September 2004, nr 258
Gustave Kervern
Op avontuur
Je kunt slechtere redenen verzinnen om een film te maken dan die van Benoît Deléphine en Gustave Kervern: omdat ze zo graag Aki Kaurismäki wilden ontmoeten. Aaltra, hun absurdistische roadmovie voor rolstoelen, was dit jaar publieksfavoriet van het Filmfestival Rotterdam. Gustave Kervern: "In Aaltra zijn de personages slecht, gemeen, boosaardig."
Een van de grootste geschenken van de filmkunst is het zeldzame moment waarop film en werkelijkheid even in elkaar over mogen lopen. Je loopt door een vreemde stad en plotseling bevind je je in het decor van pak 'm beet Les 400 coups. Of je stapt een metrogang binnen die je twee jaar later zult herkennen in Het ondergronds orkest. In Parijs, want daar hebben we het natuurlijk over, is dat meer mogelijk dan waar ook ter wereld. Het is ook een van de redenen waarom komieken/schrijvers en nu met Aaltra ook debuterende filmregisseurs Benoît Deléphine en Gustave Kervern ooit naar Parijs zijn getrokken, vertelt Kervern (ook soms Gustave (de) K/Vern).
Aan die introductie is de volgende vraag vooraf gegaan: "Regent het hier altijd zo hard of alleen op woensdag?"
Het is augustus in Parijs en de stad is verlaten. Ik ben op weg naar het Pause Café, waar ooit het meisje Chloé haar poes weer terugvond in Chacun cherche son chat. Ergens op een van de vele binnenhoven van het 11e arrondissement verwacht ik ieder moment Julie Delpy en Ethan Hawke tegen te komen uit Before sunset. En dan barst dezelfde regenbui los waarmee we de hoofdpersonen van de roadmovie voor rolstoelen Aaltra in Finland achterlaten. Daar zal het voor altijd blijven miezeren, want: "Regent het hier vaak?" "Alleen op zondag." "Het is maandag vandaag!" Gelukzalig laten Ben en Gus, oftewel de regisseurs en filmfans Deléphine en Kervern zich natregenen op de eeuwigdurende zondag van collega Aki Kaurismäki, want die is het die in de slotscène van hun film een gastrol heeft.
De van origine uit Picardië en Madagascar afkomstige Deléphine en Kervern ontmoetten elkaar begin jaren negentig toen ze samen voor Canal+ de anarcho-humoristische serie 'Grolandsalat' maakten. In die periode ontmoetten ze ook de Franse regisseur Maurice Pialat die hen aanraadde om hun krachten te bundelen en films te gaan maken. Daarop volgde de kortfilm Don Quichotte de la revolucion, met hoofdrollen voor een motorrijder en een pizzakoerier.
Visuele humor
Aaltra heeft vele startpunten, bijvoorbeeld die kortfilm en de fascinatie van de beide makers met Don Quichotte "en zijn voortdurende strijd tegen onrechtvaardigheid". Kervern spoort dan ook vooral aan om Aaltra politiek te interpreteren. Maar eigenlijk, memoreert Kervern, wilden we gewoon graag Aki Kaurismäki ontmoeten. "Het oorspronkelijke plan was om zonder geld en met een kleine dv-camera naar Finland te gaan, op zoek naar Kaurismäki. Zoals je wel aan Aaltra kunt zien zijn we allebei grote bewonderaars van zijn werk. Het zwart-wit, het CinemaScope-formaat, de vaste camera, de lang aangehouden shots die kleine bewegende schilderijen vol visuele humor worden, dat danken we allemaal aan hem. Zwart-witfilms zijn sowieso mooier dan kleur, omdat ze abstracter zijn, waardoor je beter moet kijken naar wat er in het beeld allemaal gebeurt. Van die reis zouden we dan een soort documentair verslag maken. We wilden zelfs niets tegen onze vrouwen zeggen, zodat we ze onderweg konden opbellen en hun reacties ook in de film verwerken.
"Toch zouden wij nooit een film precies zoals Kaurismäki kunnen en willen maken. Daarvoor zijn wij te impulsief en chaotisch en is de stijl van Kaurismäki te precies, te artificeel bijna. Maar het bijzondere van zijn films is dat hij mensen toont in de grootst mogelijke misère, die dan toch altijd nog iets waardigs hebben. Ze hebben een soort statische, universele aanwezigheid."
Dat is wel een groot verschil met de twee hoofdpersonen van Aaltra, een boer en een kantoorklerk die beide door een ongeluk met een tractor verlamd raken en dan besluiten naar de Finse fabrikant af te reizen om hem ter verantwoording te roepen over zijn armzalige makelij. "In Aaltra zijn de personages slecht, gemeen, boosaardig. Dat is een reactie op de sentimentaliteit van al die Amerikaanse films die we ook hier in Frankrijk steeds meer te zien krijgen. We hebben alle sentimenten willen uitbannen. Dat is ook een van de redenen waarom we kozen voor twee mannen in een rolstoel. In de meeste films worden gehandicapten afgebeeld als zielige personen. Maar het zijn ook maar mensen. En de meeste mensen zijn niet zielig, maar doortrapt en geslepen. Ik ben ook niet echt aardig. Als ik iemand ontmoet dan zeg ik 'Hallo' en je praat wat, maar heel vaak wil ik dat eigenlijk niet. Dan wil ik liever de krant lezen."
Biertje
De krant is een van de inspiratiebronnen voor het regisseursteam. De kroeg een andere. Niet alleen om te drinken en te praten, maar ook om om zich heen te kijken en mensen te observeren. "De meeste sketches schrijf ik als ik in het café zit. Je ziet iets en verwerkt het in een scène. Dat kan iets kleins zijn, zoals iemand die een biertje wil bestellen, maar geen aandacht krijgt van de barman [een van de leukste scènes uit Aaltra. DL]. Vaak is het niet eens grappig als ik het opschrijf, omdat het zo gewoon is. Het wordt pas komisch door de uitvoering. Door de vertraging, de uitvergroting of de herhaling. Voor Aaltra hadden we eerst een enorm script, maar de hoofdlijnen, een reis van Picardië naar Finland, stonden vanaf het begin vast. Het meeste werk bestond uit schrappen. Ik heb er vooral op toe gezien dat er zoveel mogelijk dialogen uit gingen. Ik hou van films waarin veel gebeurt, die uit veel kleine sketches bestaan, dat zal onze televisieachtergrond wel zijn. Maar ik hou niet van tekst."
Film moet spontaan zijn, vindt Kervern. Reden om niet alleen met geschoolde acteurs te werken, maar ook met amateurs, die ze tijdens het locatiescouten waren tegengekomen. "Voor ons moet een film een avontuur zijn. Als de film mislukt is, hebben we altijd nog een goed avontuur beleefd. Wie kan er nu helemaal zeggen dat hij een film heeft gemaakt en Aki Kaurismäki heeft ontmoet?"
Dana Linssen
Doortrapt en geslepen.
Aaltra
Bloedmooi venijn
Tati meets C'est arrivé près de chez vous: zo zou je de meesterlijke rolstoelroadmovie Aaltra het best kunnen typeren. Een heerlijk onbeschofte, uitgestreken en inktzwarte komedie uit Wallonië.
De Engelsen hebben er een mooie uitdrukking voor: 'overstaying your welcome'. Te lang van iemands gastvrijheid gebruik maken. Logés die maar niet terug willen naar huis, buren die niet door hebben dat het feest echt is afgelopen. De hoofdpersonen van de Waalse film Aaltra, twee chagrijnige verlamden, zijn wereldkampioenen in het misbruiken van gastvrijheid. Omdat ze in een rolstoel zitten worden ze vaak welwillend ontvangen. Maar dan gaan ze niet meer weg. En zuipen ze al je bier op, en graaien eten uit je handen.
Verlaten bar
Rik Herder
Aaltra
Tijdens het afgelopen Filmfestival Rotterdam was Tiger-competitiedeelnemer Aaltra een welkome afwisseling tussen de loodzware Aziatische vervreemdingsdrama's en trage Baltische eenzaamheidsparabels. Hilarisch, venijnig en ook nog eens bloedmooi gefilmd. Benoît Deléphine en Gustave Kervern brouwden samen een volstrekt originele zwart-witfilm voor een minimaal budget (150.000 euro, naar het schijnt voorgeschoten door een notaris in ruil voor een minirol). Niet alleen deelden ze regie en scenario, Deléphine en Kervern (op de credits vermeld als K/vern) namen ook de hoofdrollen voor hun rekening. Hierin lijkt de film op die Belgische doe-alles-zelf-lowbudget-bom C'est arrivé près de chez vous, dat de grenzen van zwartgalligheid opzocht, overschreed, en glorieus (en hilarisch) triomfeerde.
Aaltra is ook inktzwart, en durft twee vreselijk onsympathieke hoofdpersonen te serveren: een boer (K/vern) en een forens (Deléphine), naamloze, zwijgzame horken. Om niet nader genoemde redenen hebben ze een bloedhekel aan elkaar. Als een vechtpartij wordt onderbroken door een neerstortend stuk landbouwmaterieel belanden ze beiden in het ziekenhuis. Naast elkaar. En vanaf hun middel verlamd. Nu zijn deze losers echt tot elkaar veroordeeld. Wat volgt is een reis dwars door België, en uiteindelijk dwars door Europa, met als eindbestemming Finland, waar zich de fabrikant zou bevinden van de noodlottige landbouwapparatuur, Aaltra genaamd.
Voor onvoorbereide, berooide en onbeschofte gehandicapten is rolstoelreizen geen pretje (alhoewel het helpt als je rolstoel elektrisch is, zoals die van een bejaard vrouwtje, althans, voordat de forens hem in beslag neemt). Soms krijgen ze een lift aangeboden, of een welwillende maaltijd, maar vaker ontmoeten ze desinteresse of zelfs vijandigheid. De lange reis is een aaneenschakeling van prachtig droog-komische scènes. De mannen die in slaap vallen in een verlaten bar, en nog steeds slapen als het café in een volgende scène is overgenomen door een punkconcert. Of in slaap vallen op het strand, en in de volgende scène wakker worden in opkomende vloed. Bivakkerend bij een Duits gezin, waar de één de hele tafel leeg eet en de ander, terwijl hij zijn rolstoel oplaadt in de keuken, net zolang claxonneert tot hij een vers biertje ingeschonken krijgt.
Deléphine en Kervern zijn meesters in het verzinnen van zulke visuele, Tati-achtige kunstwerkjes. Beide werkten lange tijd voor verschillende Franse televisieprogramma's vol sketches, onder meer met een verborgen camera. Maar Aaltra is meer dan Bananasplit voor gevorderden. De film is doortrokken van een desolaat soort melancholie, die we kennen van de Finse treurmeester Aki Kaurismäki (die aan het eind van de film opduikt in een cameo). Het is vooral de prachtige CinemaScope zwart-wit fotografie die hier voor zorgt. De rauw-poëtische beelden passen wonderwel bij het Belgische landschap van snelwegen, asfalt, schoorsteenpijpen, frietkotten en motorcross. En chagrijnige rolstoelreizigers.
België, 2004
Regie en scenario: Benoît Deléphine en Gustave K/Vern (Gustave Kervern)
Productie: Vincent Tavier
Camera: Hugues Poulain
Montage: Anne-Laure Guégan
Muziek: Les Wampas
Met: Benoît Deléphine, Gustave K/Vern, Benoît Poelvoorde, Aki Kaurismäki
Zwart-wit, 92 minuten
Distributie: Filmmuseum
Te zien: vanaf 9 september