalde regisseurs bang dat dit de dood zou zijn voor de vertoning van documentaires op film in de filmtheaters, voornamelijk door de technische discussie over de verschillen tussen film- en digitale projectie. We gaan er nu vanuit dat de technische discussie minder zal spelen, omdat er inmiddels een hoop is gebeurd. Digitale projectie heeft een enorme sprong genomen. We gaan nu met dezelfde beamers werken waarop George Lucas
Star wars heeft uitgebracht. Tegelijkertijd zien veel makers nu ook de voordelen van het feit dat je een film breed kunt uitbrengen. Dat je voor de prijs van 2 à 3 filmprints in 30 theaters te zien kunt zijn."
Deel van het Europese Docu-plan is ook om de films niet meer via dvd te gaan verspreiden, maar via de satelliet, met als toekomstdroom een digitaal filmarchief. Dat bracht in de ogen van De Bont en Ryninks ook andere toepassingen dichterbij. De Bont: "We willen het digitale netwerk dat door DocuZone in Europa ontstaat ook openzetten voor andere partijen. Zodat Europese uitwisseling kan ontstaan." In Nederland zijn al gesprekken geweest met het House of Shorts, voor de korte films, de Filmbank voor experimentele films en het Nederlands Instituut voor Animatiefilms. Maar in principe kunnen alle distributeurs van artistieke kwaliteitsfilms die in digitale distributie geïnteresseerd zijn er gebruik van gaan maken. De Bont: "DocuZone zal de apparatuur beschikbaar blijven stellen. Van een situatie waarin veel partijen, zoals het Filmfonds en het Stifo, daaraan hebben meebetaald, gaan we naar een situatie waarin de financiering steeds meer vanuit de recette zal moeten komen."

Coca Cola
Met het openstellen van een digitaal netwerk voor de artfilm, sluit DocuZone aan bij een discussie die al langer in de internationale filmwereld wordt gevoerd. Door de besparing op filmprints kunnen artfilms hun weg goedkoper naar de filmtheaters vinden. De prijs van een bioscoopkaartje zou zelfs minder kunnen zijn dan bij de doorsnee Hollywoodfilm.
Ryninks: "Er liggen enorme kansen voor de makers van artistieke films. Ze kunnen hun films goedkoper en op meer plaatsen gaan uitbrengen. Daar moeten we nu op inspringen. Die digitalisering is een feit, maar vanuit Hollywood zal het nog een tijdje duren voordat alle theaters van digitale projectoren zijn voorzien. Dus de kunstzinnige film kan nu zijn kans grijpen. Anders zien we straks alleen nog maar Hollywoodfilms in de bioscopen. Het is nu al zo dat in 2002 71% van de films in de Nederlandse bioscopen Amerikaans was, en slechts 21%, inclusief de Nederlandse producties, Europees. Kleine films kunnen de kracht worden van Europa."
De Bont: "Nu is het al zo dat de kosten van grote films nog maar voor 10% in de bioscopen worden terugverdiend. De rest komt uit t-shirts en dergelijke. Over tien jaar worden films betaald door Coca Cola, uit subsidies of eigen bronnen. Mensen zullen steeds makkelijker zelf films kunnen maken en verspreiden. Ons plan wil de aanwezigheid van de onafhankelijke films in de filmtheaters waarborgen."
De Bont en Ryninks schetsen nog meer mogelijkheden: een vraag- en antwoordsessie met de regisseur via de satelliet, film-on-demand voor een bepaalde groep filmhuisbezoekers en de voordelen dat een digitaal filmarchief biedt op het gebied van filmeducatie.
Ondertussen ziet DocuZone ook in Nederland nog wel wat knelpunten die weggewerkt moeten worden. Ryninks: "Je ziet dat het Nederlandse publiek zit te wachten op Nederlandse documentaires. Die lopen het beste. Het grootste probleem is echter een constant aanbod van Nederlandse documentaires. Van februari (Filmfestival Rotterdam) tot september (Nederlands Film Festival) houden makers hun films vast en dan moeten ze allemaal tegelijkertijd uit. Ze beseffen niet dat ze zo hun eigen films kannibaliseren."

Dana Linssen

Naar boven