Februari 2004, nr 252

Samoerai-films

Het kruidendrankje van de vechtkunstfanaten

Zwaarden en dolken worden momenteel geprefereerd worden boven kogels en kanonnen, zo blijkt uit de bijna gelijktijdige uitbreng van Zatoichi, The last samurai, The seven samurai, Kill Bill - Vol. 1, Hero en Fighting fish. Samoerai moet wel zoiets betekenen als los komen van de aarde.

Takeshi Kitano als blonde Zatoichi.

Het is niet eens zo lang geleden dat ik Takeshi Kitano's Zatoichi zag, een paar maanden terug, bij de Europese première in Venetië. Toch kan ik me van het verhaaltje vrijwel niets herinneren, alleen maar flarden van een dorpje met een kroeg waar gegokt wordt en waar een blinde zwaardvechter zijn entree maakt. Hij is gearriveerd om orde op zaken te stellen. Er zijn moorden gepleegd, en Zatoichi, zoals de blinde zwaardvechter heet, zal de onderste steen boven halen.
Het is een verhaaltje dat al duizenden keren is verteld, vooral in westerns, met pistolen en paarden, en een eenzame held. Het draait om bloed en wraak. En om eergevoel en gerechtigheid. Wat ik me wel heel goed kan herinneren zijn de boeren op het land die ritmisch de grond bewerken en de opmaat vormen tot de verrassende musical die Zatoichi in wezen is, culminerend in een schitterend tapdance-ballet op houten slippers. Ook al dwalen je gedachten bij het verhaaltje af, je zult in opperste euforie de zaal verlaten. Een samoerai-musical zie je niet elke dag.
Wat me ook is bijgebleven is de aanwezigheid van Takeshi Kitano als de zwaardvechter. Hij speelt hem niet alleen blind, maar ook blond. Het is een absurd gezicht. Kitano is een zwaardvechtende samoerai om niet licht te vergeten, ogen neergeslagen, oren gespitst. En als Kitano bij de première in Venetië doodgemoedereerd met dezelfde blonde coupe zijn rondgang maakt, gecamoufleerd door Japanners in strakke, zwarte pakken, zie ik dat hij plezier heeft in het spel. Hij wil voor het oog van de wereld nog best even in de rol van Zatoichi blijven, de populaire Japanse held die vertrouwend op zijn oren de status van meesterzwaardvechter heeft verworven. Kitano is in zijn eigen samoerai-film zelfs behendiger dan in Nagisa Oshima's
Gohatto, waarin hij met één enkele zwaardslag een kersenboom in volle bloei velde.

Zwaar lichaam
Het zijn gestileerde geweldsuitbarstingen waarvoor de Japanse yakuza en de Japanse samoerai zich eigenlijk even goed lenen. Maar anders dan de yakuza die in Kitano's eerste bloederige genre-exercities Violent cop en Sonatine goed was voor de meest wonderlijke kogelballetten, levert de samoerai met zijn glanzende zwaard en geheimzinnige erecodes ook mystieke kwaliteiten. Jim Jarmusch ging er fraai mee aan de haal in Ghost Dog: the way of the samurai. Ghost Dog is een professionele, voornamelijk zwijgende killer die zich in zijn dagelijkse leven laat leiden door oude samoerai-teksten, die door Jarmusch zelfs als een soort tussentitels in beeld worden gebracht. Op het moment dat een Italiaanse maffafamilie zijn codes overtreedt, komt Ghost Dog in actie, als een echte samoerai. Het grote, zware lichaam van Forest Whitaker wordt opeens zo licht als een veertje, en het scheelt niet veel of hij vliegt weg op de rappende klanken van RZA, de oprichter van de befaamde Wu Tang Clan. Zou het toeval zijn dat Quentin Tarantino voor zijn samoerai-ode, Kill Bill - Vol. 1, dezelfde RZA in de arm nam en Uma Thurman liet vliegen en in een mum van tijd de ingewikkelde Japanse taal en de ingewikkelde Japanse zwaardvechterstechnieken liet beheersen? Samoerai moet dan wel zoiets betekenen als los komen van de aarde.
Zo'n twee decennia geleden dwaalde ik mee met Richard Chamberlain die na een schipbreuk voor de Japanse kust werd opgenomen in de gewoonten en gebruiken van dat vreemde land. Ik herinner me Shogun als een fantastische televisieserie. Ik wist toen nog niet dat er zoiets bestond als een westerse hang naar oosterse mystiek, en dat die andere Shogun-held Toshiro Mifune in de moeder aller samoerai-films had gespeeld. Nu Tom Cruise zich in The last samurai gewillig laat bekeren van een schietgrage Amerikaanse legerkapitein tot een keurig rijstetende, rokdragende zwaardvechter, keert Toshiro Mifune terug in Akira Kurosawa's The seven samurai, de moeder dus, die over enkele weken opnieuw wordt uitgebracht in de bioscoop.

Fighting fish in het Rotterdamse Chinatown.

Machine
Dat zwaarden en dolken momenteel geprefereerd worden boven kogels en kanonnen, is misschien eenvoudig terug te voeren tot het succes van Crouching tiger, hidden dragon waarin de Chinese acrobatiek van met name vrouwelijke zwaardvechters ook de grote bioscoopzalen op zijn kop zette. Het zwaardvechten is met al zijn puur fysieke kwaliteiten dan blijkbaar ook nobeler dan het afvuren van een kogel. Dat is de les die Tom Cruise ons in The last samurai graag wil meegeven. Mens versus machine.
Maar ergens herinnert deze samoerai-golf me ook aan de Tibet-films die een paar jaar geleden overal opdoken. Martin Scorsese leverde met Kundun een meditatief portret van de Dalai Lama van kind tot volwassene, om zijn hardcore fans teleur te stellen met een politiek-correcte les in geweldloosheid. Tegelijkertijd met de documentaires Die Salzmänner von Tibet en Knowledge of healing, zagen we Brad Pitt in actie in Seven years in Tibet, wandelend door de Himalaya en op bezoek in de verboden, heilige stad. De inkeer die Brad Pitt beleefde bij zijn ontmoeting met de jonge Dalai Lama, beleeft Tom Cruise bij zijn confrontatie met 'the last samurai'. En het is misschien raar om de geweldloosheid predikende Dalai Lama en de in volle krijgsuitrusting uitrukkende samoerai, in wezen gewoon een krijger, op één lijn te scharen, maar de eerbied waarmee beiden worden bejegend, is hetzelfde.
In die zin is de samoerai het kruidendrankje of, om in de juiste terminologie te blijven, de ayurveda van de vechtkunstfanaten. De vorm is anders, de medicinale, misschien wel religieuze connotaties zijn hetzelfde. Ben benieuwd hoe de Hollandse vechtkunstfilm Fighting fish, gesitueerd in het Chinatown van Rotterdam, zijn heelkunst zal verspreiden.

Belinda van de Graaf

Zatoichi is op woensdag 21 januari de openingsfilm van het 33ste International Film Festival Rotterdam, en verschijnt op 5 februari in de bioscoop.
Fighting Fish is ook te zien op het Filmfestival Rotterdam, en verschijnt op 29 januari in de bioscoop.
Kill Bill - Vol. 2 verschijnt op 25 maart in de bioscoop.
De re-issue van Akira Kurosawa's The seven samurai verschijnt op 18 maart in de bioscoop.
Kill Bill - Vol. 1 en The last samurai draaien op dit moment in de bioscoop.
De martial arts-film Hero van Zhang Yimou is te zien vanaf 29 januari.


Zatoichi

Bloed aan de handen

In het Westen geniet hij nauwelijks bekendheid, maar in Japan is Zatoichi een begrip. Een korte levensgeschiedenis van deze blinde zwaardvechter, die voornamelijk de kost verdient met gokpartijen.

Kitano's musicalversie van Zatoichi.

Vanaf 1962 tot 1973 verschenen er maar liefst 25 speelfilms met Zatoichi, hoofdzakelijk uit de Daiei-studio's, waarin de enorm populaire blinde zwaardvechter allerlei avonturen beleeft. In 1988 verscheen nog een nakomertje dat net als Takeshi Kitano's versie simpelweg Zatoichi werd gedoopt, en er werd ook nog een tv-serie gemaakt. Acteur Shintaro Katsu (1931-1997) maakte zichzelf onsterfelijk in de titelrol en op het hoogtepunt van de serie werd er elke paar maanden een nieuwe film uitgebracht. In zijn portret van de lijvige blinde masseur Zatoichi ('Blinde meneer Ichi') die voornamelijk de kost verdient met gokpartijen, is Katsu volledig geloofwaardig met zijn vreemde motoriek, komische mimiek en natuurlijk briljante zwaardvechtkunst. Bovendien ogen de films fraai: de meeste zijn geschoten in het 1:2,35 Daieiscope-formaat, de kleuren spatten van het doek en begenadigde stilisten als Kenji Misumi en Kimiyoshi Yasuda zaten in de regiestoel.
Het zwaardvechten stond in het begin van de serie zoals in de delen Zatoichi story (1962) en Zatoichi: Million dollar neck (1964) nog niet garant voor extreem bloedvergieten, maar de reeks werd steeds gewelddadiger en nam steeds excentriekere vormen aan. Zatoichi vertrouwt op zijn ultra-precieze gehoor (waarbij vaak wordt ingezoomd op zijn oorschelpen) dat hem in staat stelt dingen te 'zien' die voor niet-gehandicapte mensen verborgen blijven. In de serie wordt inventief gebruik gemaakt van het sound design, bijvoorbeeld door het verschijnen van een wild spelende drumband, die de aanval van een groep samoerai's op Zatoichi dient te verhullen.

IJdelheid
Zatoichi is een in principe vreedzaam en komisch baasje, maar wordt voortdurend gedwongen de zwaarden te kruisen met ongure types en jaloerse mannen die hij tijdens een potje dobbelen zwaar heeft ingemaakt. Superster Katsu, die een steeds grotere hand in de producties kreeg en tenslotte de regie op zich nam, bracht steeds meer nuances in zijn personage aan om de films interessant te houden. Zo wordt soms ook zijn duistere kant zichtbaar, blijkt dat ijdelheid hem niet vreemd is, heeft hij een zwak voor weduwen en plaatst hij melancholieke kanttekeningen bij zijn voortdurende rondreis door een vijandig Japan, een tocht die hij al als kind heeft aangevangen. En het voortdurende moorden laat hem niet onbewogen, zo blijkt uit Zatoichi meets Yojimbo (1970, met Toshiro Mifune), wanneer hij triest opmerkt: "Once more my hands are stained with blood."
Voor Takeshi Kitano's versie stond Zatoichi al model voor de krankzinnige spaghetti-western Blindman (1970, met Ringo Starr) en het wat meer conventionele Blind fury (Phillip Noyce, 1989), met Rutger Hauer als blonde blinde held. In Japan werd een soortgelijke filmserie met een vrouw in de hoofdrol geproduceerd: Crimson bat, met een zwaardvechtster die gruwelijk huishoudt. De Zatoichi-films zijn lange tijd buiten Japan moeilijk vindbaar geweest, maar intussen zijn er al twaalf delen op dvd uitgebracht, die via een webbezoekje met creditcard te bestellen zijn.

Mike Lebbing

Naar boven