Verwacht - januari 2004, nr 251

Kopps
Josef Fares verhuisde op tienjarige leeftijd van Libanon naar Zweden. Later werd hij daar de jongste student ooit aan de nationale Filmacademie, en drie jaar geleden was zijn multiculturele-misverstandenklucht
Jalla! Jalla! een van de publieksfavorieten op het Filmfestival Rotterdam. Zijn tweede, de melige actiekomedie Kopps, werd daar vorig jaar een stuk lauwer ontvangen.
Kopps zijn de agenten van het doodstille dorp Högboträsk. Ze kaarten, helpen een ontsnapte koe thuis te komen, eten een rare Zweedse hotdog-wafel, en nog een, en nog een. Het is er zo veilig dat van hoger hand wordt uitgevaardigd dat het dorp het wel zonder politiekorps af kan. Dan besluiten de cops eigenhandig de misdaadstatistieken op te krikken door grote stadsproblemen in het dorp te introduceren: ze trappen een prullenbak kapot, en bombarderen de lokale zatlap tot winkeldief. Inderdaad, de cijfers schieten omhoog. Als de hotdog-snackkar, centrum van het dorp én ijkpunt in het dienstrooster, per ongeluk in de fik vliegt loopt het plan gierend uit de hand. Josefs broer Fares Fares, de machtigste neus van Scandinavië, speelt opnieuw een sympatiek-onhandige hoofdrol, net als in Jalla! Jalla! Door een combinatie van goeiigheid en lafheid laat hij zich in een gearrangeerd huwelijk praten. Maar de show wordt gestolen door Benny (Torkel Petersson), getooid met stoer weerspiegelende zonnebril die hij kent van Amerikaanse cop shows. Benny droomt hartstochtelijk over een politiecarrière van Die hard en Matrix-achtige proporties. Zijn fantasieën worden verbeeld in zeer gelikte special-effectscènes waarin de kogels in slow motion door het Zweedse naaldwoud zweven. De realiteit in Högboträsk is echter anders: in zijn vrije tijd breit Benny zweetbandjes voor zijn collega's. (Te zien vanaf 18 december) Rik Herder

Kopps: Die hard in Zweden.


Elf gaat over hele andere elfen dan de nobele wezens die we kennen uit Lord of the rings. De elfen in de komedie van zelfbenoemde grapjas Jon Favreau zijn eerder een soort kabouters die de Kerstman helpen met het maken van speelgoed en inpakken van pakjes. Als Santa op een dag per ongeluk een mensenbaby meeneemt uit een weeshuis voeden de vlijtige baasjes hem op als een van hen, zelfs al valt nauwelijks te verhullen dat lange lat Will Ferrel uit een heel ander nest moet komen. Als Ferrel in zijn groene elfenpakje in New York belandt om op zoek te gaan naar zijn biologische vader, de cynische kinderboekuitgever James Caan, levert dat de nodige botsingen op tussen elfse gebruiken en de harde mensenwereld, die blijkt te lijden onder een tekort aan 'Christmas spirit'. Amerikaanse critici omarmden de film samen met het massaal toestromende publiek, wat vermoedelijk samenhangt met de warme gevoelens die ze aan de overkant van de oceaan koesteren voor Santa Claus en zijn rendieren. (Te zien vanaf 18 december)


Pietje Bell II: De jacht op de tsarenkroon bereikt de bioscoop al een jaar na de lucratieve voorganger. Dat zou kunnen duiden op een overmaat aan inspiratie bij scenariste en regisseuse Maria Peters, maar ook op haast om de koe uit melken nu de nostalgische golf in de vaderlandse familiefilm over zijn hoogtepunt lijkt heen te zijn: zowel Kees de Jongen als Pipo en de p-p-parelridder deden het teleurstellend aan de kassa. Opnieuw speelt Quinten Schram de dekselse kwajongen, die zijn publiek met een sneeuwballengevecht meteen in de juiste winterse sferen probeert te brengen. (Te zien vanaf 18 december)

Ook Pietje Bell heeft cijfer achter zijn naam.


Scary movie 3 boezemt bij voorbaat al angst in, als we lezen dat deze klucht geregisseerd is door David Zucker. In zijn hoogtijdagen was Zucker samen met broer Jerry en vriend Jim Abrahams verantwoordelijk voor de geïnspireerde grappenbombardementen Airplane en The naked gun. Inmiddels kan hij geen grap meer onderscheiden van een bezemsteel en zijn de laagtijdagen van de filmmaker een feit, met als voorlopig dieptepunt de recent uitgebrachte klucht My boss's daughter. De toch al niet hoogstaande serie Scary movie wordt door Zucker 'verrijkt' met fantasieloze parodieën op Eminems 8 Mile, de horrorfilm The ring en M. Night Shyamalans Signs. Er blijkt een publiek voor te zijn: de film is dubbel uit de kosten, en een wederom door Zucker te regisseren aflevering 4 staat alweer in de steigers. (Te zien vanaf 18 december)


Calendar girls zijn het vrouwelijke antwoord op The full monty. In navolging van de Engelse arbeiders die zich lieten omscholen tot Chippendales, laten Helen Mirren en Julie Walters zich als plattelandsvrouwen fotograferen in pin-up standjes. Regisseur Nigel Cole portretteerde eerder al eens een ondeugende dame in de olijke cannabiskomedie Saving Grace, en kan zich ditmaal beroepen op het feit dat zijn film gebaseerd is op een waargebeurd verhaal. In 1999 besloten enkele dames uit Yorkshire om zich beschaafd naakt te laten afbeelden op een kalender, om uit de verkoop de verbouwing van een ziekenhuisvleugel te financieren. De kalender groeide uit tot zo'n enorm succesverhaal, dat een verfilming niet kon uitblijven. Misschien is zo'n liefdadigheidskalender wel een ideetje voor minister De Geus, ter financiering van zijn Robin Hood Rekening. (Te zien vanaf 8 januari)


The last samurai voert Tom Cruise op als een negentiende-eeuwse Amerikaan die wordt ingehuurd om het Japanse leger vuurwapentraining te geven, zodat de soldaten korte metten kunnen maken met opstandige samoeraistrijders. Wanneer hij in handen valt van de trotse ridders moet Cruise concluderen dat hij aan de verkeerde kant gevochten heeft, net zoals hij eerder aan de verkeerde kant vocht tegen de indianen in zijn eigen land. De Amerikaan maakt zich de tradities en erecode van de samoerai eigen, en zet zich alsnog in voor hun goede zaak. Regisseur Edward Zwick laat na het westernepos Legends of the fall opnieuw zien dat hij in staat is om een groots opgezet drama af te leveren, dat gezien de strategische eindejaarsrelease kansrijk wordt geacht voor de Oscars. (Te zien vanaf 8 januari)


Underworld oogt als een duistere, opgerekte reclamespot, wat niet verwonderlijk is als je bedenkt dat Amerikaan Len Wiseman lange tijd de kost verdiende als regisseur van commercials en videoclips. Voor zijn gothic vormgegeven speelfilmdebuut hees hij zijn Engelse verloofde Kate Beckinsale in een strak sluitend kruippakje, om als vampier de strijd aan te gaan met een bende weerwolven. Het verhaal is een potsierlijk allegaartje van verschillende mythologieën over de Creaturen der Nacht, maar de aankleding mag er wezen, en de naar The matrix lonkende luchtballetten zijn in ieder geval niet saai. Het grootste bezwaar is eigenlijk wel dat je na twee uur in het donker nog steeds het gevoel hebt dat je naar een trailer zit te kijken. Wiseman weet hoe hij een scène moet openen, steeds weer en steeds weer, maar van dramatische opbouw heeft hij geen kaas gegeten. (Te zien vanaf 15 januari)

Nachtdieren in Underworld.


The fighting temptations koppelt lachebekje Cuba Gooding jr. aan popdiva Beyoncé Knowles in een romantische komedie met stichtelijke ondertonen. De voorvrouw van Destiny's Child mag haar zangkunsten veelvuldig botvieren als een zangeres die door een New Yorks gospelkoor wordt geweerd omdat ze tevens zingt in een nachtclub. Als losbol Gooding jr. leiding gaat geven aan het koor, om zodoende een erfenis veilig te stellen, mag Beyoncé wel meedoen. Natuurlijk laat de van de lichte kost als The whole nine yards bekende Jonathan Lynn warme gevoelens over en weer ontstaan, terwijl de hoofdpersonen de nodige wijze lessen leren. Toch zijn de zangcapriolen van Knowles en haar koor de voornaamste trekpleister. (Te zien vanaf 15 januari)


Mona Lisa smile speelt zich af in een Amerikaans studentenmilieu in de jaren vijftig. Julia Roberts - die als de beste kan glimlachen, maar nooit zoals Mona Lisa - speelt een eigenzinnige juf kunstgeschiedenis, die haar pupillen op een vrouwenschool probeert duidelijk te maken dat er meer in het leven is dan trouwen met een rijke knappe vent. Net als in het verwante Dead poets society stuit deze nieuwlichterij op de nodige weerstand, maar echt dramatische gevolgen blijven uit omdat Four weddings and a funeral-regisseur Mike Newell de toon toch vooral zo luchtig mogelijk probeert te houden. Met Kirsten Dunst, Julia Stiles, Marcia Gay Harden en Maggie Gyllenhaal heeft de Engelse filmmaker in ieder geval een fijne club actrices in huis gehaald. (Te zien vanaf 22 januari)

Fritz de Jong


The emperor's wife is het bewijs dat ambitie Julien Vrebos niet ontzegd kan worden (na zijn politieke drama Le bal masqué, dat ook al niet mocht gaan waarover het ging, namelijk de Bende van Nijvel). Het mooi-filosofische scenario is van de hand van Paul Ruven, die in de Filmkrant eens schreef dat een filmmaker zelf wel weet wat er mis is met zijn film, en dat hij liever een "goed gedaan jochie" hoort. Maar wat Vrebos goed gedaan heeft is moeilijk te duiden in deze excentrieke en extreem gestileerde fabel over een keizer die na zeven kinderloze huwelijksjaren een nieuwe gemalin moet zoeken uit een van zijn zeven provinciën. Het is een archaïsch verhaal in een nostalgisch-futuristisch-fascistische setting, vol slapeloze mensen, met rode, dode ogen. Het sounddesign is overvol van kreunende bastonen en het slijpen van water, wat het keizerrijk van binnenuit aantast en verrot. Er staat 1963 op het nummerbord van een Bentley, die als hij rijdt het geluid van een ruimteschip maakt. De hoofdpersonen worstelen met wetten, gehoorzaamheid en tirannie, in één en hetzelfde doorlopende slome tempo. Uiterlijk, ijdel, decadent is deze film, die misschien als verdienste heeft dat ik deze beelden onthouden heb, maar verder niets gevoeld of beleefd. (Te zien vanaf 15 januari)
Dana Linssen

Zoeken naar The emperor's wife.

Naar boven