Filmmuziek - december 2003, nr 250


Kill Bill
George Baker had zich er al bij neergelegd om tot het einde der dagen 'Una paloma blanca' op braderies en in bejaardentehuizen te spelen, toen in 1992 Reservoir dogs uitkwam. En die film maakte hem en zijn nummer 'Little green bag' in een klap weer hip. Uitverkoren worden door een Quentin Tarantino-soundtrack is het beste dat een verlepte popster uit vervlogen tijden kan overkomen. De regisseur heeft een voorliefde voor jaren zeventig kitsch en een gave voor het verlenen van een nieuw aura. Behalve 'Little green bag' herintroduceerde hij 'Stuck in the middle with you' (voor de kijkers van Reservoir dogs eeuwig verbonden aan het oneigenlijk gebruik van rozensnoeischaren), 'Didn't I blow your mind this time' en 'Girl, you'll be a woman soon'. En al die bijna vergeten hits zijn dankzij Tarantino's eigen platenlabel ook weer toegankelijk voor het grote publiek.
Voor Kill Bill is de regisseur nog een stapje verder gegaan dan het opdiepen van passende golden oldies. Niet alleen heeft hij goed gekeken naar de wire-fu vechtstijl van de Shaw Brothers en draaide hij scènes in hun Hongkongse studio, hij adopteerde ook hun soundtrack-strategie. De gebroeders Shaw waren gewetenloze piraten. Ze stalen hele brokken soundtrack uit westerse films en tv-series en zetten die dan onder hun eigen actiescènes. En de ironie wil dat de muziek daar vaak veel beter tot zijn recht kwam dan in het origineel. Hetzelfde kan gezegd worden van de soundtrack van Kill Bill. Samen met 'kungfu-oloog' The RZA van de Wu-Tang Clan, die eerder Jim Jarmusch' Ghost dog: the way of the samurai muzikaal omlijstte, stelde Tarantino een recycle-soundtrack samen die zijn weerga niet kent. Parallel aan de wirwar van postmoderne verwijzingen in het visuele deel van de film, laat de geluidsband van Kill Bill zich aanhoren als een staalkaart van invloeden, ikonen en idolen.

Uma Thurman en Quentin Tarantino.

Het belangrijkste zijn natuurlijk de stukjes muziek die regelrecht naar film zelf verwijzen en zodoende de visuele citeerdrift accentueren of van nog eens een extra laag voorzien. Het opgewekte gefluit dat de met dodelijke injectienaald gewapende Elle Driver begeleidt, is afkomstig uit de thriller Twisted nerve (1968). Filmmuziekmeester Bernard Herrmann combineert het onschuldige deuntje met dramatisch uithalende koperblazers om de labiele geestestoestand van de psychopatische hoofdpersoon weer te geven. Tarantino gebruikt die spanningsopbouw heel effectief door de instrumentale uitbarsting niet te laten volgen door actie maar juist door een anti-climax.
Direct herkenbaar is de muziek die Luis Bacalov in 1972 schreef voor Il grande duello, een spaghettiwestern van het soort waar Kill Bill een verkapte ode aan is. In de film van Giancarlo Santi keert Lee Van Cleef terug als The Man in Black, ditmaal gereïncarneerd in de gestalte van sheriff Clayton. In Kill Bill begeleiden de mondharmonica, het roedel strijkers en de gitaar het geanimeerde intermezzo waarin het verleden van O-Ren Ishii uit de doeken wordt gedaan. Een verleden waarin een man in een wit pak een destructieve rol speelt. Met de omkering van de klassieke symbolen maakt Tarantino de cirkel rond.
De yakuzafilm krijgt zijn muzikale tribuut in de vorm van het thema uit Kinji Fukasaku's Battles without honor or humanity. De gierende gitaren, knallende drums en schetterende trompetten injecteren de entree van O-Ren en haar gevolg in het restaurant dat later zal veranderen in een slagveld, met een ongekende dosis adrenaline. Hetzelfde effect wordt behaald met het gespierde soulnummer 'Run Fay run' dat Isaac Hayes schreef voor de Italiaanse blaxploitationfilm Three tough guys/Uomini duri (1974).
Ook op de plekken waar het audiokanaal niet wordt gevuld met directe soundtrackcitaten, zijn de cinematografische verbanden nooit ver weg. Het lieflijke 'The flower of carnage' is bijvoorbeeld geschreven en uitgevoerd door de Japanse filmster Meiko Kaji. En die is vooral bekend van haar vertolking van samoeraiweduwe Lady Snowblood, een directe voorloper van O-Rens in spierwitte kimono gestoken verschijning. Minder subtiel is het gebruik van het als een razende in de rondte tollende trompetthema van tv-show 'The green hornet'. Met O-Rens leger getooid met Kato-maskers en Uma Thurman gestoken in een kanariegeel trainingspak, kon een Bruce Lee-verwijzing niet uitblijven.
En omdat dit per slot van rekening toch een Tarantino-film is, bevat Kill Bill ook weer de nodige muzikale camp. Maar de liedjes zijn, zoals altijd, goed gekozen en hebben zo hun plaats in de verhaalstructuur. Zo dicteert Charlie Feathers met zijn diep zuidelijke rockabilly de sfeer van het onderhoud tussen de sheriff en zijn zoon, die het kerkje onderzoeken waar The Bride is neergeschoten. Meteen bij het openingsshot knipoogt Nancy Sinatra naar dat enige pistoolschot dat in deze verder toch rijkelijk gewelddadige film valt. 'Bang bang (my baby shot me down)' is de meest volledige samenvatting van het drama op Black Mamba's bruiloft dat wie dan ook had kunnen geven. 'He wore black and I wore white / He would always win the fight / Bang bang, he shot me down'.
De enige muzikanten die ook daadwerkelijk in beeld komen zijn de leden van het getatoeëerde meidentrio The 5.6.7.8's. Deze Japanse kruising tussen The Cramps en The Bangles geeft in het House of Blue Leaves het heerlijk hersenloze punksurfnummer 'Woo hoo' (meer tekst is er ook niet) ten beste. Maar Tarantino bewijst dat kitsch altijd nog een graadje erger kan door even later de extreem foute panfluit van Gheorghe Zamfir ten tonele te voeren. Op het soundtrack-album komt 'The Lone Shepherd' (ook wel bekend als 'Thema van de verlaten mijn') gelukkig maar een keer voorbij, maar in de film keert de zoetsappige melodie wel drie keer terug. Tarantino is vast van plan om Zanfir tot de nieuwe George Baker te maken. Laten we hopen dat hij nu minder succesvol is.
(A Band Apart Records)

Edo Dijksterhuis

Naar boven