Verwacht - december 2003, nr 250

Finding Nemo
Finding Nemo is het voorlopige hoogtepunt in de fiascoloze reeks producties van Pixar, het bedrijf dat in 1994 de avondvullende computeranimatie introduceerde. Nadat speelgoed (
Toy story), insecten (A bug's life) en monsters (Monsters, Inc.) overtuigend digitaal tot leven werden gewekt is het nu de beurt aan clownvis Marlin (stem van Albert Brooks), zijn zoon Nemo en de pakweg 3,7 triljoen andere vissen die de oceaan bevolken. Als Nemo wordt gekidnapt door een Australische tandarts die het oranje diertje cadeau wil doen zijn sadistische nichtje is dat het begin van een wanhopige zoektocht. Producent Pixar beklemtoont uitentreuren dat een goed script de basis is voor een goede animatie. Het verhaal van Nemo kent inderdaad meer originaliteit, meer diepgang en meer oprechte emoties dan je verwacht van een animatiefilm. Om Marlins soms neurotische beschermdrang voor zijn zoontje te verklaren wordt de moeder van Nemo al in de openingsscène opgegeten door een barracuda. Stomverbaasd voel je tranen opkomen om een vis die je nog geen twee minuten kent. Maar met Finding Nemo bieden regisseurs Andrew Stanton en Lee Unkrich meer dan alleen een sterke plot. De computeranimaties ogen nog sprankelender en gedetailleerder dan in de vorige Pixar-producties. Ademloos aanschouw je de immer bewegende kieuwen van de visjes, het kolkende en bruisende water, de hele zeeflora met heen en weer wiegende anemonen en schilferende koralen. Ook de kenmerkende Pixar-humor evolueert nog steeds: er gaat geen scène voorbij zonder spitse woordgrappen, satirische verwijzingen, filmische hommages of visuele vondsten. Liefhebbers van thrillerklassiekers komen ruimschoots aan bod: er wordt naar hartelust geknipoogd naar Hitchcock (let op het shot voordat de meeuwen aanvallen), Jaws (de haai Bruce is vernoemd naar de kunsthaai op de set van Spielbergs meesterwerk) en Stanley Kubricks The shining. Ook al heeft het Pixar-team ditmaal afgezien van de illustere 'bloopers' die de aftitelingen van Toy story 2, A bug's life en Monsters, Inc. de moeite van het uitzitten zo waard maakten: blijf toch vooral kijken tot na de credits. Al is het maar om mee te kunnen praten met de uitverkorenen die wel de onverwachte laatste grap hebben gezien. (Te zien vanaf 27 november)
Robbert Blokland


Wallah be
Aksel wil moslim worden. Moslims zien er cool uit. Al heeft het meisje Fatima met wie hij noodgedwongen zijn zomervakantie in de buitenschoolse opvang doorbrengt daar vast ook iets mee te maken. Maar hoe word je moslim in Denemarken? Met dit bizarre en schattige uitgangspunt maakte debuterend regisseuse Pia Bovin onder Lars von Triers Zentropa-vlag een aanstekelijke jeugdfilm. Wallah be geeft ongetwijfeld een zeer geflatteerd beeld van moslims in Denemarken. Op een paar kleine eigenaardigheden na zijn ze zeer geassimileerd. Dus dat hij geen gehaktballetjes meer mag eten, daar komt Aksel ook wel overheen. De toon van de film is optimistisch. Zoals in de meeste Scandinavische familiefilms staat de veerkracht van kinderen centraal. Als Aksel met Fatima en de hoogblonde Annika op weg naar huis een zwerfhond tegenkomt, dan ontspint zich de volgende, karakteristieke scène. Aksel steekt zijn hand uit om het dier te aaien. Annika mag de hond niet aanraken omdat haar moeder allergisch is, Fatima niet omdat ze moslim is. Beteuterd dreigen de kinderen af te druipen. Tot Fatima een rekkelijke oplossing bedenkt: goede moslims behoren wél een wezen in nood te helpen. De drie kinderen betuttelen de hond dat het een aard heeft. Nee, fundamentalisme speelt hier geen rol, zelfs de voorbij wandelende iman knijpt een oogje dicht. Toch is de film niet vals idealistisch of moraliserend. Hij huldigt eenvoudigweg een kinderperspectief, waarin voor alles een creatieve oplossing denkbaar is. (Te zien vanaf 11 december)
Dana Linssen

Wallah be: Rekkelijke kinderen.


Jeux d'enfants opent met een opsomming van allerlei zaken waar de jeugdige hoofdpersoon wel en niet van houdt. Even laat debuterend regisseur Yann Samuell je hiermee denken dat je bent beland in de dromerige wereld van Amélie Poulain. Ook de flitsende zoomshots en de af en toe bijna theatrale stilering roepen herinneringen op aan de filmhuiskraker van zijn landgenoot Jean-Pierre Jeunet, maar al gauw slaat de als tekenaar en animator geschoolde Samuell een heel andere koers in. Het verhaal over twee kinderen die elkaar voortdurend uitdagen om gevaarlijke opdrachten uit te voeren oogt aanvankelijk vooral speels, maar hun amour fou krijgt allengs een grimmiger karakter. Vooral als de volwassen geworden hoofdpersonen volharden in het spelen van bizarre spelletjes, bekruipt je als kijker steeds meer het gevoel dat je zit te kijken naar de virtuoos in beeld gebrachte lotgevallen van twee ernstig gestoorde mensen - maar dan gezien door de roze bril van de gestoorden zelf. Het is dan ook geen toeval dat op de geluidsband voortdurend variaties zijn te horen op Édith Piafs toepasselijke chanson 'La vie en rose'. (Te zien vanaf 20 november)

Jeux d'enfants: Gestoorden met roze bril.


The event werd geschreven, geregisseerd en geproduceerd door Canadees Thom Fitzgerald, die zich eerder profileerde met het fraai gestileerde uit-de-kast-drama The hanging garden en het in gay-kringen populaire docudrama Beefcake. Het thrillerachtige The event speelt zich af in een New-Yorkse homogemeenschap, die getroffen wordt door raadselachtige sterfgevallen. Voormalig indie-queen Parker Posey speelt een openbaar aanklager die van plan is om koste wat kost iemand voor deze doden verantwoordelijk te stellen. Fitzgerald grijpt het misdaadonderzoek aan om maatschappelijke problemen aan te snijden zoals euthanasie en de voortdurende strijd tegen het aids-virus. De waardering voor The event loopt uiteen: het filmblad Eye Weekly uit Toronto vergeleek de film met "the worst-ever episode of Law & Order", maar de geduchte internet-critica die zich The Flick Filosopher noemt toonde juist zich geroerd door deze "buitengewone kleine film". (Te zien vanaf 27 november)

The event: Don McKellar en Olympia Dukakis.


Master and commander: The far side of the world is het nieuwe werkstuk van Peter Weir, van wie wij sinds de alom bejubelde meta-reality-soap The Truman show niets meer mochten vernemen. Nu is duidelijk waarom: voor het historische zeebonkendrama kon hij beschikken over een budget van maar liefst 135 miljoen dollar, en zo'n bedrag jaag je er natuurlijk niet op een verloren achternamiddag door heen. Het budget stond de naar Hollywood uitgeweken Australiër toe om Russell Crowe in te huren als de duurbetaalde ster in een verder vooral door Britse karakteracteurs bezet zee-epos. Volgens het roddelcircuit voerde Crowe alleen al $ 150.000 aan kapperskosten op, omdat hij voortdurend zijn favoriete coiffeuse uit Sydney liet overvliegen voor bijpunten en kleurspoelinkjes. Als Engelse houwdegen schuimt Crowe in 1805 de wereldzeeën af met zijn zwaar bewapende oorlogsschip HMS Surprise, om een beruchte Franse piraat te verrassen en tot zinken te brengen. Net als in zijn indringende WOI-drama Gallipoli besteedde de notoire perfectionist Weir veel aandacht aan de zo levensecht mogelijke historische detaillering. Wanneer de kanonnen bulderen is het volgens ooggetuigen net alsof je zelf middenin een zeeslag zit. Even imposant is naar verluidt de hevige storm die Crowe en zijn mannen in de problemen brengt. Wie bij dit natuurgeweld een gevoel van déjà vú niet kan onderdrukken, heeft waarschijnlijk Titanic of Pearl Harbor gezien. Die films werden namelijk in dezelfde Mexicaanse waterstudio gedraaid. (Te zien vanaf 27 november)


S.W.A.T. staat voor Special Weapons And Tactics, een paramilitaire afdeling van de L.A.P.D., wat zoals bekend staat voor Los Angeles Police Department. Hoofdrollen in deze actiefilm worden gespeeld door Samuel L. Jackson, bij wie de L. staat voor 'Leroy' en door rapper LL Cool J, wiens artiestennaam een afkorting blijkt te zijn van 'James Todd Smith'. De als speelfilmregisseur debuterende Clark Johnson stuurt de als commando's getrainde supersmerissen samen met hun collega's Michelle Rodriguez en Colin Farrell op pad om de beraamde ontsnapping van een bloedlinke drugsbaron te verhinderen. Zoals je van een gelikte Hollywoodse formulefilm mag verwachten gaat dat gepaard met een respectabel aantal vuurgevechten en talloze harde knallen. Gelukkig maar, want anders waren al die Speciale Wapens En Tactieken helemaal voor niets geweest. (Te zien vanaf 4 december)

S.W.A.T.-sweat.


Looney tunes: Back in action wekt vooral de nieuwsgierigheid omdat deze combinatie van cartoons en real live action geregisseerd werd door Joe Dante, die met films als Gremlins en Small soldiers bewees dat hij in staat is om een originele draai te geven aan schijnbaar gewone genrefilms. Dante wilde met zijn Looney Tunes-film vooral afrekenen met Space jam, het Michael Jordan-vehikel waarin volgens hem de karakters van Bugs Bunny, Daffy Duck, Tweety en Marvin The Martian volstrekt niet tot hun recht kwamen. In de 'Anti-Space Jam-movie' heeft Daffy schoon genoeg van de populariteit van aartsrivaal Bugs. De eend besluit de boel de boel te laten, om zich in gezelschap van stuntman Brendan Fraser in een reeks dolle avonturen te storten. De beroemde cartoonfiguurtjes worden geflankeerd door een op papier heel aardig vlees-en-bloed-ensemble met Jenna Elfman, Timothy Dalton, Steve Martin, Heather Locklear en Joan Cusack. (Te zien vanaf 10 december)

Fritz de Jong

Naar boven