Juni 2004, nr 256

Franse filmzomer

Wachten op de revolutie

Geen gebrek aan Franse films deze zomer in de filmtheaters. Alleen distributeur A-Film zorgt onder de noemer Tour de France al voor zeven titels. We zijn blij met de aandacht voor Frankrijk, maar waarom krijgen we de echt interessante films niet te zien?

Pas sur la bouche! Franse cinema anno 2004.

In de competitie van het Filmfestival Cannes streed regisseur Olivier Assayas dit jaar mee met de film Clean. Als u dit leest, weet u of hij in de prijzen is gevallen met het drama over een van de drugs afgekickte vrouw, die vecht voor het recht om haar zoon zelf op te voeden. Twee jaar geleden was Assayas in Cannes met de thriller Demonlover. De ambitieuze film speelt in de hightech zakenwereld, waarin twee mediaconglomoraten strijd leveren om de audiovisuele rechten op een Japans pornografisch stripverhaal. Het gevecht ontaardt in een strijd op leven en dood. Het geeft Assayas de kans de immoraliteit van het moderne zakenleven te bekritiseren. Het kan niemand iets schelen waarmee geld verdiend wordt. In de sociale gevolgen is men niet geïnteresseerd. Is er vraag naar extreem gewelddadige pornografie? Dan leveren we dat. Dat het verknipte jongeren oplevert? Niet onze zorg. Demonlover is ijskoud als een gletsjer, maar ook chaotisch als een brainstormsessie. De film zit barstensvol aanzetten tot interessante gedachten en ideeën, maar het ontbreekt aan een coherente visie. Omdat Demonlover niet zomaar een mislukking maar een intrigerende mislukking was, werd hij toch geselecteerd voor het festival van Cannes. In Nederland zag niemand brood in de film, zodat hij hier in de bioscoop niet te zien is geweest. Zo springen we dus om met een van de interessantste Franse filmmakers van de jaren negentig. Wie in Nederland de artistieke ontwikkeling van Assayas wil volgen, is aangewezen op video en dvd.

Mokerslag
Dvd en video moeten uitkomst bieden bij meer Franse filmmakers. Philippe Grandrieux' debuutfilm
Sombre draaide zes jaar geleden in Nederland, maar zijn tweede film La vie nouvelle kregen we niet te zien. In dit geval bezat een Nederlandse distributeur (Paradiso Films) de rechten, maar de film werd toch niet uitgebracht. Men zag geen rinkelende kassa voor zich en borg de film op. Een Nederlandse video- of dvd-uitbreng kon er tot nu toe ook niet vanaf. Ook in dit geval wordt ons het werk van een interessante filmmaker onthouden. Grandrieux' stilistische radicalisme laat zich vergelijken met dat van Gaspar Noé. Dat Noé's mokerslag Irréversible wel in Nederland werd uitgebracht is een wondertje. Dat de film twaalfduizend bezoekers trok, maar in Frankrijk zeshonderdduizend illustreert het verschil in filmklimaat. In Frankrijk is een publiek voor radicale films, die in Nederland op dorre bodem vallen. Dat filmtheaters aarzelden om Bruno Dumonts Twentynine Palms uit te brengen, laat zien dat de bodem steeds schraler wordt. Het is een zichzelf versterkend proces: omdat het publiek steeds minder radicale films krijgt te zien, raakt het er steeds meer van vervreemd. Het sluipende proces eindigt bij een cinema zonder controversiële films. De dood in de pot.
Tussen het werk van Dumont, Grandrieux en Noé bestaan grote verschillen, maar er is één belangrijke overeenkomst. Alle drie gooien ze de psychologie overboord. Ze willen de cinema bevrijden van de dwang om het gedrag van personages psychologisch te duiden. Zoals Grandrieux het zei in een interview: "De grootste breuk met de conventionele cinema is de manier waarop La vie nouvelle is ontworpen. Het ging me om intensiteit en niet om psychologische relaties. Mijn droom is het maken van een volledige 'Spinozaïstische' film, een film gebaseerd op ethische categorieën als woede, vreugde en trots. Elk van deze categorieën moet pure sensaties teweeg brengen; een constante beweging van emoties en gevoelens." De afkeer van Grandrieux en andere radicale filmmakers van de psychologie komt voort uit zijn dominante positie. De psychologie neemt in de cinema een even belangrijke plaats in als God in religies. Zoals gelovigen altijd en overal de hand van God zien, zo interpreteren conventionele filmmakers elk menselijk gedrag in psychologische termen. Hoe onbegrijpelijk menselijk gedrag ook is, de meeste filmmakers hebben altijd een psychologische verklaring paraat. Het is deze geruststellende leugen die radicale filmmakers ontmaskeren. Zij pleiten voor een fysieke cinema, die geen antwoorden geeft, maar ontregelt.

Psychologische bijsluiter
Terug naar Assayas, die vorig jaar toen hij te gast was op het filmfestival in Rotterdam een interessante opmerking maakte. In het hol van de leeuw betitelde hij de kritiek op Hollywood vanuit de wereld van de artfilm als gemakzuchtig. Natuurlijk ontging het hem niet dat Hollywood een stroom aan voorspelbare formulefilms produceert, maar het zorgt ook voor nieuwe impulsen. Hij noemde onder andere Steven Soderbergh en Spike Jonze als filmmakers die opwindende films maken. Opwinding was niet het woord dat bij hem opkwam als hij aan de artfilm dacht. Veertig jaar geleden stonden artfilmers in de frontlinie van de cinema, maar nu vormen ze de conservatieve achterhoede. In vier decennia hebben nauwelijks vernieuwingen plaatsgevonden. De gangbare artfilm vertelt een verhaal van a naar z met als bijsluiter een psychologische verklaring, die alles gladstrijkt. Het is kort door de bocht, maar heeft Assayas ongelijk? De artcinema is te vaak een in zichzelf gekeerde wereld, die zich afsluit voor vernieuwing. Filmmakers als Grandrieux, Dumont en Noé worden nauwelijks serieus genomen. Het zijn feestverstoorders: moet dat nu, die barbaarse films?
De strijd binnen de artfilm wordt nergens heviger gestreden dan in Frankrijk. Logisch, want alleen in Frankrijk vormt de artfilm een serieuze stroming. Overal worden artfilms gemaakt, maar alleen in Frankrijk zoveel, dat een richtingenstrijd en een generatiegevecht konden ontbranden. Een cinéma de papa kan alleen worden bestreden als er een cinéma de papa is. Dat is het geval in de Franse artfilm, want daar heeft de oude filmgeneratie de touwtjes nog stevig in handen. Terwijl jonge regisseurs met genrefilms succesvol debuteren (vorige maand stonden drie debuutfilms in de Franse top tien), drukken de erfgenamen van de Nouvelle Vague nog steeds hun stempel op de artfilm. Tot verdriet van François Ozon (8 femmes), die vindt dat de post-Nouvelle Vague regisseurs overschat worden. Twee jaar geleden wond hij er zich tegenover ondergetekende stevig over op. "Filmmakers als Patrice Leconte, Bertrand Tavernier en Bertrand Blier voelen het gewicht van de Nouvelle Vague op hun schouders, maar missen het geniale van Truffaut of Chabrol. Ze kennen het filmambacht, maar zijn geen grote regisseurs. Omdat ze dat niet willen inzien, voelen ze zich altijd miskend. Ik voel met hen geen enkele verwantschap, maar wel met filmmakers als Claire Denis, Gaspard Noé en Bruno Dumont. Ik hou van filmmakers die nieuwe wegen zoeken."
Nieuwe wegen zult u deze zomer niet aantreffen onder de Franse films in de filmtheaters. U moet het doen met een kabbelend stroompje, waarin Bruno Dumonts Twentynine Palms als een massief rotsblok ligt. We wachten op een nieuwe Franse Revolutie.

Jos van der Burg


De films:

Confidences trop intimes
Ha, daar is hij weer: de inmiddels 57-jarige Patrice Leconte. Bijna elk jaar maakt hij een film, waarbij altijd de woorden charmant en elegant vallen. Ook het adjectief ambachtelijk wordt door critici nogal eens gebruikt. Kortom, Leconte maakt films waaraan niemand aanstoot neemt, maar ook niet door in vuur en vlam raakt. Confidences trop intimes past naadloos in Lecontes kabbelende oeuvre. De film voert een vrouw op met huwelijksproblemen, die een belastingadviseur aanziet voor een psychiater. Ook als ze achter haar vergissing komt, blijft ze hem bezoeken. Waarom? Wat wil ze bereiken? Heeft ze zich wel vergist? Sandrine Bonnaire en Fabrice Luchini spelen het pokerspel bekwaam uit, maar tot opwinding leidt het niet. De twee personages verkeren in een vormelijke werkelijkheid, die aan saaie Franse provinciesteden doet denken. Met de intieme confidenties valt het trouwens nogal mee. Waarom zeggen de personages niet wat ze denken? Kom op Leconte, de jaren vijftig zijn voorbij! (Te zien vanaf 17 juni)

Pas sur la bouche!
Hoe ouder hoe lichtvoetiger. Dat geldt voor de 82-jarige Alain Resnais, die meer dan veertig jaar geleden met Hiroshima mon amour en Année dernière a Marienbad filmgeschiedenis schreef. Zeven jaar geleden maakte hij met On connait la chanson een luchtige muzikale komedie, die aan Les parapluies de Cherbourg deed denken. Resnais werd geprezen voor de blijmoedige toon van de film. Achteraf niet verstandig, want de filmmaker vatte het op als een aanmoediging om de luchtigheid nog wat verder door te drijven. Pas sur la bouche! is een verfilming van een operette uit 1925. Het resultaat is een glanzende zeepbel: weelderige decors en vrolijk acteerwerk. De plot doet denken aan het Theater van de Lach: de een wil de ander, maar die ander valt op een ander, enzovoort. En passant levert het stuk kritiek op de moderne kunst ("Het Dadaïsme en Kubisme zijn uit. Ik lanceer de totale kunst: het Kucuïsme") en Amerika. De acteurs barsten geregeld uit in soms wel erg melige liedjes. De grote vraag is: waarom deze film? Pas sur la bouche! doet denken aan Mike Leighs Topsy-turvy, met als verschil dat Leigh op zoek ging naar de emoties achter de glanzende façade. Pas sur la bouche! is Parijse Bluf: veel lucht, weinig substantie. (Te zien vanaf 24 juni)

Nathalie
Claude Chabrol heeft een opvolger! De 74-jarige filmmaker die met een fileermes de hypocrisie van de Franse burgerij blootlegde, is zijn scherpte al een aantal jaren kwijt, maar Anne Fontaine heeft het stokje overgenomen. Ze maakte naam met Nettoyage à sec, waarin een getrouwd stel emotioneel en seksueel op drift raakt na een bezoek aan een nachtclub. De Freudiaanse moraal: onder het laagje uiterlijk fatsoen borrelt en bruist het bij mensen van geheime verlangens. In Comment j'ai tué mon père zorgde ook een 'buitenstaander' voor tumult in een relatie. Een getrouwd stel wordt door de vader van de man met hun slechte huwelijk geconfronteerd. Fontaine is nog niet klaar met het huwelijk, want ook in Nathalie, naar een scenario van Philippe Blasband (Une liaison pornographique) zet zij het mes in een echtelijke relatie. Een vrouw (Fanny Ardant), die ontdekt dat haar man (een verrassend ingetogen Depardieu) overspel heeft gepleegd, stuurt een hoer (Emmanuelle Béart) op hem af met als opdracht te spelen dat ze verliefd op hem is. Als hij voor de bijl gaat moet ze een seksuele relatie met hem beginnen. Na elke vrijpartij wil de echtgenote horen hoe het was. Wat haar drijft? De film, die er prachtig uitziet, maakt haar bizarre gedrag niet geloofwaardig. Nathalie is geen film over lust en verlangen, maar over psychische ontsporing. (Te zien vanaf 27 mei)


En verder:

18 ans après (Coline Serreau)
Opvolger van de komedie Trois hommes et un couffin, waarvan Hollywood de remake Three men and a baby maakte. De baby is nu achttien jaar oud. (Te zien vanaf 24 juni)

Ma femme est une actrice (Yvan Attal)
Een man heeft moeite om te accepteren dat zijn vrouw een beroemde actrice is. Zijn jaloezie en achterdocht worden obsessief als zij een naaktrol moet spelen. (Te zien vanaf 24 juni)

Les choristes (Christopher Barratier)
Muziekleraar probeert leerlingen op een jongensinternaat gevoel voor muziek bij te brengen. Het levert iedereen een verrijkende ervaring op. De film trok vijf miljoen bezoekers in Frankrijk. (Te zien vanaf 15 juli)

La beuze (François Desagnat, Thomas Sorriaux)
Komedie over twee jongens in Le Havre, die naar Parijs gaan. Ze komen onder meer een grote kist wiet tegen. (Te zien vanaf 24 juni)

RRRrrrr!!! (Alain Chabat)
Komedie over twee primitieve stammen, die strijd leveren om shampoo. Met Gérard Depardieu en Jean Rochefort. (Te zien vanaf 1 juli)

BBBrrr!!!

The crimson rivers 2 (Olivier Dahan)
Vervolg op de succesvolle thriller The crimson rivers. Jean Reno is weer van de partij, maar Vincent Cassel niet. (Te zien vanaf 17 juni)

Two brothers (Jean-Jaques Annaud)
Fictieve natuurfilm van de maker van The bear. Twee tijgerpups worden gescheiden. Ze zien elkaar later terug in een arena, waarin ze tegen elkaar moeten vechten. (Te zien vanaf 7 juli)

JvdB

Naar boven